zondag 16 mei 2010

Waar klein zijn goed voor is.

Ik behoor niet tot de groten der aarde.
Met mijn 1,70m ben ik wel geen dwerg, maar behoor ik toch eerder tot het kleine grut.
”Klein maar dapper, hoe langer hoe slapper” heb ik me altijd voorgehouden en aan anderen verkondigd.
En klein zijn heeft ook zijn voordelen.
Ik kan onderdoor waar anderen tegenaan lopen.
En als ik ergens niet bij kan, neem ik een laddertje of vraag ik “ne lange” om mij even te helpen.
Ik trek dus mijn kleine plan.



Maar er zitten zijn blijkbaar nog andere voordelen vast aan een kleine gestalte.
Enkele dagen geleden kwam ik via de site van Reuters terecht bij een artikel in het American Journal of Epidemiology.
Een groep Noorse wetenschappers publiceerden er hun onderzoek over de relatie tussen lichaamslengte en thrombose.
En daaruit blijkt dat mannen langer dan 1,81m dubbel zoveel kans lopen om door bloedklonters getroffen te worden dan mannen die kleiner zijn dan 1,73m.
De Noren zijn voor hun onderzoek niet over één nacht ijs gegaan.
Ze hebben gedurende 12 jaar meer dan 26.727 Noorse mannen tussen 25 en 96 jaar gevolgd vóór ze hun conclusies publiceerden.
Andere risicofactoren zoals overgewicht, roken enz. werden uit de resultaten gefilterd.
Een echte oorzaak voor het negatief effect van grotere lengte kennen de onderzoekers (nog) niet. Een hypothese is dat bij langere mannen de bloedstroom in de benen trager is, waardoor sneller klonterring kan optreden.


Als ik nu kort én smal was geweest, dan was ik nog meer gerustgesteld.
Maar je kan niet alles hebben in het leven nietwaar…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen