Posts tonen met het label astronomie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label astronomie. Alle posts tonen

woensdag 27 maart 2013

De Paasmaan

image

Vandaag is het volle maan.
De eerste volle maan van deze "lente".
En niet zomaar een volle maan.
Neen, deze eerste volle maan van de lente kondigt Pasen aan.
Want Pasen valt volgens de christelijke traditie op de eerste zondag na de eerste volle lentemaan. En dat is zondag 31 maart.
En aangezien op 27 maart de lente nog maar 6 dagen oud is, valt Pasen relatief vroeg dit jaar.

Je zal de Paasmaan vanavond (ze komt op om 19.40u.) kunnen bewonderen in het zuidoosten, opschuivend naar het zuiden.
In haar buurt staat ook het sterrenbeeld Maagd met Spica als helderste ster.
Spica is eigenlijk een dubbelster en één van de helderste objecten aan het firmament.
En je ziet op de Stellarium-simulatie hierboven dat ook de planeet Saturnus ten tonele verschijnt, weliswaar dicht bij de horizon, maar hoger en hoger naargelang het nachtelijk uur vordert.

Trek dus vanavond je dikke winterjas aan, zet je berenmuts op en ga ze bewonderen: de Paasmaan, Spica en Saturnus.
Toch zal het nog lente worden…

zaterdag 9 maart 2013

Probeer hem te zien

Dit weekend bestaat de kans om hem met een verrekijker of het blote oog waar te nemen: de komeet Pan-STARSS ofte de C/2011 L4.
Zijn eerste naam dankt hij aan de telescoop PANSTARRS-1 waarmee hij op het Hawaiiaanse eiland Maui in juni 2011 is waargenomen.
Zijn tweede naam is een gevolg van de merkwaardige systematische naamgevingsmethode die door de International Astronomical Union (IAU) voor kometen wordt gebruikt:
  • C staat voor het feit dat het om niet-periodieke (= niet-terugkerende) komeet gaat
  • 2011 is het jaar van ontdekking
  • L staat voor alfabetische nummering van de maandhelft van zijn ontdekking: de tweede helft van juni dus (want A is de eerste helft van januari, B de tweede helft van januari enz.)
  • 4 geeft aan dat het om de 4de ontdekte komeet was in deze maandhelft

Komeet PANSTARRS
Bron beeld: Flickr (Irargerich's Photostream)

Zoals steeds bij dergelijke taferelen hangt alles af van de weersomstandigheden en een voldoende vrij zicht op de avondlijke hemel.
En vooral in dit geval zal dit een belangrijke rol spelen, want de komeet zal zichtbaar zijn in het westen vlak na zonsondergang. Als het nog niet helemaal donker is dus.

Zoals het beeld van Sky and Telescope hieronder laat zien klimt Pan-STARRS de volgende dagen hoger in de lucht, maar de helderheid neemt af…

Looking west in bright twilight


Doe toch maar eens een poging en laat me iets weten als het gelukt is.
Want uiteindelijk is dit een hemelzicht dat je maar eens in je leven kan waarnemen. C/2011 L4 beweegt immers op een parabolische baan en dus ziet niemand op aarde hem ooit nog terug.

In 2013 is de hemel intussen al spectaculair in het nieuws geweest met dichte nadering van de asteroïde 2012 DA14, de recente meteorieteninslag inslag in Rusland en nu de komeet Pan-STARSS.
En daar blijft het niet bij.
Want november belooft echt vuurwerk te geven met de komeet C/2012 S2 (ISON) die naar het schijnt helderder zal zijn dat de volle maan.
Nog even(!) geduld dus…

zaterdag 23 februari 2013

Mars de grijze planeet


Wellicht herinneren jullie zich nog hoe de planeet Mars ooit die naam kreeg: hij werd zo genoemd naar de Romeinse god van de oorlog.
Omdat hij rood zag, zoals het mensenbloed dat in oorlogstijd “bij beken vloeit” (zoals een oud gedicht ons leert).
Maar nu het marsrobotje Curiosity, gaten in de Marsbodem heeft geboord, moeten we die roodheid van Mars toch relativeren.
Want uit het boorgat kwam fijngemalen Marsgesteente naar boven, met een… grijsblauwe kleur!

image

De rood-oranje kleur aan het oppervlak wijst op oxidatie van ijzerhoudende gesteenten. Net zoals bij ons roestend ijzer een oranje, bruin, rood laagje krijgt.
Het grijs uit het boorgat wijst er dus op dat het oxidatieproces dat ooit op Mars heeft plaatsgevonden, tot de oppervlakte beperkt gebleven is en niet diep is doorgedrongen.
En daar zijn de wetenschappers blij mee.
Want oxidatie vernietigt organische verbindingen, die zouden kunnen getuigen van eventuele levensvormen op de planeet.

Het rood van Mars is dus maar een “teint de peau rouge”.
In de grond is Mars een grijze muis.

donderdag 21 februari 2013

Daar sloegen ze ooit in

Vorige week stonden de asteroïden en de meteorieten op de voorpagina.
Om er een idee van te krijgen hoe groot de dreiging van die dingen voor onze planeet wel is, verwees ik jullie zaterdag naar een kaart met wat er allemaal in de buurt van onze aardbaan rondvliegt
Vandaag kan ik jullie via Meteoritesize een idee geven van wat er aan meteorieten al ooit op aarde is neergekomen. Je zal versteld staan! En dan zijn de meteorieten die ooit in de oceanen ploften nog meestal niet geregistreerd.

Klik op onderstaand beeld en je komt op een zoombare kaart terecht die een beeld geeft van de geregistreerde impact van 34,513 meteorieten sinds 2.300 vóór Christus.

image

Deze merkwaardige kaart is het werk van Javier de la Torre die daarvoor gebruik maakte van CatoDB.
CartoDB is online cartografische software die toelaat om gegevens op kaarten te importeren.
De gegevens die Javier de la Torre daarvoor gebruikte waren afkomstig van de Meteoritical Society.

Je kan op de kaart diep inzoomen en zo eens nagaan of er in uw streek ooit een geregistreerde impact is geweest.
Zo ontdekte ik dat er in 1855 een meteoriet van het type L6 met een massa van 700 gram gevonden is in Sint-Denijs-Westrem, niet ver van mijn geboorteplaats Merelbeke.
Het type L6 verwijst naar chondriet als samenstelling. D.w.z. dat de meteoriet uit een silicaatrijk gesteente bestond.
Duidelijke uitleg bij typering van meteorieten is bijvoorbeeld terug te vinden op Meteorites Australia.

image

En de video hieronder laat zien hoe de kaart met CartoDB gemaakt werd.
Schitterend werk!

zaterdag 16 februari 2013

En ze zijn met zeer velen!

In het verlengde van de uitzonderlijke samenloop gisteren van de meteorietinslag in Rusland en de dichte nadering van de asteroïde 2012 DA14, is het misschien niet slecht om even te kijken hoeveel van die objecten er zo in ons zonnestelsel rondzwermen en wat de mogelijke dreiging daarvan is.

Armagh Observatory publiceert op zijn site een dagelijks geupdate kaart van de asteroïden die in de buurt van de binnenplaneten (Mercurius, Venus, Aarde en Mars) van ons zonnestelsel voorkomen.
Hieronder zie je een verkleinde weergave, maar als je op het beeld klikt wordt het op de grotere weergave veel duidelijker.


De zon is het kleine stipje in het midden.
De aardbaan is de dunne, bleekblauwe cirkel (ellips eigenlijk).
Laat ons dus even kijken hoe het zit in de buurt van die aardbaan.
De groene stipjes zijn asteroïden die op dit moment niet in de buurt van de aarde voorkomen en die we dus kunnen vergeten.

De gele zijn asteroïden die onze aardbaan naderen.
Ze worden Amors genoemd naar de naam van de allereerste van die soort, 1221 Amor,  die op 12 maart 1932 door de Belgische astronoom Eugène Joseph Delporte werd ontdekt.
De banen van de Amors komen wel dicht bij de aardbaan, maar kruisen die baan niet en vormen dus ook op dit moment geen direct risico. Maar onder invloed van de zwaartekracht van de planeten kan hun baan wijzigen en dus kunnen ze in de toekomst eventueel gevaar opleveren.

En tenslotte zijn er de rode stipjes, de Apollo en Aten asteroïden, die ook hun naam danken aan de eerst ontdekten in die groepen.
De banen van die asteroïden kruisen de aardbaan wel en kunnen wel degelijk een risico vormen. Ze moeten dus door de astronomen in de gaten gehouden worden.
En er zijn nogal wat observatoria die zich daarmee bezig houden zoals blijkt uit de uitgebreide lijst die op Wikipedia te vinden is.

Op de site van Armagh Observatory kan je ook een pagina vinden waarop men in een soort pseudo 3D-voorstelling de asteroïden in de dichte buurt van de aardbaan heeft weergegeven met hun huidige bewegingsrichting.
In de dichte buurt wil zeggen binnen de 45 miljoen km afstand tot de aardbaan.
Als je daar een kijkje gaat nemen is het geruststellend om te zien dat er op dit ogenblik geen rode asteroïden aanwezig zijn.
Maar ja, een klein grut zoals het exemplaar dat gisteren boven de Russische Oeral ontplofte kan altijd tussen de mazen van het net glippen…
En als je dan ziet welke gevolgen de impact van brokstukken van zo’n minuscuul exemplaar al heeft…

Tenslotte: nog even de puntjes op de i zetten in verband het door elkaar haspelen in de media van allerlei namen voor wat er in deze dagen al dan niet uit de lucht valt.
Een asteroïde is een relatief klein rotsvormige massa die in een baan rond de zon draait.
2012 DA14 is dus een asteroïde.
Een meteoroïde is een relatief klein stukje steen of ijs dat afgebroken is van een asteroïde of van een komeet en dat ook rond de zon draait.
Een meteoriet is een meteoroïde die zijn doortocht door de aardse atmosfeer overleeft heeft en op de aarde terecht gekomen is.
In de Russische Oeral hebben gisteren grote meteorieten kraters geslagen.
En kleine meteorieten worden er naar het schijnt al te koop aangeboden!
Een meteoor is het lichtspoor dat ontstaat als een meteoroïde in de atmosfeer verbrandt en verdampt. Wat we een vallende ster noemen dus.
In de Russische Oeral waren er dus ook meteoren te zien.

En... hebben jullie 2012 DA14 gezien?

vrijdag 15 februari 2013

Nog wat nieuws over de asteroïde 2012 DA14

Merkwaardige samenloop van omstandigheden: terwijl er eergisteren een kleine (10.000 ton) meteoriet met grote gevolgen ingeslagen is boven Rusland, zitten de astronomen en andere geïnteresseerden met spanning te wachten op de dichte passage van aardscheerder 2012 DA14 waarover ik hier  een week geleden heb  bericht.
2012 DA14 is ook nog klein, maar toch wel bijna 200 keer zwaarder (190.000 ton) dan de meteoriet die Rusland trof. Maar geen paniek: de astronomen zijn er zeker van dat 2012 DA14 de aarde niet zal raken.

Zoals vorige week afgesproken geef ik hier wat meer details over waar je moet kijken met een verrekijker of een telescoop om asteroïde 2012 DA14 (eventueel…) te zien.
Via de gespecialiseerde site Heavens Above heb ik de baan kunnen achterhalen zoals ze zou te zien vanaf mijn woonplaats Hoeselt.
Wie elders woont kan via diezelfde site de baan voor zijn locatie laten berekenen.

Uit de berekeningen blijkt dat 2012 DA14 bij ons niet zal te zien zijn op het moment van zijn dichtste nadering tot de aarde (20.26u / 27.700km). Ze komt pas later boven de horizon.
Rond 21u. komt ze in het oosten op in het sterrenbeeld Maagd om dan snel hoger te klimmen en rond 22.30u. door het sterrenbeeld Grote Beer (= Ursa Major) te passeren.
Dat zie je in het beeld hieronder, maar als je er op klikt, komt je op een pagina met een grotere afbeelding terecht en met een uitgebreidere gegevenstabel.

image

En dit is een simulatie van de positie die ik in Stellarium gemaakt heb:

image
Als de berekeningen juist zijn zou de asteroïde rond 22.30u. een helderheid van ongeveer 10 hebben, waardoor hij met verrekijker en telescoop zichtbaar zou kunnen zijn op ongeveer 60° boven de horizon.

Je merkt dat ik wat de zichtbaarheid betreft nogal in de voorwaardelijke wijs spreek.
Het zal inderdaad van de weersgesteldheid afhangen of we de aardscheerder in het vizier zullen kunnen krijgen.
Maar als je daarmee tevreden kan zijn: het internet biedt je de mogelijkheid om ook via live online uitzendingen het hele gebeuren te volgen.
Klik op het beeld hieronder en Clay Center Observatory brengt het toch wel bijzonder gebeuren perfect in beeld (dat hoop ik toch…):

image

donderdag 7 februari 2013

Toch wel heel dicht bij

Volgende week vrijdag, 15 februari, is er toch wel iets bijzonders te verwachten aan het firmament.
De asteroïde 2012 DA14 zal dan rakelings langs de aarde scheren.
En rakelings is het wel: ze passeert op ongeveer 30.000 km boven het aardoppervlak!
Dat wil zeggen dat ze de aarde nadert tot op een afstand waarbinnen zich ook een aantal geosynchrone TV- en  communicatiesatellieten bevinden.
Tussen haakjes: geosynchrone satellieten zijn satellieten die dezelfde omlooptijd rond de aarde hebben als de rotatietijd van de aarde rond haar eigen as, maar die zich niet permanent op dezelfde plaats boven het aardoppervlak bevinden. Pas na één volledige omwenteling komen ze weer op dezelfde plaats terug.

21012 DA14 is wel een klein stuk ruimterots, maar toch nog altijd ongeveer een half voetbalveld groot.
Maak je geen zorgen: de astronomen van NASA kennen de baan van het brokstuk perfect. Het zal de aarde niet raken!
Ze kunnen precies voorspellen dat het moment van dichtste nadering om 20.26u. (onze tijd) zal zijn.
En dit is de baan die het zal volgen:

Bron van dit beeld: NASA

Vrijdag 15 februari om 19.26u, is het donker bij ons.
De kans bestaat dat we de asteroïde kunnen zien met een verrekijker of een telescoop.
Maar dan moet je wel weten waar kijken.
Want wegens zijn dichte afstand beweegt het ding snel en is zijn positie aan de hemel sterk afhankelijk van waar je je bevindt.
Ik hoop jullie daarover volgende week meer indicaties te kunnen geven.
Maar in elk geval zal de aardscheerder via live online uitzendingen te volgen zijn.
Via een Ustream uitzending vanuit het Clay Center Observatory bijvoorbeeld, waar het aftellen nu al begonnen is...

image

dinsdag 22 januari 2013

Jupiter slowt met de maan

Of de sneeuwluchten roet in het eten zullen strooien weet ik niet, maar als we vanavond van een heldere vrieslucht kunnen genieten, “moeten” jullie naar buiten.
Om omhoog te kijken.
Want vanavond staat Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, zeer dicht bij de maan.
Schijnbaar dicht natuurlijk, d.w.z. hoe dicht we Jupiter en maan ten opzichte van elkaar aan de hemel zien.
Maar in dit geval staan ze ook qua reële afstand "zeer" dicht bijeen.
En zelfs het dichtst bij elkaar voor de volgende 13 jaar. Pas in 1926 (dan zou ik er 80 zijn…) staat Jupiter dichter bij de maan dan nu.
En over welke reële afstanden gaat het?
De maan staat vandaag om 11.52u. op 405.311 km van de aarde, het verste punt (apogeum) van haar maanbaan rond de aarde.
Jupiter staat dan zo maar eventjes 665,7 miljoen km ver weg!
Maar ondanks die verre afstand kan je Jupiter vanavond bij helder weer niet missen: hij staat een paar graden boven de maan te schitteren, helderder dan Sirius, de helderste ster aan onze sterrenhemel. En met een verrekijker en een beetje geluk kan je misschien zelfs één of meer van zijn vier grote manen zien.

Hieronder staat een Stellarum-simulatie van de stand van Jupiter en de maan vanavond rond 20u. in het zuidoosten:

image

Eigenlijk is wat we vanavond zien niet echt de schijnbaar dichtste stand van Jupiter tot de maan.
Die is deze morgen om 5.00u al bereikt, maar toen stonden beide hemellichamen 2° onder de horizon en dus onzichtbaar voor ons oog.
Maar toch blijft de reus van ons zonnestelsel de volgende dagen zeer dicht bij onze Luna dansen.
Ze maken er een niet te missen slowke van…

zaterdag 12 januari 2013

Kepler vindt een super Goudlokje: KOI-172.02

Wie mijn blogje van in de beginne gevolgd heeft, weet dat ik hier op 7 maart 2009 de start aangekondigd heb van NASA’s Kepler-project: de zoektocht naar aardachtige planeten rond zonachtige sterren in een beperkt gebied van ons melkwegstelsel.
Ondertussen zijn we bijna 4 jaar verder en het resultaat is overweldigend.
Zelfs al is er maar gezocht in een minuscuul klein deeltje van het heelal, toch heeft Kepler tot nu toe niet minder dan 2740 “potentiële aardkandidaten” gevonden!
NASA neemt aan dat minstens 90% daarvan bonafide planeten zijn en geen planetoïden of dubbelsterren.
Bedenk daarbij dat Kepler alleen die planeten kan detecteren die direct tussen de ruimtetelescoop en hun zon passeren. Wellicht zijn er dus nog veel meer aardachtige planeten die niet goed gelinieerd zijn om door Kepler geregistreerd te worden.

Zeer recent (7 januari 2013) is er binnen die grote verzameling een super-kandidaat ontdekt die aan drie belangrijke voorwaarden voldoet: de KOI-172.02.
Tussen haakjes: KOI staat voor Kepler Object of Interest.
Wat zijn de kenmerken van KOI-172.02?
  • hij beweegt in een zogenaamde “levensvatbare zone” rond zijn ster. D.w.z. op een afstand van zijn ster die qua temperatuur leven in waterig midden mogelijk maakt.
    Die levensvatbare zone wordt door NASA de Goudlokjes-zone genoemd.
    Daarmee wordt verwezen naar het bij ons minder bekende sprookje van Goudlokje en de drie beren. In dat sprookje proeft Goudlokje van drie borden pap, maar slechts één heeft de juiste temperatuur, net zoals onze KOI…
    Zeg nu nog eens dat astronomen en natuurkundigen niet romantisch kunnen zijn!
  • hij heeft een massa van 1,5 keer die van onze aarde
  • en zijn ster is van het stabiele zonachtige type, een beetje kouder dan onze zon
Vooral die laatste voorwaarde is belangrijk omdat de meeste sterren waarrond planeten bewegen, zogenaamde rode dwergen zijn, met een te lage temperatuur om aardachtig leven op die planeten mogelijk te maken.
Hieronder zie je een zogenaamde infographic waarin KOI-172.02 met onze aarde vergeleken wordt:

Find out the facts about the most Earth-like exoplanet yet found in this SPACE.com infographic.

En zo gaat het tegenwoordig: KOI-172.02 is nog maar net aangekondigd of op internet gonst het al van fantasierijke verhalen over een “alien-aarde”.
Laat ons maar even afwachten wat verder onderzoek van deze interessante kandidaat oplevert.
En misschien tovert Kepler binnenkort nog veel boeiender Goudlokjes uit zijn hoed…

donderdag 30 augustus 2012

Morgen vrijdag is een blauwe-maan-dag.

Morgen is het volle maan.
Niets bijzonders zal je zeggen, dat gebeurt maandelijks.
Maar hola, niet te snel! Morgen is het blauwe maan!
En dat wil zeggen dat dit de tweede volle maan is deze maand.

Als je er je kalender op naslaat (de onvolprezen Druivelaar bijvoorbeeld), zal je zien dat er op donderdag 2 augustus al een eerste volle maan was.
En maanden met twee volle maanden, maanden met een blauwe maan dus, zijn toch relatief zeldzaam: ongeveer ééns om de 2,5 jaar is er zo één. Om iets preciezer te zijn: 7 keer in 19 jaar.
Bekijk ons blauwe Laura dus maar eens goed morgen, want voor de volgende moet je nog bijna drie jaar wachten: tot 2 juli 2015.

Dat er blauwe manen voorkomen heeft natuurlijk alles te maken met de omlooptijd van onze maan rond de aarde.
Tussen 2 volle manen zitten er  29,503 dagen zitten.
Dat is minder dan het aantal dagen in een maand.
Bijgevolg moet er zo nu en dan wel eens een maand met twee volle manen voorkomen.

Maar waarom zo’n tweede volle maan op een maand nu precies een blauwe maan genoemd wordt is niet helemaal duidelijk.
Het heeft in elk geval niets met de kleur van de maan te maken.
En volle maan heeft immers zelden een blauwe kleur.
Zo’n blauwe kleur kan wel eens voorkomen als er stofdeeltjes in de atmosfeer aanwezig zijn die precies die afmetingen hebben dat een groot deel van de langste golflengten van het maanlicht (dat zijn de rood-oranje kleuren) door dat stof geabsorbeerd worden.
De kortste golflengten (dat zijn de blauw-paarse kleuren) dringen dan wel door dat stof heen en geven het maanlicht een blauwe schijn.
Bij sommige vulkaanuitbarstingen kan zo’n echt blauwe maan te zien zijn. Naar het schijnt was dat 129 jaar geleden, bij de Krakatau-uitbarsting in 1883, het geval.

Maar een maan hoog aan de hemel is in normale omstandigheden helder wit.
En bij een opkomende maan zorgt de grootte van de neveldeeltjes nu net voor een verspreiding van het blauwe licht, zodat de maan aan de horizon ‘s ochtends er eerder geel-oranje uitziet.
Laat ons daarom maar aannemen dat de naam blauwe maan niets te maken heeft met haar kleur, maar met de zeldzaamheid van het fenomeen.
Net zoals “once in a blue moon” iets zeldzaams betekent.

De blauwe maan van morgenavond komt op in het oosten om 19.54u. en gaat onder in het westen om 7.57u..
Via een simulatie in Stellarium zie je ze hieronder om 22u. in het zuid-oosten glorieus aan de hemel staan, op 60° boven de horizon:

image

Nog zo’n raar fenomeen, maar niet eigen aan een blauwe maan alleen, is dat een maan dicht bij de horizon er schijnbaar groter uitziet dan een maan hoog aan de hemel: de fameuze maanillusie.
Over die illusie en de verklaring ervoor heb ik het in vroegere blogberichten al gehad (1,2).
Maar ik kom er vandaag nog eens op terug omdat astrofysicus dr. Stephen Hughes en zijn student Adam Ellery, de reële te meten grootte van de maan grondig onderzocht hebben.

Met een digitale camera namen ze foto’s van de volle maan, boven zee en boven land, dicht bij de horizon en hoog aan de hemel.
En uit metingen aan die foto’s bleek dat een maan dicht bij de horizon nu net een kleinere afmeting heeft dan een maan hoog in de lucht: 5,73 ± 0,04% kleiner!
Dus net het tegenovergestelde van wat de maanillusie ons doet geloven!

Als oorzaak van die verkleining aan de horizon geven de Australische wetenschappers de breking van het maanlicht door de atmosfeerlagen aan. Ze tonen aan dat die breking zorgt voor een verstoring van de maancirkel, waardoor die in verticale richting samengedrukt wordt.
Hieronder zie je links zo’n samengedrukte oranje maan aan de horizon en rechts een helderwitte maan 60° boven de horizon. Beide manen zijn uiteraard tot dezelfde schaalgrootte herleid:

image

Een uitgebreid verslag van hun eenvoudig een goedkoop experiment, dat goed door leerlingen van het middelbaar onderwijs is uit te voeren, kan je lezen in “Measuring the apparent size of the moon with a digital camera”.

Maar groot of klein, illusie of niet: bekijk ze morgenavond maar eens goed, onze zeldzame, schitterende blauwe maan.
En denk misschien nog even aan Neil Armstrong…

zaterdag 25 augustus 2012

Op schaal

Via Space Facts bied ik u dit weekend een beeld aan van ons zonnestelsel op schaal.
Ik herinner u ook nog even aan de volgorde van de planeten vanaf de zon: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus.
My Very Educated Mother Just Showed Us Nine Planets” weet je nog wel?

Bedenk dat op de infographic hieronder 1 pixel overeenkomt met 279,6km.
Als je weet dat het beeld 550 pixels breed is, kan je zelf op je scherm uitrekenen wat voor een klein stipje zo’n pixel wel is.
Bedenk ook dat de Franstalige Brusselaars van Sint-Genesius-Rode er in geslaagd zijn om het Gordeltrefpunt 875 meter te verplaatsen…

The Planets to Scale - Space Facts

zaterdag 11 augustus 2012

Vlieg mee door (een deeltje van) het heelal

Op het moment dat we volop de jaarlijkse periode van de “vallende sterren”, de meteorenenregen van de Perseïden, kunnen beleven, hebben astronomen van de Sloan Digital Sky Survey III (SDSS-III) de grootste 3D-kaart ooit van het heelal vrijgegeven.

Deze 3D-kaart werd samengesteld op basis van waarnemingen met o.a. een gespecialiseerde spectrometer (BOSS).
Deze waarnemingen zijn gestart in 2001 en worden zeker nog tot 2014 verdergezet.
De ongelooflijke kaart lokaliseert bijna 1 miljoen sterrenstelsels (waarvan onze Melkweg er ééntje is…) en peilt tot 12 miljard lichtjaren diep in het heelal.
Toch is nog maar een beperkt gedeelte van het universum in beeld gebracht zoals je op onderstaande illustratie kan zien.
Tegen 2014 hoopt men objecten van een kwart van het heelal 3-dimensionaal te kunnen lokaliseren.
Uit de kennis van ruimtelijke positie van de objecten hopen de astronomen ook meer inzicht te kunnen krijgen in de aard van de mysterieuze donkere materie en de donkere energie die samen naar men schat 96% van het universum vullen



Op basis al die gegevens hebben Miguel Aragon en Alex Szalay van de Johns Hopkins University samen met Mark Subbarao van het Adler Planetarium een simulatie samengesteld waarmee we door een deel van het in kaart gebrachte heelal kunnen vliegen.
In het filmpje is de berekende positie van bijna 400.000 sterrenstelsels weergegeven die zich bevinden tot op 1,3 miljard lichtjaar van de aarde verwijderd.
Je ziet de sterrenstelsels tegen een onmogelijke snelheid aan je voorbij flitsen.

En als je vanavond vallende sterren zou zien, bedenk dan dat dit uiteindelijk maar kleine stofdeeltjes zijn, resten van de komeet Swift-Tuttle, die opbranden als ze onze aardatmosfeer binnendringen op… een paar honderden kilometer van ons af. Verwaarloosbaar dicht vergeleken met de afstand tussen de galaxieën in het filmpje.
Maar doe toch maar een stille wens


dinsdag 17 juli 2012

Het heelal in allerlei golflengten

Wat we van het heelal kunnen waarnemen, hangt af van de golflengte die we voor deze waarneming gebruiken.
Ons menselijk oog laat ons uiteraard alleen maar toe om het zichtbaar licht te gebruiken.
Maar dat is slechts een heel beperkt gebied van het totale elektromagnetisch spectrum:



image

Maar in de loop van de voorbije eeuwen, en vooral vanaf de 20ste eeuw, is de mens er in geslaagd om toestellen te ontwikkelen waarmee we het waarneembare universum ook in andere golflengten kunnen bekijken.
Het beeld dat die andere golflengten ons laten zien levert merkwaardige en waardevolle extra informatie op over gebeurtenissen die zich in het heelal afspelen en die niet in het zichtbaar licht waar te nemen vallen.

Stuart Lowe, Chris North (Cardiff University) en Robert Simpson (Oxford University) hebben recent de formidabele internetsite, Chromoscope,  opgezet waarmee ze ons toelaten om interactief ons waarneembaar heelal in zeven golflengtegebieden te bewonderen: gamma stralen, Röntgen stralen, H-α (= waterstof alfastralen – zie spectrum hierboven), zichtbaar licht, infrarood stralen en microgolven.

Op de startpagina van de site kan je met een slider rechts bovenaan door de verschillende golflengtegebieden navigeren.
Maar daar houdt het niet bij op.
De makers geven ook uitleg bij de opvallende verschillen die we te zien krijgen: “What am I looking at?

Bekijk eerst even het YouTube-filmpje waarin we meer uitleg krijgen over het gebruik van de Chromoscope en ga daarna op onderzoek in dat mysterieuze, wonderbare heelal, waarin we als onbetekenend schepseltje een minuscule fractie van de tijd mogen rondhuppelen.


Hoe Chromoscoop werkt

Klik op het beeld hieronder om de exploratietocht te starten:

image

dinsdag 10 juli 2012

360° op Mars

NASA heeft eergisteren een unieke fotomontage vrijgegeven waarmee we een beeld krijgen van een 360° breed gebied in de buurt van waar het marswagentje Opportunity zich tussen zijn sol 2811 (= 21 december 2011) en zijn sol 2947 (8 mei 2012) bevond.

Een sol is de tijd die Mars nodig heeft om rond zijn eigen as te draaien. Een marsdag dus.
Een kleine rekensom leert ons dat de periode waarin de beelden genomen werden gespreid ligt over 136 sol. En dat komt overeen met 139 aardse dagen.
Een sol is dus iets langer (afgerond 2,6%) dan een aardse dag.

Opportunity is intussen al meer dan 8 aardse jaren actief op Mars!
Het panoramisch beeld hieronder is een combinatie van 817 opnames die Opportunity in die periode maakte in de buurt van Greeley Haven, zijn overwinteringsgebied.
Omdat dit gebied van 360° in het beeld in een plat vlak werd samengedrukt, ligt het noorden van Mars op dit beeld bovenaan en het zuiden vind je aan de linkse én rechtse rand.
Als je op de foto klikt krijg je een grotere weergave:


De beelden hieronder geven meer details over de ligging van Greeley Haven op onze rode nabuurplaneet.
Greeley Haven, een gebied zo genoemd ter ere van de vorig jaar overleden ruimtevaartdeskundige Ron Greely, ligt op de rand van de Endeavour krater:

image

En de Endeavour krater ligt ten zuiden van de Marsevenaar:

image

Meer details over de missie van Opportunity vind je op de Marsexpeditie-site van NASA.
Uiteraard kan je Opportunity ook volgen op Facebook en Twitter.

Ik wil er ook nog even aan herinneren dat een derde onderzoeksrobot op weg is naar Mars: Curiosity,
Curiosity, een veel groter exemplaar dan zijn voorgangers Spirit en Opportunity, werd op 26 november 2011 gelanceerd. De landing wordt verwacht op 6 augustus 2012, binnen 27 dagen dus. Daar kom ik mettertijd zeker op terug.

En intussen kan je natuurlijk ook Curiosity's reis volgen op Facebook en Twitter. Had je iets anders verwacht?

zondag 1 juli 2012

Deze (mooie?) zomer zal 1 seconde langer duren

Zoals het er nu aan toegaat met het weer, moet het ons niet van blijdschap de lucht doen inspringen. Maar we kunnen het ook niet tegenhouden: deze zomer zal 1 seconde langer duren dan de zomer van vorig jaar!
Vannacht om 01u.59m.59s. onze tijd, is de atoomklok van het Britse National Physics Laboratory overgegaan naar 01u.59m.60s., om dan pas weer verder te gaan met 02u.00m.00s.
Er is dus een schrikkelseconde toegevoegd.

image

Waarom was die schrikkelseconde nodig?
Omdat onze aarde ons een beetje in de steek laat: haar rotatie vertraagt.
Die vertraging is onder andere een gevolg van de remmende werking van de getijden.
De de tijd die we op onze PC’s en ander radiogestuurde klokken aflezen, steunt op atoomklokken. En die zeer precieze en constante klokken vertonen dat vertragingsverschijnsel niet. Bijgevolg moet er regelmatig een correctie uitgevoerd worden om die atoomklokken in overeenstemming te brengen met de middelbare zonnedag. Dat is de tijd die steunt op de aardrotatie. Als men de atoomklokken niet zou synchroniseren met de middelbare zonnetijd zouden die twee tijdstandaarden verder en verder van elkaar gaan verschillen. Dit verschil zou binnen 500 jaar ongeveer 25 minuten bedragen.

In 1972 werd het inlassen van een schrikkelseconde voor het eerst uitgevoerd.
Sindsdien gebeurt dit telkens als het tijdsverschil tussen de middelbare zonnedag en de tijd bepaald door de atoomklokken de 0,9s. overschrijdt.
Men voegt de schrikkelseconde dan toe na 23u.59m.59s. UTC (= de standaardtijd gebaseerd op atoomklokken), ofwel op 31 december, ofwel op 30 juni.
Dit is intussen al 35 keer gebeurd. De schrikkelseconde van 01u.59m.60s. (onze tijd) op 31 december 2009 was de laatste welke die van vannacht vooraf ging.

De correcties door middel van schrikkelseconden lijken logisch maar toch is er heelwat discussie over. Astronomen willen ze behouden, metrologen willen ze kwijt.
Eén van de nadelen blijkt te zijn dat sommige computersystemen de schrikkelseconde niet op het juiste moment (kunnen) toepassen. Daardoor werken ze tijdelijk met een niet correcte tijd. Voor b.v. communicatie- en navigatiesystemen van satellieten, waarbij permanent uiterst correcte tijdmetingen noodzakelijk zijn, kan dit blijkbaar problemen opleveren.
Sommige landen (de USA o.a.) willen daarom van die schrikkelseconde af.
Maar voorlopig hebben ze het niet gehaald en is “het zetje” vannacht weer gebeurd.

De schrikkelseconde is dus nog eens gered.
Maar de beslissing of ze zal blijven, zal opnieuw bekeken worden door de experten van de International Telecommunication Union (ITU) tijdens een conferentie gepland in 2015.
Profiteer er dus maar van. Want misschien is het dan wel voor goed gedaan met die lange (mooie?) zomer…

Laat ons hopen dat hij eindelijk begonnen is!

woensdag 27 juni 2012

Het is planetentijd

Einde juni, begin juli is het extra planetentijd.
Uitzonderlijk kan je in deze tijd van het jaar niet minder dan 5 planeten aan het firmament zien.
En met zien bedoel ik: met het blote oog. Maar een verrekijker kan altijd wel een beetje helpen.
5 van de 7 anderen die net als onze aarde rond onze immense zon cirkelen, geef toe dat is niet weinig.
Die “zichtbaren”, beginnend vanaf de zon en zo verder weg zijn: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus.


Waar moet je dan kijken?
Voor Mercurius, Mars en Saturnus moet in het westen zijn.
Je kijkt best ongeveer een uur na zonsondergang, d.w.z. rond 23u.
De simulatie hieronder laat zien dat Mercurius dan dicht bij de horizon staat. Vroeger op de avond staat hij hoger maar dan is hemel nog te helder om hem goed te kunnen waarnemen.
Mars staat schuin rechts boven de maan en Saturnus staat er links van.
Let op dat je Saturnus niet verwart met Spica, de heldere dubbelster er juist onder.
Boven Saturnus zie je de heldere rode reus Arcturus.


De andere twee, Venus en Jupiter, kan je in het oosten zien, maar…vroeg!
Te vroeg voor de meesten, vrees ik. Want je kijkt best net vóór zonsopgang en dat is morgenvroeg al om halfzes…
Ja, 5 planeten aan het firmament, dat krijg je niet zo maar cadeau!


zondag 17 juni 2012

Een mijlpaal: Voyager I duikt de interstellaire ruimte in!

Binnenkort staan wij aardbewoners voor een historisch moment: een door mensen vervaardigd toestel gaat ons zonnestelsel verlaten en de onmetelijke interstellaire ruimte induiken.
Velen zullen bij dit nieuws eventjes de schouders ophalen, maar eigenlijk is dit voor de mensheid een formidabele mijlpaal.

image

Bron beeld: NASA

In 1977 lanceerde NASA met een paar weken verschil Voyager I (V1) en Voyager II (V2), twee ruimtesondes die als eerste opdracht hadden om informatie over de verre planeten in ons zonnestelsel te verzamelen.
Dit werd een succesvolle missie en onze kennis over Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus is dankzij de Voyagers sterk toegenomen.
Maar 35 jaar later en respectievelijk 18 miljard km (V1) en 15 miljard km (V2) verder, snellen beide ruimtetuigen met een duizelingwekkende vaart van 17km per seconde (= 61.200 km/h) verder naar de interstellaire ruimte.
Ze zenden nog altijd radiosignalen naar de aarde, die weliswaar geen beeldinformatie meer bevatten, maar informatie over stralings- en deeltjesintensiteit.
Het is deze stralingsinformatie die er op wijst dat V1, die het verst gevorderd is, zeer dicht de grens van de interstellaire ruimte is genaderd.
Die grens wordt gevormd door de rand van de heliosfeer. Dit is het gebied rond de zon waar de zonnewind dominant is. Op de grens van die heliosfeer heerst de zogenaamde heliopause: de zonnewind en de straling afkomstig uit de verdere ruimte heffen elkaar op.
De signalen afkomstig van V1 wijzen er op dat hij zich nu in het heliopausegebied bevindt en dus “binnenkort” de interstellaire ruimte binnen vliegt.


Bron beeld: NASA

V1 heeft net als V2 een gouden plaat van 30,48cm diameter bij waarop informatie over onze aarde en zijn bewoners is aangebracht.
Niet alleen onder de vorm van de gravures die je hierboven kan zien, maar ook onder de vorm van beelden, gesproken boodschappen in allerlei talen, muziek en aardse geluiden.
Wie weet is er ooit ergens iets of iemand die er iets mee doet en ons een antwoordje stuurt?

donderdag 7 juni 2012

Venus niet gezien. De zon ook niet

Romershoven, woensdagnacht, 3.45u. De wekker rinkelt ons wakker en fluks gooi ik de lakens weg.
”Waar ga je naartoe?” vraagt Mia.
”Naar Venus kijken” zeg ik.
”Blijf dan maar hier” fluistert ze…
Maar ik kan aan de verleiding weerstaan.
Ik raap mijn GPS, mijn GSM, mijn verrekijker, mijn eclipsbrillen, mijn mylarfilters, mijn fototoestel en… mijn paraplu bij elkaar en vertrek richting de rode parking van KRC Genk.
Onderweg plenst de regen tegen mijn voorruit. Dat ziet er slecht uit, zoals voorspeld.

En inderdaad: het is nooit beter geworden gisterenmorgen.
Ondanks de fantastische waarnemingsplaats boven op de oude mijnterril van Waterschei en het arsenaal aan waarnemingsmateriaal dat door de mensen van de Genkse volkssterrenwacht Cosmodrome naar boven werd gesleept, ondanks de cameraploeg van VTM en de journalisten van Het Belang van Limburg: we hebben ze niet gezien, noch de zon, noch Venus.
Maar het ontbijt was lekker!

Op dan maar naar de eerstvolgende Mercuriusovergang op 9 mei 2016 om 13.05u
Tenminste als 't God en de nog overblijvende Clarissen beliefd.


VO18

image


Aan enthousiasme op voorhand ontbrak het nochtans niet:

Toen was geluk nog heel gewoon…


“We hadden beter onze Venus in bed bekeken” zei iemand. En daarmee herhaalde hij wat ik ‘s morgens vroeg ook al had gehoord
Oké, dat regelen we straks dan wel, want daar moeten we geen 122 jaar op wachten…

dinsdag 5 juni 2012

Zouden we de Venusboog kunnen zien?

Zoals ik jullie een paar dagen geleden liet weten: morgen van 00:03:55 tot 06:54:59 trekt Venus voorbij tussen onze aarde en de zon.
Vanaf zonsopgang (om 5.26u. in Genk) tot het laatste contact kunnen we dit uniek gebeuren ook in onze contreien bewonderen.
En uniek is het wel: pas over 105 jaar, in 2117, is dit nog eens te zien. En zo’n overgang gebeurt maar 4 keer in 243 jaar. Zelfs onze kleinkinderen gaan het dus niet meer live meemaken.

Maar of wij het live gaan kunnen meemaken hangt van de weergoden af. En dat ziet er niet goed uit: er wordt voor woensdagmorgen 100% bewolking voorspeld:

image

En een weerwonder mogen we ook vergeten. Want al zijn er nog eieren, er zijn geen Clarissekes meer. We hebben het ver gebracht…
We kunnen dus alleen maar hopen dat Frank Deboosere & Cie een serieuze rekenfout gemaakt hebben en dat het zonneke toch door de wolken piept.
Desnoods moeten we maar naar plan B overschakelen en via internet vanaf middernacht(!) live uitzendingen volgen vanuit wolkeloze oorden: hier en hier.

De Venusovergang van morgen heeft nochtans iets bijzonders in petto: we zouden de zogenaamde Venusboog kunnen zien.
Die Venusboog is pas bij de vorige passage in 2004 ontdekt door de Franse amateur-astronoom André Rondi.
Het gaat om een oplichtende band rond de rand van Venus.
Die band was goed te zien was toen de planeet zijn intrede (ingress) en zijn uittrede (egress) op de zonneschijf maakte:


Natuurkundigen hebben intussen een verklaring gevonden voor het verschijnsel: het gaat om een bijzondere breking van het zonnelicht door luchtlagen boven de hoogste wolkenformaties van de planeet.
Verdere studie van dit brekingsverschijnsel zou beter inzicht kunnen geven in de samenstelling van het aparte wolkendek van Venus: zeer hoge percentages koolzuurgas (CO2) en zwavelzuur (H2SO4).
En misschien wordt dan ook een begin van verklaring gevonden voor de super-rotatie: het rare verschijnsel dat het wolkendek van Venus supersnel rond de planeet circuleert: 4 keer sneller dan de planeet rond zijn eigen as draait! De merkwaardige lichtbreking in de Venusboog zou daar iets mee kunnen te maken hebben.
Astronomen en fysici willen daarom van deze Venusovergang gebruikmaken om die super-rotatie grondig te bestuderen. Wereldwijd staan er daarom morgen 9 coronografen klaar om de Venusboog te onderzoeken.

 

Klik hier voor een langere film over de Venusatmosfeer.


In de 18de en 19de eeuw waren de waarnemingen van de Venusovergang vooral gericht op de bepaling van de Astronomische Eenheid, de afstand van de aarde tot de zon.
Via de 3de wet van Kepler konden daarmee de afstanden tussen alle planeten in ons zonnestelsel berekend worden. Ons zonnestelsel kreeg concrete afmetingen.
In 2004 werd vooral de absorptie van het zonlicht door Venus onderzocht in het kader van het Kepler-project, de zoektocht naar aardachtige planeten elders in het heelal.
Morgen is de Venusboog aan de orde.

In 1882 dacht de Amerikaanse astronoom William Harkness bij de toenmalige Venusovergang in de volgende poëtische bewoordingen over de toekomstige 21ste eeuw:

”We are now on the eve of the second transit of a pair, after which there will be no other till the twenty-first century of our era has dawned upon earth, and the June flowers are blooming in 2004…
What will be the state of science when the next transit season arrives? God only knows”
.

Wat zal het in 2117 zijn?

donderdag 31 mei 2012

Venusovergang: 06-06-2012 – Volgende: 11-12-2117!

Volgende week woensdag is het zover: Venus schuift tussen de aarde en de zon in en werpt dus een klein schaduwvlekje op onze aardbol.
Ik wil het hier al een kleine week op voorhand over deze zogenaamde Venusovergang hebben opdat jullie tijdig de nodige voorbereidingen zouden kunnen treffen voor de waarneming.
Want het gaat hier om een niet te missen, uniek astronomisch gebeuren. Iets dat je normaal maar eenmaal in je leven kan meemaken.
De tijd tussen twee opeenvolgende overgangen verloopt immers volgens de volgende reeks: na 121,5 jaar, 8 jaar, 105,5 jaar, 8 jaar. Die cyclus herbegint dus om de 243 jaar!
Omwille van dat cyclusverloop konden mensen van onze generatie konden zo’n Venusovergang ook al in 2004 bekijken. De volgende zal dus pas in 2012 + 105 = in 2117 plaats vinden. Te laat voor ieder van ons.
Kijken dus!
En zó zal woensdag a.s. de tocht van Venus over de zonneschijf er uit zien:


In België en Nederland zullen we die overgang echter niet volledig kunnen meemaken.
Want bij zonsopgang is het schouwspel al aan de gang. Alleen het laatste gedeelte zal te bekijken zijn.
De zon komt woensdag 6 juni bij ons op om 5.25u. In bovenstaand beeld laat het klokje linksonder zien dat Venus dan al dicht de rechter zonnerand is genaderd. Om 6.55u. is alles achter de rug.
Wie dat alles live wil aanschouwen zal dus vroeg uit de veren moeten!

Een belangrijke waarschuwing: wie de overgang wil bekijken, moet net zoals bij een zonsverduistering zorgen dat hij zijn ogen perfect beschermt:

           KIJK NOOIT RECHTSTREEKS NAAR DE ZON ZONDER BESCHERMING!
Zorg dus voor een eclipsbril of een ander sterk zonnefilter!

Het koppel Venusovergangen van de 18de eeuw (1761 en 1769) werd door de astronomen gebruikt om de astronomische eenheid (AE), dit is de afstand aarde-zon, te bepalen.
In onze tijden zijn er andere en nauwkeuriger middelen beschikbaar voor dergelijke metingen.
Het belang van de overgang ligt tegenwoordig meer in het meten van de hoeveelheid zonlicht die door de planeet bij zijn overgang wordt afgeschermd. Die kennis is nuttig bij de zoektocht naar aardachtige planeten elders in heelal. Mogelijke kandidaten worden immers ook geselecteerd op basis van de lichtabsorptie bij de passage vóór hun eigen ster.
Ik verwijs hiervoor naar de vroegere blogberichtjes hierover in het kader van de Kepler-missie.

Het beste kan je zo’n enig gebeuren live beleven samen met specialisten ter zake. Alle volkssterrenwachten organiseren bijeenkomsten waar in groep, met de nodige apparatuur én veilig naar de zon en Venus kan gekeken worden.
Ik zal er in elk geval woensdagmorgen bij zijn op de terril van Waterschei, om samen met de groep van de Genkse Cosmodrome het schouwspel te bewonderen.
Wie meewil kan nog inschrijven tot dinsdag 5 juni.
Misschien zien we mekaar daar wel?