zaterdag 28 april 2012

Het duivengeheim grotendeels opgelost.

Feral pigeons, Belfast

Het is al langer bekend dat duiven over een soort ingebouwde GPS beschikken die hen in staat stelt om na een verre vlucht feilloos hun hok terug te vinden.
Men weet ook al een tijdje dat duiven bij hun oriëntatie tijdens zo’n vlucht gebruik maken van de informatie over variaties in het magnetisch veld van de aarde.
Maar hoe de duivenhersenen die magnetische informatie verwerken was tot nu toe niet bekend.
Daar is nu verandering in gekomen.

Eergisteren (26 april 2012) publiceerden L. Wu en J.D. Dickman in Sience een artikel waarin dit uit de doeken wordt gedaan.
Ze hebben de neuronen (= zenuwcellen) in de duivenhersenen ontdekt die voor de verwerking van de magnetische informatie zorgen.
Die neuronen bevinden zich in de hersenstam en verwerken gegevens over richting, sterkte en polariteit (=zin) van het aardmagnetisch veld.
Let er op dat de neuronen de gegevens over het magnetisch veld niet zelf detecteren, Ze verwerken ze alleen maar. De gegevens zelf krijgen ze doorgestuurd door magnetische receptoren die zich elders in het duivenlichaam bevinden.

En daar zit nog een probleem. Want waar die magnetische receptoren zich precies bevinden is nog onduidelijk.
Er is een tijdje gedacht dat ze zich aan de bek van de vogel zaten, in de witte knobbel (zie beeld hieronder) die rijk is aan magnetiet, een oxide van ijzer.

image

Maar zeer recent (11 april 2012) is in Nature een artikel gepubliceerd, waarin aangetoond wordt dat dit niet het geval is.
Die ijzerrijke cellen in de knobbels zijn volgens deze studie gespecialiseerde witte bloedcellen (macrofagen) die zorgen voor de recyclage van het ijzer uit afgestorven rode bloedcellen. Absoluut geen magnetische detectoren dus.

Waarom zijn die magnetoreceptoren zo moeilijk te vinden?
De reden daarvoor is dat het lichaam geen magnetische velden tegenhoudt. Daardoor kunnen de receptoren overal in het lichaam voorkomen.
En begin dan maar eens te zoeken…
Bij andere receptoren ligt dit wel anders. Lichtreceptoren bijvoorbeeld zijn stukken eenvoudiger te ontdekken. Licht kan immers niet diep in de weefsels doordringen. De lichtreceptoren (netvlies in de ogen) moeten dus dicht aan de lichaamsoppervlakte liggen. En daardoor zijn ze gemakkelijker te vinden.

Om de magnetoreceptoren toch te ontdekken willen L. Wu en J.D. Dickman nu de weg terug volgen: van de verwerkende neuronen de weg terug gaan naar de receptoren die de signalen bezorgen.
Ze hebben trouwens al werk op die weg afgelegd. En dat wijst erop dat het binnenoor de “place to be” zou kunnen zijn. De resultaten van dat onderzoek kan je in dit pdf-bestand lezen.

Het duivengeheim is dus al voor een groot deel opgelost. Maar nog niet helemaal.
Er is nog wat werk aan de duivenwinkel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen