maandag 27 juli 2009

Aromatherapie wordt een beetje wetenschap

Mijn neus is geen knijt meer waard.
Ik denk dat dit een gevolg is van mijn chemie-verleden.
Mijn reukpapillen werden indertijd in de labo’s dagelijks overdonderd door de scherpste en meest indringende geuren.

neus
Vooral tijdens mijn licentiejaren (nu heet dat masters) aan de UGent (toen nog Rijksuniversiteit Gent - RUG), werden ik willens nillens gebombardeerd door de stank van benzeen, pentaan en andere vluchtige solventen.
Die oplosmiddelen werden er in grote hoeveelheden gebruikt voor de extractie van hop.

image
Studie van de componenten van hop en vooral van de hopbitterzuren, was de specialisatie van prof. Verzele. 86 jaar intussen, maar één van de weinige van mijn oud-profs die nog leeft. Verzele was het toenmalige hoofd van de sectie organische chemie.
Over de gezondheidsrisico’s die we midden die benzeendampen liepen, werd toen nog niet veel nagedacht en daar wil ik het hier ook niet over hebben. Maar mijn neus heeft toen min of meer de geest gegeven.

Aromatherapie is dus nooit aan mij besteed geweest.
Je zal al wel gehoord van die alternatieve geneeswijze, waarbij men vertrouwt op de geneeskrachtige werking van natuurlijke geurextracten. Als je daar in gelooft, moet je b.v. bij kruidenspecialiste Danielle Houbrechts zijn.
Reguliere wetenschappers hebben altijd nogal kritisch gestaan tegenover deze vorm van geneeskunde. Er werd zelfs gewezen op de gevaren verbonden aan inhaleren of innemen (een paar drupples op een klontje suiker) van geconcentreerde oplossingen van de vluchtige oliën die men uit bloemen, planten en fruit extraheert en in de aromatherapie gebruikt.

Maar
Uit een studie uitgevoerd door een groep onder leiding van Akio Nakamura van de Japanse Saitama University en recent gepubliceerd in de Journal of Agricultural and Food Chemistry, blijkt dat er toch een zeker therapeutisch effect kan uitgaan van bepaalde geurstoffen die door planten en bloemen worden geproduceerd.
De Japanners hebben daarbij vooral het effect van inhalatie van linalool onderzocht.

image
Linalool is chemisch gezien een vrij eenvoudige verbinding, die als reukstof voorkomt in koriander en lavendel.
Bij proefdieren (ratten) kon aangetoond worden dat linalool stress-verminderend werkt.
Het is bekend dat bij gestresseerde dieren, en ook bij mensen, de bloedspiegel (= gehalte in het bloed) van lymfocyten (een type witte bloedcellen) en neutrofielen (een ander type witte bloedcellen) verhoogd is.
De Japanners hebben nu gemerkt dat inhaleren van linalool een duidelijk verlagend effect heeft op het gehalte van die witte bloedlichaampjes in het bloed en op de stresstoestand.

De overtuiging bestaat dat als dit werkt bij ratten, er ook bij mensen een gunstig effect te verwachten is.
We zullen daar dus maar van uit gaan.

Ken je dus iemand in je omgeving of in je vriendenkring die een beetje (of erg) op de tippen van zijn tenen loopt of met “ne serieuzen tic nerveux” zit van de stress?
Zorg dan voor een geurig bloempje mét een stukje aromatisch fruit erbij:

aromatherapie
En laat hem/haar maar snuiven. Niet proeven!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen