zondag 19 februari 2012

Vingerexperimenten

Bij één van mijn recente speurtochten in tweedehands boekhandel De Slegte in Hasselt, kwam ik het merkwaardig boekje “Rare apparaten” van Maurice Collins tegen:

image

Voor € 4,99 was het van mij. Zo goed als gratis voor dit wonderwereldje met foto’s van de raarste dingen uit de tijd toen de elektronica nog niet te bespeuren was.

Eén van de vele rare toestelletje die ik er vond was een vingerstrekker voor…pianisten met kleine handen!

image

Dit sadistisch tuig moest er blijkbaar voor zorgen dat de handspanwijdte van klein gebouwde pianospelers een beetje bijgewerkt werd, zodat ze de Bolero van Ravel konden tokkelen zoals het hoort.

Dit foltertuigje bracht me bij een “vingerexperimentje” waarover ik vroeger eens iets gelezen heb.
Uit dat proefje blijkt duidelijk dat onze handen allereerst uitgerust zijn als grijpinstrumenten en niet als bijvoorbeeld tokkeltoestellen.
Met je handen een grijpbeweging uitvoeren, waarbij je al je vingers gelijk naar binnen plooit gaat als een fluitje van een cent.
Maar als je bepaalde “abnormale” bewegingen wil doen, kunnen er rare dingen gebeuren.
Beweeg maar eens spontaan je duim naar omhoog. Je zal merken dat je wijsvinger terzelfdertijd even spontaan de neiging heeft om naar beneden te bewegen!
Dit heeft naar het schijnt te maken met de koppeling van de spieren van deze twee vingers.

Zoals je misschien nog weet uit uw biologielessen van vroeger, kunnen spieren alleen maar samentrekken. Ze kunnen zich niet van zelf weer uitrekken.
Daardoor komt bij elke beweging van een gewricht in ons lichaam de simultane werking van twee spiergroepen te pas: buigers en strekkers.
Zo zijn de biceps van onze bovenarm nodig om onze onderarm naar binnen te plooien (buigen) en de triceps zorgen ervoor dat onze arm weer rechtgetrokken kan worden (strekken). Als de biceps samentrekken worden de triceps uitgerokken en omgekeerd.

In onze hand zijn nu blijkbaar de buigspier van de duim en de strekspier van de wijsvinger gekoppeld: als je de duim naar boven strekt zal de buiger van de wijsvinger samentrekken: de wijsvinger plooit naar beneden.
Ook de buigers en strekkers van de middenvinger en de ringvinger zijn gekoppeld.
Je kan dat gemakkelijk ondervinden.
Maak een vuist en leg je hand op tafel met de "kneukels"naar beneden.


Probeer nu achtereenvolgens je wijsvinger, middenvinger, ringvinger en pink naar omhoog te strekken terwijl je de rest van je kneukels op de tafel houdt (niet "foetelen").
Bij je ringvinger zal dit niet lukken!
De buigspier van de middenvinger die eraan gekoppeld is, is immers al samengetrokken!

Mocht het bij u wel lukken, dan... is er bij u iets aan de hand.
Dan is er is plaats voor u in het boekje "Rare menselijke apparaten"...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen