Aangezien de eitjes in 6 verschillende kleuren voorkomen is 6 het maximum aantal eitjes dat Mieke kan rapen zonder dat ze een paar met twee gelijk gekleurde eitjes vindt.
Het zevende eitje zal altijd een gelijk gekleurd paar opleveren.
Het achtste eitje zal een tweede paar opleveren als het verschillend is van het zevende eitje.
Als het achtste eitje dezelfde kleur heeft als het zevende, zal het negende definitief een 2 de paar van gelijk gekleurde eitjes opleveren: ofwel 2 paar van allemaal gelijk gekleurde eitjes ofwel 1 paar van één kleur en één paar van een andere kleur.
Dus Mieke moet minstens 9 eitjes rapen om met 100% zekerheid 2 paar eitjes te vinden waarvan de eitjes per paar eenzelfde kleur hebben.
Milde reflecties van Hervé Tavernier op heden en verleden met ook wat tips, nieuwtjes, spelletjes en puzzelkes.
Posts tonen met het label puzzel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label puzzel. Alle posts tonen
maandag 1 april 2013
vrijdag 29 maart 2013
Paaspuzzel
Op paasdag is het in De Pastorij van Romershoven ieder jaar weer eitjes rapen voor de kinderen.
Op en om het grote grasveld achter de gebouwen worden er 100 gekleurde paaseitjes verstopt:
Wat is het minimum aantal eitjes dat Mieke moet vinden om met 100% zekerheid 2 paar eitjes te vinden waarvan de eitjes per paar dezelfde kleur hebben.
Dus bijvoorbeeld:
2 rode eitjes (1ste paar) én 2 blauwe eitjes (2de paar) of 2 gele eitjes (1ste paar) én nog eens 2 gele eitjes (2de paar).
Stuur me je antwoord ten laatste op paasavond.
Op paasmaandag om 21.30u. los ik hier de paaspuzzel op.
Op en om het grote grasveld achter de gebouwen worden er 100 gekleurde paaseitjes verstopt:
- 20 rode
- 14 blauwe
- 15 groene
- 16 bruine
- 17 gele
- en 18 oranje
Wat is het minimum aantal eitjes dat Mieke moet vinden om met 100% zekerheid 2 paar eitjes te vinden waarvan de eitjes per paar dezelfde kleur hebben.
Dus bijvoorbeeld:
2 rode eitjes (1ste paar) én 2 blauwe eitjes (2de paar) of 2 gele eitjes (1ste paar) én nog eens 2 gele eitjes (2de paar).
Stuur me je antwoord ten laatste op paasavond.
Op paasmaandag om 21.30u. los ik hier de paaspuzzel op.
maandag 25 maart 2013
Water-bij-de-wijn-puzzel – oplossing
Aangezien de 2 grote wijnglazen dubbel zoveel inhoud hebben als het kleine, kunnen we de drie wijnglazen als volgt voorstellen:
De grote glazen nemen zoals je ziet 2/5 van de totale inhoud in en het kleine glas 1/5.
Van die totale inhoud is 1/3 wijn.
En die 1/3 wijn wordt geleverd door:
Of 1/3 = 1/10 + 2/15 + 2w/5
Of 10 = 3 + 4 + 12w
Of w = 1/4
In het tweede grote glas zat er dus 25% wijn.
Tot vrijdag!
De grote glazen nemen zoals je ziet 2/5 van de totale inhoud in en het kleine glas 1/5.
Van die totale inhoud is 1/3 wijn.
En die 1/3 wijn wordt geleverd door:
- 1/2 van de inhoud van het kleine glas. Dus: 1/2 x 1/5 van het totaal volume
- 1/3 van de inhoud van het eerste grote glas. Dus: 1/3 x 2/5 van het totaal volume
- w van de inhoud van het tweede grote glas. Dus: w x 2/5 van het totaal volume
Of 1/3 = 1/10 + 2/15 + 2w/5
Of 10 = 3 + 4 + 12w
Of w = 1/4
In het tweede grote glas zat er dus 25% wijn.
Tot vrijdag!
vrijdag 22 maart 2013
Water-bij-de-wijn-puzzel
Gegeven: 3 wijnglazen. Twee van die glazen hebben een gelijke inhoud en kunnen elk tweemaal zoveel vloeistof bevatten als het derde glas.
Dat derde (kleinste) glas wordt nu helemaal tot op de rand gevuld: voor de helft met wijn en voor de andere helft met water.
Het eerste van de grote glazen wordt voor 2/3 met water gevuld en verder tot op de rand met wijn.
Het tweede grote glas bevat ook water en wijn.
Nu giet men de inhoud van de drie glazen leeg in een kom.
En nu blijkt dat het mengsel in de kom voor 1/3 uit wijn bestaat.
Hoeveel % wijn bevatte het tweede grote wijnglas?
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. geef ik hier de oplossing van het wijnmysterie.
maandag 18 maart 2013
Vispuzzel – oplossing
Zoals ik hierboven met kleurtjes probeer duidelijk te maken heeft het visje een oppervlakte van 14,5 vierkantjes.
En dat figuur 5 ook een oppervlakte heeft van 14,5 vierkantjes is in één oogopslag te zien.
Tot vrijdag voor een ietsje moeilijker opgave…
vrijdag 15 maart 2013
Vispuzzel
Welke van de figuren 1 tot en met 6 heeft dezelfde oppervlakte als het visje erboven?
Moeilijk is dat niet. Dat is nu eens echt puzzelwerk!
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier het antwoord
maandag 11 maart 2013
Buspuzzel – oplossing
Ik denk dat voor het oplossen van het buspuzzelke vele wegen naar Rome kunnen leiden.
Maar ik heb gekozen voor de grafische aanpak.
Voorafgaand moeten we wel eerst even onderzoeken of de bus die om 8u. vertrekt aan het station er één is die in wijzerzin rijdt of in tegenwijzerzin.
De eerste bus van de dag die in wijzerzin rijdt start om 7u. en dan vertrekken ze om de 20 minuten.
Dus: 7u. – 7.20u. – 7.40u. – 8.00u.
Voilà onze bus rijdt in wijzerzin en kruist bussen die in tegenwijzerzin rijden. En dat zullen alle "tegenwijzerzin-bussen zijn die nog aan het rijden zijn tussen 8u. en 8.40u.
We zouden daar dus gewoon een lijstje kunnen van maken, maar ik doe het (wat ingewikkelder) met een grafiek, omdat dat mij herinnert aan mijn lessen fysica over "eenparige bewegingen".
Alle bussen doen 40 minuten over het parcours. Dat wil zeggen dat ze allemaal met dezelfde gemiddelde snelheid rijden.
Maar met het station als referentiepunt kiezen, kunnen we de snelheid voor de bussen die in wijzerzin rijden als positief beschouwen en de snelheid voor de bussen die in tegenwijzerzin rijden als negatief.
Als we hun afgelegde afstand s in functie van de tijd t uitzetten in een (s,t)-grafiek krijgen we dus rechten: een stijgende rechte voor onze bus die om 8u. in wijzerzin vertrekt en dalende rechten voor de bussen die in tegenwijzerzin rijden.
De hellingsgraad van al deze rechten t.o.v. de verticale is in waarde gelijk, maar in teken tegengesteld.
De eerst bus die in tegenwijzerzin vertrekt, start om 7.10 en komt aan om 7.50u.
Die kan onze bus niet kruisen.
Maar die van 7.30u. wel want die komt pas om 8.10u. aan.
Ook zo voor de bus van 7.50u. enz.
Dit alles lijdt tot de grafiek hierboven.
En daaruit is onmiddellijk te zien dat onze bus 4 bussen die in tegenwijzerzin rijden kruist.
De groeten van De Lijn en tot vrijdag!
vrijdag 8 maart 2013
Buspuzzel
Een mooie deze week en ook niet zo moeilijk.
Probeer dus maar. Hou je hersentjes fit!
In Utopia bestaat er blijkbaar een perfect cirkelvormig lijnbusparcours.
Vanaf 7u ‘s morgens vertrekt er vanaf het station om de 20 minuten een bus die het parcours aflegt in wijzerzin.
Vanaf 7u.10 vertrekt er vanaf het station om de 20 minuten een bus die het parcours aflegt in tegenwijzerzin.
Iedere bus doet er precies 40 minuten over om terug bij het station aan te komen.
Een bus die dus om 8u. aan het station vertrekt, komt er om 8u.40 weer aan.
Hoeveel bussen heeft die bus dan op het parcours gekruist?
Stuur mij uw antwoord met een beetje uitleg tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier een oplossing.
maandag 4 maart 2013
Oppervlaktepuzzel – oplossing
Ik weet niet of het berekenen van de grootste gemeenschappelijke deler (GGD) tegenwoordig nog op “het programma” staat in het lager onderwijs of de eerste jaren van het middelbaar.
Bij mensen van mijn generatie was dit wel het geval.
En met die bagage is het niet moeilijk op het vloerdersprobleem op te lossen.
Want als je een kamer van 888cm x 672cm met vierkante tegels moet vullen, moet de zijde van zo’n tegel de GGD zijn van die twee afmetingen.
En de GGD van 888 en 672 is 24.
Want als we we 888 en 672 ontbinden in priemfactoren (weet je nog uit de lagere school wat dat zijn? Delers van een geheel getal die priemgetallen zijn) vinden we:
888 = 2 x 2 x 2 x3 x 37
672 = 2 x 2 x 2 x 2 x 3 x 7
En de GGD = het product van de gemeenschappelijke priemfactoren. En die heb ik in het rood aangeduid: 2 x 2 x 2 x 3 = 24
Dus de tegels die Jos bij O. in Bilzen gekocht heeft waren vierkante tegels van 24cm zijde.
Tot vrijdag!
vrijdag 1 maart 2013
Oppervlaktepuzzel
Jos gaat in een rechthoekige kamer van 8,88m op 6,72m een tegelvloer leggen.
Hij wil dat doen met vierkante tegels die hij naadloos (dus niet zoals hierboven…) tegen elkaar wil leggen en die allemaal heel moeten blijven.
Raar maar waar, het lukt hem om bij O. in Bilzen tegels met de gewenste kleur (denkend aan zijn vrouwke...), maar vooral met de geschikte afmeting te vinden om de kamervloer precies te bedekken.
Hoe groot zijn de tegels die Jos bij O. in Bilzen gekocht heeft?
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier de oplossing van het tegelprobleem.
maandag 25 februari 2013
Kruikenpuzzel – oplossing
- doe de kruik van 5 liter vol en giet daarmee de kruik van 3 liter vol
Dan blijft er in de kruik van 5 liter nog 2 liter over. - giet uw kruik van 3 liter leeg
- giet de 2 liter die nog in uw 5 liter kruik zit in die van 3 liter.
- vul uw 5 liter kruik en vul uw 3 liter kruik verder aan tot vol.
Je giet daarvoor 1 liter water in de 3 liter kruik bij. - in uw liter kruik blijft er nog 4 liter over.
Tot vrijdag!
vrijdag 22 februari 2013
Kruikenpuzzel
Stel dat je precies 4 liter water moet afmeten en je beschikt alleen maar over een maat met 5 liter inhoud en een maat met 3 liter inhoud.
De maten die je ter beschikking hebt, hebben geen schaalverdeling.
Hoe ga je tewerk om aan 4 liter water te geraken?
Probeer het desnoods, maar maak het niet te nat…
En laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. leg ik hier de werkwijze uit.
maandag 18 februari 2013
?-puzzeltje – oplossing
Erg moeilijk was dat niet: het getal in elk klein cirkeltje is de som van de getallen in het tegenoverliggende kwadrant van de grote cirkel.
Dus waar het vraagteken stond moet er 17 komen, want 9 + 8 = 17
Dus waar het vraagteken stond moet er 17 komen, want 9 + 8 = 17
vrijdag 15 februari 2013
Vrijdagpuzzeltje? Even doorscrollen!
Het vrijdagpuzzeltje van vandaag heeft even moeten wijken voor de astronomie-actualiteit.
Maar echt wijken is dat niet. Ik heb het gewoon een half uurtje vroeger gepubliceerd.
Dus, trouwe puzzelaars: scroll gewoon even door tot onder het bericht over 2012 DA14 en je komt op een dit keer wel erg gemakkelijke opgave terecht.
Veel plezier en tot volgende week op het gewone uur.
Maar echt wijken is dat niet. Ik heb het gewoon een half uurtje vroeger gepubliceerd.
Dus, trouwe puzzelaars: scroll gewoon even door tot onder het bericht over 2012 DA14 en je komt op een dit keer wel erg gemakkelijke opgave terecht.
Veel plezier en tot volgende week op het gewone uur.
?-puzzeltje
De vraag is simpel, het antwoord ook: welk cijfer of getal moet er op de plaats van het vraagteken komen?
Dit moet door iedereen op te lossen zijn!
Stuur me je antwoord tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Zondagavond om 21.30u. vind je hier de oplossing.
maandag 11 februari 2013
Damse-Vaart-puzzel – oplossing
Nadat het touw brak voer Jef met zijn motorboot aan 4 km/h en Jan met zijn roeiboot aan 2 km/h.
Het verschil in snelheid bedroeg dus 2 km/h = 2000 m/60 min = 33,33 m/min
Met dat verschil in snelheid voeren ze 3 minuten verder.
Daardoor liep Jef 3 min x 33,33 m/min = 100 m verder uit op Jan.
Maar vergeet niet dat er bij het moment van het knappen van het touw al een verschil van 10 m was.
Dus op het moment dat de frank van Jef valt was het verschil tussen de twee bootjes = 110 meter.
Jef heeft het touw weer geknoopt en Jan verder naar Damme gesleept.
En ze hebben daar eerst samen een frisse Lamme Goedzak gedronken in de Soetkin vooraleer sportieve Jan terug naar Brugge is gepeddeld…
Het verschil in snelheid bedroeg dus 2 km/h = 2000 m/60 min = 33,33 m/min
Met dat verschil in snelheid voeren ze 3 minuten verder.
Daardoor liep Jef 3 min x 33,33 m/min = 100 m verder uit op Jan.
Maar vergeet niet dat er bij het moment van het knappen van het touw al een verschil van 10 m was.
Dus op het moment dat de frank van Jef valt was het verschil tussen de twee bootjes = 110 meter.
Jef heeft het touw weer geknoopt en Jan verder naar Damme gesleept.
En ze hebben daar eerst samen een frisse Lamme Goedzak gedronken in de Soetkin vooraleer sportieve Jan terug naar Brugge is gepeddeld…
vrijdag 8 februari 2013
Damse-Vaart-puzzel
Bruggeling Jan wil gaan bootje varen op de Damse Vaart.
Maar hij wil van Damme naar Brugge peddelen en daarom laat hij zich eerst naar de geboortestad van Tijl Uilenspiegel slepen door de motorboot van zijn vriend Jef.
Van bij het vertrek in Brugge houdt Jef er een flinke vaart in: met 4km/h neemt hij met een 10m lang touw zijn vriend op sleeptouw.
Maar plots knapt dat touw en alhoewel Jan roept, merkt Jef niets en vaart hij lustig verder.
Jan daarentegen begint onmiddellijk te roeien en hij vaart met een snelheid van 2 km/h achter Jefs motorboot aan.
Na 3 minuten heeft Jef het eindelijk door en verveeld zet hij de motor af.
Hoeveel meter ligt Jan op dat ogenblik achter op de boot van Jef?
Laat het me weten tegen ten laatste zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. bereken ik hier de gevraagde afstand.
maandag 4 februari 2013
Kalenderpuzzel – oplossing
Een gebeurtenis X heeft steeds om de 30 dagen plaats.
Een gebeurtenis Y heeft steeds om de 36 dagen plaats.
Een gebeurtenis Z heeft steeds om de 40 dagen plaats.
Op woensdag 23 september 1925 vielen die drie gebeurtenissen voor de eerste keer samen.
Op welke datum zullen ze nadien voor de 1ste keer op een vrijdag samenvallen?
De periode waarna de drie gebeurtenissen samenvallen is natuurlijk het kleinste gemeen veelvoud (KGV) van de drie periodes. Dus het KGV van 30, 36 en 40.
In het Engels is KGV = LCM = Least Common Multiple.
En als we er dan voor het gemak Wolfram Alfa bijhalen (maar dat konden ze nog niet in de tijd van die oude wiskundeboeken!) vinden we met LCM(30,36,40) = 360
Dus om de 360 dagen vallen de gebeurtenissen weer samen.
360 dagen = 51 weken + 3 dagen.
De eerstvolgende weekdag van samenvallen is een woensdag + 3 dagen en dus een zaterdag. Daarna volgt een zaterdag + 3 dagen en dus een dinsdag.
En dan komt de eerste vrijdag.
Hoe zit het met de datum?
Tot de eerste vrijdag zijn er dus 3 periodes van 360 dagen verlopen = 1080 dagen.
Drie jaar vanaf 1925 is 1096 dagen want 1928 is een schrikkeljaar.
Dus 1080 dagen komt overeen met drie jaar min 16 dagen.
De eerste vrijdag waarop de gebeurtenissen samenballen is dus vrijdag 7 september 1928
Een gebeurtenis Y heeft steeds om de 36 dagen plaats.
Een gebeurtenis Z heeft steeds om de 40 dagen plaats.
Op woensdag 23 september 1925 vielen die drie gebeurtenissen voor de eerste keer samen.
Op welke datum zullen ze nadien voor de 1ste keer op een vrijdag samenvallen?
De periode waarna de drie gebeurtenissen samenvallen is natuurlijk het kleinste gemeen veelvoud (KGV) van de drie periodes. Dus het KGV van 30, 36 en 40.
In het Engels is KGV = LCM = Least Common Multiple.
En als we er dan voor het gemak Wolfram Alfa bijhalen (maar dat konden ze nog niet in de tijd van die oude wiskundeboeken!) vinden we met LCM(30,36,40) = 360
Dus om de 360 dagen vallen de gebeurtenissen weer samen.
360 dagen = 51 weken + 3 dagen.
De eerstvolgende weekdag van samenvallen is een woensdag + 3 dagen en dus een zaterdag. Daarna volgt een zaterdag + 3 dagen en dus een dinsdag.
En dan komt de eerste vrijdag.
Hoe zit het met de datum?
Tot de eerste vrijdag zijn er dus 3 periodes van 360 dagen verlopen = 1080 dagen.
Drie jaar vanaf 1925 is 1096 dagen want 1928 is een schrikkeljaar.
Dus 1080 dagen komt overeen met drie jaar min 16 dagen.
De eerste vrijdag waarop de gebeurtenissen samenballen is dus vrijdag 7 september 1928
vrijdag 1 februari 2013
Kalenderpuzzel
Dit vrijdagpuzzeltje komt uit een oud wiskundeboek voor het middelbaar onderwijs.
Probeer het maar eens:
Een gebeurtenis X heeft steeds om de 30 dagen plaats.
Een gebeurtenis Y heeft steeds om de 36 dagen plaats.
Een gebeurtenis Z heeft steeds om de 40 dagen plaats.
Op woensdag 23 september 1925 vielen die drie gebeurtenissen voor de eerste keer samen.
Op welke datum zullen ze nadien voor de eerste keer op een vrijdag samenvallen?
Als je de oplossing gevonden hebt, laat het me dan weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. los ik hier dat kalenderprobleempje op.
Probeer het maar eens:
Een gebeurtenis X heeft steeds om de 30 dagen plaats.
Een gebeurtenis Y heeft steeds om de 36 dagen plaats.
Een gebeurtenis Z heeft steeds om de 40 dagen plaats.
Op woensdag 23 september 1925 vielen die drie gebeurtenissen voor de eerste keer samen.
Op welke datum zullen ze nadien voor de eerste keer op een vrijdag samenvallen?
Als je de oplossing gevonden hebt, laat het me dan weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. los ik hier dat kalenderprobleempje op.
maandag 28 januari 2013
Kroostrijk-gezin-puzzel – oplossing
In “ons” kroostrijk gezin waren er een aantal jongens (J) en een aantal meisjes (M).
Iedere jongen had evenveel broers als zussen, maar aangezien hij zelf een jongen was, was er een jongen meer dan meisjes: J = M + 1
Het aantal zussen van een meisje is voor te stellen door M -1
En dat aantal zussen van een meisje was de helft van haar aantal broers: M – 1 = J/2
Dus hebben we een stelseltje van 2 vergelijkingen met 2 onbekenden:
J = M + 1
M – 1 = J/2
of J = J/2 + 2 of J = 4 en M = 3
Tussen haakjes: Geert heeft me laten weten hoe je stelsels (eenvoudige en complexe) snel kan laten oplossen door Wolfram Alpha.
Klik maar eens op
De paters Redemptoristen én de pa én de ma hadden dus voor 4 jongens en 3 meisjes gezorgd.
En de familie was in de “Bond van de Talrijke Huisgezinnen”, die intussen al lang tot de Gezinsbond verwaterd is…
Abonneren op:
Posts (Atom)