Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

donderdag 5 januari 2012

De Commodore 64 is jarig!

Leeftijdsgenoten én computeraars van het eerste uur zullen zich nog zonder twijfel de Commodore 64 herinneren.
Misschien hebben ze er zelfs nog eentje op zolder staan. Want in de jaren 80-90, toen de personal computer populair werd, was de Commodore 64, de C-64, een echte hit.

Bestand:Commodore64.jpg

Ikzelf heb er nooit één gehad. Ik zat in het Sinclair- en het BBC-B-kamp.
Maar op onze school werd de Commodore 64 de eerste computer waarmee de leerlingen konden kennismaken.
Internet was er toen nog niet en ook Word of Excel moesten nog geschreven worden.
Maar leerlingen en de geïnteresseerde leraren (vooral wiskundigen en wetenschappers) konden in een klein computerlokaal toch al met het nieuwe medium aan de slag en al snel konden ze fier hun eerste eigen brouwsels in de programmeertaal  BASIC (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code) demonstreren.
De nieuwe informatiemaatschappij ging van start.

Deze week wordt de Commodore 64 dertig jaar jong.
Hij zag inderdaad in januari 1982 het daglicht, met een intern geheugen van… 64 kilobyte. Vandaar die 64 in zijn naam.
In het reclamefilmpje hieronder dat ik op YouTube vond, wordt de Commodore in prijs en geheugen vergeleken met zijn voornaamste concurrenten van dat ogenblik: Tandy, Apple en Atari.
En blijkbaar was de C-64 een winnaar: 64K voor… 595 dollar, terwijl de anderen veel minder boden voor veel meer geld. Het wereldwijd succes loog er dan ook niet om.




30 jaar later is de C-64 nog altijd springlevend.
Van buiten ziet hij er nog altijd uit zoals vroeger, maar binnenin is er heelwat veranderd: een nieuw moederbord, een andere en veel snellere processor en een intern geheugen tot 8 gigabyte = 8.388.608 kilobyte = 131.072 keer meer intern geheugen dan zijn originele voorvader!
Als je over die gemoderniseerde telg meer wil weten, moet je maar even op het beeld hieronder klikken. Je kan je C-64x-exemplaar daar zelfs online bestellen

image


Maar misschien kan je heimwee naar vervlogen tijden al getemperd worden als je op je flitsend moderne Windows PC of je hippe Mac een C-64 emulator installeert. Zo’n emulator je kan downloaden via een van de sites in deze lijst. En dan kan je weer zoals vroeger Pacman en Frogger spelen.
Wie weet word je dan vanbinnen weer 30 jaar jonger…

zondag 6 november 2011

Eerst noteren of… teruggaan

Veronderstel dat je mijn vrijdagpuzzeltje wil oplossen en dat je er stilaan zicht op krijgt hoe je dat gaat aanpakken.
Maar dan wordt je weggeroepen of je moet naar het toilet. Je gaat in elk geval de kamer verlaten waar je het briljante oplosidee voelde opkomen.
Als je dan niet de moeite neemt om eerst te noteren hoe je wil tewerk gaan, is de kans groot dat je briljante inval uit je geheugen verdwijnt als je de kamer verlaat.


Het fysieke door het deurgat stappen maakt het blijkbaar moeilijker om ideeën te onthouden waar je mee bezig was in de kamer die je verlaat!
Het verloop van gebeurtenissen wordt in ons geheugen blijkbaar opgeslagen zoals de hoofdstukken in een boek. En de informatie in het huidige hoofdstuk is voor ons gemakkelijker toegankelijk dat die in een vorig hoofdstuk.
Dit is het besluit van een onderzoek onder leiding van Gabriel Radvansky van de Amerikaanse Notre Dame University.
Het fysieke verlaten van een kamer komt volgens die wetenschappers voor ons geheugen overeen met het begin van een nieuw geheugenhoofdstuk. En daardoor verbleken de gegevens uit het vorige hoofdstuk.

Toen ik dit las, leek die studie mij een klinkklaar voorbeeld van een open deur intrappen.
Het is mij immers al meer dan eens gebeurd dat ik mijn bureau uitloop om iets te gaan halen in de living, de keuken, de garage. En daar aangekomen weet ik het niet meer. Terug naar het bureau dan maar! Terug naar de kamer waar het begon. Terugbladeren in mijn geheugenboek dus. En ja hoor: alles wordt weer duidelijk. Ik weet weer wat ik zoeken moest.
Ik ben er zeker van dat velen onder jullie die ervaring ook al hebben gehad.

Als onderwijsmens bedenk ik dan of het voortdurend veranderen van leslokaal in het secundair onderwijs niet nefast is voor het onthouden van het geleerde?
En of het lager onderwijs, waar de onderwijzer (m/v) een hele dag in eenzelfde lokaal werkt, niet efficiënter is?
We zullen het eens aan minister Smet voorleggen.
Want die weet veel. Als hij tenminste zijn bureau niet te dikwijls verlaat…

donderdag 13 oktober 2011

donderdag 1 september 2011

1 september

image

Als je zoals Mia en ik jarenlang in het onderwijs actief was, dan voel je nog altijd een lichte kriebeling als augustus weer zijn laatste dag gesleten heeft.
Je weet en voelt nog altijd hoe het was zo’n 1 september: verwachtingen, plannen, ideeën, om er weer 180 lesdagen lang samen met die bende jonge mensen iets bijzonders van te maken.
En je weet dat dit niet simpel is vandaag de dag. Veel minder simpel dan toen je zelf nog aan de slag was. 
De discussies in de kranten over het niveau en de resultaten van ons Vlaams onderwijswerk zwiepen van het ene uiterste naar het andere: op peil, ondermaats, achterbakse didactiek, teveel nieuwlichterij,..?
Weet dan dat onderwijs al altijd bij uitstek het domein geweest is waar iedereen zijn zegje over heeft.
Maar meer nog dan elders geldt hier: de beste stuurlui staan aan wal.
En daarom aan alle collega’s die er vandaag weer met hart en ziel aan beginnen: een bijzonder boeiend jaar gewenst!

dinsdag 10 augustus 2010

Fruitvliegenval

Is het bij jullie ook (soms) zo?
Zit het in je keuken soms “boordevol” fruitvliegjes?
Bij ons regelmatig wel!

image

Ik heb die Drosophila Melanogasters nochtans altijd sympathieke beestjes gevonden. Tijdens “mijn lerarenschap” heb ik er dikwijls mee geëxperimenteerd
Ze kweken immers nog (veel en veel) sneller dan de konijnen: de generaties volgen elkaar “vliegensvlug” op, zodat je snel effecten van kruisingsproeven kan zien.
Maar trop is trop!
Dat snelle voortplantingsgedrag (van de vliegjes) breekt ons hier thuis nu erg zwaar op: tien fruitvliegen worden er op een mum van tijd een paar honderd!
Daar moet een einde aan gesteld worden. Er is nood aan een fruitvliegenval!

En voilà! Internet helpt ons weer! Op de site Apartment Therapy vond ik de remedie.

image

Het recept is simpel.
Neem een glazen kom en giet er een geutje geurige wijnazijn in, zodat de bodem goed bedekt is.
Voeg een paar druppels afwasmiddel toe.
Oei er is fysica mee gemoeid: het detergent verlaagt de oppervlaktespanning van de azijn, zodat de super-lichte fruitvliegmormels die er in vallen niet op het oppervlak blijven drijven. Ze mogen immers, eenmaal bekomen van de schrik, niet opnieuw kunnen opstijgen. Neen verdrinken moeten ze!
Span nu wat dun plasticfolie over de kom en prik er een paar gaatjes in.
Klaar is Kees. De val is gezet. En ze werkt nog ook!.
Laat de Melanogasters nu maar spartelen…

woensdag 28 juli 2010

Ze waren nog zo stom niet vroeger

Ik herinner mij uit mijn heel vroege jaren als leerling de hoge klaslokalen.
En zelfs in de stokoude scholen waar ik mijn eerste stappen als leraar zette, waren de zolderingen zeker niet laag bij de grond.

image
Pas later toen er nieuwbouw kwam, schakelde men ook in schoolgebouwen over op lagere lesruimten.

image

Misschien hadden ze dat toch beter niet gedaan, of toch niet voor alle lokalen.
Want uit een onderzoek dat op 23 juli in Psychology Today gepubliceerd werd, blijkt dat de hoogte van de lokaalruimte een belangrijke invloed heeft op het leren en werken in die ruimte.
In hoge ruimten blijken we creatiever te zijn.
En als de ruimte lager is dan pakweg 3 meter (9 feet = 2,74 m) voelen we ons snel op elkaar gepakt en worden het verdragen van anderen in onze omgeving lastiger.
Anderzijds zijn hoge ruimten meestal minder gezellig.

Ze waren vroeger dus nog zo stom niet.
Want scholen en klaslokalen mogen natuurlijk best gezellig zijn.
Maar hoofdzaak is (volgens mij…) toch nog altijd dat er op een creatieve wijze kan geleerd en gewerkt worden.
Best in hoge lokalen dus…

zondag 6 juni 2010

De Lego-printer

Wat ik gisteren op YouTube vond deed me terugdenken aan de jaren 80 van de vorige eeuw.
Toen ik nog “knutselde ongeriefd”.
Toen ik samen met Marc Meeus, mijn goede vriend uit Genoelselderen, het Vlaamse land afreisde om collega’s chemieleraren ervan te overtuigen om in hun chemielessen de computer als meet- en registratie-instrument te gebruiken.
We hadden zowaar een indrukwekkende titratiemachine in mekaar geknutseld, gestuurd door de fameuze BBC-B computer.
Ik heb er in 1988 zelfs de Prijs Kanunnik Delaruelle voor chemiedidactiek mee gewonnen. 
En daar ben ik nog altijd een beetje fier op.
Het beeldje dat ik als aandenken kreeg, heeft nog altijd een ereplaats in onze “living”.

image  
Dat waren nog eens tijden.
We waren overenthousiast en we waren gelukkig met de primitieve machientjes die we bouwden en… die werkten.

De mannen (of vrouwen) die het Lego-printertje in mekaar gebokst hebben, zullen er zonder twijfel ook veel knutselplezier aan beleefd hebben.
Het heeft geen nut, maar ‘t werkt.
En geluk schuilt in de kleine dingen.

zondag 25 april 2010

Een goede leraar (m/v) loont

Sommigen zijn ervan overtuigd dat de invloed van leraren op de leerprestaties van jongeren miniem is. De (genetisch bepaalde) aanleg zou volgens hen het enige zijn wat telt.
Dit heilig huisje davert nu op zijn grondvesten.
Want onderzoekers van de Florida State University in Tallahassee
hebben onderzocht dat een (goede) leraar essentieel is om de aanwezige genetische aanleg tot uiting de doen komen.
lezen by fijnleiner. In een studie die vorige week in Science is gepubliceerd, tonen ze aan dat duidelijke verschillen in leesvaardigheid te maken hebben met de vakbekwaamheid van de leraar.
Ze deden hun onderzoek met grote groepen eeneiige tweelingen.
Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek. D.w.z. dat ze precies dezelfde genen bezitten en dus ook dezelfde genetische aanleg voor leren lezen.
Maar toen ze van zo’n tweeling elk kind in een andere klasgroep plaatsten, zagen ze na een tijd opvallende verschillen in leesvaardigheid.
De helft van een tweeling die in een klas zat waar de leerlingen gemiddeld hoog scoorden voor lezen, waren betere lezers dan de andere helft als die in een klas zat met gemiddeld mindere lezers.
De verschillen moesten dus te wijten zijn aan de kwaliteit van de leraar.
De onderzoekers stellen dat verschillen in leesvaardigheid binnen een klas met een goede leraar, te wijten zijn aan verschil in genetische aanleg.
Maar, zwakke leraren hinderen het tot ontwikkeling komen van potentiële aanleg.



De leraar doet er dus wel degelijk toe.
En ik durf zelfs extrapoleren en zeggen dat dit niet alleen geldt voor leesvaardigheid maar voor alle schoolvakken.
Wie het nut van goed onderwijs in twijfel wil trekken, moet dus zijn mening bijsturen.
Het komt er natuurlijk wel op aan je kinderen naar een goede school te sturen.
D.w.z. naar een school met goede leraren.
En dat vraagt van ouders intens en doordacht selectiewerk.

donderdag 25 maart 2010

Michelangelo in al zijn glorie

Ik heb indertijd een paar keer de kans gehad om met onze school de Italiëreis van de laatstejaars mee te maken.
Voor mij was het onovertrefbaar centrum van Firenze steeds het summum.
Maar ook de Sixtijnse kapel in Rome was een hoogtepunt.
Dit schitterend meesterwerk van Michelangelo is nu in al zijn glorie te bewonderen op een Flashsite van het Vaticaan.
Ik weet het wel: een virtueel bezoek is nog altijd geen realiteit.
Maar hier kan je toch wel erg gedetailleerd en in alle rust elk hoekje van dit meesterwerk bekijken.
Niet te missen dus.

image

zondag 21 maart 2010

Chemieles anno 2010

Ik heb de tijd gekend dat chemie in het middelbaar onderwijs pure bord-en-krijt-chemie was.
Ik bedoel daarmee dat chemie H2SO4 was.
Een nietszeggende formule. De leerlingen kregen het vervaarlijke zuur nooit te zien.
En dat was niet alleen in Vlaanderen zo.
Zelfs in de VS circuleerde in de jaren 70 onder de chemiedidactici de boutade “silverchloride is a pale green gas”.
“Zilverchloride (witte vaste stof) is een bleekgroen gas”.
Dit antwoord van een leerling op een vraag over de stof zilverchloride, illustreerde het gegeven dat leerlingen allerlei eigenschappen van stoffen moesten van buiten leren zonder dat ze met de stoffen zelf kennis maakten.

Tijdens de laatste jaren van de vorige eeuw is daar verandering ten goede in gekomen.
Scholen kregen meer middelen om hun chemielessen levensechter te maken en er werd behoorlijk geïnvesteerd in labo-infrastructuur en didactisch materiaal.
Maar vooral in de algemeen vormende studierichtingen (ASO) bleef er binnen het lessenrooster nog te weinig tijd over om chemie voldoende experimenteel te benaderen.
Leraren met veel goede wil en hart voor hun vak organiseerden daarom b.v. “vrijdagavondlabo’s” waarin geïnteresseerde leerlingen na de lesweek hun chemiehartje konden ophalen met allerlei experimenten: aspirine maken, een parfum samenstellen, een kleurstof synthetiseren enz.

De laatste decennia is ook internet in de chemiedidactiek terecht gekomen.
In mijn oude school werken de leraren met de elektronische internetleeromgeving Moodle.
Ik zie dat vooral de chemieleraren daar zeer actief gebruik van maken. Leerlingen krijgen op de Moodle-pagina's van de school allerlei lesmateriaal ter beschikking: oefentesten, huis- en remediëringstaken, PowerPoints, adressen van interessante sites enz.
In de nieuwe trend om begrippen uit de chemie via internet te verduidelijken kan natuurlijk YouTube niet ontbreken.
Onlangs kwam ik via Twitter op een filmpje terecht waarin de reactiviteit van de verschillende elementen op een ludieke wijze wordt voorgesteld.
De atoomsoorten zijn deelnemers aan een fuif, een “chemical party”.
De weinig reactieve edelgassen zijn de muurbloempjes. Alkalimetalen (K bijvoorbeeld) reageren explosief met water enz.
Geniet ervan en denk er even over na hoe ze u die reactiviteit vroeger duidelijk gemaakt hebben.
Als je je daar nog iets van herinnert natuurlijk.
Als chemie voor u niet alleen maar H2SO4 is...

woensdag 3 maart 2010

Labyrint

Je hebt al wel gemerkt dat mijn blogje zijn inspiratie hoofdzakelijk haalt uit de zogenaamde positieve wetenschappen.
De bètawetenschappen.
Dit heeft natuurlijk te maken met mijn opleiding en mijn blijvende belangstelling voor alles wat met chemie, fysica, biologie, astronomie, informatietechnologie,… te maken heeft.


Zoeken naar wetenschapsnieuws, naar verklaringen voor verschijnselen, naar nieuwe toepassingen,… is mijn (hopelijk nog) lang leven.
Hoe ouder ik word, hoe meer ook sommige alfawetenschappen zoals geschiedenis en filosofie mij gaan boeien. En ook over sommige domeinen van de gammawetenschappen zoals pedagogie, psychologie en communicatiegammawetenschappen wil ik blijven leren.
Elke nieuwe bron om die dorst te laven wordt dan ook met open armen ontvangen.
En er is weer iets nieuws op komst.
Uit Nederland en op TV.
De VPRO en Teleac starten vanavond om 20.50u. op Nederland 2 met Labyrint.
Labyrint wil het volledige wetenschappelijk terrein bestrijken.
Elke uitzending zal een actueel thema vanuit verschillende invalshoeken benaderen.
Het is dan ook niet verrassend dat de eerste uitzending zal gaan over de werking van het menselijk brein in de verkiezingstijd.
Hoe verwerken en interpreteren menselijke hersenen de vloed aan informatie waarmee ze in een verkiezingsperiode platgewalst worden.
Kijken dus!

Alhoewel Labyrint aan de basis een TV-programma is, kiezen de makers voor een totale multimediale aanpak: het programma krijgt een eigen website waar dieper op de programmathema’s zal worden ingegaan, je kan je abonneren op een Labyrint RSS-feed, je kan twitteren met Labyrint en je kan fan worden van een Labyrint-groep op Facebook.
En uiteraard worden we voor Labyrint warm gemaakt via een promo-filmpje op YouTube.


Ik heb met dit nieuwe speeltje op 3 maart toch een beetje een laat Sinterklaasgevoel: vol verwachting klopt mijn hart.
Ik hoop dat het lekkere koek wordt en geen gard…

zaterdag 30 januari 2010

Over een toiletjapannertje

In het land van de rijzende zon komt men soms op wel erg rare ideeën: maak je eigen toiletpapier!
In tijden waar iedere zelfbewuste PC-freak zich druk maakt over het (on)nut van het nieuwe Apple-speeltje, de iPad, hebben ze daar een machine uitgevonden die gebruikt bureaupapier omzet in WC-papier.
Gelukkig dat het niet andersom is…

Het is natuurlijk geen tafelmodel dat ding. Niet iets wat je in het kleinste kamertje even aan de muur hangt. Neen het is een serieus geval.

image
En ook de prijs is niet mis: $ 100.000 = € 72.118, aan de huidige koers. Een waar koopje.
40 velletjes A4-papier worden in een half uur omgezet in een rol ecologisch verantwoord WC-papier. 
Want de machine werkt niet op diesel of een andere verfoeilijke brandstof. Neen, ze doet het, zoals (dat veronderstel ik toch) de auto van Ingrid Lieten , minister van Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie, op die “o zo schone” elektriciteit. Kan het nog groener?
Zal de aardtemperatuur nu niet een beetje dalen?

Zou ik, als lid van het schoolbestuur van 4 secundaire scholen, die machine niet eens voorstellen als een idee voor een groepsaankoop?
Te plaatsen op het centraal secretariaat bijvoorbeeld.
Ik hoor het een directeur in de (mooie) toekomst al zeggen tegen één van zijn medewerkers: “Frans, neem hier een paar ouwe vellen mee en ga eens een paar verse rollen maken”.
Kwestie van het werk te delegeren.

Hoe ze werkt, de White Goat -Witte Geit (want dat is haar lieflijke naam!) kunnen de medewerkers, in afwachting, hieronder al in een filmpje leren. Moeilijk ziet het er niet uit. Het zal dus wel lukken.
En de papiervernietiger is ingebouwd. Een regelrechte besparing dus.


En zeggen dat ik stam uit de tijd dat ik van mijn moederke oud gazettenpapier moest in (voldoend grote) vierkanten snijden voor op het toilet…
Dat was dus ook al recyclage en ecologie.
Nog lang vóór die woorden waren uitgevonden.
En het kostte niets.
En ge hadt nog iets te lezen. Op ‘t gemak.

dinsdag 19 januari 2010

Astronomie online: Star Viewer

Zo nu en dan besteed ik in mijn blogje wat aandacht aan astronomie.
Sterrenkunde heeft me altijd al geboeid.

Newtonkijker40 jaar geleden al, kocht ik mij fotograaf Vandendriesche in Merelbeke een kleine Newtonkijker.
Fotozaak Vandendriesche is er al lang niet meer. Mijn kijkertje is nog altijd springlevend.

Voor waarnemingen van de maan en de grootste planeten was dit ding voldoende.
En toen ik in de zeventiger jaren les gaf aan het St.-Janscollege te Hoegaarden-Meldert, ik heb hem ooit gebruikt om met mijn leerlingen een fotoreportage te maken van een zonsverduistering. Ik denk er nog met heimwee en plezier aan terug.
 
MeadeETX70A Een tiental jaar geleden, kocht ik mij een moderner toestel: een Meade ETX 70A.
De ETX 70 A is geen Newtonkijker maar een refractortelescoop(je).
Dit telescoopje is uitgerust met een volgcomputertje met motor, zodat je een object tijdens de waarnemingen automatisch kan blijven volgen.
Naast de maan, kan je er de ringen van Saturnus goed mee waarnemen. Ook de wolkenbanden op Jupiter en de grootste manen van deze reuzeplaneet zijn er mee te zien. En als de omstandigheden een beetje gunstig zijn, kan je een glimp van de poolkappen van Mars opvangen en… de Orionnevel bewonderen.
Een groot voordeel van de ETX is dat er op internet zeer veel gebruikersgroepen actief zijn, waar je massa's informatie over gebruik, toe- en aanpassingen kan vinden.

Maar de indrukwekkendste beelden en de beste informatie is voor een amateur met beperkte middelen toch te halen uit virtuele waarnemingen.
Daarvoor zijn er een aantal degelijke PC-programma’s beschikbaar.
De Nederlandse versie van het gratis, maar zeer degelijke planetarium-programma Stellarium bijvoorbeeld.
Of nog completer, maar niet gratis: Starry Night

Maar als je er tegenop ziet om extra software op je PC te installeren, dan kan je tegenwoordig ook via internet je astronomie-hartje ophalen.
Eén van de betere sites daarvoor vind ik Star Viewer.

Op de startpagina van Star Viewer zie je een massa kleine witte vierkantjes tussen de sterren. Klik je erop dan krijg onmiddellijk een YouTube-filmpje over het object, soms met audio-informatie.
En links op de pagina vind je een lijst van de opmerkelijkste astronomische constellaties.
Klik je op een item uit die lijst dan reis je er naar toe.
Je komt in een Google Sky-kaart terecht met alle mogelijke zoom- en schuifmogelijkheden van dien.

Een eenvoudige maar schitterende kennismaking met de fascinerende wereld van de astronomie vind ik.
Misschien krijg je zo wel appetijt om bijvoorbeeld Stellarium toch eens te installeren.
Probeer Star Viewer maar eens uit door op onderstaand beeld te klikken.

image

donderdag 17 december 2009

Begrepen?

image
Is alles duidelijk?
Zijn er nog vragen?
Gevonden bij Swans on tea.
Je moet dit beeld zeker dit eens groter bekijken door er op te klikken.
Zouden de hogescholen toch nog altijd "uiliversiteiten” zijn?

zaterdag 31 oktober 2009

Nog iets over grootteorde

Eergisteren had ik het over één miljard. Het getal dat al dan niet een peulschil is naargelang de context waarin je het gebruikt.
Vandaag presenteer ik jullie een ander mooi voorbeeld van verschil in grootte-orde.
Als je op onderstaand beeld klikt kom je op een website terecht die je toelaat om met een schuifbalk steeds meer in detail in te zoomen op wat zich op het beeld bevindt.
Je maakt zo een reis van een koffieboon van 12 x 8 mm tot op het niveau van één koolstofatoom van 140 pm (pm = picometer= 10-12m).
Op de site zie ook wat uitleg over de verschillende lengtematen.
Kleine opmerking.
Denk er aan dat het om een Amerikaanse site gaat en dat de Amerikanen niet spreken van een miljard.
Een miljard is voor hen “a billion”. Voor ons is een biljoen een miljoen in het kwadraat. Dit verschil in naamgeving geraakt maar niet de wereld uit…
In elk geval een site die de zeer de moeite waard is voor iedereen.
En vooral: geen enkele leraar wetenschappen zou hier met zijn leerlingen mogen aan voorbijgaan!

klein

maandag 26 oktober 2009

Zoals het vroeger was.

1957.
Ik zat in de 1ste Moderne van het St.-Gregoriusinstituut – afdeling Merelbeke.
Die middelbare school was er in onze gemeente gekomen in de volle schoolstrijd, als antwoord van het katholiek onderwijs op de “Collardschool” die er door het toenmalige rijksonderwijs was opgericht.
Onze school was een “filiaal” van het grotere St.-Gregoriusinstituut van Ledeberg aan de rand van Gent.

Ieder jaar, op 12 maart, werd het naamfeest van de patroonheilige van onze school, de H. Gregorius gevierd.
Daar keken we in 1957, toen we dit voor de eerste keer mochten meebeleven, al van in het begin van het schooljaar naar uit.
12 maart was een feestdag.
Uiteraard geen les en we mochten met de hele klas, per fiets, naar Ledeberg, naar ons “groot moedercollege” om daar met die stadsmussen mee te vieren. Fier droegen we onze “alpin” met daarop het kenteken van onze Merelbeekse afdeling.

sg
Herken je me op de foto?

We smulden volop van de lekkere koeken en dronken met volle teugen van de zoete limonade. Iets wat we thuis zelden of nooit op tafel kregen.
Maar als je de foto goed bekijkt zie je achteraan waar het ons die dag vooral om te doen was: we mochten roken!

Maandenlang ervóór werd er op school gediscussieerd over welke sigaretten we zouden kopen: Boule d’Or of Belga Filter of Rode Michel misschien, want Groene was te straf? Uiteindelijk koos ik voor een pakje Northpole, een meer “exclusieve” soort mentholsigaretten.
Ik had voor alle zekerheid thuis al wat geoefend met een paar sigarillootjes van ons pa, die ik stiekem op het toilet (dubbele zekerheid) had opgepaft.

image
Ik herinner me nog alsof het gisteren was hoe ik ervan genoten heb die 12 maart. Mijn pakje Northpole is er die dag helemaal aan gegaan…

1957.
Jongentjes van 12 jaar laten roken! Hoe kwamen ze er bij, die priesterleraars van 50 jaar geleden!
De tijden zijn veranderd.
Toen was roken nog gemeengoed.
Iedereen deed het. Bij de mannen toch. “Hij is geen man die niet roken kan” was toen de leidraad.
Maar op “den buiten” werden rokende vrouwen toen meestal nog met een erg scheef oog bekeken.
En het woord longkanker was nog nergens te horen.

Een treffende illustratie van hoe er toen tegen roken en tabaksgebruik werd aangekeken is te zien en te horen op het filmpje hieronder, daterend van 1958.
Een veel uitgebreidere versie met een lofzang op de Nederlandse tabaksindustrie, is te vinden op de onvolprezen Geschiedenissite van de VPRO.
Ik raad u aan om ook dat tijdsdocument eens te bekijken.
Maar dan moet je wel even tijd maken want het duurt maar liefst 23 minuten.
Daar moet je dus rustig bij gaan zitten.
Met een lekker bakkie koffie en… liefst zonder sigaret of sigarillootje.

zondag 11 oktober 2009

Rankings

Over het algemeen zijn we er nogal fier op dat ons onderwijs tot het beste ter wereld behoort.
Voor het middelbaar onderwijs is er overtuigend bewijsmateriaal dat dit ook zo is.
Het PISA-rapport (PISA =  Program for International Student Assessment) van 2009 is nog niet gepubliceerd. Maar het laatste driejaarlijks PISA-rapport van 2006 geeft aan dat we het goed doen.
Voor dat rapport werden 3 zogenaamde competentiedomeinen onderzocht: wetenschappen, wiskunde en leesvaardigheid.
Voor elk van deze domeinen scoren onze scholen boven het gemiddelde van de OESO-landen.
Nederland eindigt wel altijd een paar plaatsen hoger dan België, maar we behoren toch altijd tot de absolute topgroep.

image 
Maar als we eens naar het universitair onderwijs kijken is het resultaat niet zo rooskleurig.
In The Times for Higher Education van oktober 2009 werd de ranking bekend gemaakt van de 200 topuniversiteiten over heel de wereld.
Slechts één Belgische universiteit behoort tot de top 100. De rest bengelt verder achteraan en in totaal komen er maar 5 voor in de lijst van de 200 besten:

Ranking

Ik kan er niet aan voorbij: Nederland scoort qua niveau van universiteiten toch een stuk hoger: maar liefst 4 in de top 100, waarvan zelfs één in de top 50. En nog 7 andere tussen plaatsen 108 en 200.

image
Wie in Vlaanderen, om wat voor reden dan ook, van mening is dat het Nederlands onderwijs toch niet zo denderend is, moet de cijfers en de rapporten, zowel voor het secundair als voor het universitair onderwijs, toch maar eens grondig bestuderen…

donderdag 20 augustus 2009

Lamarck zal weer een beetje meer lachen

Ik heb het indertijd bij mijn leerlingen met alle middelen proberen in te pompen: overerving van verworven eigenschappen is larie en apenkool.
Een smid die dagelijks hamert op zijn aambeeld en daardoor dikke spieren ontwikkelt, krijgt geen kinderen die met dikke spieren geboren worden. Giraffen hebben geen lange nek omdat hun voorouders zich steeds moesten rekken om van de weinige blaadjes aan de hoge bomen te kunnen smullen.
Neen. Giraffen hebben lange nekken omdat dit een zoogdierensoort is die met zijn lange nek nog kan overleven in gebieden waar het voedsel hoog aan de bomen te verkrijgen is.
Survival of the fittest” is de drijfveer van de evolutie. Zoals Darwin zei.
Overerving van verworven eigenschappen is een verkeerd idee van Lamarck.
Wie dat indertijd niet door had, kon zich bij Tavernier aan een buis verwachten.

Maar.
Al in mijn blogbericht van 5 februari 2009 liet ik al horen dat Lamarck in sommige gevallen ook wel eens gelijk kon hebben.
En nu zijn er weer berichten over situaties waarbij verworven kenmerken worden doorgegeven aan het nageslacht.

Dit keer gaat het om een vaststelling bij de bijtjes.
Bijen uit onze contreien kunnen, als ze in hun doen en laten gestoord worden, agressief worden.
Wie dan in de buurt is, kan daar de gevolgen van dragen.
Professor Gene Robinson, een bekend bijendeskundige van de University of Illinois, heeft dit gedrag grondig bestudeerd.
Hij heeft vastgesteld dat bij agressieve Europese honingbijen bepaalde genen worden ingeschakeld, die anders inactief blijven.
In de genen van de Europese honingbijen is er dus een soort agressieschakelaartje ingebouwd, dat volgens de omstandigheden aan- en uitgezet wordt.
En nu komt het.
De Afrikaanse honingbij is uit de Europese honingbij geëvolueerd.
Maar de Afrikaanse is altijd agressief. De Afrikaanse honingbij staat dan ook bekend als de “killer bij”.

bijen
Het doet zich dus voor alsof de omgevingsfactor die bij de Europese bijen agressiviteit uitlokt, zich bij de Afrikaanse honingbij door overerving heeft vastgezet in de genen.
De verworven eigenschap is overgegaan.
De studie die dit uit de doeken doet is eergisteren gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS)

Zien jullie dat ook? Lamarck glimlacht weer een beetje meer op het beeld hierboven.

woensdag 12 augustus 2009

Wist jij dat ook al?

Optimistische vrouwen hebben een kans op een langer leven.
Heb jij ook het gevoel dat je dat al lang wist?
En dat chagrijnige, depressieve en pessimistische types het minder lang uithouden?

pessimist
Goed, maar wetenschap steunt niet op gevoel.
Wetenschap steunt op rationeel onderzoek.
Wat niet betekent dat gevoel, gevoeligheden en emoties wetenschappelijk werk niet beïnvloeden.
Je moet er maar eens de geschiedenis van de ontdekking van de structuur van DNA op nalezen b.v.
De gevoeligheden tussen enerzijds de ontdekkers James Watson en Francis Crick en anderzijds Rosalind Franklin heeft in het verloop van dat onderzoekswerk een belangrijke rol gespeeld.
Bij gelegenheid blog ik daar nog wel eens over.

Terug naar de optimistische vrouwen en het wetenschappelijk onderzoek daarover.
Een team van de universiteit van Pittsburgh, onder leiding van Hilary Tindle, heeft eergisteren in het tijdschrift Circulation de resultaten van een uitgebreide studie gepubliceerd over het verband tussen optimisme, hartziekten en levenskansen.

Ze hebben bijna 100.000 (!) vrouwen bij hun onderzoek betrokken.
En de resultaten liegen er niet om.
Pessimistische ladies hadden een hogere bloeddruk én een hoger cholesterolgehalte in het bloed.
Zelfs als men rekening hield met bepaalde risicofactoren aanwezig in de leef- en werkomgeving van de vrouwen, bleek uit het onderzoek dat een optimistische attitude risico verlagend werkt.
Optimistisch vrouwen bleken 9% minder kans op hartziekten te hebben en 14% minder kans op overlijden aan een kanker!
De pessimistische, cynische, negatief denkende en wantrouwende vrouwen, bleken over dezelfde tijdspanne 16% meer kans op overlijden te hebben.
De onderzoeksgroep kan geen sluitende verklaring geven voor het gevonden verband.
Het zou b.v. kunnen dat de optimisten onder de vrouwen er een gezondere levensstijl op na houden dan de negatievelingen: minder roken, meer sporten, gezonder eten.

image
Bij het lezen van zo’n onderzoek spoken onmiddellijk een aantal vragen door mijn koppeke.
Is pessimisme of optimisme je lot, je voorbestemdheid?
Kan je er iets aan doen als je een zwartkijker bent?
Of zit dat in je genen?
Zit pessimisme én optimisme bij iedereen in de genen, maar bepaalt het milieu waarin je opgroeit en leeft of de pessimisme-genen of de optimisme -genen tot uiting komen?
Kan onderwijs daar iets aan doen?
En wat is het verband tussen je levenshouding en de chemische fabriekjes in je cellen?
Maken optimisten andere stoffen aan dan pessimisten?
Maken pessimisten meer stoffen aan die schadelijke effecten hebben dan optimisten?
Over welke stoffen gaat het dan?
Ik hoop dat vervolgonderzoek daar op termijn antwoorden kan op geven.
Er is dus nog veel werk aan de winkel.

Even dit nog.
Het onderzoek van de groep rond Hilary Tindle ging alleen over vrouwen.
Maar geen nood mannen. Voor ons geldt precies het zelfde.
Daar had een Nederlandse groep in 2004 al een onderzoek over gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry.

image
Dus: optimist, wat later in de kist…
Of is dat optimistisch?

zaterdag 8 augustus 2009

Slimme roeken

De mooiste jaren in mijn onderwijswerk heb ik in het Sint-Janscollege te Meldert beleefd.
In het juvenaat (paterskweekschool) van de Aalmoezeniers van de Arbeid.
Een prachtige omgeving, goede leerlingen, fantastische collega's, vriendelijke mensen in het dorp.

image

Vic, één van de collega's daar, had een paar getemde kauwkes.
Familie van de raven, de kraaien en de roeken.

kraaien
Vic’s kauwkes volgden hem overal op de voet. Zelfs vanaf zijn huis in Tienen tot op de school in Meldert. Toch zo’n 7 km afstand.
Slimme vogels.
En dat roeken ook hun vogelverstand kunnen gebruiken is te zien in volgend filmpje.
Om aan het lekkere wormpje te kunnen geraken dat op het water drijft in een diep glas, maken ze erg handig gebruik van de middelen die voorhanden zijn.
En ze hebben hun fysicales goed geleerd in de roekenschool:
een voorwerp ondergedompeld in een vloeistof, verplaatst evenveel vloeistof als zijn eigen volume.
Archimedes zal blij zijn.
Prachtig!



En tussen haakjes: de oude Griekse dichter Aesopus heeft in de 6de eeuw vóór Christus, in één van zijn dierenfabels dat slimme gedrag van de roek ook al beschreven:



Dat was dus geen fabel, het was de realiteit...