Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen

woensdag 9 januari 2013

Geen bruine mok voor warme chocolademelk!

 
image

Zo nu en dan verwent Mia me eens met mok heerlijke warme chocolademelk.
Dat doet me altijd terugdenken aan mijn jonge-jongens-tijd.
Aan die gezellige zaterdagavonden bij ons thuis.
Na de wekelijkse grondige schrobbeurt in een zinken kuipje kregen we toen van ons moederke steevast een tas hete chocomelk met goed geboterde boterhammen. Hmm!
Een tas, geen mok.
Want mokken bestonden toen nog niet denk ik of we hadden er in elk geval geen.
Mia heeft wel mokken.
Gele, bruine en witte mokken. Maar geen oranje mokken met wit binnenin.
En daar wringt het schoentje.
Want volgens een recente studie van Betina Piqueras-Fiszman (Universitat Politècnica de València) en Charles Spence (University of Oxford), smaakt warme chocomelk het best in oranje mokken die binnenin wit zijn
Wees dus niet verwonderd lieve Mia: voor je volgende moederkensdag koop ik je… Juist!

De onderzoekers (psychologen en neurowetenschappers) rekruteerden 57 vrijwilligers en lieten hen dezelfde warme chocolademelk drinken uit witte, lichtgele en rode mokken en uit oranje mokken met wit binnenwerk.
Met de gekende conclusie als gevolg: in de laatste soort smaakte de chocomelk het best

Voorgaande studies door dezelfde onderzoekers hadden ook al aangetoond dat kleur van de verpakking de smaak beïnvloedt.
  • gele flesjes versterken de citroensmaak van bitter lemon
  • soft drinks in flesjes en glazen met koude kleuren (blauw bijvoorbeeld) worden als meer dorstlessend ervaren dan als de er warme kleuren (rood bijvoorbeeld) gebruikt worden.
  • roze drankjes smaken zoeter dan drankjes in andere kleuren
  • aardbeienmousse smaakt zoeter en intenser wanneer hij geserveerd wordt op een wit bord dan op een zwart bord.
  • en voor koffie versterken bruin-rode kleuren de smaak en het aroma, terwijl blauw en geel de koffie minder sterk doen lijken.
Voilà. Peter Goossens, Sergio Herman, Wouter Bru en alle andere keukengoden, maar ook onze eigenste keukenprinsessen weten dus wat hen te doen staat.
Maar ik vrees dat Mia die kennis in de omgekeerde richting gaat gebruiken nu ze weet dat ik eergisteren weer eens aan een nieuw dieet begonnen ben….

zaterdag 8 oktober 2011

Wegwassen

Toen ik nog “hakkelde ongeriefd” was zaterdagavond bij ons thuis de grote wasbeurt. Niet van ondergoed of lakens. Neen, mijn zus, mijn broertje en ikzelf moesten de kuip in. Niet de badkuip, want een badkamer hadden we in de 50-tiger jaren niet.
Moederke zette ons in een gegalvaniseerde zinken kuip en schrobde ons schoon terwijl Dr. Jan Albert Goris (Marnix Gijsen) ons op de radio het nieuws uit Amerika vertelde en Renaat Grassin, het Ketje, in de radiorevue “Kop en Staart” over zijn “Giel klaan moizeke“ vertelde.

image
En als we proper waren kregen we van ons ma een lekkere tas warme, zoete chocomelk en boterhammetjes gesmeerd met “goede boter”. Geen chocomelk uit flessen, maar zelfgemaakte, met cacaopoeder van Kwatta. En we mochten “ons bookes” soppen.
Zalige tijden waren dat. En zorgeloos. Voor óns tenminste.

Ik zag het allemaal weer vóór me toen ik las dat Spike W.S. Lee en Norbert Schwarz van de Universiteit van Michigan, uit een onderzoek leerden dat een fysieke wasbeurt ook in een psychische schoonmaak resulteert.
Je kan dus volgens hen je zorgen letterlijk wegwassen.
Maar niet alleen je zorgen. Ook het slecht gevoel nadat je b.v. gelogen hebt, of nadat je verkeerde beslissingen hebt genomen.
Religieuze rites zoals dopen om van de (erf)zonde verlost te worden zouden dus wel degelijk een positief psychologisch effect hebben. 
Net als je handen in onschuld wassen, zoals Pilatus deed.
En het gezegde “die mag zijn mond wel eens spoelen” van iemand die liegt of grove praat vertelt, steunt op dezelfde ervaring.
Oude tradities en volkswijsheden wisten dus al wat moderne psychologen nu ook achterhalen. Hou die oude wijsheden dus maar goed in ere.


woensdag 10 augustus 2011

Het geluid van de smaak

Op dit ogenblik ben ik “See what I’m saying: the extraordinary powers of our five senses” aan het lezen.
In dit merkwaardig boek toont psycholoog Lawrence Rosenblum imageaan hoe sterk onze zintuigen met elkaar verweven zijn en hoe onze zintuigelijke waarnemingen onze emoties en gedragingen beïnvloeden.
Een paar inleidende voorbeelden uit het boek.
Als je door een gang loopt terwijl je aandachtig in een boek aan het lezen bent, zal je toch niet tegen de muur lopen omdat je hoort waar je aan het lopen bent.
Of als je in een luidruchtige ruimte in gesprek bent met iemand, ga je automatisch aan liplezen doen om de slechte hoorbaarheid te compenseren.
Onze hersenen zijn volgens Rosenblum op de input van al onze zintuigen samen gericht om de werkelijkheid rondom ons te interpreteren.

Ik ben nu gekomen aan het hoofdstuk over de smaak en de samenwerking tussen de smaak en de andere zintuigen.
Ik wist wel dat smaak beïnvloed wordt door wat we zien, ruiken en voelen, maar wat voor mij onbekend was: smaak wordt ook beïnvloed door geluid!

Als we eten maakt wat we eten een verschillend geluid.
Die geluidswaarneming bereikt onze gehoorzenuwen zowel via onze oren als via onze schedelbeenderen.
Rosenblum beschrijft een onderzoek waarbij men proefpersonen in identieke chips liet bijten (en niet verder opeten) terwijl ze het geluid van het bijten enkel via een koptelefoon konden horen. Maar: dat geluid werd gemanipuleerd, zonder dat de proefpersonen het wisten.
Soms werd het geluid van het bijten versterkt en verscherpt, soms doffer en zwakker gemaakt.
En wat bleek: de proefpersonen die zich luid en scherp hoorden bijten, vonden de chips verser en lekkerder. Bij een dof en zwak bijgeluid vond men de chips te zacht en te muf.
In werkelijkheid hadden alle proefpersonen in identieke chips gebeten!
Het geluid van de smaak dus!

Tussen haakjes: het onderzoek dat Rosenblum in zijn boek beschrijft, is uitgevoerd door Massimiliano Zampini en Charles Spence.
En beiden kregen er in 2008 een Ig-Nobelprijs voor.
Je weet wel die “onechte” Nobelprijzen die jaarlijks worden uitgereikt voor onderzoek dat de mensen eerst doet lachen en pas daarna doet nadenken. 

En het geluid van de smaak heeft al toepassing gevonden: het fameuze Engelse drie-sterren-restaurant The Fat Duck geeft aan zijn klanten een iPod met golfgeluiden als ze een visschotel bestellen!

Smaakt bij jullie de soep ook lekkerder als je (een beetje) mag slurpen?…

zondag 17 juli 2011

Neuze, neuze

We hadden het bijna zelf kunnen voorspellen, maar nu is het wetenschappelijk bewezen: volgens wetenschappers van de Israëlische Ben Goerion universiteit hangt het type van onze neus samen met onze persoonlijkheid.

image

Er blijken 14 neustypes met bijhorende karaktertrekken te bestaan.
Een paar voorbeelden.
Vlezige ronde neuzen horen bij gevoelige, gulle mensen
Wipneuzen en kleine rechte neuzen vind je dikwijls bij mensen met een gebrek aan volwassenheid en spiritualiteit.
Een grote rechte Romeinse neus met een kleine bobbel, is een teken van mensen met ambitie en rationaliteit.
Enzovoort.
Je kan nog 11 andere types en foto’s van bekendheden met een bepaald neustype gaan bekijken op de wetenschapssite van de Daily Mail.
Of je kan ook het artikel van prof. Abraham Tamir in The Journal of Craniofacial Surgery gaan lezen om er het fijne van te weten.

Maar denk er aan dat je morgen nog in de spiegel moet durven kijken…

dinsdag 17 mei 2011

Met handen en voeten uitleggen: niet best!

Je hebt zonder twijfel al Italianen bezig gezien als ze aan hun medemensen iets proberen duidelijk te maken.
Dat is geen gewoon gesprek.
Dat gaat met handen en voeten.
Heel het lichaam moet meehelpen om de gesprekspartner te overtuigen.
Ik bedoel dit niet discriminerend tegenover onze Zuid-Europese broeders.
Want ook dichter bij huis zijn er mensen die aan woorden niet genoeg hebben.
Ook Limburgers dus. Maar toch opvallend veel minder. Die met Italiaanse roots misschien…



Het is evenwel nog maar de vraag of dat zeer geanimeerd praten wel helpt als je iemand moet proberen te overtuigen.
Volgens een onderzoek, uitgevoerd door een Amerikaanse groep wetenschappers van de University of Michigan, onder leiding van José Benkí, is dit niet het geval.
In elk geval niet als je iemand via de telefoon aan je kant wil krijgen.
Benki’s groep presenteerde zijn bevindingen zeer recent op het jaarlijks congres van de American Association for Public Opinion Research (AAPOR) – blz. 230) 

Ze analyseerden 1400 telefoongesprekken waarin bellers, mensen aan de andere kant van de lijn moesten overtuigen om deel te nemen aan een telefoon-enquête.
Een daaruit bleek dat snelle, geanimeerde bellers die maar doordramden, zeer weinig succes hadden.
Het beste praatritme om iemand over de brug te halen bleek 3,5 woorden per minuut te zijn met daarenboven regelmatig (4 à 5 keer per minuut) een korte praatpauze.

Callcenters kunnen dus blijkbaar niet veel aanvatten met uitgesproken snelpraters.
Maar of er ook veel Tongenaren, met hun niet zo snelle taaltje, daar een job kunnen vinden valt toch ook te betwijfelen…

zondag 6 maart 2011

Hou het nog even op


Als je een belangrijke beslissing moet nemen en je moet op dat zelfde moment hoogdringend naar het toilet, zeg dan niet: “Momentje, ik moet eerst even, ik ben dadelijk terug”.
Integendeel, hou je plas maar op, want dan is de kans groter dat je op de juiste wijze de knoop doorhakt.
Met een volle blaas beslis je dus beter!
De inspanning die je doet om niet onmiddellijk alles te laten weglopen, verbetert je zelfbeheersing en doet je efficiëntere keuzes maken.

Denk niet dat ik dit zelf uit mijn duim heb gezogen.
Neen dit is wat Nederlandse en Vlaamse psychologen onder leiding van Miriam Tuk laten weten in een artikel dat deze week gepubliceerd werd in Psychological Sciences.
Je kan daar lezen hoe ze hun onderzoek gevoerd hebben.
Een Nederlandse samenvatting is ook te lezen op de site van de Universiteit Twente, waar Miriam Tuk professor is.

Als we binnenkort op een bestuursvergadering van onze Romershovense wandelclub nog eens een belangrijke beslissing (?) moeten nemen, weten we wat ons de doen staat:


image

Het eerste pasten we al toe. Het tweede is nieuw...

zondag 20 februari 2011

Hersenspinsels

Mijn maandagse illusie-rubriek maakt het telkens weer duidelijk: ook als we geestelijk kerngezond zijn, zien, horen, voelen we dikwijls dingen die er niet zijn.
Soms kan dit extreme vormen aannemen en gaan mensen leven in een illusionaire wereld.
Er moet dus wel een grens zijn tussen het normaal en het ziekelijk geconfronteerd worden met illusies.
Dit is iets wat me al lang boeit en waar ik meer wil over weten.
Ik was dan ook zeer blij toen ik op de site van Noorderlicht las dat André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie in Groningen, er een boek heeft over geschreven.
De ondertitel van het werk geeft precies aan waar ik een antwoord op zoek.

Sluit dit venster

Hersenspinsels
ligt intussen op mijn nachtkastje (en elders).
Ik ben nog maar een paar hoofdstukken ver, maar ik kan wel al meegeven dat het echt de moeite waard is.
Vanaf het begin doorspekt Aleman zijn betoog met anekdotes en illustraties. Het boek is daardoor geen droge kost zodat het voor leken op het terrein helder en begrijpelijk blijft.
Aleman legt klaar en duidelijk uit hoe de moderne geneeskunde met technieken als fMRI en PET probeert om afwijkingen in onze hersenen zichtbaar te maken.
En hoe de neuropsychiatrie probeert om de oorzaken van die afwijkingen te achterhalen en therapieën te ontwikkelen.
Boeiende en leerrijke lectuur.
Mochten jullie interesse hebben: het boek is o.a. online te koop bij Proxis&Azur, de grootste online mediawinkel van België.

En morgen, op illusie-maandag, presenteer ik één van de visuele illusies die in het boek besproken worden.

donderdag 10 februari 2011

Krokodillentranen ontmaskerd?

image

Je hebt mensen die er iets van kennen: tranen met tuiten huilen als het hen goed uitkomt.
Krokodillentranen dus.
”Ge weent droge tranen” zei mijn moederke vroeger altijd als ik aan het schreien ging omdat ik iets niet kreeg of iets niet mocht.

Maar spijt, verdriet en berouw simuleren, kan een belangrijke rol spelen in beslissingen die moeten genomen worden. In rechtszaken bijvoorbeeld.
Rechters, jury’s, moeten dus door valse tranen heen kunnen kijken.
Maar is dit wel mogelijk?
Volgens het onderzoek dat eergisteren (8 februari) in Law and Human Behavior werd gepubliceerd, moet dat kunnen.

De onderzoeksgroep onder leiding van Leanne ten Brinke stelde na uitgebreide observaties bij een grote testgroep vast, dat personen die verdriet, spijt en berouw veinzen, een aantal opvallende patronen in hun gelaatsuitdrukking vertonen:
  1. -ze schakelen in hun gelaatsuitdrukking dikwijls én sneller om van de ene emotie naar de andere.
    Ze switchen dus vlugger en vaker van droefenis naar kwaadheid, naar afkeer, naar angst… dan personen die oprecht spijt hebben.

    image
                                           Bron:Facial Expression Analysis

    Daarbij was het vooral opvallend dat simulators gemakkelijk van negatieve emoties (droefheid, kwaadheid, afkeer, …) naar positieve emoties (vreugde) overschakelen.
    Oprechte personen doen dat maar heel langzaam en passeren meestal via een stadium van zogenaamde neutrale emotie (verbazing b.v.)
  2. -ze spreken opvallend veel aarzelender dan wie niet simuleert.
Ik neem aan dat deze gedragspatronen als een detectiemiddel van veinzers kan gebruikt worden door geoefende observators.
Rechters zouden daar zelfs kunnen op getraind worden.
Maar dat juryleden in een assisenzaak daar gebruik kunnen van maken, lijkt me erg twijfelachtig.
Die zouden over duidelijker te observeren patronen moeten kunnen beschikken vind ik.

woensdag 10 maart 2010

We zijn er om mekaar te leren helpen niewaar

We denken dikwijls dat het niet goed gaat met onze samenleving.
Dat hebzucht, egoïsme, vandalisme,… zienderogen toenemen.
En dat dit negatieve gedrag zonder discussie veel meer verspreid is dan vroeger, in de “goede oude tijd”.
En dat kan ook zo wel zijn.


Maar we moeten daarom niet wanhopen.
Want positief gedrag verspreidt zich een groep van onze samenleving even snel als negatief gedrag.
Dat is althans de bevinding van James H. Fowler en Nicolas A. Christakis.
In een studie die ze deze week in PNAS (Proceedings of National Academy of Sciences of the USA) publiceerden, zeggen ze daarvoor een bewijs gevonden te hebben.
Ze lieten hun proefpersonen meedoen in een spel waarin ze geld konden inzetten voor eigen gewin of voor een gemeenschappelijk voordeel.
Het bleek dat proefpersonen die meespeelden met anderen die het gemeenschappelijk doel verkozen, die keuze zelf ook maakten i.p.v. voor het eigen voordeel te kiezen.
Altruïsme, onbaatzuchtigheid, zijn dus blijkbaar even goed overdraagbaar in een groep als negatief gedrag.

image
Het komt er dus op aan om dit positief gedrag duidelijk te demonstreren.
Zou daar iets inzitten voor de benadering van probleemgroepen in wijken zoals het Anderlechtse Kuregem bijvoorbeeld?

maandag 1 februari 2010

Suiker verzekert je toekomst

Een groep wetenschappers van de universiteit van South Dakota in Vermillion US, hebben een merkwaardig effect ontdekt van een hoog bloedsuikergehalte.
Uit hun onderzoek blijkt dat mensen met hoog suikergehalte in het bloed best toekomstgericht kunnen denken.
D.w.z. dat die mensen beter beslissingen kunnen nemen waarbij vooruit moet gedacht worden.
Het verslag van hun onderzoek, dat gepubliceerd wordt in Psychological Science, kan je in dit pdf-bestand lezen.


De wetenschappers lieten een groep van 65 proefpersonen frisdrank drinken met de mededeling dat dit voor een onderzoek was en dat ze voor hun medewerking financieel zouden vergoed zouden worden.
De ene helft kreeg, zonder het te weten, suikervrije frisdrank, de andere helft kreeg gesuikerde frisdrank.
Beide groepen kregen vrij snel nadien twee stapeltjes geld te zien: een stapeltje met $120 en een stapeltje met $450.
Ze werden dan voor de keuze gesteld: ofwel onmiddellijk de $120 ontvangen ofwel 31 dagen wachten en dan de $450 krijgen.
En wat bleek: de overgrote meerderheid van de proefpersonen die gesuikerde frisdrank dronk en dus een hoog bloedsuikergehalte had, koos voor het wachten en dus voor meer geld.
De onderzoekers verklaren dit door aan te nemen dat de keuzes van mensen met veel suikers in hun bloed niet beïnvloed worden door energietekort. Ze kunnen daardoor rustiger en meer doordacht kiezen.
Volgens de onderzoekers kan dit inzicht helpen het aanpakken van negatief impulsief gedrag zoals gokverslaving en druggebruik.


Zou een ferme snoeper dan geen drugsverslaafde worden?
Of niet (teveel) op de Lotto spelen?
Of geen eetstoornis (anorexie) krijgen.
In elk geval, bij mij klopt dat toch…