Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen

donderdag 8 maart 2012

Super menu: vis met bosvruchten en aardbeien

Het begint hier stilaan op een aflevering van Dagelijkse Kost te lijken.
Vorige week woensdag liet ik hier nog weten dat je meer vis moet eten om je hersenen fit te houden.
Vandaag kan ik jullie melden dat een bessen- en aardbeienslaatje daar nog een schepje bovenop doet.


Vervang het potje roomijs door een verse pladijs…


Uit een onderzoek dat zeer recent in het Journal of Agricultural and food Chemistry verscheen, blijkt dat zo’n bessenmenu zeer gunstige effecten heeft op onze hersenactiviteit en dat het ook het verzwakken van het geheugen bij het ouder worden kan tegengaan.
Waar de vis zijn positieve werking te danken heeft aan de hoge concentraties aan omega-3 vetzuren, zijn het bij de bessen de hoge concentraties aan anti-oxidanten die het hem doen.
Daarenboven beïnvloeden bepaalde bestanddelen in deze fruitsoorten ook de wijze waarop neuronen in onze hersenen signalen aan elkaar doorgeven.
Wat die bestanddelen precies zijn moet nog verder uitgezocht worden.

Laat ze maar verder zoeken.
Maar intussen weten we al wat ons te doen staat: eet meer vis met bosvruchten en aardbeien.
Het is lekker, gezond en je blijft er geestelijk fit mee.
Alleen: je kan dat zomaar niet bij elkaar op je bord mikken.
Dat wordt een uitdaging voor Jeroen, Piet en… Mia om daar iets appetijtelijks mee te creëren.
Ik ben benieuwd.

donderdag 16 februari 2012

Ons geheugen als lappendeken

Wie zo als ik een dagje ouder wordt, krijgt last van een verminderend geheugen.
Het duurt van langsom langer om feiten, namen,… uit het geheugen naar boven te halen.
Inzicht in hoe het geheugen werkt, zou misschien kunnen helpen om er iets aan te doen.

Onlangs hebben wetenschappers van de University of Warwick en de Indiana University een interessant model gepubliceerd voor de wijze waarop we gegevens uit ons geheugen opdiepen.
Ze publiceerden hun werk maandag jongstleden in Psychological Review. Je kan de hele publicatie gratis lezen in dit pdf-bestand.


Volgens die onderzoekers is het ophalen van gegevens uit ons geheugen vergelijkbaar met de wijze waarop dieren (bijen, vogels,…) voedsel zoeken.
Ze zoeken dat in een bepaald foerageergebied, maar binnen dat gebied gaan ze van locatie naar locatie. En ze beslissen op het gepaste moment om naar een andere locatie binnen hun foerageergebied te verhuizen.
Als bijvoorbeeld een bloementuin het foerageergebied is voor bijen, zullen die beestjes een tijdlang op een bepaalde bloemstruik stuifmeel zoeken, om dan op een geschikt moment naar een andere bloemstruik over te schakelen. De meest efficiënte bijen zijn die welke het moment om naar een andere locatie te trekken het best kunnen bepalen.

Met ons geheugen doen we iets analoogs, zeggen de wetenschappers.
Veronderstel dat we dierennamen  uit ons geheugen moeten halen.
Dierennamen is dan het foerageergebied in ons geheugen. En dat gebied kan bekeken worden als een lappendeken van verschillende dierengroepen: huisdieren, roofdieren, vissen, vogels,...

image

Wat we dan volgens de onderzoekers doen, is bij één van die lappen beginnen en de inhoud ervan bovenhalen. En zo springen we binnen het foerageergebied “dierennamen” van “geheugenlap”  naar “geheugenlap”.
En wie zijn geheugen het best gebruikt is hij/zij die op het juiste moment naar een andere “geheugenlap” trekt. Dat moment is bijvoorbeeld te herkennen als je namen uit één dierengroep begint te herhalen.
Als je dierennamen moet opnoemen en je begint bij de “geheugenlap” huisdieren en je reeks wordt: “hond, kat, kanarie, hamster, kat”, dan is moment gekomen om bijvoorbeeld naar de “lap” roofdieren over te schakelen en je opdracht aan te vullen met: “leeuw, tijger, panter, luipaard,…”
Enzovoort.

We moeten dus beginnen met eerst een goed mentaal beeld te maken van het foerageergebied (wat zijn de verschillende diersoorten die ik ken bijvoorbeeld). En dan moeten we de geheugenlappendeken van dat gebied goed gebruiken. Als je niet te laat of te vroeg naar een andere lap (andere diersoort) overschakelt, zal je volgens de onderzoekers de beste prestaties leveren in het bovenhalen van wat binnen dat foerageergebied in je geheugen verborgen zit.
Dus niet van de hak op de tak springen of te lang blijven plakken, maar beredeneerd van lap tot lap hoppen.
Dat lijkt me een aannemelijke techniek voor sommige, maar niet voor alle geheugenproblemen.
Ik zal het proberen te onthouden...

zondag 6 november 2011

Eerst noteren of… teruggaan

Veronderstel dat je mijn vrijdagpuzzeltje wil oplossen en dat je er stilaan zicht op krijgt hoe je dat gaat aanpakken.
Maar dan wordt je weggeroepen of je moet naar het toilet. Je gaat in elk geval de kamer verlaten waar je het briljante oplosidee voelde opkomen.
Als je dan niet de moeite neemt om eerst te noteren hoe je wil tewerk gaan, is de kans groot dat je briljante inval uit je geheugen verdwijnt als je de kamer verlaat.


Het fysieke door het deurgat stappen maakt het blijkbaar moeilijker om ideeën te onthouden waar je mee bezig was in de kamer die je verlaat!
Het verloop van gebeurtenissen wordt in ons geheugen blijkbaar opgeslagen zoals de hoofdstukken in een boek. En de informatie in het huidige hoofdstuk is voor ons gemakkelijker toegankelijk dat die in een vorig hoofdstuk.
Dit is het besluit van een onderzoek onder leiding van Gabriel Radvansky van de Amerikaanse Notre Dame University.
Het fysieke verlaten van een kamer komt volgens die wetenschappers voor ons geheugen overeen met het begin van een nieuw geheugenhoofdstuk. En daardoor verbleken de gegevens uit het vorige hoofdstuk.

Toen ik dit las, leek die studie mij een klinkklaar voorbeeld van een open deur intrappen.
Het is mij immers al meer dan eens gebeurd dat ik mijn bureau uitloop om iets te gaan halen in de living, de keuken, de garage. En daar aangekomen weet ik het niet meer. Terug naar het bureau dan maar! Terug naar de kamer waar het begon. Terugbladeren in mijn geheugenboek dus. En ja hoor: alles wordt weer duidelijk. Ik weet weer wat ik zoeken moest.
Ik ben er zeker van dat velen onder jullie die ervaring ook al hebben gehad.

Als onderwijsmens bedenk ik dan of het voortdurend veranderen van leslokaal in het secundair onderwijs niet nefast is voor het onthouden van het geleerde?
En of het lager onderwijs, waar de onderwijzer (m/v) een hele dag in eenzelfde lokaal werkt, niet efficiënter is?
We zullen het eens aan minister Smet voorleggen.
Want die weet veel. Als hij tenminste zijn bureau niet te dikwijls verlaat…

woensdag 31 augustus 2011

Dat heb ik gemist

Ik ben geen echte muziekliefhebber en ik ken weinig of niets van notenleer.
Tijdens de muzieklessen van mijn eerste jaren middelbaar heb ik meer gelachen en plezier gemaakt dan opgelet.
En het is nooit bij mij opgekomen om naar een muziekschool te trekken om een instrument te leren bespelen.
Misschien zal dit gebrek aan belangstelling voor die edele kunst mij binnenkort zuur opbreken


image

Want neuropsychologe Brenda Hanna-Pladdy en haar collega’s van de Emory University in Atlanta, hebben vastgesteld dat een muziekinstrument bespelen in je kinderjaren, ervoor zorgt dat je later minder last krijgt van geheugenverlies.
Een je blijft ook langer intellectueel fit dan wie die vaardigheid in zijn jeugd niet beoefende.
Ze onderzochten 70 gezonde, fysiek fitte personen tussen de 60 en de 83 jaar oud. Die groep bestond uit mensen met een vergelijkbaar opleidingsniveau, maar met een verschillende muzikale scholing.
Uit het onderzoek bleek dat wie in zijn jonge jaren gedurende 10 jaar en meer een muziekinstrument had bespeeld, veel beter scoorde op geheugen- en intelligentietesten.
Hanna-Pladdy stelt dat het positief effect van het bespelen van een muziekinstrument, vergelijkbaar is met het het aanleren en gebruiken van één of meer vreemde talen.

Vreemde talen blijven gebruiken, dat lukt mij nog enigszins, maar een muziekinstrument, daar is het voor mij te laat voor.
Maar voor wie het nog kan: je weet wat jullie te doen staat: hup naar de muziekschool!
Maar denk ook aan je medemens en kies liefst iets anders dan een drumstel of een trommel…

donderdag 10 maart 2011

Slaap je werkgeheugen fit !

Misschien denk je er anders over, maar tijdens onze slaap zijn onze hersenen erg actief.
Wie zich zijn dromen herinnert (ik doe dat niet!), kan wellicht nauwelijks geloven dat die droomperiodes hooguit één uur van zijn nachtrust in beslag nemen. 
En denk maar niet dat tijdens de rest van de slaap er niets gebeurt in je hersenen.
Integendeel.
Tijdens die droomloze slaapperiodes wordt informatie uit je werkgeheugen overgeheveld naar het permanent geheugen.
Je werkgeheugen wordt dus tijdens die periodes leeggemaakt.
Zo is het nadien weer paraat is om recente gebeurtenissen op te slaan. En je kan weer goed actieve denkprocessen uitvoeren.

De communicatie tussen verschillende hersengebieden tijdens de slaap, kan gedetecteerd worden aan de hand van karakteristieke elektrische hersengolven: de zogenaamde sleep spindles. Dat was al bekend.


image

Maar een groep Amerikaanse psychologen van de University of Berkeley onder leiding van Matthew Walker stelt nu in een recent artikel in Current Biology, dat die sleep spindles precies samenhangen met de overdracht van gegevens uit de hippocampus, waar het werkgeheugen huist, naar de prefrontale cortex, waar het permanente geheugen “woont”.
De intensiteit van de sleep spindles is dus volgens die onderzoekers een maat voor het leegmaken van het werkgeheugen: hoe meer sleep spindles hoe beter het werkgeheugen "schoongeveegd" wordt.
image
Tot die conclusie kwamen ze na experimenten met een groep studenten die vóór het slapengaan een moeilijke geheugenproef moesten uitvoeren.
Tijdens de slaap van de proefpersonen werden de hersengolven gevolgd.
En daaruit bleek dat de proefpersonen met de meeste sleep spindles nadien het meest fit waren om nieuwe zaken aan te leren.

Aangezien de droomloze slaapperiode vooral in het laatste gedeelte van de slaap plaatsvindt, moet je lang genoeg slapen om voldoende sleep spindles te produceren en dus ‘s anderendaags over een fit werkgeheugen te beschikken.
Dus: ofwel niet te laat naar bed, ofwel lang genoeg slapen.
Mij zal het eerste zeker nooit lukken.
Ik zal mijn wekker dus maar een half uurtje later laten aflopen en… mijn middagdutje verder in ere houden!

zondag 23 januari 2011

Het vergeetboek

Over Douwe Draaisma heb ik het hier terloops al eens gehad.
Deze Nederlandse prof. in de psychologie én filosoof heeft een paar schitterende boeken geschreven over geheugen, tijd en ouderdom.
En ze zijn daarenboven, voor leken zoals ik, goed leesbaar. 
Twee ervan heb ik al een paar jaar geleden gelezen.


image

In “Waarom de dingen sneller gaan als we ouder worden” gaat het over de werking van het zogenaamde autobiografische geheugen. Dat is het deel van ons geheugen waarin we onze persoonlijke ervaringen opslaan.
Draaisma beschrijft en verklaart hoe dit geheugendeel nogal eigenzinnig tewerk gaat: negatieve ervaringen die we zouden willen vergeten, krijgen we maar niet weggewerkt, terwijl positieve ervaringen die we zouden willen vasthouden, niet te onthouden vallen. Onze herinnering houdt er dus een bijzondere logica op na.

In ”De heimweefabriek” neemt Draaisma het op voor het geheugen van de ouder wordende mens. Vergeetachtigheid moet niet alleen maar kommer en kwel te zijn. Draaisma laat zien welke interessante genoegens er aan dit ouder wordend geheugen vast zitten.

En nu ligt sedert een paar dagen “Vergeetboek” op mijn nachtkastje (en elders).
Ik heb het bijna in één ruk uitgelezen.



Dit keer gaat het dus om het vergeten.
Draaisma legt uit waarom vergeten één van de belangrijkste vermogens van ons geheugen is. Ons geheugen zou eigenlijk niets kunnen vasthouden, moest het niet in staat zijn om ook selectief bepaalde zaken te wissen.
Vergeten is dus “een noodzakelijk goed.
Een zeer helder geschreven en ongewoon boeiend boek.

Vergeetboek werd op 14 november 2010 al voorgesteld in een gesprek tussen de auteur en Wim Brands, de man achter het onvolprezen “VPRO boeken”.
Het toeval wil, dat door een ongeval van de presentator, de normaal voorziene uitzending van vandaag niet kan doorgaan.
Daarom heeft de VPRO beslist om de uitzending met Draaisma over zijn “Vergeetboek” vandaag 23 januari 2011 te herhalen:
Nederland 1 om 11.30u.
Vergeet niet te kijken.
En vergeet vooral niet het boek (of de boeken...) te lezen.

woensdag 3 februari 2010

Eet meer sla

Zestig is lestig is een gezegde.
Inderdaad van zodra je leeftijd met een 6 begint, wordt je met allerlei kwaaltjes geconfronteerd.
Dikwijls valt daar wel mee te leven.
Maar wat ik het ergst vind, is het toenemend falen van mijn geheugen.
Ik weet intussen al dat ik het functioneren van mijn hersencellen wat kan verbeteren door bosbessensap te drinken.
Dat heb ik hier al in mijn berichtje van 23 januari uitgelegd.

En de goede raad houdt maar niet op.
In Neuron van 28 januari laatstleden, publiceren Amerikaanse en Chinese wetenschappers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Cambridge US en van de Tsinghua University in Beijing, een artikel waarin ze aantonen hoe magnesium de geheugenwerking verbetert.
Bij muizen toch.
Maar wat goed is voor de muis…
Dus maar aan de magnesiumrijke kost.
Eet meer sla, ananas, noten,…


Van nu af aan kies ik bijgevolg regelmatig voor sla met bosbessen.
Of ananas met noten.
Of andere combinaties waar mijn smaakpapillen niet tegen protesteren…

zaterdag 23 januari 2010

Bosbessen zijn goed voor mij. En voor u.

De mens is een bijzonder organisme.
Maar zoals alle levende wezens op onze aardbol beginnen we al te sterven van zodra we geboren zijn.
Een zeer bekend voorbeeld zijn de vrouwelijke eicellen waarvan een pasgeboren meisje er zo gemiddeld een 300.000 à 400.000
in voorraad heeft.
Maar van bij de geboorte beginnen ze af te sterven. En er worden geen verse eitjes meer bijgemaakt. Tijdens de puberteit blijven er nog zo’n 100 à 200.000 over. En rond het 50ste levensjaar zijn er geen rijpbare eicellen meer over en begint de menopauze.

Van dit gebeuren hebben mannen (meestal…) weinig last.
Maar als het om hersencellen gaat delen ze ook in de afsterfbrokken.
Van rond het twintigste levensjaar beginnen, zowel bij mannen als bij vrouwen, hersencellen in aantal te verminderen.

Jaren later, als het aantal al flink verkleind is, laat zich dat duidelijk voelen.
Ik kan er van meespreken: iemand herkennen, en zijn naam niet meer terugvinden.
Naar “De slimste mens” kijken, het antwoord weten, en het woord niet kunnen bovenhalen.
Ronduit frustrerend is dat.

Maar naar het schijnt zouden bepaalde blauwe bolletjes een duidelijk gunstig effect hebben op de geheugenprestaties: bosbessen.

image
Een recente studie gepubliceerd in het Journal of Agricultural and Food Chemistry toont aan dat het sap van bosbessen het geheugen bij oudere mensen positief beïnvloedt.
Daarenboven hebben die bessen en vooral hun sap een gunstig effect op de gemoedstoestand en op het suikergehalte in het bloed.
Heel die positieve werking zou te maken hebben met het hoge gehalte aan anti-oxidanten dat in bosbessen voorkomt: anthocyaninen, tanninen, flavanolen,…
De hersenen zijn één van de meest actieve organen van het menselijk lichaam. Daardoor verbruiken ze veel zuurstof.
Maar daardoor ontstaan daar ook vrij veel schadelijke zuurstofradicalen. Dit zijn verbindingen waarin zuurstofatomen voorkomen die een elektron verloren hebben:
radicaal
De anti-oxidanten reageren snel met die agressieve zuurstofradicalen, waardoor die radicalen hun schadelijke werking niet meer kunnen uitoefenen.

En hoeveel moet je dan wel van het sap drinken?
Volgens de auteurs van het artikel: een halve liter ongezoet bosbessensap per dag.
Dit is niet zo veel vind ik. De moeite van het te proberen waard: het is lekker en kwaad zal het ook niet kunnen.
Ik hoop maar dat ik het niet vergeet…
 image

dinsdag 16 juni 2009

Altzheimer?

Dwarse Simon Rozendaal geeft in Elseviers Weekblad voortdurend zijn mening over allerlei problemen en situaties.
De hele heisa over de opwarming van de aarde en wat daar wel de oorzaak van is, is één van zijn stokpaardjes.
Maar dit keer gaat het over Altzheimer.
Wil je eens weten hoe het met jezelf op dat terrein gesteld is, dan moet je maar eens kijken naar het supersimpel testje dat hij voor je klaar heeft.
Of zou zijn testje toch iets te simpel zijn?
Klik op de startknop om het filmpje te zien.


maandag 1 juni 2009

Al slapend leren

Ik herinner me nog goed hoe er in mijn jonge tijd, toen ik nog aan het studeren was, verhalen de ronde deden over hoe je slapend kon leren.
Je moest een bandopnemer (voor de jongeren: dit is het toestel hieronder) naast je bed installeren en hem ‘s nachts zachtjes een geluidsopname van de leerstof laten afspelen.
‘s Anderendaags morgens zou je er dan alles van af weten.

Bandopnemer
Ik weet dat ik dit ei van Columbus ook wel een paar keer geprobeerd heb.
Van een positief resultaat kan ik mij echter niets herinneren.

Het zal dus wel niet waar zijn dat je iets bijleert tijdens je slaap. Maar toch is het zo dat slapen helpt om de leerstof in je hersenen op te slaan. Recent onderzoek toont dat toch aan.
In Nature Neuroscience van mei publiceert een internationale groep neurowetenschappers onder leiding van Francesco Battaglia (Vrije Universiteit van Amsterdam), de resultaten van een onderzoek naar de betrokkenheid van bepaalde delen van de hersenen bij het opslaan van informatie.

Dat de hippocampus daar bij betrokken was, wist men al langer.
Maar het onderzoek van de Amsterdamse groep toont aan dat ook de mediale prefrontale cortex (MPC) een belangrijke rol speelt bij het fixeren van informatie tijdens de slaap.
Oei wat klinkt dat geleerd! Het gaat om een gebiedje in de hesenen dat op het beeld hieronder in het rood is aangeduid.


mpfc
Hoe weten die onderzoekers dat?
Ze gebruikten ratten als proefdieren.
Met scanners bekeken ze de activiteit in het MPC bij die proefdieren terwijl die hun weg moesten zoeken door een doolhof.
En toen de ratten een dutje deden bekeken ze opnieuw de activiteit in het MPC: ze vonden precies dezelfde hersenactiviteit.
Het was dus alsof de ratten, tijdens hun slaap, hun weg door het doolhof nog eens naliepen en fixeerden.
Maar datzelfde patroon van hersenactiviteit vonden ze tijdens de slaap niet alleen in het MPC, maar ook in de hippocampus.
Ze denken daarom dat het MPC en de hippocampus tijdens het slapen informatie uitwisselen, waardoor het vastzetten van verworven kennis versterkt wordt.

Als dit rattenverhaal ook voor mensen geldt, is de gouden raad in deze barre tijden voor blokkende studenten eenvoudig: eerst grondig studeren en dan goed en voldoende slapen.
Dan zorgen uw hippocampus en uw MPC wel voor de rest.

Maar ja, die gouden raad kenden we eigenlijk al lang, nietwaar?

zondag 24 mei 2009

Hoofdrekenen

Het is thuis tegenwoordig “vollen bak”.
In het middelbaar onderwijs staat de examenperiode voor de deur.
Vooral de hoogste jaren gaan hun laatste lesweken in.
Ik krijg dus regelmatig meisjes en jongens over de vloer die nog wat uitleg komen vragen over chemie en fysica.
En als het dan over fysica gaat, dan is het kunnen oplossen van vraagstukken dikwijls het grote struikelblok.
Los van het inzicht in het probleem, valt mij daarbij op hoe weinig er nog overblijft van rekenvaardigheid.
Het algemeen aanvaard gebruik van elektronische rekenmachines heeft er toch voor gezorgd dat het kunnen hoofdrekenen bij de jonge mensen vrijwel helemaal weggedeemsterd is.
Nochtans is het handig als je niet steeds dat zakjapannertje moet bovenhalen om de simpelste berekening tot een goed einde te brengen.
Ik geef toe dat ook bij mij de snelheid waarmee ik een antwoord op een rekensom uit mijn mouw kan schudden af fel afgebot is.
Maar de truukjes om tot het resultaat te komen ken ik nog wel.

rekenen
Ik zet er hier een vijftal op een rijtje. Ik hoop dat ze niet (allemaal) te onnozel en te overbekend zijn. En ik weet dat er nog veel andere rekentruuks bestaan.
Ik geef u ook de raad om ze eens toe te passen als de gelegenheid zich voordoet. Je zal zien hoe men zich zal verbazen over je rekengave en hoe men je zal bewonderen...
Maar het is ook goed om gewoon een beetje te oefenen.
Want voor jong, maar vooral voor oud(er) is een beetje hersengymnastiek nooit weg. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Maar dan moeten we ook de geest fit houden. Hoofdrekenen kan daar goed bij helpen.

  1. snel vermenigvuldigen met 4:
    tweemaal na elkaar verdubbelen
    32 x 4=?
    32 x2 = 64 en 64 x 2 = 128
    Variant: vermenigvuldigen met 0,4 of met 40:
    deel het getal eerst door 10 of vermenigvuldig het eerst met 10 vóór je het voorgaande toepast.
    Oefening:
    4 x 53 =
    54 x 40 =
  2. snel kwadrateren van een getal dat op 5 eindigt:
    - eerst de tientallen vermenigvuldigen met één meer
    - achter het resultaat 25 schrijven
    652 = ?
    6 x 7 = 42
    4225
    Dus 652 = 4225
    Oefening:
    1152 =
    952 =
  3. snel vermenigvuldigen van een getal van één of twee cijfers met 99:
    - verminder het getal met 1: dat levert is het linker gedeelte van de uitkomst.
    - trek het getal af van 100: nu heb je het rechterdeel van de uitkomst.
    Opmerking: aftrekken gaat soms sneller door op te tellen.
    Als je b.v. 100 – 88 moet berekenen gaat dit sneller door te bedenken hoeveel je bij 88 moet optellen om 100 te bekomen.
    15 x 99=?
    15 – 1 = 14 is linker gedeelte
    100 – 15 = 85 is rechter gedeelte
    1485
    Dus 15 x 99 = 1485
    Oefening:
    75 x 99 =
    99 x 48 =
  4. snel aftrekken door de getallen te veranderen:
    - verander de getallen zó dat de aftrekker ervan een tienvoud wordt.
    Maar denk eraan dat je beide getallen dan met hetzelfde vermeerdert of vermindert.
    86 – 59 = 87 – 60 = 27
    61 – 32 = 59 – 30 = 29
    Oefening:
    64 – 39 =
    76 – 48 =
  5. snel vermenigvuldigen van een getal van drie of meer cijfers met 11:
    Hoe je een getal van twee cijfers met 11 moet vermenigvuldigen weet je wellicht van op de lagere school: schrijf de som van de twee cijfers tussen beide in.
    Dus 26 x 11 = 286
    Als de som van de cijfers groter is dan 10, schrijf de eenheid er tussenin en voeg je één toe aan het eerste cijfer:
    76 x 11 = 836
    Maar hoe vermenigvuldig je nu een getal van drie of meer cijfers met 11?
    - het laatste cijfer van het getal is ook het meeste rechtse cijfer van de uitkomst
    - tel het de eenheden en de tientallen van het getal op. Het resultaat geeft u de tientallen van de uitkomst.
    Als die optelling de 10 overschrijdt, noteer je enkel de eenheden van die som en neem je 1 mee naar de volgende stap
    - tel de tientallen en de honderdtallen van het getal op. Het resultaat geeft u de honderdtallen van de uitkomst.
    Als die optelling de 10 overschrijdt, noteer je enkel de eenheden van die som en neem je 1 mee naar de volgende stap.
    Zet dit verder tot uiteindelijk de twee meest linkse cijfers van het getal opgeteld zijn
    - schrijf het meest linkse cijfer van het getal ook als meest linkse cijfer van het resultaat, tenzij de laatste som die je maakte groter was dan 10: dan moet je er 1 bij optellen
    342 x 11=
    meest rechtse cijfer van resultaat is 2
    4+2 = 6 cijfer van de tientallen is 6
    3+4 = 7 cijfer van de honderdtallen is 7
    3 is het meest linkse cijfer, zowel van het getal als van het resultaat.
    Dus 342 x 11 = 3762

    594 x 11=
    meest rechtse cijfer van resultaat is 4
    4+2 = 13 cijfer van de tientallen is 3 en ik neem 1 mee
    5+9+1 = 15 cijfer van de honderdtallen is 5 en ik neem 1 mee
    meest linkse cijfer van het resultaat is 5+1 = 6
    Dus 594 x 11 = 6534
    Oefening:
    613 x 11 =
    577 x 11 =

Voilà dat waren mijn 5 rekentruukjes.
Ik hoop dat je misschien iets bijgeleerd hebt en dat je zo’n beetje hoofdrekenen wel eens plezierig vindt.
Je kan zelf oefeningen bijmaken zoveel je wil.
En varianten zoeken b.v. op truuk: vermenigvuldigen met 0,99 of met 990.
En mocht je zelf nog ne fameuzen rekentruuk kennen: laat maar iets horen.
Nu ga ik eerst nog snel uit het hoofd 24 x 26 en 29 x 31 berekenen, want voor een vermenigvuldiging van 2 getallen die 2 verschillen ken ik ook nog nen truuk.
En dan ga ik slapen want het is weeral morgen.

woensdag 20 mei 2009

Yes you do!

Onze leeftijd (>60) is gekenmerkt door het minder goed functioneren van ons geheugen. Daar kan je niet naast kijken.
En als we met lotgenoten samenzitten, gaat het dikwijls daarover.
Hoe we ons niet meer de naam kunnen herinneren van die minister die betrokken was bij het Agusta-schandaal.
Of hoe we niet meer kunnen zeggen hoe de vrouw van prins Laurent nu weer heet. En we zien ze nochtans zo duidelijk vóór ons.
Of hoe we, als we naar Blokken of De Slimste Mens kijken, het antwoord op alle vragen weten, maar we krijgen het er niet meer op tijd uit.
Maar als we onszelf zo samen zitten te beklagen, voelen we ons toch goed omdat we niet alleen zijn. Er zijn veel lotgenoten in die geheugenmiserie. En die miserie kan soms extreme vormen aannemen…

Beeld: Knoflog

Maar misschien zouden we beter wat minder klagen.
Misschien zouden wat meer zelfvertrouwen moeten hebben. Misschien moeten we er onszelf meer van overtuigen dat we wát we weten, we ook wel zullen terugvinden op onze hersen-harde-schijf.


Dat is ook wat het onderzoek van een groep psychologen van de North Carolina State University heeft uitgewezen.
De resultaten van dit onderzoek zijn in het aprilnummer van het tijdschrift Experimental Aging Research gepubliceerd.
Ze hebben 103 senioren tussen 60 en 82 jaar aan geheugentesten onderworpen.
Die grote bende werd in twee groepen verdeeld.

Aan de eerste groep werd verteld dat de test de bedoeling had om het effect van leeftijd op het geheugen na te gaan. De deelnemers van die groep moesten op hun antwoordblad, naast hun naam ook hun leeftijd vermelden. M.a.w. de stereotype overtuiging dat een oudere een slechter geheugen heeft werd door de testers gestimuleerd en benadrukt.

Aan de tweede groep werd gezegd dat de test de bedoeling had om de vooroordelen over geheugenverlies bij ouderen te onderzoeken en te weerleggen. Er werd gezegd dat ze hun leeftijd niet moesten vermelden omdat die toch via hun naam bij de testers bekend was.
Bij die tweede groep probeerde men dus juist de stereotype overtuiging van slecht geheugen weg te dringen.
En ja hoor: de tweede groep scoorde beduidend beter dan eerste.
Daarbij viel nog op dat de deelnemers met de hoogste opleidingen het meest last hadden van de negatieve stereotype overtuiging.

Enfin we weten nu wat we moeten doen als we nog eens met de oudjes samenzitten. Geen gezeur en geen geklaag, maar peptalk.
Yes we can!

En ik weet weer wie die minister van de Agusta-affaire was: Willy Claes! Hoe kon ik dat nu vergeten.
En de vrouw van prins Laurent ken ik ook: Claire Coombs!

Zeg Mia weet ge soms niet waar ik mijnen bril gelegd heb?

Beeld: Bigshop.nl

donderdag 26 februari 2009

Miniaturisatie

Een zestiger zoals ik, heeft het geluk(!?) gehad om in zijn leven een enorme technologische en wetenschappelijke revolutie mee te maken.
Vooral de technologische ontwikkelingen hebben onze samenleving enorm beïnvloed.
De toepassing van de elektronica en de steeds verderschreidende miniatuurisatie van elektronische circuits hebben daar een centrale rol in gespeeld. In de informatietechnologie is die steeds verdergaande verkleining van de schakelingen fenomenaal.
Tegenwoordig situeert de werkdimensie van de chiparchtiectuur zich op het nanoniveau.
Hieronder zie je een foto van Intels splinternieuwe 32 nm (nm = nanometer = 10-9 meter) Nehalem chip. Elke chip bevat niet minder dan 1,9 miljard transistoren.

Die miniaturisatie speelt niet alleen een rol in de processorarchitectuur, maar evenzeer in de geheugenarchitectuur.
Ik herinner mij opnieuw mijn ZX81 computerke met 1 kilobyte intern geheugen en extern moest alles op casettjes.
Eind jaren 80 kreeg ik van het LUC (nu UHasselt...) een MS-DOS PC in bruikleen met een harde schijf van 20 MB (MB = megabyte = miljoen bytes). Ik was de koning te rijk.
Nu koop je b.v. in de Makro externe harde schijven met een opslagcapaciteit van 1 TB (TB = terabyte = 1012 byte = 1 miljoen MB).

En kijk dan eens naar de afmetingen.
Spectaculair is dat te zien in onderstaande foto die ik vond op de site van CNet-News:
1 GB in 1988 op een harde schijf die je zo maar niet in je binnenzak stopt naast 1 GB in 2008 op een SD-kaartje zoals velen er eentje in hun digitaalfototoestel zitten hebben:

courtesy Toxicjunction

Intussen loopt de harde schijf in mijn koppeke stilaan vol.
Het wordt tijd dat ik eens een paar externe gigabytes laat inplanten.
Zou Jeff Hoeyberghs dat esthetisch verantwoord kunnen doen?

zondag 8 februari 2009

Nostalgie op zondagmorgen

1958.
Ik werd 13 jaar. Ik zat in de 5de Moderne in het Sint-Gregoriuscollege-afdeling Merelbeke.
De schoolstrijd was beslecht. Het katholiek onderwijs kreeg meer financiële bewegingruimte.
De humaniora werd stilaan ook toegankelijk voor arbeiderskinderen.
De toekomst lachte breed.


Expo 58 opende zijn deuren. En ik mocht er naar toe, met de trein en met tante Leine.
De Sputnik bij de Russen, kleurentelevisie in het Amerikaans paviljoen, cinerama, Vrolijk België.
En dan nóg eens naar die wonderlijke expositie. Met mijn priester-leraar in soutane en met brede ronde hoed, per autostop vanop de autostrade. Mee met een "voyageur in damesschoenen" die ons met zijn Fiatje in volle vaart naar Brussel bracht.
Ik zie het nog allemaal alsof het gisteren was.
En in Nederland namen Johnny Kraaikamp en Rijk de Gooyer op een zolderkamer hun legendarische "Goudgele strand van Ameland" op.
50 jaar later op een zondagmorgen: de heimweefabriek.

donderdag 5 februari 2009

Viva Lamarck! Een beetje toch.

Deze morgen hoorde ik het in Keulen donderen!
Uitgerekend in dit Darwinjaar komt men met een rehabilitatie van Lamarck op de proppen.
Ik lees in mijn geliefde Noorderlichtblog dat de Amerikaanse biochemicus Larry Feig aangetoond heeft dat ervaring overerfbaar is. Bij muizen althans, maar dan zal dat ook wel bij mensen het geval zijn, want ons erfelijkheidsmechanisme is identiek.
Dat is regelrecht Lamarckisme.
Jean-Baptiste Lamarck

De overerfbaarheid van verkregen eigenschappen was voor Lamarck dé verklaring voor de wijze waarop organismen kunnen evolueren.
Je kent zonder twijfel de voorbeelden wel:
  • een smid die door het vele hameren dikke biceps krijgt (een verkregen eigenschap), zal een nageslacht op de wereld zetten dat ook dikke armspieren heeft (de verkregen eigenschap wordt overgeërfd)
  • een giraf moet zich dag in dag uit weren om bij de bladeren van de hoge bomen te geraken en krijgt daardoor een lange nek. De girafkes van zijn nageslacht zullen die verworven lange nekken overerven.
Darwin geloofde daar niets van: giraffen hebben lange nekken, omdat de sukkelaars met korte nekken niet bij het eten kunnen en van honger moeten sterven. Enkel en alleen de soort met lange nekken overleeft en krijgt een nageslacht: survival of the fittest by means of natural selection. Alleen de best aangepasten krijgen overlevingskansen, de anderen worden weggeselecteerd.
Lamarck was er (voorlopig) aan voor zijn moeite.

Charles Darwin

De moderne biologie, met haar gevorderde kennis van het erfelijkheidsmechanisme, gaf Darwin gelijk.
Waarom zou ons erfelijkheidsmateriaal (DNA) veranderen door wat we tijdens ons leven allemaal uitspoken? Viva Darwin!

Tot gisteren Feig en zijn medewerkers in de Journal of Neuroscience een artikel publiceerden waarin ze aantoonden dat de geheugentraining die men aan moedermuizen had gegeven, aan het nageslacht werd doorgegeven! Die muizenkinderen hadden een beter geheugen dan soortgenoten die geen moeder met geheugentraining hadden.


Muizenmoeders trainen hun geheugen.
Voor hun nageslacht...


De groep van Feig heeft ook aangetoond dat de geheugentraining inderdaad veranderingen in het DNA veroorzaakt, zodat die veranderingen kunnen overgeërfd worden.
De tak van de genetica die zich met deze vorm van overerving bezig houdt, is men intussen de epigenetica gaan noemen.

Hoewel er nog veel discussie aan de gang is over het mechanisme en de frequentie van het optreden van epigenetische verschijnselen, verdient Chevalier de Lamarck zeker wat eerherstel.
Er zijn gevallen van overerving van verworven eigenschappen mogelijk. Al blijft de visie van Darwin de juiste voor de algmene trend in de evolutie van organismen.

Allez, excuser nous monsieur!
Ook mijn excuses aan mijn oud-leerlingen die ik dikwijls liet uitleggen waarom Lamarck het helemaal niet bij het rechte eind had...

dinsdag 13 januari 2009

Ra ra ra hoe oud was jij?

Die rekentruukjes waren nogal simpel nietwaar?
Ik zal even verklappen waarom ze werken.

Truuk 1
Bedenk dat elk leeftijdsgetal van 2 cijfers ab kan geschreven worden als a.10 + b.
Voorbeelden: 63 = 6.10 + 3 en 21 = 2.10 + 1
Lees nu eens na wat je je slachtoffer liet doen:
  1. het eerste cijfer van de leeftijd x 5. Dus a.5
  2. er 3 bij optellen. Dus a.5 + 3
  3. verdubbelen. Dus 2.(a.5+3) = a.10 + 6
  4. er het tweede cijfer van de leeftijd bij optellen.
    Dus a.10 + b +6
Je ziet dat je nu gewoon altijd 6 moet aftrekken van het laatste resultaat om aan het leeftijdsgetal a.10 +b te komen. Simpel niet?

Truuk 2
Eigenlijk is dit geen echte rekentruuk, maar een gevolg van een getalsmatige merkwaardigheid: elk getal van 2 cijfers dat je met 10101 vermenigvuldigt levert als resultaat een getal op waarin het getal van 2 cijfers driemaal na elkaar herhaald staat.
Voorbeeld: 63 x 10101 = 636363 en 21 x 10101 = 212121
Lees nu eens na wat je je slachtoffer liet doen:
  1. de leeftijd x 3367
  2. resultaat x 3
In feite heb je dus simpelweg de leeftijd met 3 x 3367 = 10101 laten vermenigvuldigen en dan krijg je die leeftijd zomaar driemaal na elkaar in het resultaat te zien. Simpel maar merkwaardig!

Sommige getallen gedragen zich inderdaad heel merkwaardig.
Neem nu getallen waarin alleen het cijfer 1 in voorkomt:
1 x 1 = 1
11 x 11 = 121
111 x 111 = 12321
1111 x 1111 = 1234321
enz.
Merkwaardig toch die symmetrie in de uitkomst.

Andere getallen zijn heilig.
3 is er zo één: de goddelijke drie-éénheid, de drie aartsvaders en...alle goede dingen bestaan uit drie.
7 is er zeker ook één: 7 werken van barmhartigheid, 7 hoofdzonden, 7 dagen in de week, 7 kleuren van de regenboog, ...

Over die 7 kleuren van de regenboog: die zijn van Newton afkomstig. En over die reus van de fysica wil ik morgen meer vertellen.

Ra ra ra hoe oud ben jij?

Het moet niet alle dagen astronomie of fysica of chemie zijn.
Vandaag een paar eenvoudig rekentruukjes.
Vrouwen (vooral) en mannen (ook soms) vertellen niet graag hun leeftijd. En hun ouderdom zeker niet.
Geen nood: we berekenen die wel. Als het slachtoffer tenminste een beetje wil meerekenen.

Hoe doen we het?

Truuk 1 (geen rekenmachientje nodig, denk ik toch)
  1. vraag het slachtoffer om het eerste cijfer van haar/zijn leeftijd te vermenigvuldigen met 5.
  2. vraag haar/hem om daar 3 bij op te tellen.
  3. vraag haar/hem om die uitkomst te verdubbelen.
  4. vraag haar/hem om het tweede cijfer van haar/zijn leeftijd bij het resultaat op te tellen.
    Deze truuk moet je dus niet doen met 100-plussers en 10-minners want die hebben 3 of maar 1 cijfer in hun leeftijd.
  5. vraag haar/hem om je het eindresultaat te geven.
  6. trek daar 6 van af en je weet hoe oud zij/hij is.
    Het staat je vrij om het slachtoffer daarover in te lichten...
Truuk 2 (wel rekenmachientje nodig, weet ik zeker)
  1. laat het slachtoffer (ouder dan 9 en jonger dan 100) haar/zijn ouderdom in het rekenmachientje intikken en vermenigvuldigen met 3367.
    Jij mag niet kijken.
  2. laat haar/hem het resultaat vermenigvuldigen met 3.
  3. laat haar/hem het resultaat op een stukje papier opschrijven en het rekenmachientje wissen.
  4. je bekijkt wat zij/hij opgeschreven heeft en je ziet zomaar driemaal na elkaar haar/zijn leeftijd staan!
    Wil je wat gewichtiger doen: neem zelf het rekenmachientje en deel het getal dat hij/haar opgeschreven heeft door 10101.
    Je weet nu hoe oud zij/hij is.
    Het staat je vrij om het slachtoffer over zijn berekende ouderdom in te lichten...
Een waarschuwing voor wie deze spelletjes speelt: ik ben niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen!
Zet dus voor alle zekerheid maar een helm op.

En nog iets: je mag me laten weten waarom deze (simpele) truukjes werken.
Als jullie dat niet doen, vertel ik het zelf wel.

donderdag 8 januari 2009

Hoeveel aspirientjes produceer jij?

Toen ik nog als chemieleraar in het H.-Graf aan de slag was, liet ik mijn leerlingen van het 6de jaar Techniek-Wetenschappen elk jaar acetylsalicylzuur maken.

We kennen die verbinding beter als aspirine, de naam waaronder ze in 1899 door Bayer op de markt werd gebracht.
Jarenlang gebruik en jarenlang onderzoek hebben aangetoond dat deze eenvoudige verbinding een enorm toepassingsgebied bestrijkt: pijnstiller, koortsverlager, ontstekingsremmer, preventie van hartaanval en beroerte,...
Ook ik neem iedere morgen mijn tabletje cardioaspirine. Als ik het niet vergeet ten minste, want Aspirientjes helpen spijtig genoeg niet tegen "Altzheimer-light"...

De pijnstillende werking van aspirine is vooral toe te schrijven aan de salicylzuurkern in de molecule

Het was al geweten dat de vegetariërs onder ons behoorlijk grote concentraties salicylzuur in hun bloed hebben. Dit is vrij normaal te noemen want planten produceren vrij veel van dat zuur.
Het was b.v. al van in de oudheid bekend dat extracten van wilgenbladeren (wilg = salix in het Latijn - heb je hem?) pijnstillend werken.
In het gerenomeerde tijdschrift Nature is nu recent een studie verschenen die aantoont dat planten bij beschadiging in de buurt van de wonde extra salicylzuur produceren.

Maar ook bij niet-vegetariërs vond men bij ontstekingen en andere ziektverschijnselen vrij hoge concentraties salicylzuur in het bloed.
In het Journal of Agricultural and Food Chemistry is nu een studie gepubliceerd die aantoont dat het menselijk lichaam zijn lichaamseigen salicylzuur kan aanmaken!

Mensen zullen hierin weer van elkaar verschillen: mannen en
vrouwen(!) die niet dikwijls koppijn hebben zullen wellicht een intern aspirinefabriekje hebben dat behoorlijk goed draait.
Ge moet maar chance hebben...

maandag 29 december 2008

Eindejaarslijstjes 2 bis

Nog een kort staartje aan mijn vorig bericht
In 2009 zal ook de nieuwe software voor serieel datatransport,
de USB 3.0, toegepast worden in allerlei toestellen waar gegevensuitwisseling van pas komt.
Met die nieuwe software zal het transport van gegevens met een factor 10 versnellen.
Het gegevenstransport zal een snelheid kunnen halen van maximaal 4,8 Gb/s oftewel 600 MB/s.
Let eens op kinderen: Gb staat voor 1 miljard bit en MB staat voor 1miljoen byte. En 1 byte = 8 bit. Dus 4,8 Gb gedeeld door 8 = 0,6 GB = 600 MB. Zie je wel dat het klopt!
Of die snelheid ook gehaald zal worden, zal afhangen van de gebruikte verbindingskabels: alhoewel de koperen exemplaren nog bruikbaar zullen zijn, zal de maximale snelheid slechts bereikbaar zijn met optische verbindingen (glasvezel).
Het stroomverbruik zal ook beduidend lager liggen
waardoor b.v. de USB-poorten op PC's zelf voor voldoende vermogen kunnen zorgen.
Als je nu op een USB 2.0-poort van een PC een USB-hubje aansluit moet je dit hubje meestal via een externe spanning voeden omdat de PC onmogelijk meerdere USB-aansluitingen op één poort van voldoende stroom kan voorzien.

Allez vooruit: weeral sneller en zuiniger. We moeten niet altijd klagen...

zondag 28 december 2008

Eindejaarslijstjes 2

De technologische evolutie gaat gestaag door. In 2008 zijn er merkwaardige en dikwijls nog weinig bekende stappen gezet.
Wie heeft er al gehoord van de eetbare chip en ik bedoel hier niet die met zout of paprika? Binnenkort gaat het licht op groen en dan kan via zo'n ingeslikt stukje elektronica het functioneren van organen beter opgevolgd worden.
En ken je de memristor al die in de loop van 2008 in de laboratoria van HP werd ontwikkeld? De memory transistor is goed op weg om tot de fundamentele elektronicabouwstenen te gaan horen samen met de weerstand, de condensator en de inductiespoel. De memristor zal zorgen voor nog snellere en energiezuinigere computergeheugens.
Maar zowel de eetbare chip als de memristor zijn nog te exotisch om al tot de echte doorbraken van 2008 gerekend te worden. Ze zullen de volgende jaren pas echt aan de oppervlakte komen.

Wat volgens mij dit jaar wel heel duidelijk is doorgebroken is de USB-stick met flashgeheugen.
Bijna iedereen die met een PC werkt heeft wel zo'n stickje om bestanden, foto's, muziek op te slaan en uit te wisselen.
Waar is de tijd van de goede oude floppy?
Het flashgeheugen in zo'n stickje behoort tot de zogenaamde niet-vluchtige geheugens, d.w.z. dat de geheugenwerking behouden blijft als het niet onder spanning staat.
De "flash" in de naam wijst op de mogelijkheid om dit geheugen zeer snel (in één flits) geheel of gedeeltelijk te wissen. Nadien kan het (her)beschreven worden, maar dit gaat spijtijg genoeg veel minder snel.
Het grote voordeel van die flashstickjes is duidelijk: klein, robuust, geen bewegende delen en een behoorlijk grote opslagcapaciteit (orde van meerdere gigabytes = miljarden bytes) en relatief goedkoop.
Ik denk er nu aan dat mijn allereerste PC-tje uit 1981, mijn klein lief ZX-81-ske dat ik nog steeds op zolder bewaar, een intern geheugen had van 1 kilobyte = 1000 bytes en een externe geheugen-module van 16 kilobyte = 16.000 bytes! En toch waren we toen blij dat we al een computerke hadden waarmee we in onze wetenschapslessen konden experimenteren.
Computer, een magisch begrip...25 jaar geleden. Nu doodgewone kost!