Wie op het net surft wordt permanent bekeken en gevolgd door derden. Privacy bestaat niet op het net.
En daar is moeilijk aan te ontkomen. Grote aantallen bedrijven en organisaties verzamelen constant gegevens over ons internetgebruik. Via zogenaamde tracker cookies.
Het kan interessant zijn om er een idee van te krijgen wie dat allemaal zijn.
En dat kan via een gepaste extensie in uw browser.
Tenminste als je Firefox en/of Chrome als browser gebruikt.
Voor beide browsers kan je Collusion installeren: Collusion for Firefox en Collusion for Chrome.
Hierboven zie je wat Collusion bij mij gevonden heeft na een paar minuten surfen met Chrome.
De blauwe cirkels stellen de drie sites voor die ik in die tijd bezocht.
Als die sites cookies in mijn PC droppen en mij dus tracken, zie ik dat als een verbinding met een rood omrand cirkeltje.
Grijze cirkeltjes stellen potentiële trackers voor.
Gelukkig zijn niet alle trackers even gevaarlijk. Collusion laat je wel toe om dat even te checken door op de cirkeltjes te klikken en kijken wie er achter zit.
Het is in elk geval verbazend om te zien hoe snel (na een paar minuten!), informatie over uw internetgebruik zich in het net verspreidt.
Collusion laat ons toe om trackers te detecteren, maar daarmee zijn ze nog niet uitgeschakeld.
Daarvoor zal je zelf ongewenste cookies moeten wissen.
Of je kan één of andere tracker-blocker-extensie installeren, zoals Do Not Track+ voor Chrome en/of Do Not Track+ voor Firefox.
Ja internet biedt ons enorme mogelijkheden, maar vergeet het niet: Big Brother ziet u daar altijd. In de hemel, op de aarde en op alle plaatsen…
Milde reflecties van Hervé Tavernier op heden en verleden met ook wat tips, nieuwtjes, spelletjes en puzzelkes.
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
zondag 22 april 2012
dinsdag 3 januari 2012
Spezify
Ondanks de bijna alleenheerschappij van Google en Bing in de zoekwereld op internet, worden er toch nog altijd pogingen ondernomen om nieuwe zoekmachines te ontwikkelen.
Een interessante in dat rijtje is Spezify.
Spezify bestaat eigenlijk al van 2009, maar in de loop van de voorbije jaren is er duchtig aan de applicatie geschaafd.
Het bijzondere aan Spezify is dat de zoekresultaten niet in een lijstje worden gepresenteerd zoals bij Google, maar in een tableau van tekst-, beeld- en klankvakjes die “doorklikbare” links bevatten.
Hieronder zie je wat ik kreeg bij het intikken van “Romershoven” als zoekterm.
Rechtsboven (zie rood kadertje op het beeld hierboven) bevindt zich een aantal knoppen waarmee je de weergave van de zoekresultaten kan beïnvloeden.
Hoe dat allemaal in zijn werk gaat, wordt goed uitgelegd in het filmpje hieronder.
Of Spezify mijn standaard zoekmachine wordt?
Ik denk het niet, want als je (zoals ik) Google Chrome als browser gebruikt is het verdomd gemakkelijk om je zoektermen gewoon in de adresbalk te typen. Het is bij mij zelfs zo gewoon geworden, dat ik dat ook doe als ik eens Firefox of Opera gebruik. En daar lukt dat niet…
Wie surft met Firefox, Internet Explorer, Opera, Safari,… heeft dus waarschijnlijk meer aan Spezify dan Chrome gebruikers.
Spezify wordt het voor mij dus niet helemaal, maar hij/zij staat wel op mijn favorietenbalkje.
Want bij opzoekingen voor mijn blogje bijvoorbeeld, is het wel prettig als je in één overzicht zowel tekst- als beeld- en klanklinks samen vindt, die je meteen al op inhoud kan inschatten.
Toch nuttig en interessant dus.
Een interessante in dat rijtje is Spezify.
Spezify bestaat eigenlijk al van 2009, maar in de loop van de voorbije jaren is er duchtig aan de applicatie geschaafd.
Het bijzondere aan Spezify is dat de zoekresultaten niet in een lijstje worden gepresenteerd zoals bij Google, maar in een tableau van tekst-, beeld- en klankvakjes die “doorklikbare” links bevatten.
Hieronder zie je wat ik kreeg bij het intikken van “Romershoven” als zoekterm.
Rechtsboven (zie rood kadertje op het beeld hierboven) bevindt zich een aantal knoppen waarmee je de weergave van de zoekresultaten kan beïnvloeden.
Hoe dat allemaal in zijn werk gaat, wordt goed uitgelegd in het filmpje hieronder.
Of Spezify mijn standaard zoekmachine wordt?
Ik denk het niet, want als je (zoals ik) Google Chrome als browser gebruikt is het verdomd gemakkelijk om je zoektermen gewoon in de adresbalk te typen. Het is bij mij zelfs zo gewoon geworden, dat ik dat ook doe als ik eens Firefox of Opera gebruik. En daar lukt dat niet…
Wie surft met Firefox, Internet Explorer, Opera, Safari,… heeft dus waarschijnlijk meer aan Spezify dan Chrome gebruikers.
Spezify wordt het voor mij dus niet helemaal, maar hij/zij staat wel op mijn favorietenbalkje.
Want bij opzoekingen voor mijn blogje bijvoorbeeld, is het wel prettig als je in één overzicht zowel tekst- als beeld- en klanklinks samen vindt, die je meteen al op inhoud kan inschatten.
Toch nuttig en interessant dus.
woensdag 24 augustus 2011
Is TrueKnowlegde beter dan Wolfram Alpha?
Misschien ben je ervan overtuigd dat Wolfram Alpha (WA) de beste antwoordmachine is op het internet.
WA is inderdaad uitstekend en een zeer interessant instrument voor bijvoorbeeld wiskundigen en wetenschappers. Dit heeft veel te maken met het gegeven dat de makers van WA ook de Mathematica ontworpen hebben, een top-wiskundeprogramma.
Maar de oudere, en misschien minder bekende broer van Wolfram Alpha, TrueKnowledge (TK), is sterker in het beantwoorden van vragen in gewone Engelse volzinnen.
TK is daarom een waardevol en prettig alternatief.
Om het verschil in mogelijkheden te ervaren, moet je beide zoekmachines maar eens uittesten met de volgende vragen en je zal merken dat WA sterk(er) is in gevallen waar het antwoord te berekenen valt.
TK is op zijn beurt sterker in het correct interpreteren van gewone (Engelse) taal.
Je zal wel merken dat WA meer directe informatie verstrekt als hij het antwoord weet.
TK laat dan weer zien hoe hij aan zijn antwoord gekomen is en je kan die werkwijze ook evalueren. Je kan zelfs een alternatief antwoord intikken als je het gegeven antwoord niet aanvaardbaar vindt. Op die wijze wordt de database met antwoorden door de gebruikers van TK verder aangevuld.
Dit zijn een paar voorbeeldvragen, maar verzin er zelf ook maar enkele:
Zet ze dus (zoals ik) maar beiden bij uw favorieten.
En bedenk hoe verbazend snel we met dergelijke internettoepassingen op onze wenken bediend worden.
20 jaar geleden viel er meer te doen als je met een vraagje zat…
WA is inderdaad uitstekend en een zeer interessant instrument voor bijvoorbeeld wiskundigen en wetenschappers. Dit heeft veel te maken met het gegeven dat de makers van WA ook de Mathematica ontworpen hebben, een top-wiskundeprogramma.
Maar de oudere, en misschien minder bekende broer van Wolfram Alpha, TrueKnowledge (TK), is sterker in het beantwoorden van vragen in gewone Engelse volzinnen.
TK is daarom een waardevol en prettig alternatief.
Om het verschil in mogelijkheden te ervaren, moet je beide zoekmachines maar eens uittesten met de volgende vragen en je zal merken dat WA sterk(er) is in gevallen waar het antwoord te berekenen valt.
TK is op zijn beurt sterker in het correct interpreteren van gewone (Engelse) taal.
Je zal wel merken dat WA meer directe informatie verstrekt als hij het antwoord weet.
TK laat dan weer zien hoe hij aan zijn antwoord gekomen is en je kan die werkwijze ook evalueren. Je kan zelfs een alternatief antwoord intikken als je het gegeven antwoord niet aanvaardbaar vindt. Op die wijze wordt de database met antwoorden door de gebruikers van TK verder aangevuld.
Dit zijn een paar voorbeeldvragen, maar verzin er zelf ook maar enkele:
- hoever is het van Brussel naar Parijs? – how far is Brussels from Paris?
Beide antwoorden zijn aanvaardbaar. - hoeveel inwoners telt België? – how many inhabitants are there in Belgium?
Beide antwoorden zijn aanvaardbaar. - hoeveel minuten en seconden is 205 seconden. - how many minutes and seconds is 205 secondsAls je de vraag zó formuleert, gaat WA de mist in. TK daarentegen begrijpt wat je wil weten.
- wat is de resolutie van een Coolpix S80? - what is the resolution of the Coolpix S80?
WA laat het afweten. TK kent het antwoord. - is Venus groter dan Mars? – is Venus bigger then Mars? Mooie vraag om het verschil tussen beiden te ervaren.
WA geeft geen rechtstreeks antwoord, maar wel een hoop informatie waaruit het antwoord af te lezen valt.
TK antwoordt kort en krachtig met “Yes” en een foto van beide planeten. - hoe laat is het nu in Londen? – What time is it in London now? Beiden geven een antwoord, maar hier is WA correcter en vollediger. WA geeft b.v. aan dat London op dit moment 1 uur achterloopt op het Europees vasteland. TK geeft gewoon de Britse tijd, maar niet in overeenstemming met de reële Britse tijd: TK loopt achter.
Zet ze dus (zoals ik) maar beiden bij uw favorieten.
En bedenk hoe verbazend snel we met dergelijke internettoepassingen op onze wenken bediend worden.
20 jaar geleden viel er meer te doen als je met een vraagje zat…
donderdag 23 juni 2011
Nooit te oud om te leren
Het internetjargon evolueert in een razend tempo.
Een paar maanden geleden waren begrippen zoals webapps, cloudcomputing, phising, HTML5,… nog kersvers en slechts taalgebruik van de superfreaks.
Vandaag de dag zie je ze al bijna overal opduiken.
Maar wellicht is het voor velen niet altijd duidelijk wat al dat nieuwe nu precies inhoudt.
Wel Google wil daar iets aan doen.
Google geeft les.
Google doet letterlijk een boekje open over internet en wat daar op dit ogenblik “hot” is.

In een mooi geïllustreerd boekje (je kan er echt in bladeren!) worden ons 20 dingen geleerd over het internet: hoe het werkt, hoe wij er mee (kunnen) werken en hoe we dat veilig kunnen doen.
En dan nog in het Nederlands ook!
Ga daar maar eens een kijkje nemen.
We zijn nooit te oud om te leren.
Ik niet en jullie ook niet neem ik aan.
Een paar maanden geleden waren begrippen zoals webapps, cloudcomputing, phising, HTML5,… nog kersvers en slechts taalgebruik van de superfreaks.
Vandaag de dag zie je ze al bijna overal opduiken.
Maar wellicht is het voor velen niet altijd duidelijk wat al dat nieuwe nu precies inhoudt.
Wel Google wil daar iets aan doen.
Google geeft les.
Google doet letterlijk een boekje open over internet en wat daar op dit ogenblik “hot” is.
In een mooi geïllustreerd boekje (je kan er echt in bladeren!) worden ons 20 dingen geleerd over het internet: hoe het werkt, hoe wij er mee (kunnen) werken en hoe we dat veilig kunnen doen.
En dan nog in het Nederlands ook!
Ga daar maar eens een kijkje nemen.
We zijn nooit te oud om te leren.
Ik niet en jullie ook niet neem ik aan.
donderdag 21 april 2011
Nieuwsaggregators: nieuws altijd heet van de naald
De wereld is ons dorp geworden.
De hedendaagse informatietechnologie laat ons toe snel geïnformeerd te worden over wat er ook waar ter wereld gebeurt.
Maar het gevolg is dat we in die kolossale informatiestroom het noorden dreigen kwijt te geraken.
Met zogenaamde nieuwsaggregators probeert men daar iets aan te doen.
Dit zijn sites die het nieuws uit andere media (andere internetbronnen, kranten, tijdschriften, radio, TV,…) weergeven in duidelijke overzichten, soms kort samengevat én met de mogelijkheid om door te klikken.
Daarenboven wordt dit overzicht steeds actueel gehouden. Het wordt dus voortdurend ververst.
In Vlaanderen is Feedy een voorbeeld.
Deze nieuwsaggregator beperkt zijn bronnen evenwel tot websites en blogs.
En eigenlijk is de Belgische versie slechts een tak van het internationale Feedy.net.
Nederland heeft een veel uitgebreidere eigen aggregator: Voorpagina.info.
Uiteraard zijn de nieuwsbronnen voor een groot deel van Nederlandse origine en is een deel van het nieuws Nederlands georiënteerd, maar er wordt ook een ruim gebruik gemaakt van internationale bronnen.
Er zijn maar liefst 170 nieuwspagina’s die je via duidelijke menu’s de mogelijkheid geven om snel informatie te vinden over actuele thema’s .
Ga daar maar eens kijken.
Ik plaats Voorpagina.info én Feedy.be in elk geval bij mijn favorieten.
De hedendaagse informatietechnologie laat ons toe snel geïnformeerd te worden over wat er ook waar ter wereld gebeurt.
Maar het gevolg is dat we in die kolossale informatiestroom het noorden dreigen kwijt te geraken.
Met zogenaamde nieuwsaggregators probeert men daar iets aan te doen.
Dit zijn sites die het nieuws uit andere media (andere internetbronnen, kranten, tijdschriften, radio, TV,…) weergeven in duidelijke overzichten, soms kort samengevat én met de mogelijkheid om door te klikken.
Daarenboven wordt dit overzicht steeds actueel gehouden. Het wordt dus voortdurend ververst.
In Vlaanderen is Feedy een voorbeeld.
Deze nieuwsaggregator beperkt zijn bronnen evenwel tot websites en blogs.
En eigenlijk is de Belgische versie slechts een tak van het internationale Feedy.net.
Nederland heeft een veel uitgebreidere eigen aggregator: Voorpagina.info.
Uiteraard zijn de nieuwsbronnen voor een groot deel van Nederlandse origine en is een deel van het nieuws Nederlands georiënteerd, maar er wordt ook een ruim gebruik gemaakt van internationale bronnen.
Er zijn maar liefst 170 nieuwspagina’s die je via duidelijke menu’s de mogelijkheid geven om snel informatie te vinden over actuele thema’s .
Ga daar maar eens kijken.
Ik plaats Voorpagina.info én Feedy.be in elk geval bij mijn favorieten.
woensdag 19 mei 2010
YouTube is 5 jaar jong
Eergisteren, 17 mei 2010, was YouTube net 5 jaar oud.
Ongelooflijk welke vlucht die video-uitwisselings-site in die periode genomen heeft. En wat je er niet allemaal kan bekijken en downloaden.
De populariteit is onvoorstelbaar groot.
Volgens Broadcasting ourselves, de officiële YouTube-blog: meer dan 2 miljard bezoekers per dag!
Dat is bijna het dubbel van wat de drie belangrijkste Amerikaanse TV-stations samen in de hele primetime periode mogen verwelkomen.
Bij gelegenheid van de verjaardag heeft YouTube een apart YouTube Five Year Channel geopend waar gebruikers video’s kunnen uploaden waarin ze uitleggen hoe YouTube hun leven beïnvloedt.
Echte nieuwigheden zijn er voor de verjaardag niet aan YouTube toegevoegd.
Tenzij een systeem met een soort hashtags (alom in gebruik bij Twitter) bij de commentaren op video’s.
Bij YouTube zijn de hashtags vervangen aanklikbare gekleurde knopjes (oranje hieronder) zodat je gemakkelijker doorheen gelijkaardige commentaren kan navigeren:
Volgens mij niet zo belangrijk, omdat het alleen maar navigatie binnen de commentaren toelaat.
Wel de moeite van het bekijken waard is wel het filmpje waarin de evolutie van het eerste krakkemikkige videootje naar de hedendaagse HD en zelfs 3D-weergave in vogelvlucht wordt doorlopen.
In elk geval: gelukkige verjaardag YouTube en bedankt voor het vele interessante materiaal!
Ongelooflijk welke vlucht die video-uitwisselings-site in die periode genomen heeft. En wat je er niet allemaal kan bekijken en downloaden.
De populariteit is onvoorstelbaar groot.
Volgens Broadcasting ourselves, de officiële YouTube-blog: meer dan 2 miljard bezoekers per dag!
Dat is bijna het dubbel van wat de drie belangrijkste Amerikaanse TV-stations samen in de hele primetime periode mogen verwelkomen.
Bij gelegenheid van de verjaardag heeft YouTube een apart YouTube Five Year Channel geopend waar gebruikers video’s kunnen uploaden waarin ze uitleggen hoe YouTube hun leven beïnvloedt.
Echte nieuwigheden zijn er voor de verjaardag niet aan YouTube toegevoegd.
Tenzij een systeem met een soort hashtags (alom in gebruik bij Twitter) bij de commentaren op video’s.
Bij YouTube zijn de hashtags vervangen aanklikbare gekleurde knopjes (oranje hieronder) zodat je gemakkelijker doorheen gelijkaardige commentaren kan navigeren:
Volgens mij niet zo belangrijk, omdat het alleen maar navigatie binnen de commentaren toelaat.
Wel de moeite van het bekijken waard is wel het filmpje waarin de evolutie van het eerste krakkemikkige videootje naar de hedendaagse HD en zelfs 3D-weergave in vogelvlucht wordt doorlopen.
In elk geval: gelukkige verjaardag YouTube en bedankt voor het vele interessante materiaal!
zondag 28 maart 2010
Een truuk van de foor met witte ruis
Op de website van BBC 3 was deze week een mooie truuk te zien.
De presentators bladeren door een fotoboek met bekende personen.
Jij moet een bepaalde persoon uitkiezen en als je zijn foto ziet moet je op de pauzetoets van het filmpje duwen.
Je bekijkt de foto intens gedurende minstens 10 seconden, terwijl je de naam van de man of vrouw op de foto prevelt…
En dan laat je het filmpje verder lopen.
Even later laten ze je naar een oud TV-toestel kijken en…
Ja, het internet probeert de illusionisten de loef af te steken.
Denk je ook te weten hoe dit truukje werkt?
Laat het me dan weten op herve.tavernier2@pandora.be.
De presentators bladeren door een fotoboek met bekende personen.
Jij moet een bepaalde persoon uitkiezen en als je zijn foto ziet moet je op de pauzetoets van het filmpje duwen.
Je bekijkt de foto intens gedurende minstens 10 seconden, terwijl je de naam van de man of vrouw op de foto prevelt…
En dan laat je het filmpje verder lopen.
Even later laten ze je naar een oud TV-toestel kijken en…
Ja, het internet probeert de illusionisten de loef af te steken.
Denk je ook te weten hoe dit truukje werkt?
Laat het me dan weten op herve.tavernier2@pandora.be.
zondag 21 maart 2010
Chemieles anno 2010
Ik heb de tijd gekend dat chemie in het middelbaar onderwijs pure bord-en-krijt-chemie was.
Ik bedoel daarmee dat chemie H2SO4 was.
Een nietszeggende formule. De leerlingen kregen het vervaarlijke zuur nooit te zien.
En dat was niet alleen in Vlaanderen zo.
Zelfs in de VS circuleerde in de jaren 70 onder de chemiedidactici de boutade “silverchloride is a pale green gas”.
“Zilverchloride (witte vaste stof) is een bleekgroen gas”.
Dit antwoord van een leerling op een vraag over de stof zilverchloride, illustreerde het gegeven dat leerlingen allerlei eigenschappen van stoffen moesten van buiten leren zonder dat ze met de stoffen zelf kennis maakten.
Tijdens de laatste jaren van de vorige eeuw is daar verandering ten goede in gekomen.
Scholen kregen meer middelen om hun chemielessen levensechter te maken en er werd behoorlijk geïnvesteerd in labo-infrastructuur en didactisch materiaal.
Maar vooral in de algemeen vormende studierichtingen (ASO) bleef er binnen het lessenrooster nog te weinig tijd over om chemie voldoende experimenteel te benaderen.
Leraren met veel goede wil en hart voor hun vak organiseerden daarom b.v. “vrijdagavondlabo’s” waarin geïnteresseerde leerlingen na de lesweek hun chemiehartje konden ophalen met allerlei experimenten: aspirine maken, een parfum samenstellen, een kleurstof synthetiseren enz.
De laatste decennia is ook internet in de chemiedidactiek terecht gekomen.
In mijn oude school werken de leraren met de elektronische internetleeromgeving Moodle.
Ik zie dat vooral de chemieleraren daar zeer actief gebruik van maken. Leerlingen krijgen op de Moodle-pagina's van de school allerlei lesmateriaal ter beschikking: oefentesten, huis- en remediëringstaken, PowerPoints, adressen van interessante sites enz.
In de nieuwe trend om begrippen uit de chemie via internet te verduidelijken kan natuurlijk YouTube niet ontbreken.
Onlangs kwam ik via Twitter op een filmpje terecht waarin de reactiviteit van de verschillende elementen op een ludieke wijze wordt voorgesteld.
De atoomsoorten zijn deelnemers aan een fuif, een “chemical party”.
De weinig reactieve edelgassen zijn de muurbloempjes. Alkalimetalen (K bijvoorbeeld) reageren explosief met water enz.
Geniet ervan en denk er even over na hoe ze u die reactiviteit vroeger duidelijk gemaakt hebben.
Als je je daar nog iets van herinnert natuurlijk.
Als chemie voor u niet alleen maar H2SO4 is...
Ik bedoel daarmee dat chemie H2SO4 was.
Een nietszeggende formule. De leerlingen kregen het vervaarlijke zuur nooit te zien.
En dat was niet alleen in Vlaanderen zo.
Zelfs in de VS circuleerde in de jaren 70 onder de chemiedidactici de boutade “silverchloride is a pale green gas”.
“Zilverchloride (witte vaste stof) is een bleekgroen gas”.
Dit antwoord van een leerling op een vraag over de stof zilverchloride, illustreerde het gegeven dat leerlingen allerlei eigenschappen van stoffen moesten van buiten leren zonder dat ze met de stoffen zelf kennis maakten.
Tijdens de laatste jaren van de vorige eeuw is daar verandering ten goede in gekomen.
Scholen kregen meer middelen om hun chemielessen levensechter te maken en er werd behoorlijk geïnvesteerd in labo-infrastructuur en didactisch materiaal.
Maar vooral in de algemeen vormende studierichtingen (ASO) bleef er binnen het lessenrooster nog te weinig tijd over om chemie voldoende experimenteel te benaderen.
Leraren met veel goede wil en hart voor hun vak organiseerden daarom b.v. “vrijdagavondlabo’s” waarin geïnteresseerde leerlingen na de lesweek hun chemiehartje konden ophalen met allerlei experimenten: aspirine maken, een parfum samenstellen, een kleurstof synthetiseren enz.
De laatste decennia is ook internet in de chemiedidactiek terecht gekomen.
In mijn oude school werken de leraren met de elektronische internetleeromgeving Moodle.
Ik zie dat vooral de chemieleraren daar zeer actief gebruik van maken. Leerlingen krijgen op de Moodle-pagina's van de school allerlei lesmateriaal ter beschikking: oefentesten, huis- en remediëringstaken, PowerPoints, adressen van interessante sites enz.
In de nieuwe trend om begrippen uit de chemie via internet te verduidelijken kan natuurlijk YouTube niet ontbreken.
Onlangs kwam ik via Twitter op een filmpje terecht waarin de reactiviteit van de verschillende elementen op een ludieke wijze wordt voorgesteld.
De atoomsoorten zijn deelnemers aan een fuif, een “chemical party”.
De weinig reactieve edelgassen zijn de muurbloempjes. Alkalimetalen (K bijvoorbeeld) reageren explosief met water enz.
Geniet ervan en denk er even over na hoe ze u die reactiviteit vroeger duidelijk gemaakt hebben.
Als je je daar nog iets van herinnert natuurlijk.
Als chemie voor u niet alleen maar H2SO4 is...
zaterdag 9 januari 2010
Kindle for PC
Ik mag wel zeggen dat ik veel boeken en tijdschriften lees.
Vooral veel Engelstalige boeken en tijdschriften.
Vroeger was ik daarvoor aangewezen op bestellingen via de Standaard Boekhandel b.v.
Voor rechtstreekse aankoop (én bestellingen) kon ik ook terecht in WHSmith (The English Bookshop) op de Adolphe Maxlaan te Brussel.
Intussen is WHSmith in Brussel overgenomen door Waterstone’s. Het blijft de grootste Engelse boekenwinkel in België.
En zo nu en dan ga ik er met Mia nog eens graag rondsnuisteren.

Maar het internet heeft mijn boekenaankoop helemaal veranderd.
Ik koop nu hoofdzakelijk online.
Voor Engelstalige boeken ben ik al jarenlang klant bij de Engelse vesting van de Amerikaanse internetboekhandel Amazon.
De leveringen verlopen probleemloos en snel. Als de boeken voorradig zijn: gemiddeld een 5-tal dagen tussen bestelling en levering.
Nederlandstalige boeken bestel ik online bij het Belgische Azur.
Dit gaat ook behoorlijk vlot, maar de levertijd is, raar maar waar, veel langer dan bij Amazon.
Een nadeel van online kopen en aan huis laten leveren is dat er portkosten moeten betaald worden. Maar de totaalkost ligt nog altijd een stuk lager dan een aankoop van eenzelfde boek via een bestelling bij de Standaard Boekhandel b.v.
En nu is er sedert enige tijd een nieuwe mogelijkheid bij Amazon: Kindle
Kindle is een e-boek-lezer waarin je, via 3G mobiel internet, boeken kan downloaden.
Het grote DX model is evenwel nog niet in Europa te verkrijgen (voor zover ik weet toch). Daarenboven is downloaden via het 3G-netwerk nog een dure grap.
Ik wacht dus nog even om er eentje te kopen. Maar het lijkt me wel interessant omdat het lezen van een e-boek via de Kindle een sterke gelijkenis vertoont met het vertrouwde lezen van een gedrukte versie.
Maar Amazon heeft sinds enkele maanden voor internetters nog een andere e-boekendienst opgezet: Kindle for PC.
Als je daarmee wil werken moet je een programmaatje downloaden en op je PC installeren én je registreren bij Amazon.
Via het programma krijg je dan in de online boekenwinkel van Amazon toegang tot het zeer uitgebreid (meer dan 360.000 titels) aanbod e-boeken.
Je kan die boeken met het programma downloaden, lezen, van bookmarks voor zien enz.
Betaling gebeurt online best via een kredietkaart (Visa, Mastercard,..).
Ik heb zo al een 12-tal e-boeken gekocht.
Voordeel: goedkoper en geen portkosten.
Nadeel: je moet de boeken op je PC-scherm lezen en dat is (voor mij toch) niet zo aangenaam. En je kan de teksten niet afdrukken. Maar daar zijn wel trucjes voor…
Misschien heb je ook wel zin gekregen in een Kindle-boekje?
Vooral veel Engelstalige boeken en tijdschriften.
Vroeger was ik daarvoor aangewezen op bestellingen via de Standaard Boekhandel b.v.
Voor rechtstreekse aankoop (én bestellingen) kon ik ook terecht in WHSmith (The English Bookshop) op de Adolphe Maxlaan te Brussel.
Intussen is WHSmith in Brussel overgenomen door Waterstone’s. Het blijft de grootste Engelse boekenwinkel in België.
En zo nu en dan ga ik er met Mia nog eens graag rondsnuisteren.
Maar het internet heeft mijn boekenaankoop helemaal veranderd.
Ik koop nu hoofdzakelijk online.
Voor Engelstalige boeken ben ik al jarenlang klant bij de Engelse vesting van de Amerikaanse internetboekhandel Amazon.
De leveringen verlopen probleemloos en snel. Als de boeken voorradig zijn: gemiddeld een 5-tal dagen tussen bestelling en levering.
Nederlandstalige boeken bestel ik online bij het Belgische Azur.
Dit gaat ook behoorlijk vlot, maar de levertijd is, raar maar waar, veel langer dan bij Amazon.
Een nadeel van online kopen en aan huis laten leveren is dat er portkosten moeten betaald worden. Maar de totaalkost ligt nog altijd een stuk lager dan een aankoop van eenzelfde boek via een bestelling bij de Standaard Boekhandel b.v.
En nu is er sedert enige tijd een nieuwe mogelijkheid bij Amazon: Kindle
Het grote DX model is evenwel nog niet in Europa te verkrijgen (voor zover ik weet toch). Daarenboven is downloaden via het 3G-netwerk nog een dure grap.
Ik wacht dus nog even om er eentje te kopen. Maar het lijkt me wel interessant omdat het lezen van een e-boek via de Kindle een sterke gelijkenis vertoont met het vertrouwde lezen van een gedrukte versie.
Maar Amazon heeft sinds enkele maanden voor internetters nog een andere e-boekendienst opgezet: Kindle for PC.
Als je daarmee wil werken moet je een programmaatje downloaden en op je PC installeren én je registreren bij Amazon.
Via het programma krijg je dan in de online boekenwinkel van Amazon toegang tot het zeer uitgebreid (meer dan 360.000 titels) aanbod e-boeken.
Je kan die boeken met het programma downloaden, lezen, van bookmarks voor zien enz.
Betaling gebeurt online best via een kredietkaart (Visa, Mastercard,..).
Ik heb zo al een 12-tal e-boeken gekocht.
Voordeel: goedkoper en geen portkosten.
Nadeel: je moet de boeken op je PC-scherm lezen en dat is (voor mij toch) niet zo aangenaam. En je kan de teksten niet afdrukken. Maar daar zijn wel trucjes voor…
Misschien heb je ook wel zin gekregen in een Kindle-boekje?
woensdag 9 september 2009
Internet, schermlezen en… dommer of slimmer worden
Ik breng per dag meerdere uren vóór mijn PC door.
Tektsten schrijven voor mijn blogje, e-mails lezen, e-mails schrijven. Dat hoort er dagelijks bij.
Maar het overgrote deel van de tijd ben ik teksten aan het lezen op het scherm. Na zoekwerk op Google of na doorklikken op de massa “feeds” die ik dagelijks via Google Reader voorgeschoteld krijg.
Dat lezen op een computerscherm is en blijft voor mij een moeilijk geval. Ik blijf het er lastig mee hebben om zo’n schermtekst rustig en geconcentreerd door te nemen.
Ik betrap er mijzelf op dat ik neiging heb om oppervlakkig over de tekst heen te dwarrelen.
Maar het ergste van dit alles zit hem in het feit dat die neiging om oppervlakkiger lezen zich ook begint te manifesteren bij het lezen van een gedrukte tekst.
Ook daar moet ik mij meer en meer inspannen om de aandacht er bij te houden.
En blijkbaar ben ik niet alleen met dat “probleem”.
De Amerikaanse technologie-goeroe Nicholas Carr beschreef in een artikel in The Atlantic, hoe vele internetlezers met hetzelfde effect geconfronteerd worden.
Als ze in een boek lezen, geraken ze al na een paar alinea’s afgeleid en ze krijgen als het ware behoefte om naar iets anders door te klikken. Ze lezen ongeduldig en door gebrek aan concentratie onthouden ze ook minder van wat ze lezen. Hun kennis wordt oppervlakkiger.
Carr stelt het simpelweg zó: we Googelen ons dommer!!!
Carr veroorzaakte door dit standpunt nogal wat beroering en er ontstond een hele discussie tussen vóór- en tegenstanders van zijn visie op het gevolg van internetgebruik.
Maar uit nieuw onderzoek dat recent door Allen Renear in het wetenschappelijk tijdschrift Science werd gepubliceerd, blijkt dat niet alleen de gewone internetter oppervlakkiger leest. Ook wetenschappers, die omwille van hun job, massa’s wetenschappelijke literatuur moeten doornemen, gaan steeds meer anders lezen.
Renear noemt deze nieuwe manier van lezen: strategisch lezen.
Het leesproces is daarbij in de eerste fase een scanproces geworden.
Daarbij gaat de lezer die over een bepaald onderwerp informatie wil verkrijgen, eerst veel artikelen over het onderwerp te gelijkertijd vergelijken, analyseren en doorzoeken, via hyperlinks en digitale indexen. Uiteindelijk resulteert dit scanwerk toch in een volgende fase in het volledig doornemen van slechts een paar artikels. Er wordt dus volgens Renear meer gescand en minder gelezen.
Maar maakt strategisch lezen dommer? Heeft Carr gelijk?
Absoluut niet volgens Kevin Kelly.
Kelly stelt in een artikel in The Technium, dat wie internet gebruikt om strategisch te lezen zijn IQ zelfs met 40% kan zien omhoog gaan.
Maar afgesloten van internet geraken strategische lezers de pedalen kwijt en gaan ze minder lezen. Hun IQ daalt dan soms met 20%.
Wat in elk geval duidelijk is: de ontwikkelingen van internet hebben een ingrijpende invloed op de leesgewoonten van mensen.
Dat heeft ontegensprekelijk zijn effect op de wijze waarop we informatie vergaren, ons werk doen en ideeën ontwikkelen.
En dat ervaar ik persoonlijk als een zeer positieve evolutie.
Zelfs als mijn IQ geen 40% stijgt…
Tektsten schrijven voor mijn blogje, e-mails lezen, e-mails schrijven. Dat hoort er dagelijks bij.
Maar het overgrote deel van de tijd ben ik teksten aan het lezen op het scherm. Na zoekwerk op Google of na doorklikken op de massa “feeds” die ik dagelijks via Google Reader voorgeschoteld krijg.
Dat lezen op een computerscherm is en blijft voor mij een moeilijk geval. Ik blijf het er lastig mee hebben om zo’n schermtekst rustig en geconcentreerd door te nemen.
Ik betrap er mijzelf op dat ik neiging heb om oppervlakkig over de tekst heen te dwarrelen.
Maar het ergste van dit alles zit hem in het feit dat die neiging om oppervlakkiger lezen zich ook begint te manifesteren bij het lezen van een gedrukte tekst.
Ook daar moet ik mij meer en meer inspannen om de aandacht er bij te houden.
En blijkbaar ben ik niet alleen met dat “probleem”.
De Amerikaanse technologie-goeroe Nicholas Carr beschreef in een artikel in The Atlantic, hoe vele internetlezers met hetzelfde effect geconfronteerd worden.
Als ze in een boek lezen, geraken ze al na een paar alinea’s afgeleid en ze krijgen als het ware behoefte om naar iets anders door te klikken. Ze lezen ongeduldig en door gebrek aan concentratie onthouden ze ook minder van wat ze lezen. Hun kennis wordt oppervlakkiger.
Carr stelt het simpelweg zó: we Googelen ons dommer!!!
Carr veroorzaakte door dit standpunt nogal wat beroering en er ontstond een hele discussie tussen vóór- en tegenstanders van zijn visie op het gevolg van internetgebruik.
Maar uit nieuw onderzoek dat recent door Allen Renear in het wetenschappelijk tijdschrift Science werd gepubliceerd, blijkt dat niet alleen de gewone internetter oppervlakkiger leest. Ook wetenschappers, die omwille van hun job, massa’s wetenschappelijke literatuur moeten doornemen, gaan steeds meer anders lezen.
Renear noemt deze nieuwe manier van lezen: strategisch lezen.
Het leesproces is daarbij in de eerste fase een scanproces geworden.
Daarbij gaat de lezer die over een bepaald onderwerp informatie wil verkrijgen, eerst veel artikelen over het onderwerp te gelijkertijd vergelijken, analyseren en doorzoeken, via hyperlinks en digitale indexen. Uiteindelijk resulteert dit scanwerk toch in een volgende fase in het volledig doornemen van slechts een paar artikels. Er wordt dus volgens Renear meer gescand en minder gelezen.
Maar maakt strategisch lezen dommer? Heeft Carr gelijk?
Absoluut niet volgens Kevin Kelly.
Kelly stelt in een artikel in The Technium, dat wie internet gebruikt om strategisch te lezen zijn IQ zelfs met 40% kan zien omhoog gaan.
Maar afgesloten van internet geraken strategische lezers de pedalen kwijt en gaan ze minder lezen. Hun IQ daalt dan soms met 20%.
Wat in elk geval duidelijk is: de ontwikkelingen van internet hebben een ingrijpende invloed op de leesgewoonten van mensen.
Dat heeft ontegensprekelijk zijn effect op de wijze waarop we informatie vergaren, ons werk doen en ideeën ontwikkelen.
En dat ervaar ik persoonlijk als een zeer positieve evolutie.
Zelfs als mijn IQ geen 40% stijgt…
Abonneren op:
Posts (Atom)