maandag 4 mei 2009

Middeleeuwse fopperij (soms toch)

Lang geleden, in 2002, bezochten Mia en ik samen met een oud-collega (dag Christiane, weet je het nog?) in Leuven de onvergetelijke tentoonstelling Meesterlijke Middeleeuwen. Miniaturen van Karel de Grote tot Karel de Stoute (800-1475).

Per toeval waren we zondagnamiddag nog eens in de catalogus van die tentoonstelling aan het bladeren.
Schitterend hoe die oude middeleeuwse teksten verlucht werden met prachtige minischilderijtjes.
In die miniaturen werd dikwijls bladgoud gebruikt.
Het beeld hieronder illustreert dit duidelijk.

mini
Het is over dat bladgoud dat ik het even wil hebben.

Bladgoud is geen zuiver goud. Om een flinterdun laagje te kunnen bekomen (dunner dan 1/10.000 van een millimeter = 0,1 micrometer) zou goud zeer sterk vervormbaar moeten zijn.
Alhoewel het tamelijk zacht en goed vervormbaar is, is goud nog niet geschikt om dun gewalst te worden. Men gebruikt daarom legeringen van goud met andere metalen zoals titanium, koper en zink.
Het percentage goud in die legeringen blijft hoog, waardoor het edelmetaalkarakter groot blijft. Daardoor wordt bladgoud nauwelijks geoxideerd en bewaart het zijn onvergelijkbare glans.
Maar ondanks het feit dat het dus niet allemaal goud is wat blinkt in bladgoud, blijft het een kostbaar goedje.
En bijgevolg ging men ook in de middeleeuwen al op zoek naar een goedkoper alternatief dat dezelfde of een even aanvaardbare goudglans vertoonde.
Hoe zat die middeleeuwse bladgoudfopperij dan wel in mekaar?

Enig Googlewerk bracht me op de blog Culture of chemistry van een Amerikaanse chemieprof. En daar had ik het antwoord maar voor het oprapen: men gebruikte auripetrum.
En wat auripetrum - "Petrus' goud" - precies is, kan je hier lezen:

image

Men gebruikte dus in plaats van bladgoud een laagje tin dat eerst flink glanzend gepolijst werd. En dat bestreek men met een dun laagje glazuur gemaakt van Spaanse saffraan in heldere vloeibare lijnolie.
De saffraan zorgde voor de goudkleur.
De glazuur belette dat luchtzuurstof en waterdamp in contact kwamen met het tin, zodat er geen oxidatie- en verkleuringsreacties konden optreden. Slim gevonden!

Bovenstaand recept vond ik op blz. 158 van "Medieval and Renaissance Treatises on the Arts of Painting: Original Texts with English Translations".
Dit bijzondere boek biedt manuscripten over verftechnieken uit de 12de tot de 17de eeuw. Je kan er zowel de originele teksten als de Engelse vertalingen in lezen.
Ik heb dat boek (spijtig genoeg) niet in mijn boekenkast staan.
Maar je kan er uittreksels van lezen op, jawel.... Google Books!

Je ziet het dus, bladgoud was soms "fools gold" en de middeleeuwers werden dus soms wel eens gefopt.
Maar ondanks alles blijven hun miniaturen sublieme meesterwerkjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen