Posts tonen met het label DNA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label DNA. Alle posts tonen

donderdag 18 maart 2010

Onze bacteriën zijn alleen van ons

Je weet wel dat er veel middeltjes bestaan om mensen ondubbelzinnig te identificeren: DNA-profiel, vingerafdruk, handschriftherkenning, irisscan,…
Bij dit al uitgebreid arsenaal komt er nog eentje bij: ons bacterieprofiel.



Wetenschappers in de VS, onder leiding van prof. Noah Fierer,  hebben vastgesteld dat de fauna en flora van de bacteriën op onze handen per persoon een uniek profiel vertoont.
Ze publiceerden hun studie in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).
Volgens de onderzoekers is deze identificatiemethode bruikbaar in omstandigheden waarin b.v. vingerafdrukken onduidelijk zijn en er onvoldoende DNA-materiaal kan gevonden worden.
Het bacterieprofiel wordt immers door elk individu nagelaten op allerlei voorwerpen die hij/zij ter hand neemt.
De handbacteriën die op voorwerpen worden achtergelaten blijven bij kamertemperatuur tot 2 weken lang onveranderd.
Het profiel is volgens de onderzoekers zó uniek dat het zelfs verschilt bij eeneiige tweelingen die eenzelfde DNA hebben.

image
En denk maar niet dat je handig grondig wassen, uw bacterietjes door de gootsteen doet verdwijnen.
No way! Zelfs bij scrupuleuze handenwassers worden nog tot 150 verschillende typische profielbacteriën terug gevonden.

Let dus op als je iets mispeuterd hebt: ze vinden u wel.
Maar ja, ze laten u misschien al even rap weer lopen

zondag 21 februari 2010

Wie heeft er suikers in de oersoep gedaan?

Jullie weten dat DNA en RNA dé moleculen zijn waar het in levende wezens om draait.
Die moleculen bevatten een code (die men genen noemt) waarin alle informatie zit die cellen nodig hebben om andere essentiële moleculen zoals enzymen, structuureiwitten, hormonen,… op de juiste wijze te laten aanmaken.
Zonder die merkwaardige code is geen aards leven mogelijk.

Maar DNA en RNA zijn zelf zeer ingewikkeld gebouwde moleculen.
Sinds 1953 weten we hoe b.v. de structuur van DNA in mekaar zit.
James Watson en Francis Crick publiceerden toen in Nature hun ophefmakend artikel dat aantoonde dat DNA uit een dubbele spiraal bestond:

DNA_orbit_animated
De spiralen zelf waren uit een vast patroon opgebouwd: steeds opeenvolgend een fosfaatgroep (P) en een suikergroep (S):

image 
Maar je ziet meteen dat die suikermolecule zelf al een heel ingewikkelde structuur vertoont.
Biochemisten over heel de wereld pijnigen dan ook al jarenlang hun hersenen om een verklaring te geven hoe zulke ingewikkelde moleculen zouden kunnen ontstaan door reacties tussen de eenvoudige bestanddelen die in de “oersoep” van primitieve oceanen en in de primitieve atmosfeer voorkwamen. Veel meer dan ammoniak (NH3), methaan (CH4), waterdamp (H2O) en waterstof (H2) was dit niet.
Hoe kon desoxyribose (C5H14O4) daaruit ontstaan?
Reeds in de 19de eeuw toonde de Russische scheikundige Aleksander Butlerow aan dat suikers kunnen ontstaan uit kleine moleculen zoals formaldehyde(HCOH) via de zogenaamde formose-reactie
En formaldehyde kan, als vrij eenvoudige verbinding wel uit de oersoep ingrediënten gemaakt worden.
Mooi.
Maar bij het uitvoeren van die formosereactie vond men wel allerlei suikers, maar nooit, of in te kleine hoeveelheden, de gewenste suikers zoals desoxyribose!
De biochemisten en de adepten van de oersoeptheorie zaten met de handen in het haar.

Maar eureka!
In Science van 19 februari jl. publiceerden chemisten van de North Western University in Evanston USA een artikel waarin ze aantonen dat silicaationen een belangrijke rol spelen om via de formosereactie toch die ingewikkelde suikers te laten ontstaan.Silicaten spelen hier blijkbaar de rol van katalysator bij de synthese van die complexe verbindingen.
En aan silicaten geen gebrek in de oersoepomgeving: de meeste mineralen op aarde bevatten silicaten. Ook klei bevat een hoog percentage aan aluminiumsilicaat. Klei kan dus een belangrijke rol gepeeld hebben bij het ontstaan en het stabiliseren van de gewenste suikers in de oersoep.
Alles was dus voorhanden om de suikers te vormen die nodig zijn om op lange termijn DNA en RNA te doen ontstaan. En bijgevolg op nog langere termijn ook leven zoals we het op aarde kennen.

Er is indertijd dus wel degelijk suiker in de oersoep gedaan.
Dat weten we nu zeker.
Als we maar weer niet gaan denken dat we nu alles weten…

zaterdag 10 oktober 2009

De serieuze kost – deel 2

Ik herinner mij nog heel goed hoe ik in 1964 voor het eerst iets over DNA hoorde.
Onze prof. biologie Jan Hublé vertelde hoe James Watson en Francis Crick 11 jaar eerder (1953) de structuur van deze “levensmolecule” ontrafeld hadden. En hoe in deze molecule de informatie opgeslagen lag voor de synthese van proteïnen (eiwitten). Proteïnen spelen een fundamentele rol in het functioneren van alle leven op aarde.
Hij vertelde ons ook hoe het mechanisme werkt waarmee de informatie uit het DNA in eiwitten wordt omgezet.
De “fabriekjes” waar de eiwitten in de cel geconstrueerd werden (chemici spreken van “gesynthetiseerd”) waren de ribosomen.

Laat ons eerst even kijken waar die ribosomen in een cel te vinden zijn:
 ribosoom1
Je moet al heel goed kijken, want de ribosomen zijn in het geheel van de voorstelling van een cel, maar als heel kleine “bolletjes” waarneembaar. Ze zijn maar 20nm (1nm = 10-9m) groot. Dit is 0,00002mm! Slechts 1/1000 van de grootte van de totale cel.
Maar toch gonst het daar van de activiteit. Aminozuren worden er tot eiwitketens aan elkaar geklonken, zoals in onderstaand beeld wordt voorgesteld:

Synthese van eiwitten
45 jaar later zijn 3 wetenschappers met de Nobelprijs chemie bekroond voor het ontrafelen van de structuur van de ribosomen.

image
Van links naar rechts zie je Venkatraman Ramakrishnan (1952), werkzaam bij het MRC Laboratory of Molecular Biology in Cambridge (Engeland); Thomas A. Steitz (1940) van Yale University in New Haven (Verenigde Staten) en Ada E. Yonath (1939), verbonden aan het Weizmann Institute of Science in Rehovot (Israel). Deze laatste is dus de derde vrouwelijk Nobellaureaat voor de positieve wetenschappen dit jaar.

Het ontrafelen van de bouw van het ribosoom is een ongelooflijk chemisch huzarenstukje. Het gaat immers over een immens complex bestanddeel van de cel. Een ribosoom is op zichzelf een enorm kluwen van eigen eiwitketens

ribosoom2
Bedenk dat elke “serpentine” die je in bovenstaand beeld ziet, zo een eiwitketen is. En dat elke bocht en buiging die zo’n keten maakt betekenis heeft voor het functioneren van het ribosoom.
De rode kaders die ik in de structuur getrokken heb geven de twee grote delen van het ribosoom weer die je in elke schematische voorstelling steeds kan aantreffen.

Misschien vraag je je af wat nu het nut is van die gedetailleerde kennis van de bouw van een ribosoom?
Welnu, de ontwikkeling van nieuwe antibiotica heeft veel te maken met de kennis van de bouw en werking van een ribosoom.
Hoe zit dat?
De Nobelprijswinnaars hebben aangetoond dat de structuur van ribosomen in cellen met een celkern (zoals onze lichaamscellen) verschilt van die in cellen zonder celkern (zoals de bacteriën)
De nieuwe antibiotica die men aan het ontwikkelen is, blokkeren nu precies de werking van de ribosomen in bacteriën waardoor die niet meer de nodige eiwitten produceren. De bacteriën sterven in de kortste keren af terwijl onze lichaamscellen intact blijven.
Men hoopt met die nieuwe antibiotica zeer resistente bacteriën, zoals b.v. de ziekenhuisbacterie (MRSA) te kunnen uitroeien.

Zo zie je maar dat fundamenteel onderzoek ook zijn onmiddellijk nut kan hebben!

donderdag 8 oktober 2009

De serieuze kost – deel 1

Alhoewel de Ig-Nobelprijzen soms ook wel interessante resultaten laten zien, zijn wetenschappers toch elke oktobermaand opnieuw benieuwd wie met de echte Nobelpijzen bekroond zal worden.
Voor de positieve wetenschappen is het doek deze week al gevallen: maandag geneeskunde, dinsdag fysica, woensdag chemie.
Daarmee is dit luik afgewerkt.
Voor mij is dit het moment om over die drie nobelprijzen even te “mijmeren”.

zaterdag 15 augustus 2009

Korte slaapjes en mijn DNA

Ik ben een nachtraaf, maar geen nachtbraker.
Ik bedoel daarmee dat mijn avonden lang duren, maar dat ik ze niet in café’s of kroegen of elders buitenshuis doorbreng.
Neen ik zit “braafjes” achter mijn PC te Googelen of te bloggen of te Flight-Simulatoren of te Twitteren of te Facebooken of te Feedreaderen.

image
En dikwijls ook te lezen, maar steeds non-fictie.
Ik ben steeds met een paar boeken terzelfdertijd bezig.

Op aanraden van mijn oude Merelbeekse jeugdgabber Marc, ben ik eergisteren begonnen aan “De ontdekking van Frankrijk” van Graham Robb.
Het ziet er veelbelovend uit. Goed geschreven én goed vertaald.
En de ontdekkingsreis die de auteur door het land van onze zuiderburen beschrijft, ben ik helemaal aan het uitstippelen op Google Maps. Ongelooflijk plezierig én leerrijk vind ik dat.

Ik ben ook halfweg in “Sleutelbewaarders” van Roger Collins.
Een boek over de geschiedenis van het pausdom van Petrus tot heden.
In ben daar in de 13de –14de eeuw aanbeland. De tijd van Avignon als pauselijke residentie. En ook de tijd waarin “De Naam van de roos” van Umberto Eco speelt. Daarom heb ik dat boek ook nog eens uit de kast gehaald. Niet om het helemaal te herlezen, maar om nu juist die passages op te zoeken waarin de strijd om het pausdom en het conflict tussen paus(en) van toen en de Duitse keizer Lodewijk IV ter sprake komt. Het detectiveverhaal verhuist nu voor mij op de achtergrond. En het boek krijgt voor mij een nieuwe betekenis.

En in “Why does E=mc2” ben ik ook al halfweg.
Eén van de belangrijkste vergelijkingen die Einstein aan de mensheid geschonken heeft, wordt daarin op een meesterlijke wijze en zonder ingewikkelde wiskunde uit de doeken gedaan door de jonge fysicaprofessoren Brian Cox en Jeff Forshaw. Een schoolvoorbeeld van hoe je iets ingewikkelds pas helder kan uitleggen als je zelf goed weet waarover het gaat.

image
Het zal jullie dus niet verwonderen dat mijn nachten kort zijn. Want ik kom voor al dat computer- en leeswerk eigenlijk pas goed op dreef na 9 uur ‘s avonds.
Maar aan 6 uurtjes slaap heb ik meestal genoeg.
Dat is al altijd zo geweest.
En de reden ligt misschien wel in mijn DNA.
Dat zeggen tenminste een groep Amerikaanse neurowetenschappers onder leiding van Ying-Hui Fu van de University of California.
Ze hebben ontdekt dat mensen met een bepaalde variant van het zogenaamde DEC2-gen, gemiddeld twee uur slaap minder nodig hebben dan mensen die deze “geschikte” variant van dat gen niet in hun DNA zitten hebben.
De resultaten van hun studie werd gisteren (14 aug.) in het wetenschappelijk tijdschrift Science gepubliceerd.

Heb ik dan chance? Of vind je mijn DEC2-gen-variant absoluut niet zo geschikt? Slaapkoppen!

woensdag 12 augustus 2009

Wist jij dat ook al?

Optimistische vrouwen hebben een kans op een langer leven.
Heb jij ook het gevoel dat je dat al lang wist?
En dat chagrijnige, depressieve en pessimistische types het minder lang uithouden?

pessimist
Goed, maar wetenschap steunt niet op gevoel.
Wetenschap steunt op rationeel onderzoek.
Wat niet betekent dat gevoel, gevoeligheden en emoties wetenschappelijk werk niet beïnvloeden.
Je moet er maar eens de geschiedenis van de ontdekking van de structuur van DNA op nalezen b.v.
De gevoeligheden tussen enerzijds de ontdekkers James Watson en Francis Crick en anderzijds Rosalind Franklin heeft in het verloop van dat onderzoekswerk een belangrijke rol gespeeld.
Bij gelegenheid blog ik daar nog wel eens over.

Terug naar de optimistische vrouwen en het wetenschappelijk onderzoek daarover.
Een team van de universiteit van Pittsburgh, onder leiding van Hilary Tindle, heeft eergisteren in het tijdschrift Circulation de resultaten van een uitgebreide studie gepubliceerd over het verband tussen optimisme, hartziekten en levenskansen.

Ze hebben bijna 100.000 (!) vrouwen bij hun onderzoek betrokken.
En de resultaten liegen er niet om.
Pessimistische ladies hadden een hogere bloeddruk én een hoger cholesterolgehalte in het bloed.
Zelfs als men rekening hield met bepaalde risicofactoren aanwezig in de leef- en werkomgeving van de vrouwen, bleek uit het onderzoek dat een optimistische attitude risico verlagend werkt.
Optimistisch vrouwen bleken 9% minder kans op hartziekten te hebben en 14% minder kans op overlijden aan een kanker!
De pessimistische, cynische, negatief denkende en wantrouwende vrouwen, bleken over dezelfde tijdspanne 16% meer kans op overlijden te hebben.
De onderzoeksgroep kan geen sluitende verklaring geven voor het gevonden verband.
Het zou b.v. kunnen dat de optimisten onder de vrouwen er een gezondere levensstijl op na houden dan de negatievelingen: minder roken, meer sporten, gezonder eten.

image
Bij het lezen van zo’n onderzoek spoken onmiddellijk een aantal vragen door mijn koppeke.
Is pessimisme of optimisme je lot, je voorbestemdheid?
Kan je er iets aan doen als je een zwartkijker bent?
Of zit dat in je genen?
Zit pessimisme én optimisme bij iedereen in de genen, maar bepaalt het milieu waarin je opgroeit en leeft of de pessimisme-genen of de optimisme -genen tot uiting komen?
Kan onderwijs daar iets aan doen?
En wat is het verband tussen je levenshouding en de chemische fabriekjes in je cellen?
Maken optimisten andere stoffen aan dan pessimisten?
Maken pessimisten meer stoffen aan die schadelijke effecten hebben dan optimisten?
Over welke stoffen gaat het dan?
Ik hoop dat vervolgonderzoek daar op termijn antwoorden kan op geven.
Er is dus nog veel werk aan de winkel.

Even dit nog.
Het onderzoek van de groep rond Hilary Tindle ging alleen over vrouwen.
Maar geen nood mannen. Voor ons geldt precies het zelfde.
Daar had een Nederlandse groep in 2004 al een onderzoek over gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry.

image
Dus: optimist, wat later in de kist…
Of is dat optimistisch?

zondag 12 juli 2009

Moleculen die het hem deden en dikwijls nog doen

De Chemical Heritage Foundation (CHF) in Philadelphia heeft specialisten een rangschikking laten opmaken van de 10 moleculen die een belangrijke invloed gehad hebben op de samenleving van de 20ste eeuw.
Ik geef jullie het rijtje met wat toelichting en eigen commentaar.
Denk eraan dat het rijtje geen rangschikking inhoudt.
Dus nummer 1 is niet noodzakelijk de bijzonderste molecule.

  1. Aspirine of acetylsalicylzuur.
    image
    Een overbekende pijnstiller en een koortswerend middel.
    Voor aspirine worden nog steeds nieuwe toepassingen ontdekt.
  2. Iso-octaan.
    image
    Het basisbestanddeel van benzine.
    Bedenk hoe de verplaatsing met de auto in de voorbije eeuw een ware explosie heeft gekend.
  3. Penicilline.
    image
    Een antibioticum dat de mensheid voor het eerst in staat stelde om bacteriële infecties doelmatig te bestrijden.
    De infectieziekten verloren de strijd, maar kanker stak meer en meer de kop op.
  4. Polyethyleen.
    image
    Een plastic gebruikt in plastic zakken en andere producten.
    Denk plastic maar eens weg uit ons leven. Kijk maar eens rond waar je nu zit terwijl je dit leest.
  5. Nylon.
    image
    Het eerste commercieel succesvolle synthetische polymeer, dat in van alles en nog wat gebruikt werd (en wordt): van nylonkousen (met of onder naad) tot tandenborstels en parachutes.
  6. Desoxyribonucleinezuur (DNA).
    DNA
    Een molecule (waarvan je hierboven een klein stukje ziet) die de genetische informatie bevat voor de ontwikkeling en het functioneren van elk levend wezen, maar… ook van een virus.
    De ontdekking van de structuur in 1953 veroorzaakte een ware revolutie in de moleculaire biologie.
  7. Progestine.
    image
    Een synthetische molecule gebruikt in de hormonale contraceptie (de pil) en in therapeutische toepassingen.
    De periodieke onthouding werd in de 20ste eeuw in de vergeethoek geduwd.
    Als medisch afgevaardigde voor Schering AG ben ik, in de vroege jaren ‘70 de dokters en doctoraatstudenten gaan “warm” maken voor de laag gedoseerde Schering-pil.
  8. Dichlorodiphenyltrichloroethane (DDT).
    image
    Een synthetisch pesticide dat enorm bijgedragen heeft tot het bestrijden van gevaarlijke ziekten zoals vlektyfus.
    Maar de zeer slechte afbreekbaarheid en de schadelijkheid voor de mens zijn de nadelige aspecten.
    Toch wordt het in lage concentraties nog altijd gebruikt in ontwikkelingslanden.
  9. Prozac.
    image
    Een vorm van fluoxetine hydrochloride.
    Een (te?)veel gebruikt en effectief antidepressivum.
  10. Buckminsterfullerene.
    image
    Ook gekend als buckyball.
    Een relatief recent (1985) ontdekte vorm van koolstof.
    Na die ontdekking kwam de ontwikkeling van nanobuisjes volop op gang en sindsdien ontstaan er steeds nieuwe supersterke composietmaterialen.

Wie in de eerste helft van vorige eeuw geboren werd, realiseert zich dikwijls te weinig dat hij de geboorte van al die chemische nieuwigheden heeft meegemaakt.
We zijn het allemaal zo snel gewoon.

woensdag 25 maart 2009

Groene blondjes

In mijn blogbericht van 11 maart had ik het over de ophoping waterstofperoxide (H2O2) in de haarzakjes als oorzaak van het grijs worden.
Ik heb het er toen ook over gehad dat H2O2 door kappers dagelijks gebruikt wordt om haar te bleken (mèchen).
Maar zoals ik toen ook al zei: waterstofperoxide is een onstabiele, agressieve stof.
Niet te verwonderen dat chemici op zoek gaan naar een zachter haarbleekmiddel.
En in het teken van deze tijd zoekt men dan bij voorkeur naar een natuurlijk middel dat zo weinig mogelijk het milieu belast.

En eureka!
Het groene middel is blijkbaar gevonden!
Op het lentecongres van de American Chemical Society heeft de Japanse chemicus Kenzo Koike het zachte heelmiddel voorgesteld.
Het gaat om een enzym uit de witrotsschimmel (Basidiomycete ceriporiopsis) van de familie van het gekende elfenbankje.


De afkomst van het goedje voorspelt niet veel goeds voor wat de geureigenschappen betreft en dat lijkt ook zo te zijn.
Maar ja, je moet er iets voor over hebben om schoon te worden en daarbij: coiffeurs hebben knijpertjes genoeg.


Het is toch nog even wachten, want Koike wil nog verder onderzoeken hoe het enzym precies werkt. Blijkbaar kan het niet helemaal alleen de taak aan en zijn er nog kleine hoeveelheden waterstofperoxide nodig om de bleekreactie op gang te brengen.
Het bedrijf waarvoor Koike werkt, Koa Corporation in Tokio, zoekt ook naar middelen om het enzym synthetisch te maken, want de extractie uit de schimmel levert te geringe hoeveelheden op.
En voor die synthetische bereiding wordt beroep gedaan op spitstechnologie. Men heeft namelijk het gen (een stukje DNA) kunnen isoleren dat de code bevat waarmee de schimmel het enzym produceert. Dit gen werd ingeplant in het genetisch materiaal (DNA) van de Escherichia coli. Dit is de darmbacterie die in uw en mijn darmen permanent aan 't werk is om ons voedsel te helpen verteren. In laboratoria is E.coli een duiveltje-doet-al bij biochemische experimenten.
Het is nu kwestie van het coli-bacterie-fabriekje goed op gang te krijgen. Mooi staaltje van genetische manipulatie en gentechnologie.

Voilà, binnenkort kan je op een groene manier blond worden.
Als je er maar niet groen van wordt...achter uw oren.

zondag 15 februari 2009

Neanderthalers

Je zal donderdag 12 februari ook wel gehoord of gelezen hebben dat het DNA van de neanderthaler volledig is ontrafeld. De bekendmaking van dit resultaat gebeurde precies op de tweehonderdste verjaardag van de geboorte van Darwin.
Het zal wel geen toeval zijn dat het Duitse onderzoeksteam juist die verjaardag heeft uitgekozen.
Met de precieze kennis van het genoom van de neanderthaler is nu immers onomstotelijk bewezen dat de moderne mens niet afstamt van die ook mensachtige soort (hominidae) .
De mening dat de neaderthaler één van onze voorvaderen is, is een felverspreide misvatting.
We hebben wel met de neanderthaler een gemeenschappelijke voorouder gemeen, zoals op onderstaand schema is te zien. Maar zo'n 315.000 jaar geleden heeft de moderne mens, de homo sapiens, zich van de homo neanderthalensis afgesplitst.

De tak van de neanderthalers is zo'n 30.000 jaar geleden uitgestorven. Onze soort leeft (gelukkig?) nog.

Het DNA-onderzoek van de neanderthaler is het jarenlange werk geweest van groep onderzoekers onder leiding van Svante Pääbo van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie te Leipzig.
Daarvoor werd gebruik gemaakt van 70 neanderthalerfossielen afkomstig van 16 vindplaatsen.
Het beste DNA werd geleverd door resten die in de Feldhofergrot (in het Duitse Neanderthal!) en in de Vindijagrot (in Noord-Kroatië).
De gevonden verschillen in DNA bij de neanderthaler en de moderne mens zijn zo sterk, dat uitgesloten wordt dan de neanderthaler een variëteit zou zijn binnen de menselijke soort, zoals toch door sommige anthropologen enige tijd gedacht werd.
De mens was succesvoller aangepast aan zijn omgeving en zoals Darwin wist, is ook in dit geval gebleken: de best aangepaste overleeft (survival of the fittest).

Over neanderthalers is op het net veel informatie te vinden, maar je moet een beetje selecteren naar betrouwbaarheid van de bronnen.
Noorderlicht is voor mij dikwijls een vertrekpunt. Je kan er een prima overzicht van recente onderzoeksresultaten over het onderwerp neanderthaler vinden.
Maar je kan ook eens kijken en luisteren naar de controversiële Simon Rozendaal van Elseviers Weekblad.
Simon is een chemist die in op de site van Elsevier blogt over wetenschap en techniek en die daarbij de heersende (of meest gepromote) mening kritisch becommentarieert. Hij is een echte dwarsligger. Je moet zijn visie op de klimaatverandering maar eens lezen.
Simon is ook een neanderthaler-fanaat en daarom laat ik jullie hieronder zijn neanderthalerverhaal zien. Geniet van deze neanderthaler, sorry hollander!

Wie echt de streng wetenschappelijke toer op wil en de tijd kan opbrengen, kan door op het beeld hieronder te klikken de video-conferentie bekijken die Svante Pääbo eergisteren over zijn onderzoek gaf tijdens de jaarlijkse AAAS (American Association for the Advancement of Science) in Chicago. Je bent hier wel een uurtje mee zoet.


woensdag 11 februari 2009

Het Fortis-gen

Terwijl de media ons vandaag horendul maken met berichten over de aandeelhoudersvergadering van Fortis, lees ik in PloSONE wat de reden van een deel van de miserie kan zijn.
Het zit in de genen!

Mensen die in hun genen een bepaalde variant van het zogenaamde DRD4-gen dragen, vertonen meer risicogedrag als het op beleggen aankomt dan anderen. De dragers van dat gen namen 25% meer risico bij beleggingen dan anderen.
Maar er is ook een gen dat er voor zorgt dat risicogedrag bij financiële verrichtingen juist vermeden wordt. Mensen met een bepaalde variant van het 5-HTTPLR-gen, nemen voor 28% minder risico dan mensen met een andere variant.
Blijkbaar heeft dit financieel gedrag te maken met de verhoogde aanmaak van dopamime bij de risiconemers en de verhoogde aanmaak van serotonine bij de risicomijders.
Laat dus eerst uw DNA maar eens screenen vóór je je duur verdiende centjes te grabbel gooit.

Maar denk eraan: genen kunnen slechts hun werk doen als de omstandigheden gunstig zijn.
Hou uw risicogenen dus in toom en vermijd de verleiding: "de okkasie maakt den dief" zei mijn moederke altijd en "wie zijn (financieel) gat verbrandt, moet op de blaren zitten".

donderdag 5 februari 2009

Viva Lamarck! Een beetje toch.

Deze morgen hoorde ik het in Keulen donderen!
Uitgerekend in dit Darwinjaar komt men met een rehabilitatie van Lamarck op de proppen.
Ik lees in mijn geliefde Noorderlichtblog dat de Amerikaanse biochemicus Larry Feig aangetoond heeft dat ervaring overerfbaar is. Bij muizen althans, maar dan zal dat ook wel bij mensen het geval zijn, want ons erfelijkheidsmechanisme is identiek.
Dat is regelrecht Lamarckisme.
Jean-Baptiste Lamarck

De overerfbaarheid van verkregen eigenschappen was voor Lamarck dé verklaring voor de wijze waarop organismen kunnen evolueren.
Je kent zonder twijfel de voorbeelden wel:
  • een smid die door het vele hameren dikke biceps krijgt (een verkregen eigenschap), zal een nageslacht op de wereld zetten dat ook dikke armspieren heeft (de verkregen eigenschap wordt overgeërfd)
  • een giraf moet zich dag in dag uit weren om bij de bladeren van de hoge bomen te geraken en krijgt daardoor een lange nek. De girafkes van zijn nageslacht zullen die verworven lange nekken overerven.
Darwin geloofde daar niets van: giraffen hebben lange nekken, omdat de sukkelaars met korte nekken niet bij het eten kunnen en van honger moeten sterven. Enkel en alleen de soort met lange nekken overleeft en krijgt een nageslacht: survival of the fittest by means of natural selection. Alleen de best aangepasten krijgen overlevingskansen, de anderen worden weggeselecteerd.
Lamarck was er (voorlopig) aan voor zijn moeite.

Charles Darwin

De moderne biologie, met haar gevorderde kennis van het erfelijkheidsmechanisme, gaf Darwin gelijk.
Waarom zou ons erfelijkheidsmateriaal (DNA) veranderen door wat we tijdens ons leven allemaal uitspoken? Viva Darwin!

Tot gisteren Feig en zijn medewerkers in de Journal of Neuroscience een artikel publiceerden waarin ze aantoonden dat de geheugentraining die men aan moedermuizen had gegeven, aan het nageslacht werd doorgegeven! Die muizenkinderen hadden een beter geheugen dan soortgenoten die geen moeder met geheugentraining hadden.


Muizenmoeders trainen hun geheugen.
Voor hun nageslacht...


De groep van Feig heeft ook aangetoond dat de geheugentraining inderdaad veranderingen in het DNA veroorzaakt, zodat die veranderingen kunnen overgeërfd worden.
De tak van de genetica die zich met deze vorm van overerving bezig houdt, is men intussen de epigenetica gaan noemen.

Hoewel er nog veel discussie aan de gang is over het mechanisme en de frequentie van het optreden van epigenetische verschijnselen, verdient Chevalier de Lamarck zeker wat eerherstel.
Er zijn gevallen van overerving van verworven eigenschappen mogelijk. Al blijft de visie van Darwin de juiste voor de algmene trend in de evolutie van organismen.

Allez, excuser nous monsieur!
Ook mijn excuses aan mijn oud-leerlingen die ik dikwijls liet uitleggen waarom Lamarck het helemaal niet bij het rechte eind had...

zondag 18 januari 2009

Over preken, Draulans en Darwin

De preek in de O.L.V.-kerk van de Neder-Hoeselt deze morgen, heeft mij naar Darwin gedreven.
De diaken die ons tot behartenswaardige gevoelens en daden wou aanzetten, begon zijn homilie met een vergelijking van het koopgedrag van mannen en vrouwen in een kledingwinkel.
De meeste mannen doen dat niet graag. Ze kiezen en beslissen snel. Ze zijn als de dood voor "kunnen-wij-u-helpen-verkoopstertjes".
Ze willen rap naar huis met een nieuwe broek of een
nieuwe vest. En als ze een goede broek gevonden hebben, willen ze er liefst een stuk of twee, drie van kopen, dan zijn ze voor een tijdje gerust. Niet teveel, niet te lang en niet te dikwijls van al dat gedoe.
Vrouwen zijn anders. Ze passen wel vijfendertig rokjes. Ze dweilen wel vijf winkels af om dan uiteindelijk nog niet te beslissen en de volgende week het ritueel nog eens over te doen. Pas dan komt de trofee in de kast bij de andere veroveringen te hangen. En als ze tijdens hun zoektocht een mooi bloesje zien, dan kan dat zonder problemen ook wel mee.

De diaken was dus een man met ervaring. Hij wist hoe het ging. Het beeld was misschien iets te stereotiep, maar ik herkende mezelf volledig.
Van de rest van de preek heb ik niet veel onthouden, want ik moest teveel aan bioloog, journalist en TV-vedette Dirk Draulans denken die over zo'n verschil in gedrag en over nog andere interessante dingen, een zeer lezenswaardig boek geschreven heeft: "Het succes van slechte sex. Hoe de evolutietheorie van toepassing is op elk van ons".

Het eerste deel van die titel zal wel een beetje met verkoopsstrategie samenhangen denk ik, want een sexboek is het allerminst.
Het gaat over Darwins theorie en hoe die nu nog zijn effecten heeft op onze dagelijkse handel en wandel.
Hoe zit dat dan volgens de evolutietheorie eigenlijk met dat verschil in broek- en rokkoopgedrag?
Van in de oertijd toen de eerste mensjes op onze aardbol gingen rondlopen, zijn mannen zwervers en jagers die voor de kost moeten zorgen. Vrouwen zijn verzamelaars en behoeders van wat de mannen aanbrengen.
Zwervers en jagers gaan recht op hun doel af, verderaf van hun verblijfplaats. Ze trekken recht naar die plaatsen waar ze de prooi denken te vinden.
Verzamelaars zoeken systematisch de omgeving af om te vinden wat ze zoeken en als ze dan onderweg iets anders tegenkomen wat ook nuttig is, dan wordt dat ook meegenomen.
En dit oergedrag zit nog altijd in onze genen, in ons DNA, ingebakken en geprogrammeerd.
Mannen gaan recht op de broek af. En als de buit vijf broeken is, dan is dat beter dan één.
Vrouwen zoeken de omgeving van de winkelstraat grondig af om te verzamelen was het best is. En dat kan tijd vragen. En als ze bij die zoektocht een nuttige badhanddoek passeren, dan wordt die mee verzameld.
In de voorbije miljoenen jaren is dit oergedrag meegenomen en het wordt in een andere context nog even duidelijk ten toon gespreid.
Jagen en verzamelen zijn niet gemakkelijk verzoenbare gedragingen.
Mia gaat dus ook liever alleen haar soldenkoopjes doen. Als ik erbij zou zijn zou ik de rietepetieten krijgen en zij ook.

Mooi toch hoe dit verschil in gedrag duidelijk te verklaren valt.
De mens is dus geen losstaand schepsel, geen apart product van Intelligent Design, maar een evolutieproduct.
Geloof me maar, Darwin had het 150 jaar geleden bij het rechte eind, toen hij na lange en grondige waarneming en juiste conclusies, zijn
"On the origin of species by means of natural selection" publiceerde!