donderdag 5 februari 2009

Lamarck, Kammerer, Koestler

Na het schrijven van mijn vorig blogbericht realiseerde ik mij ineens dat ik jaren geleden een schitterend en spannend boek las van Arthur Koestler "The case of the midwife toad". "Het geval van de vroedmeesterpad" dus.
Merk op dat midwife (vroedvrouw) in de Nederlandse naam van de pad niet letterlijk vertaald wordt. Als je de foto wat verderop bekijkt kan je daar wel begrip voor opbrengen denk ik.

Ik heb het boek direct uit mijn boekenkast opgevist.


Waarover ging het in dat boek?
De twintiger jaren van de vorige eeuw waren de jaren van het opkomende nazisme in Duitsland en Oostenrijk.
Maar ook het toen nog frisse communisme kende er zijn aanhangers.
Dit leidde tot harde conflicten en de Weense universiteit was dikwijls het strijdtoneel waar de twee blokken hun meningsverschillen veelal letterlijk uitvochten.
Aan die universiteit werkte Paul Kammerer, bioloog en uitgesproken sympathisant van het communistisch blok.



Kammerer was in navolging van zijn Russich voorbeeld Lysenko, een fervent verdediger van het Lamarckisme.

Het overerven van verworven kenmerken paste wonderwel in de communistische ideologie. Lysenko ontwikkelde op basis van het Lamarckisme een landbouwmethode waarmee hij dacht hogere productiviteit te bereiken. Een gekend voorbeeld is de zogenaamde vernalisatie van zomergranen. Daarbij werd vochtige zomertarwe in sneeuw bewaard omdat Lysenko er van overtuigd was dat de zo verworven winterbestendige eigenschappen aan de volgende graangeneraties zou worden doorgegeven.
Lamarckiaanse stupiditeit ten top gedreven en zonder resultaat.

Kammerer bleef toch in het Lamarckisme geloven en deed allerlei onderzoekingen om het gelijk van Lamarck aan te tonen.
Zo deed hij een berucht onderzoek over de wroedmeesterpad.
Het is de geschiedenis van dat onderzoek dat door Koestler in zijn boek beschreven wordt.


Mannelijk exemplaar
draagt de bevruchte eitjes

De meeste paddensoorten paren in het water. De mannelijke exemplaren hebben op hun voorpoten een soort wratten waarmee ze zich in het "gladde" water bij "de daad" beter aan het vrouwtje kunnen vastklampen.
Vroedmeesterpadden paren echter op het land en hebben die wratten niet.
Kammerer was ervan overtuigd dat als hij vroedmeesterpadden verplichtte om in het water te paren, ze die wratten zouden ontwikkelen en dat ze die verworven eigenschap aan hun nageslacht zouden doorgeven. Het nageslacht zou met wratten geboren worden.
Hij zette daar een langdurig en uitgebreid onderzoek over op en vond wat hij voorspeld had! Lamarck had gelijk, de wetenschappelijke wereld stond op zijn kop!
Maar...
Bij een onderzoek van Kammerers padden door dr. G.K. Noble van het American Museum of National History ontdekte men fraude. De padden van het nageslacht hadden geen echte paringswratten op hun voorpoten. De wratten die men zag waren niets anders dan hoopjes onderhuids ingespoten chinese inkt!
Toen de fraude bekend was, werd Kammerer door de hele wetenschappelijke wereld verguisd en bespot. Hij was ervan overtuigd dat hij ter goeder trouw geweest was en dat hij zelf het slachtoffer was van bedrog. Hij veronderstelde dat politieke tegenstanders, nazisten, het onderzoek hadden vervalst en de inkt hadden ingespoten.
Zijn reputatie was evenwel verknoeid. De man heeft dit niet kunnen verwerken en hij pleegde op 23 september 1926 zelfmoord.

Koestler heeft dit alles meesterlijk beschreven. Als je ooit de kans zou krijgen (je mag het boek gerust bij mij uitlenen): het lezen waard.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten