zondag 4 december 2011

Methilleke

image

Donderdag hebben we tante Mathilde ten grave gedragen.
Echt ten grave, geen crematie, want crematie paste niet bij haar. Haar lichaam hoorde in gewijde grond
Methilleke is 97 jaar mogen worden.
En tot op hoge leeftijd is ze altijd een bijzondere, pittige, schalkse, vinnige dame gebleven met een speelse twinkel in haar oogjes.
De schooljuffrouw die ze was, is nooit uit haar weggedoofd.
Ons altijd aanlerend en zelf altijd bijlerend.
En zo lang het ging, steeds vol belangstelling voor wat er in de wereld aan ‘t gebeuren was.

Een speurtocht in een kastje op haar kamertje in het rusthuis, was een ontdekkingstocht naar wie Methilleke eigenlijk was.
Krantenknipsels over de degradatie van Pluto tot een dwergplaneet bijvoorbeeld: een vrouwke van toen 92 met belangstelling voor astronomie!
Maar vooral veel schrijfsels op de rand van doodsberichten en nieuwjaarskaartjes. Want spaarzaam was ze als geen ander.
En gedichten!
Een boek vol, uitgeknipt en opgeplakt of met de hand geschreven.
Mia, die ooit bij tante in de klas zat, kende ze nog bijna allemaal.

Als eerbetoon aan tante Methilleke, een gedicht van Gezelle dat ik in dat boekje vond:
“‘t Er viel ne keer een bladtje op het water”.
Bedankt lief guitig vrouwke, kastaarke, we zullen je blijven missen.

‘t Er viel ne keer

‘t Er viel ‘ne keer een bladtjen op  het water
‘t Er lag ‘ne keer een bladtjen op het water
En vloeien op het bladtje dei dat water
En vloeien dei het bladtjen op het water
En wentelen winkelwentelen in ‘t water
Want ‘t bladtje was geworden lijk het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als het water
Zoo lijzig en zoo leutig als het water
Zoo rap was ‘t en gezwindig als het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend als water
Zoo lag ‘t gevallen bladtjen op het water
En m' ha' gezeid het bladtjen ende ‘et water
‘t En was niet ‘t één een bladtje en ‘t ander water
Maar water was het bladtje en ‘t bladtje water

En ‘t viel ne keer een bladtjen op het water
Als ‘t water liep het bladtje liep.
Als ‘t water Bleef staan, het bladtje stond daar op het water
En rees het water ‘t bladtje rees en ‘t water
En daalde niet of ‘t bladtje daalde en ‘t water
En dei niet of het bladtje dei't in ‘t water
Zoo viel der eens een bladtjen op het water
En blauw was ‘t aan den Hemel end' in ‘t water
En blauw en blank en groene blonk het water
En ‘t bladtje loech en lachen dei het water
Maar ‘t bladtje en wa' geen bladtje neen en ‘t water
En was nie' meer als ‘t bladtjen ook geen water

Mijn ziele was dat bladtjen: en dat water?-
Het klinken van twee harpen wa' dat water
En blinkend in de blauwte en in dat water
Zoo lag ik in den Hemel van dat water
Den blauwen blijden Hemel van dat water!
En ‘t viel ne keer een bladtjen op het water
En ‘t lag ne keer een bladtjen op het water.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen