dinsdag 21 april 2009

Paradimethylaminoazobenzeen en Aspe

Mia en ik kijken iedere maandagavond naar Aspe op VTM.
Vol verwachting en met hoop op beterschap. Want we vinden de scenario's echt niet denderend.
Persoonlijk vind ik Aspe bijna zo zwak als Baantjer, alhoewel ik de acteurs in de hoofdrollen beter vind dan hun collega's in de Nederlandse serie.
Flikken was tien keer beter. "Was" inderdaad, want het is ermee gedaan.

Gisterenavond heb ik mij extra geërgerd aan Aspe.
Het ging over gifmoorden. De uitermate snelle werking van het gif botergeel was om te beginnen onaanvaardbaar foutief. Zo snel werkt dit gif absoluut niet! Maar ja, in zo'n aflevering moeten de zaken vooruit gaan nietwaar.
De wetsdokter van dienst in de serie bestond het daarenboven om de wetenschappelijke naam van het vergif botergeel totaal te verknoeien.
Botergeel of methylgeel is de gebruiksnaam voor para-dimethylamino-azobenzeen.
Ik heb koppeltekens ingelast om de naam gemakkelijker uitspreekbaar te maken.
De tekstschrijver van de Aspe-aflevering van gisteren had dat ook beter gedaan. Als hij de acteur wilde doen uitpakken met chemiekennis, moest hij ervoor gezorgd hebben dat de naam correct uitgesproken werd. Of hem gewoon over botergeel laten praten en hem niet laten brabbelen. Mijn chemisch hart bloedde.

azo
Botergeel behoort tot de azokleurstoffen.
Deze kleurstoffengroep is zeer uitgebreid. Men vindt azokleurstoffen terug als kleuradditieven in voedingsmiddelen en als kleurstoffen in de textielindustrie.
Een groot deel van de door de Europese Unie toegestane kleuradditieven voor consumptiegoederen behoren tot de azokleurstoffen. Het gaat hier om de gekende lijst met E-nummers. De nummers E 100-180 zijn toegelaten voedingskleurstoffen. Botergeel is er geen van.

Sommige azokleurstoffen zijn inderdaad giftig en soms kankerverwekkend.
Het botergeel dat in de Aspe-aflevering als moordwapen gebruikt werd, is er zo één.
Zeer recent nog (3 april jl.) heeft het federaal voedselagentschap (FAVV) een contingent kerriepoeder van Indiase oorsprong en verkocht in o.a de Delhaizewinkels, uit de handel genomen omdat het verboden botergeel (methylgeel) er werd in aangetroffen.

Chemieleraars zijn ook goed vertrouwd met azokleurstoffen omdat een groot deel van de zogenaamde zuur-base-indicatoren tot die kleurstoffengroep behoren.
Methyloranje is één van de gekendste, maar ook botergeel of methylgeel wordt als indicator gebruikt.
Zo'n indicator is een stof waarvan de kleur afhangt van de zuurtegraad (pH) van de oplossing waarin men hem brengt.
Zo geeft botergeel een rode kleur aan oplossingen met een pH kleiner dan 2,9 en een gele kleur als de pH groter dan 4,0 is.

Zelf liet ik mijn leerlingen in het 6de jaar Techniek-Wetenschappen ieder jaar een azokleurstof maken: oranje II

oranjeII
Dit is een gekende textielkleurstof.
Naast de synthese deden mijn leerlingen daarom ook testen op de wasechtheid van die kleurstof bij verschillende textielvezels.
Dat was toch wel redelijk levensechte chemie...

Zo zie je maar tot wat een gemijmer een beetje ergernis om Aspe kan leiden...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen