Posts tonen met het label Scientific American. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Scientific American. Alle posts tonen

zaterdag 19 februari 2011

1961: afkoeling van de aarde!?

De Scientific American van maart 2011 is al uit.
In elke maandelijkse aflevering van dit degelijk populair wetenschappelijk tijdschrift vind je de rubriek “50, 100 & 150 Years Ago
Daarin wordt een artikel uit het tijdschrift van dat aantal jaren geleden aangehaald.

50 jaar geleden, dat was 1961.
Ik zat toen in het 4de jaar van de humaniora. De “derdes” zei men toen, want men telde de zes studiejaren in de middelbaar toen nog andersom: van zes naar één.
Uit wat de Scientific American laat lezen, blijkt dan men 50 jaar geleden ook helemaal andersom dacht over de klimaatsverandering op aarde.
Lees maar. Ik heb zelf het meest opvallende in rode kadertjes gezet.

image
Ik vat even samen.
Men vond toen dat de trend van opwarming die er sinds 1880 was, tot stilstand was gekomen. Men had zelfs vastgesteld dat sinds 1940 de temperatuur met 0,2 °F (d.i. is ongeveer 0,11°C) was gedaald, zowel op het noordelijk als op het zuidelijk halfrond.
Die daling had de vrees verminderd voor een “broeikaseffect” door het toegenomen verbruik van fossiele brandstoffen. Maar de reden voor de temperatuursdaling was onbekend.

In 2011 is een dergelijk artikel van amper 50 jaar geleden (een peulschil op geologische tijdschaal !) inderdaad "Food for Climate Skeptics” – koren op de molen van de hedendaags klimaatsceptici.
Maar het is wel de vraag hoe men over 50 jaar, in 2061, zal denken over wat er in 2011 in de media rondging over de opwarming van de aarde…

zondag 29 augustus 2010

Scientific American bestaat 165 jaar!

Ik ben al sinds 1964 een tevreden lezer van de Scientific American.
In mijn eerste lezersjaren kocht ik het populair wetenschappelijk tijdschrift in een overvol en rommelig boeken- en krantenwinkeltje rechtover de Minardschouwburg in Gent.
Toen Mia in mijn leven kwam en ik naar Limburg trok, kon ik het boekje, na afspraak met de winkelier, ook in Hasselt kopen. In een winkeltje op de Grote Markt, onder zaal De Valck – De Ware Vrienden-Climax, waar Mia met Het Hasselts Toneel repeteerde.
Toen dat pand plaats moest ruimen voor een winkelgalerij, kon ik na enig zoeken terecht in een tijdschriftenzaak in de buurt van het Hasselts begijnhof.
Jarenlang ging ik zo maandelijks mijn wetenschappelijk leesvoer afhalen.
Ik heb die boekjes nog allemaal, mooi gerangschikt in dossierdozen op zolder. En zo nu en dan ga ik nog in de oude nummers bladeren. En mijmeren over vervlogen jaren.
Sedert een 10-tal jaren koop ik geen gedrukte afleveringen meer. Ik heb nu een abonnement op de digitale editie, Sciam Digital, die ik maandelijks als een pdf-bestand download.
46 jaar leesgeschiedenis dus.

Maar de Scientific American is veel ouder dan dat.
Het allereerste nummer verscheen op 28 augustus 1865. Je kan het nummer online lezen en zelfs downloaden als je op onderstaand beeld klikt

image
165 jaar oud en nog altijd springlevend dus.
Bij gelegenheid van die verjaardag presenteert de redactie op de site van het tijdschrift een diashow. Op een tijdlijn worden de belangrijkste wetenschappelijke en technologische ontdekkingen en realisaties in die voorbije 165 jaar weergegeven. Zoals elke selectie is ook hier de inhoud eigenzinnig en onvolledig.
Maar echt de moeite waard om er eens door te bladeren.

image
Je zal verstomd staan wat er in die 165 jaar (niet veel meer dan 2 mensengeneraties dus) allemaal ontdekt en ontwikkeld is.

Naar welke diashow zullen onze nakomelingen over 165 jaar kijken?

woensdag 2 juni 2010

10 jaar aarde in 10 beelden

Scientific American vergast ons deze week op een diamontage met 10 beelden over onze aarde opgenomen door de Terra-satelliet van NASA.

image
Terra is in februari 2000 begonnen aan een 15 jaar durende missie.
De bedoeling: data verzamelen waarmee wetenschappers de evolutie in het klimaat en de omgevingsfactoren kunnen bestuderen.
Op basis daarvan kunnen wetenschappelijk verantwoorde prognoses gemaakt worden en kunnen gefundeerde adviezen gegeven worden aan de politieke beleidsmakers.

Scientific American toont ons in die montage een fotobloemlezing van markante waarnemingen die Terra in de voorbije 10 jaar gedaan heeft.
Als je op bovenstaand beeld klikt, zal je merken dat onze aarde in het voorbije decennium al heel wat heeft moeten incasseren.
Het is goed dat wij allemaal ons dat duidelijk realiseren.
Maar vooral diegenen die politieke verantwoordelijkheid dragen zouden hier rekening mee moeten houden en niet nodeloos energie verspillen aan pietluttige discussies.

woensdag 26 mei 2010

Martin Gardner (1914 - 2010)

File:Martin Gardner.jpeg
In de drukte van de laatste dagen is het me echt ontgaan.
Vorige zaterdag 22 mei is Martin Gardner op 95-jarige leeftijd overleden. Vorig jaar had ik het hier nog over zijn verjaardag.

Martin Gardner is 46 jaar geleden (!) voor het eerst in mijn leven gekomen.
1964: ik kocht toen in een tijdschriftenwinkeltje recht tegenover de Minardschouwburg in Gent, mijn allereerste Scientific American.
Op blz. 116 van dat nummer: Mathematical Games by Martin Gardner.
 MG  
Ik ben sinds 1964 een trouwe lezer gebleven van de Scientific American.
En bij elke nieuwe maandeditie was Mathematical Games één van de allereerste dingen die ik bekeek.
Uren puzzelplezier heb ik aan Martin’s raadseltjes beleefd.
En in mijn vrijdagblogje maak ik nog altijd dankbaar gebruik van het jarenlang verzameld puzzelmateriaal dat Martin mij via de Scientific American bezorgde.

En dat Scientific American zich duidelijk bewust is van het belang die de rubriek van Gardner gehad heeft voor de populariteit van het tijdschrift, blijkt uit de “Tribute to Martin Gardner” die ze sinds gisteren (25 mei) op hun website lanceerden.
 image 
Toen Martin in 1981 ophield met zijn rubriek in het tijdschrift, betekende dit voor mij niet het einde van mijn (virtueel) contact met de man.
Want Gardner is boeken blijven schrijven. Tot vorig jaar zelfs. Meer dan 70 in totaal.
En ik ben hem blijven lezen. Want boeken bestellen via internet bij Amazon.com is een fluitje van een cent.
Martin schreef niet alleen over wiskundespelletjes.
Maar (hoe langer hoe meer) ook kritische beschouwingen over wetenschap, wetenschapsbeoefening en religie.
Zijn laatste boek “When you were a tadpole an I was a fish” is daar een treffend voorbeeld van.
De rare titel is de eerste zin van het (in America toch) bekend gedicht “Evolution”. Het enig gedicht ooit van de nobele onbekende Langdon Smith.

[Gardnerboek[3].jpg]
Met Martin Gardner is weer een figuur van het toneel verdwenen die mijn interesse in wetenschap jarenlang gevoed heeft.
Het begint rap te gaan vind ik.

donderdag 22 oktober 2009

Gelukkige verjaardag Martin!

Het is vandaag nog geen spelletjesdag, maar toch ga ik jullie een puzzeltje presenteren. Twee zelfs.
Deze afwijking van mijn normale blogpatroon heeft alles te maken met de verjaardag van Martin Gardner.

24-gardnerMartin Gardner is de man die mij jarenlang elke maand veel plezier, maar ook soms veel hoofdbrekens bezorgd heeft.
Ik lees al sinds 1964 (dus 45 jaar lang!) maandelijks de Scientific American, een populair wetenschappelijk tijdschrift, dat toch vrij diep op de behandelde onderwerpen ingaat.

Maar naast die wetenschappelijke artikels zijn er ook telkens een aantal vaste rubrieken.
Eén daarvan was jarenlang “Mathematical Games”, waarin Martin Gardner telkens een puzzeltje aanbood dat connecties had met wiskunde of wiskundig denken. Soms eenvoudig, soms echte kuitenbijters waar ik geen oplossing voor vond.
Gardner is in 1956 met zijn maandelijkse afleveringen begonnen. Hij was toen 42 jaar. Een filosoof, geen wiskundige.
Je kan wel uitrekenen dat hij nu 95 is geworden.
Dat is eergisteren gebeurd.
Hij heeft in de Scientific American zijn wiskundepuzzels gepresenteerd tot hij 67 werd (in 1981). Nadien werd zijn rubriek door Ian Stewart overgenomen, maar die is er intussen al mee gestopt.
Maar ook nadat Gardner er in de Scientific American mee ophield, is hij blijven schrijven over “recreatieve wiskunde”.
Meer dan 70 boeken heeft hij er over geschreven.
GardnerboekEn uitgerekend op zijn 95ste verjaardag is zijn laatste werk verschenen:”Wanneer jij een dikkopje en ik een vis zou zijn”.
En dat is al zijn tweede boek dit jaar!
Van een kranige, productieve negentiger gesproken. Benijdenswaardig.
Dit eerbetoon aan iemand die me in de voorbije jaren veel puzzelplezier bezorgd heeft wil ik afsluiten met jullie twee voorbeelden te geven van Gardner-puzzels.


De eerste puzzel
is een variante op het bekende raadseltje van de boer die met een bootje een geit, een wolf en een kool naar de overkant van een rivier moet brengen.
image Zijn bootje is klein waardoor hij slechts één “ding” tegelijk kan meenemen. En de wolf en de geit samen achter laten mag niet want dan eet de wolf de geit op. Als de geit en de kool alleen gelaten worden, eet de geit de kool op.
Hoe slaagt hij erin? Je kent dit wellicht.
En nu volgt de Gardner-variante.
Vier personen moeten in het donker een brug oversteken. Maar de brug is krakkemikkig zodat er maximaal twee personen tegelijk kunnen over lopen. De vier hebben maar één zaklamp en die móét mee, anders zien ze niks. De zaklamp zal dus heen en weer moeten meegenomen worden. Elk van de vier personen loopt daarenboven met een verschillende snelheid: de personen 1, 2, 3 en 4 hebben respectievelijk 1, 2, 5 en 10 minuten nodig om over de brug te komen. Als twee personen samen over de brug lopen, hebben ze daar samen zoveel tijd voor nodig als de traagste van die twee. Wat is de snelste tijd (in minuten) waarin de vier de brug kunnen oversteken?

Puzzel nummer twee.
giraf
Met tandenstokertjes maak je een model van een giraffe. Hiernaast zie je hoe dat moet.
Je moet nu door één tandenstokertje te verplaatsen de positie van de giraffe veranderen. Maar de vorm van de giraffe moet dezelfde blijven. Hij mag alleen gedraaid en/of gespiegeld worden.

Denk er maar eens over na en probeer het maar eens uit als je nog een paar "stokertjes" liggen hebt. Of andere “stokskes”.

Morgen geef ik de oplossingen.
En… het wekelijks vrijdagspelleke natuurlijk!

donderdag 3 september 2009

Het verdwijnen van de Neanderthalers

Over het uitsterven van de Neanderthalers zijn er al meerdere theorieën ontwikkeld.
In het augustusnummer van Scientific American geeft Kate Wong haar visie op het verdwijnen van deze mensensoort, die wel niet onze directe voorouders zijn, maar die het als soort toch 120.000 jaar lang hebben volgehouden op aarde!


Scientific American heeft naar aanleiding van dat artikel een video samengesteld die de mogelijke oorzaken van het verdwijnen op een rijtje zet.
Een zeer interessant document vind ik.

image

Klik op het beeld om de film te starten.
De reclame bij het begin moet je er wel bij nemen…

donderdag 21 mei 2009

Over sterrenlevens gesproken

Ik ben een matige “Mijn Restaurant”-fan, maar ik gruwel van de lange reclame-pauzes tussenin. Dat is zaptijd.
Gelukkig krijgen we dan de laatste weken de kans om op Canvas Stijn Meuris aan het werk te zien.
Niet als zanger van Noordkaap, niet als regisseur. Maar als amateur-astronoom met een zes-weken-lang verhaal over de kosmos en het heelal.
Stijn doet dat uitstekend, bevattelijk en humoristisch, maar voor mij iets te hyperkinetisch. Ik hou het dus geen hele uitzending vol. En als de reclame voorbij is ga ik me liever verder ergeren aan de flutcommentaar van Dirk De Prins of de arrogantie van Peter Goossens.

Maar dinsdagavond, tijdens de laatste aflevering, heeft Stijn me toch langer bij zich kunnen houden.
Toen ik bij zijn programma aankwam, had hij het over de levenscyclus van een ster zoals onze zon.

Bron: Wikipedia (aangepast) – Klik voor een groter beeld

In de onontkoombare evolutie van haar geboorte tot haar einde als witte dwerg, is onze zon nu ongeveer 4,5 miljard jaar onderweg
Maar binnen 5 miljard jaar begint ze eigenlijk al aan haar stervensfase. Als rode reus heeft ze dan al haar binnenplaneten opgeslokt, wellicht ook onze aarde. De volgende 5 miljard jaar schrompelt ze ineen tot een witte dwerg, om dan tenslotte langzaamaan helemaal uit te doven.

In het juninummer van de Scientific American beschrijven de astronomen Michael W. Werner en Michael A. Jura de ontdekking van asteroïden, kometen en planeetachtige massa’s die rond witte dwergen cirkelen.
Het zou volgens die astronomen dus kunnen dat buitenplaneten de explosie van een rode reus overleven. En in de volgende fase rond de witte dwerg blijven draaien.
Ze denken dat de kritische afstand om als planeet de rode-reus-explosie te overleven 1 AE-is (AE = astronomische eenheid = afstand aarde-zon).
Dus als onze zon explodeert zou Mars het kunnen overleven (afstand tot de zon = 1,5 AE).
Voor onze aarde zou het kantje boordje zijn.
Het is ook de vraag of in de gewijzigde omstandigheden, een vorm van leven mogelijk blijft op een planeet die rond een witte dwerg draait.

In het artikel beschrijven de astronomen hoe ook rond neutronensterren en rond bruine dwergen planeetachtige structuren ontdekt zijn.

Neutronensterren zijn zoals witte dwergen ook het gevolg van een explosie van een ster. Maar dan niet van een rode reus, maar van een veel grotere supernova. Ze ontstaan dus op het levenseinde van enorm grote, zware sterren, vele keren de afmeting van onze zon.


Overblijfsel van Kepler’ s supernova – 1604 – Bron: Wikimedia

Bruine dwergen zijn geen familie van witte dwergen. Het zijn eigenlijk zonnetjes die omwille van hun te kleine massa niet volledig tot ontwikkeling zijn gekomen na hun geboorte. Het zijn nooit echte zonnen geworden. In hun binnenste grijpen er geen kernfusies plaats zoals dat bij onze zon het geval is.

De belangrijkste conclusie uit dit alles: planeten cirkelen blijkbaar niet alleen rond sterren zoals onze zon, maar ook rond meer exotische heelalobjecten zoals neutronensterren en bruine dwergen.
Zoals het in het artikel gezegd wordt: "unlikely suns reveal improbable planets"(ongewone zonnen brengen onwaarschijnlijke planeten aan het licht)

Hoe dieper we met onze telescopen en sondes in het heelal doordringen, hoe meer het ons blijft verbazen.
En hoe meer we beseffen, hoe weinig we nog maar weten.
Stijn Meuris kan in elk geval gemakkelijk stof vinden voor minstens nog eens zes uitzendingen.

woensdag 15 april 2009

Mandolines in the earthlight

Waar is de tijd.
De late jaren 50. We hadden thuis nog bij lange na geen TV, maar ik mocht van ons ma zo nu en dan eens bij tante Leine gaan kijken.
De Perry Como show onder andere. Zijn Mandolines in the moonlight vind ik nog altijd een geweldig nummer.
Zes, zeven jaar later, toen ik als jonge twintiger, met mijn vriend Marc (dag Marc), zo nu en dan eens op zaterdagavond naar café Den Engelsman in Merelbeke trok, speelde die song daar nog op de juke-box.
Een fantastische crooner die Perry. En zalige jeugdromantiek.

Nu ben ik echt aan het mijmeren.
Maar ik moest er onwillekeurig aan terugdenken toen ik gisteren in de Scientific American iets las over earthlight.
Het ging daar nochtans over minder romantische dingen.

Foto: Scientific American

Earthlight (aardlicht of aardeschijn) is een beetje de tegenhanger van moonlight (maanlicht of maneschijn).
Maanlicht is het door de maan weerkaatste zonlicht, dat 's avonds en 's nachts een deel van de aarde verlicht.
Aardlicht is het door de aarde weerkaatste zonlicht dat het niet door de zon beschenen deel van de maan verlicht.
Door dat aardlicht blijft het maanoppervlak voor ons zichtbaar zoals je op bovenstaande foto kan zien.
Dat aardlicht is uiteraard afkomstig van het deel van de aarde dat door de zon beschenen wordt. En het aardlicht is dat deel van het zonlicht dat niet door de aarde geabsorbeerd wordt.
Het zal dus wel duidelijk zijn dat de intensiteit van het aardlicht zal afhangen van de aard van het aardoppervlak dat beschenen wordt.
Oceanen zullen b.v. zonlicht anders absorberen dan vasteland.
Aardlicht afkomstig van oceanen heeft een andere intensiteit dan aardlicht afkomstig van vasteland.

Een groep Amerikaanse en Australische wetenschappers hebben die variatie in aardlicht grondig bestudeerd en ze waren in staat om die variaties duidelijk te koppelen aan de aard van het aardoppervlak: aardlicht afkomstig van oceaanwater was tot 23% intenser en er trad ook een kleurverandering op.
Ze publiceren de resultaten hun fotometrisch onderzoek in het laatste nummer van Astrobiology.

En wat voor nut heeft dat nu allemaal hoor ik je vragen?
Ja dat is toekomstmuziek.
Als de Kepler-missie (zie mijn blogberichten 1, 2, 3, 4) ooit kandidaat-aardachtige planeten ontdekt in onze Melkweg, zal de aanwezigheid van water aan het planeetoppervlak een belangrijk gegeven zijn om het bestaan van aardachtig leven op die planeet te veronderstellen.
Welnu: het fotometrisch onderzoek van het planeetlicht kan, op basis van de methode van de wetenschappers van de Princeton University en de Melbourne University, uitsluitsel geven.

Je ziet maar: we weten nog niet of er aardachtige planeten zullen te vinden zijn, maar we hebben wel al een methode om te bepalen of er daar al dan niet aardachtig leven zou kunnen aanwezig zijn.
Mooi toch?

Allemaal goed en wel, maar vergeet er ons romantisch maanlicht toch maar niet bij.
Ik kan Perry Como maar niet uit mijne kop krijgen.
En Mia begint ook al mee te neuriën. Er staan ons nog romantische momenten te wachten (hoop ik)...

maandag 30 maart 2009

Over donkere materie en donkere energie

Scientific American publiceert zijn edities altijd een halve maand op voorhand. Het aprilnummer is dus al uit.
Ik lees daarin een merkwaardig artikel.
Het artikel,van de hand van Timothy Clifton en Pedro G. Ferreira, stelt de vraag of de donkere materie en de donkere energie, waar astronomen de laatste jaren de mond van vol hebben, wel bestaan. Volgens de auteurs kunnen de vreemde waarnemingen die aan de basis lagen van de hypothese van het bestaan van donkere materie en donkere energie, op een andere manier verklaard worden, namelijk door aan te nemen dat het uitdijende heelal, niet gelijkmatig in alle richtingen uitdijt. M.a.w dat het heelal geen bolvormige structuur heeft.


Klik op onderstaand beeld om een filmpje te bekijken waarin je al kan kennismaken met de grote lijnen van hun theorie.


Ik hou jullie meer details over hun bewijsvoering voorlopig te goed, omdat ik het eerst even wil hebben over die fameuze donkere materie en de donkere energie.
Wat is dat eigenlijk allemaal?

Volgens de geldende opvattingen is het heelal 13,7 miljard jaar geleden ontstaan uit de Oerknal, de Big Bang.
Dit was de onbeschrijflijke explosie van alle samengebalde energie.
Deze theorie is afkomstig van onze in 1966 overleden landgenoot prof. Georges Lemaître, befaamd astronoom en priester.
Lemaître kwam tot die hypothese voornamelijk op basis van de waarneming dat het heelal steeds verder uitzet. Het moest dus in oorsprong vanuit een centraal punt vertrokken zijn.
Uit de oerenergie ontstonden eerst elementaire deeltjes, die zich gingen groeperen tot atomen. Atomen gingen zich dan verder groeperen en er ontstonden sterren. Sterren gingen zich groeperen in melkwegstelsels en melkwegstelsels groepeerden zich in samenbewegende groepen die men clusters noemt.
Door de stijgende omzetting van energie in massa, begon ook zwaartekrachtwerking tussen die massa's toe te nemen in het heelal.

Die zwaartekrachtwerking is o.a. verantwoordelijk voor de rotatie van melkwegstelsels rondom hun centrum of van clusters rond hun centraal punt.
Isaac Newton heeft ons in de 18de eeuw al de wet geschonken die een verband legt tussen de snelheid v waarmee een massa m rond een een centrum draait en de afstand r tot het centrum.

N1In deze formule is G de zogenaamde gravitatieconstante. De waarde ervan werd ook al in de 18de eeuw door Cavendisch bepaald.

Je moet nu van mij aannemen dat astronomen de snelheid v kunnen meten waarmee b.v. de uiterste objecten (sterren) van een melkwegstelsel rond het centrum draaien . Ze kunnen ook de straal r van het melkwegstelsel bepalen. En dan kan met bovenstaande formule de massa m van zo'n melkwegstelsel berekend worden.
En daar begon de miserie!
De massa die men zo berekende was vele keren groter dan de massa die men berekende uit metingen van de energie die door het melkwegstelsel werd uitgestraald! Die energie wordt uitgestraald onder de vorm van zichtbaar licht, infrarood, ultraviolet en alle andere soorten elektromagnetische straling. De formule die voor die massaberekening gebruikt wordt is:

LHierin is L de totale hoeveelheid uitgestraalde energie per seconde.

Er moest dus in melkwegstelsels, in clusters, overal in het heelal, meer massa aanwezig zijn dan die welke men kon zien. Er moest dus onzichtbare materie, donkere materie in het heelal aanwezig zijn!

De zwaartekrachtwerking tussen de melkwegstelsels en de clusters zou er ook moeten voor zorgen dat de uitdijing van het heelal vertraagt.
Maar uit waarnemingen blijkt nu dat de uitdijing versnelt! Er moet dus in het heelal een energie aanwezig zijn die de zwaartekrachtwerking tegenwerkt. Naar analogie met de donkere materie, noemt men deze energie: donkere energie. Om de waarnemingen te kunnen verklaren moet men zelfs aannemen dat de donkere energie in het heelal 70% van alle energie uitmaakt.

Over wat die donkere materie precies is, zijn er al theorieën ontwikkeld.
De ene theorie stelt dat die donkere materie zou opgebouwd zijn uit een bijzondere soort elementaire deeltjes, de zogenaamde WIMPs (Weakly Interacting Massive Particles).
De andere theorie veronderstelt dat de donkere materie, de materie is van massale objecten zoals enorme zwarte gaten. Men noemt deze massale objecten met een verzamelnaam MACHOs (Massive Astrophysical Compact Halo Objects)
De aanhangers van beide theorieën zijn nu koortsachtig op zoek naar bewijzen voor hun gelijk.

Wat de donkere energie betreft tast men nog helemaal in het donker. En dat is in dit geval echt letterlijk te nemen.

Maar als Clifton en Perreira zouden gelijk hebben, hebben we die veronderstellingen van het bestaan van donkere materie en donkere energie niet eens nodig.
Het is dus misschien de moeite waard om eens nader te bekijken wat deze astronomen daar dan wel voor in de plaats stellen.
Maar dat is materie voor een later blogbericht. En dat wordt dan heldere materie hoop ik.

zaterdag 14 februari 2009

Valentijn is rood. Niet groen.

Ik wil je Valentijntje niet vergallen, geniet er maar van.
Maar het moet in deze barre tijden toch wel gezegd worden: waar is de goede oude tijd, toen Valentijn nog niet bestond en de klimaatverandering ook nog niet?
We hadden toen in elk geval van geen van beiden al gehoord.
Nu is het anders. Je valt over de Valentijnreclame en je mag geen stap meer zetten of je "ecologische voetafdruk" verpulvert het milieu.
Let maar op met die rozen op Valentijn bijvoorbeeld.

Of  je met rozen schenken je al dan niet misdraagt hangt af van waar die rozen komen.
Komen ze van een plaatselijke bloemist, dan mag je rustig blijven ademen. De CO2 die je daarbij uitstoot en de CO2 die de productie van je bloemenbos de lucht heeft ingestuurd, blijven samen binnen de perken.
Maar naar het schijnt wordt de overgrote meerderheid van de rozen die bij ons in grote bloemenzaken en supermarkten worden aangeboden, gekweekt in Holland en in Kenia.
Ik lees in de Scientific American dat de Engelse Cranford University een vergelijkende studie gemaakt heeft van de CO2-impact van rozen afkomstig van onze noorderburen en die uit het Afrikaans land.
De kweek en het transport tot in de bloemenzaak van 12.000 Keniaanse rozen resulteerden in een CO2-productie van 6.000 kg CO2.
De kweek en het transport tot in de bloemenzaak van 12.000 Hollandse rozen resulteerden in een CO2-productie van 35.000 kg CO2.
De veel hogere verwarmings- en belichtingsimpact in b.v. het Nederlandse Delfgauw overtreffen in ruime mate de hogere transportimpact voor de bloemen uit het Keniaanse Naivasha.
Je tuiltje 12 Hollandse is dus nog altijd 35 kg CO2 waard!
En dat is meer dan 17m3 CO2 ! Bijna 1,5m3 CO2 per roos!

Zou je niet beter een fruitkorfje schenken? Maar wie weet wat daardoor allemaal de lucht in vliegt.
Weet ge wat: geef elkaar nen dikken kus.

Maar daar zou ik dan een ferm feromonenverhaal kunnen bij vertellen.
Amaai, in wat voor ne wereld leven wij?!

donderdag 12 februari 2009

Darwin hier, Darwin daar

Je kan er niet naast kijken, naast luisteren of naast lezen: er is dezer dagen iets met Darwin.
Vandaag, 200 jaar geleden werd Charles Robert Darwin geboren in Shrewsbury, een stadje tussen Birmingham en Manchester.
Het langst woonde hij in het plaatsje Orpington, in het graafschap Kent op een 20-tal km van Londen.
Kleine anecdote: Mia heeft in 1964 een maand in Orpington verbleven bij een familie voor een taalvakantie.

Charles Darwin was al 50 jaar toen hij het in 1859 aandurfde zijn beroemd en berucht levenswerk "On the origin of species by means of natural selection" te publiceren.
Het zal wel niemand ontgaan zijn dat de controverse rond die evolutietheorie nog altijd voortduurt. De heropleving de laatste jaren van het creationisme in de Verenigde Staten, laat zich nu ook in Europa voelen. Het is dus goed om van deze verjaardag gebruik te maken om het Darwinisme eens van naderbij te bekijken.
Ik ga hier geen poging doen om dat in een paar lijntjes uit de doeken te doen. Ik ga hier wel verwijzen naar een paar interressante informatiebronnen waar je wel een paar dagen zoet mee bent:
  1. onder Darwins naam hierboven vind je al een link naar een Wikipedia-pagina met een uitgebreid overzicht van leven en werk van de Britse bioloog en verdere verwijzingen.
  2. wil je al zijn werken lezen of er eens door grasduinen zonder ze te moeten kopen, dan kan dat online. Je kan zijn "Origin of species" zelfs gratis downloaden via Google Books.
  3. mijn eigen krant De Standaard publiceert vandaag een apart katern over Darwins verjaardag. Je kan die bijlage ook lezen op de site van de krant, maar het zou kunnen dat dit alleen voor abonnees toegankelijk is? Maar ook andere kranten zullen in hun dageditie en op hun sites wel aandacht hebben voor het gebeuren.
  4. ook Noorderlicht is een uitstekende startplaats voor nader onderzoek met heel veel doorverwijzingen.
  5. de onvolprezen geschiedenissite van de VPRO publiceert een Darwin-dossier met video- en audiofragmenten.
  6. de VPRO laat het daar niet bij. Ze organiseert een reconstructie van de zeereis naar de Galapagoseilanden, die Darwin van 1831 tot 1836 met het de HMS Beagle maakte.
    In september vertrekt vanuit Amsterdam de clipper Stad Amsterdam die de reis van Darwin overdoet. De reportage van die wetenschappelijke onderneming zal in 40 afleveringen op radio en TV worden uitgezonden. Spijtig genoeg heeft Midas Dekkers zijn deelname als commentator bij het reisgebeuren afgezegd. Ik had me al verlekkerd op de flegmatieke visie van die spitse bioloog.
    Bij die reis is er zelfs aparte Beagle 2009-blog opgestart waar de reis dag na dag zal kunnen gevolgd worden. Ik lees daar dat Canvas medeproducent is van de reeks, zodat we er ook op de Vlaamse TV wel iets zullen van te zien krijgen.
  7. Een Nederlands consortium van musea en wetenschappelijke instellingen, heeft zelfs een regelrechte Darwinsite opgezet waar je een massa aan informatie kan vinden.
  8. in mijn blogbericht van 18 januari heb ik Dirk Draulans al voorgesteld. Volgende week dinsdag 17 februari om 22.15u. op Canvas, maakt Dirk ons duidelijk hoe Darwins evolutietheorie ons dagelijks leven ook nu nog mee bepaalt. Zijn boeiend boek "Het succes van slechte sex" vormt de basis van zijn verhaal.
  9. ook de BBC besteedt uiteraard heel wat aandacht aan Darwin. Een aparte Darwinsite kan weer een informatiebron en vertrekpunt zijn voor verder opzoekwerk.
  10. één van de links uit die BBC-Darwinsite licht ik er nog uit: de BBC-newssite met zeer interessante reportages.
Ik zal er maar mee ophouden, anders krijg je nog een Darwin-indigestie.
Alhoewel ik nog zou kunnen verwijzen naar de Scientific American, de New Scientist, YouTube, het Vlaamse Eos,...
Maar nu ben ik echt de aap aan het uithangen. Gelukkig blijft dat volgens Darwin wel in de familie.

zaterdag 3 januari 2009

Dieet nr. 264

Oké, mijn tweehonderddrieënzestigste dieet heeft niet tot het gewenste resultaat geleid, ik weet het.
Maar ik geef de moed toch nog niet op: tweehonderdvierenzestig staat in de steigers.
Vermageren is in theorie nochtans niet moeilijk: neem per dag minder caloriën op dan je er verbruikt en je massa slinkt zienderogen. Je weet dus duidelijk wat je te doen staat: minder calorierijke voeding en meer calorieverbruik.
Weten is één, doen is twee.
Gelukkig lees ik deze morgen in de Scientific American hoe ik dit probleem moet aanpakken!
Ik ben van nature nogal sceptisch, maar ik ga die wetenschappelijke literatuur toch maar eens grondig doornemen. Alle baten helpen zei de muis en ze piste in de zee.

Allez, ik zal dan maar een wortel eten zeker, alhoewel... de Vienetta is nog niet helemaal op...