zondag 21 maart 2010

Chemieles anno 2010

Ik heb de tijd gekend dat chemie in het middelbaar onderwijs pure bord-en-krijt-chemie was.
Ik bedoel daarmee dat chemie H2SO4 was.
Een nietszeggende formule. De leerlingen kregen het vervaarlijke zuur nooit te zien.
En dat was niet alleen in Vlaanderen zo.
Zelfs in de VS circuleerde in de jaren 70 onder de chemiedidactici de boutade “silverchloride is a pale green gas”.
“Zilverchloride (witte vaste stof) is een bleekgroen gas”.
Dit antwoord van een leerling op een vraag over de stof zilverchloride, illustreerde het gegeven dat leerlingen allerlei eigenschappen van stoffen moesten van buiten leren zonder dat ze met de stoffen zelf kennis maakten.

Tijdens de laatste jaren van de vorige eeuw is daar verandering ten goede in gekomen.
Scholen kregen meer middelen om hun chemielessen levensechter te maken en er werd behoorlijk geïnvesteerd in labo-infrastructuur en didactisch materiaal.
Maar vooral in de algemeen vormende studierichtingen (ASO) bleef er binnen het lessenrooster nog te weinig tijd over om chemie voldoende experimenteel te benaderen.
Leraren met veel goede wil en hart voor hun vak organiseerden daarom b.v. “vrijdagavondlabo’s” waarin geïnteresseerde leerlingen na de lesweek hun chemiehartje konden ophalen met allerlei experimenten: aspirine maken, een parfum samenstellen, een kleurstof synthetiseren enz.

De laatste decennia is ook internet in de chemiedidactiek terecht gekomen.
In mijn oude school werken de leraren met de elektronische internetleeromgeving Moodle.
Ik zie dat vooral de chemieleraren daar zeer actief gebruik van maken. Leerlingen krijgen op de Moodle-pagina's van de school allerlei lesmateriaal ter beschikking: oefentesten, huis- en remediëringstaken, PowerPoints, adressen van interessante sites enz.
In de nieuwe trend om begrippen uit de chemie via internet te verduidelijken kan natuurlijk YouTube niet ontbreken.
Onlangs kwam ik via Twitter op een filmpje terecht waarin de reactiviteit van de verschillende elementen op een ludieke wijze wordt voorgesteld.
De atoomsoorten zijn deelnemers aan een fuif, een “chemical party”.
De weinig reactieve edelgassen zijn de muurbloempjes. Alkalimetalen (K bijvoorbeeld) reageren explosief met water enz.
Geniet ervan en denk er even over na hoe ze u die reactiviteit vroeger duidelijk gemaakt hebben.
Als je je daar nog iets van herinnert natuurlijk.
Als chemie voor u niet alleen maar H2SO4 is...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen