Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen

woensdag 13 maart 2013

Borstelrobotjes doen het ook!


Wat je hierboven ziet is bekend: het merkwaardig gecoördineerd gedrag van een grote groep spreeuwen.
Niet alleen vogels doen dat, ook bij vissen, sprinkhanen, mieren,… komt dit gedrag voor.
Hoe dit gedrag georganiseerd wordt is nog onbekend. Men denkt uiteraard aan bijzondere vormen van communicatie en sociale intelligentie. Maar hoe dit werkt blijft echter zeer vaag.

Een groep ingenieurs van de Harvard University onder leiding van Luca Giomi heeft een merkwaardig experiment uitgevoerd waaruit blijkt dat dit complex collectief gedrag ook voor een deel het gevolg kan zijn van de mechanica van het bewegen in een midden gekenmerkt door bepaalde omgevingsfactoren.
En dit zonder dat daar bijzondere communicatie of sociale interactie bij te pas komt!

De Giomi-groep heeft borstelrobotjes gemaakt en die in groep laten bewegen over een oppervlak begrensd door een cirkelvormige zachte afsluiting.
Zo’n borstelrobotje is eenvoudig te maken met de kop van een tandenborstel waarop een batterijtje en een trilmotortje van een GSM bevestigd zijn:


image

Wie zelf zoiets wil maken, vind op YouTube de nodige informatie.

De Giomi-groep werkte met ellipsvormige borstelrobotjes die ze met een 3D-printer(!) vorm gaven.
En ze stelden vast (je vindt het verslag van hun studie hier) dat als zo’n groep borstelrobotjes over een cirkelvormige begrensd oppervlak beweegt, er groepspatronen ontstaan van zodra het aantal robotjes een bepaald minimum overschrijdt.


De mechanische interacties (botsingen) van de robotjes onderling en met de rand, liggen blijkbaar aan de oorsprong van de globale bewegingspatronen.
Blijkbaar kunnen dergelijke puur mechanische interacties in een bepaalde omgeving spontaan georganiseerd “gedrag”, doen ontstaan.
Een soort groepsintelligentie dus.
Bij een zwerm spreeuwen, sprinkhanen, een school haringen zouden het dus die mechanische interacties met de omgeving kunnen zijn die hun groepsgedrag bepalen!
Boeiend om volgen hoe dit onderzoek verder evolueert en welke gevolgen daar aan vast kunnen zitten voor inzichten in groepsgedrag bij mensen bijvoorbeeld.

dinsdag 25 januari 2011

De dwang van de ronde getalletjes

Mensen zitten raar in mekaar, dat is geen geheim.
Het onderzoek van Devin Pope en Uri Simonshon dat een paar dagen geleden in Psychological Science werd gepubliceerd, bevestigt dat nog eens op een treffende wijze.
In “Round numbers as goals” ( hier vind je het pdf-bestand) tonen ze aan dat ronde nummers ons stimuleren om onze grenzen te verleggen als het op lichamelijke, sportieve en allerlei andere prestaties aankomt.
Zelfs als daar geen enkele rationele reden voor is.

Een voorbeeld: je gaat wandelen en je hebt je stappentellertje ingesteld.
Na anderhalf uurtje stappen kom je terug aan het vertrekpunt en je vindt het wel genoeg geweest.
Je controleert en je ziet dat je 9873 stappen gezet hebt.
Welnu je zal de moeilijk te onderdrukken behoefte voelen opkomen om nog even door te gaan tot je er 10.000 hebt gezet: de innerlijk drang van het mooie ronde getalletje!

image

De Amerikaanse wetenschappers hebben dit gedrag vastgesteld bij vier generaties (1975 tot 2008) baseballspelers en bij zeer grote aantallen studenten.

Bij de baseballers trachtten de slagmannen aan een slagscore te komen van 0.300 als ze aan 0.299 zaten.
Ik ben geen baseballkenner, maar een zoektochtje op Wikipedia leert mij dat een “batting average” van 0.300 een excellente prestatie inhoudt.

Bij de studenten gaat het over testen die hun geschiktheid aantonen om aan een universiteit in te schrijven (zogenaamde SAT-testen).
De studenten (er werden meer dan 4 miljoen (!) SAT-scores onderzocht) blijken de neiging te vertonen om die testen over te doen tot hun score een mooi rond getal is: 1300 i.p.v. 1290 bijvoorbeeld.

Alhoewel er nog geen uitleg is voor die ronde-getallen-drang zit er ongetwijfeld veel waarheid in.
Bart De Wever wil 30 kg afvallen en geen 28.
Ik hou het bij 10 kg minder, geen 12

woensdag 10 maart 2010

We zijn er om mekaar te leren helpen niewaar

We denken dikwijls dat het niet goed gaat met onze samenleving.
Dat hebzucht, egoïsme, vandalisme,… zienderogen toenemen.
En dat dit negatieve gedrag zonder discussie veel meer verspreid is dan vroeger, in de “goede oude tijd”.
En dat kan ook zo wel zijn.


Maar we moeten daarom niet wanhopen.
Want positief gedrag verspreidt zich een groep van onze samenleving even snel als negatief gedrag.
Dat is althans de bevinding van James H. Fowler en Nicolas A. Christakis.
In een studie die ze deze week in PNAS (Proceedings of National Academy of Sciences of the USA) publiceerden, zeggen ze daarvoor een bewijs gevonden te hebben.
Ze lieten hun proefpersonen meedoen in een spel waarin ze geld konden inzetten voor eigen gewin of voor een gemeenschappelijk voordeel.
Het bleek dat proefpersonen die meespeelden met anderen die het gemeenschappelijk doel verkozen, die keuze zelf ook maakten i.p.v. voor het eigen voordeel te kiezen.
Altruïsme, onbaatzuchtigheid, zijn dus blijkbaar even goed overdraagbaar in een groep als negatief gedrag.

image
Het komt er dus op aan om dit positief gedrag duidelijk te demonstreren.
Zou daar iets inzitten voor de benadering van probleemgroepen in wijken zoals het Anderlechtse Kuregem bijvoorbeeld?

maandag 1 februari 2010

Suiker verzekert je toekomst

Een groep wetenschappers van de universiteit van South Dakota in Vermillion US, hebben een merkwaardig effect ontdekt van een hoog bloedsuikergehalte.
Uit hun onderzoek blijkt dat mensen met hoog suikergehalte in het bloed best toekomstgericht kunnen denken.
D.w.z. dat die mensen beter beslissingen kunnen nemen waarbij vooruit moet gedacht worden.
Het verslag van hun onderzoek, dat gepubliceerd wordt in Psychological Science, kan je in dit pdf-bestand lezen.


De wetenschappers lieten een groep van 65 proefpersonen frisdrank drinken met de mededeling dat dit voor een onderzoek was en dat ze voor hun medewerking financieel zouden vergoed zouden worden.
De ene helft kreeg, zonder het te weten, suikervrije frisdrank, de andere helft kreeg gesuikerde frisdrank.
Beide groepen kregen vrij snel nadien twee stapeltjes geld te zien: een stapeltje met $120 en een stapeltje met $450.
Ze werden dan voor de keuze gesteld: ofwel onmiddellijk de $120 ontvangen ofwel 31 dagen wachten en dan de $450 krijgen.
En wat bleek: de overgrote meerderheid van de proefpersonen die gesuikerde frisdrank dronk en dus een hoog bloedsuikergehalte had, koos voor het wachten en dus voor meer geld.
De onderzoekers verklaren dit door aan te nemen dat de keuzes van mensen met veel suikers in hun bloed niet beïnvloed worden door energietekort. Ze kunnen daardoor rustiger en meer doordacht kiezen.
Volgens de onderzoekers kan dit inzicht helpen het aanpakken van negatief impulsief gedrag zoals gokverslaving en druggebruik.


Zou een ferme snoeper dan geen drugsverslaafde worden?
Of niet (teveel) op de Lotto spelen?
Of geen eetstoornis (anorexie) krijgen.
In elk geval, bij mij klopt dat toch…

dinsdag 26 januari 2010

Mannen weten waarom. Denken ze toch.

Mannen zijn van nature machowezens.
En dat kan zich blijkbaar op verschillende wijze uiten.
Bij sommigen fysiek.


Bij anderen meer in het zich te goed voelen om hulp of raad te vragen.
Over dat laatste soort machogedrag heeft een groep wetenschappers van de Amerikaanse University of New Hampshire onderzoek gedaan.
De resultaten werden onlangs gepubliceerd in het Journal of Consumer Marketing.
De samenvatting van het artikel vind je hier.
Ze hebben onderzocht hoe mannen en vrouwen zich verschillend gedragen bij het aankopen van wijn in grote magazijnen.
En je weet het wel: over wijn wordt er veel gepraat, veel gefantaseerd en vooral veel blabla verkocht.
Gedoe over wijnaroma en -smaak zoals “een frisse neus van zoet rood fruit, een aangename aanzet met impressies van aardbeien en framboos” zijn schering en inslag.


Wie weet dan nog wat hij moet kopen? Vooral als je een flesje moet meenemen naar iemand die laat horen dat hij van (wijn)wanten weet.
Veel meer dan vrouwen vertikken mannen het in zo’n situatie, om raad te vragen bij de wijnspecialist van de winkel.
Of bij een wijnkenner in de familie.
Die stappen vinden ze meestal beneden hun macho-waardigheid.
Ze zoeken liever anoniem in boeken en op het internet om hun wijnaankoop voor te bereiden.
Dus veel liever waar er niemand anders bij is, dan zich openlijk als (wijn)leek te outen.

De onderzoekers raden de chefs van de wijnafdelingen dan ook aan om op de rekken pancartes te voorzien die ruime informatie bevatten over de aangeboden wijnen.
Dat kunnen de mannen dan lezen, zonder hun onkunde bloot te moeten geven bij een winkeljuffrouw.
Men richt zich hier dus vooral naar de mannen.
Want wijn kopen is inderdaad meestal mannenwerk.
Nog zo’n machogewoonte.

dinsdag 20 oktober 2009

Broca’s brain

image32 jaar geleden was ik op reis in Amerika.
Wie mij kent weet dat dit voor mij een zeer gedenkwaardige reis was.
In New York kocht ik op Fifth Avenue Broca’s Brain, het schitterende boek van Carl Sagan.

Alhoewel het boek grotendeels  over wetenschapsfilosofie gaat, komt ook het werk van de Franse anatomist Paul Broca ter sprake.

Broca is het best bekend voor zijn onderzoek naar het lokaliseren van gebieden in de hersenen die samenhangen met bepaalde hersenfuncties.image
Zo kon Broca in 1865 het motorisch spraakcentrum lokaliseren.
Dit is het hersengedeelte dat er voor zorgt dat we fysiek kunnen spreken. D.w.z. dat we de juiste keel-en mondbewegingen kunnen maken bij het uitspreken van woorden.
Het spraakcentrum dat verantwoordelijk is voor het begrijpen van taal werd een tiental jaar later door Wernicke ontdekt.
Broca kwam tot zijn ontdekking door onderzoek van hersenen van overleden mensen met een spraakstoornis. De fysiologische afwijkingen die hij in die hersenen vond, lieten hem toe het spraakcentrum vast te leggen.
Maar daarmee was nog niet bekend, hoe dat spraakcentrum precies werkt.
Hersenonderzoek op levende mensen is immers een moeilijke zaak omdat hersenscans te weinig details opleveren om de neuronenactiviteit te kunnen koppelen aan het uitspreken van woorden bijvoorbeeld.

In het oktobernummer van Science laten Amerikaanse wetenschappers weten dat ze een belangrijke stap gezet hebben in de opheldering van die werking.
Ze pasten daarvoor een bijzondere techniek toe: intercraniale electrofysiologie.
Bij die techniek worden flinterdunne elektroden zeer precies in de hersenen ingeplant en de hersenactiviteit wordt geregistreerd door het meten van spanningsvariaties.
Op die wijze ze erin geslaagd de opeenvolgende fasen van woordherkenning, grammaticale interpretatie en uitspreken, vast te leggen in specifieke delen van Broca’s gebied.
Ze deden hun onderzoek via leestesten bij mensen die geen enkel spraakgebrek vertoonden.
Voor de woordherkenning waren 200 milliseconden nodig, voor de grammaticale interpretatie 320 milliseconden en voor de spraakverwerking 450 milliseconden. Ze konden ook de precieze gebieden voor elk van die activiteiten lokaliseren. Ze lagen op een paar millimeter van elkaar!

imageHet bijzondere van dit verhaal ligt hem in het feit dat de drie mensen die de lees- en spraaktesten deden, epilepsiepatiënten waren die, op het moment van het onderzoek, werden klaargemaakt werden voor een hersenoperatie die hen moest afhelpen van hun kwaal.
Er werd dus gebruik gemaakt van de situatie waarbij al elektroden in de hersenen waren ingeplant ter voorbereiding van een chirurgische ingreep.
Zelfs in die precaire situatie waren die patiënten bereid om lees- en spraaktesten te doen.
Over zich opofferen voor de wetenschap gesproken…

dinsdag 15 september 2009

Ben jij ook zo’n blozertje?

Je kent dat. Je wordt onverwacht betrapt in een nogal vervelende situatie.
Je bent bijvoorbeeld aan het roddelen over iemand en plots merk je dat hij achter je rug staat mee te luisteren.
Het (schaam)rood schiet je op de konen. Zoals bij (de ge-photoshop-te) Darwin hieronder.
Je staat daar rood aangeslagen, willen of niet…

image
Maar geen nood. Hoe vervelend je dat rode tintje ook mag vinden, het heeft zijn positieve gevolgen.

maandag 7 september 2009

Eeeeek, een spin!

image
Bij het zien van zo’n beestje in de badkuip bijvoorbeeld, zal menig vrouwspersoon de geluidsnorm wel eventjes overschrijden.
Sommige mannen misschien ook.
Ik niet. Ik vang ze met de blote hand.
Mia schreeuwt daar ook niet voor.
Ze is niet zo’n giller.
En van spinnen heeft ze maar een klein beetje bang.
Zelfs meer van kleine spinnetjes dan van die grote exemplaren. Kleintjes zijn meer venijnige bijtertjes zegt ze.

Dat paniekgedrag voor spinnen lijkt anders wel een typisch vrouwelijk gedragspatroon te zijn.
Een studie van David Rakison, een ontwikkelingspsycholoog van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh, Pennsylvania, stelt dat vrouwen genetisch voorbestemd zijn om schrikreacties te vertonen bij het zien van “gevaarlijke dieren”.
Hij stelde vast dat meisjes-baby’s al van 11 maanden oud, beelden van spinnen associëren met angstreacties.
Jongetjes van die leeftijd blijven onbewogen bij de spinnenbeeldjes.
Rakinson verklaart het verschil in gedrag als een overblijfsel van het oerpatroon van jager (man) – verzamelaar (vrouw).
Aangeboren schrik voor spinnen kan vrouwen geholpen helpen bij het vermijden van gevaarlijke dieren. Bij mannen kan het risico durven nemen evolutionair juist een voordeel geweest zijn om succes te hebben bij het jagen.

image
Als ik het goed begrijp zit ik dan eigenlijk met een aangeboren jagerke in huis. Een beetje afwijkend van het normale oer-vrouwspatroon.
Maar zo erg vind ik dat nu ook weer niet.
Een lief jagerke is beter dan een triestig verzamelaarke.

zondag 23 augustus 2009

Ongewild rondjes draaien

Gisteren had ik het over de rivaliteit tussen de partners in onze dubbel uitgevoerde zintuigen.
En eigenlijk ging het om de hulpeloosheid van onze hersenen bij het verwerken van twee totaal verschillende signalen, elk apart afkomstig van een zintuigpartner van eenzelfde soort (ogen, oren, neusgaten).

Vandaag serveer ik jullie nog een staaltje van de beperktheid van onze grijze materie.
Dit keer gaat het over ons onvermogen om een vaste richting aan te houden als er geen oriëntatiemiddelen voorhanden zijn.
Als de zon of de maan niet van de partij is en je bevindt je in een desolate omgeving zonder herkenningspunten, dan kan je bij het stappen geen vaste richting aanhouden.
Dan begin je onwillekeurig in rondjes te lopen.

rondjes draaien
Mijn bron is weer Current Biology.
In het laatste online-nummer is een studie verschenen van een groep onder leiding van Jan Souman, een onderzoeker van het Max Planck Instituut voor Biologische Cybernetica in Tübingen.
Die groep heeft proefpersonen laten rondlopen in een uitgestrekt bosgebied in Duitsland en in de Sahara.
De proefpersonen konden in hun beweging gevolgd worden via GPS.
Zo’n beetje zoals de ree van de bospoeper in “Van vlees en bloed”...
Of ben je dat al vergeten?

De gevolgen waren duidelijk.
Als de zon weg was (‘s nachts of bij sterke bewolking) konden de proefpersonen geen rechte weg blijven volgen. Ze maakten steeds cirkels, terwijl ze er zelf van overtuigd waren dat ze rechtdoor liepen.
Als de zon van de partij was, was rechtdoor lopen een fluitje van een cent.
Een echte verklaring waarom het in de zon zo goed lukt heeft men niet. Bij urenlange wandelingen kan de zon immers over meerdere tientallen graden verschuiven. Souman denkt dat mensen dan o.a. hun schaduw als oriëntatiemiddel gebruiken.

Wanneer men de proefpersonen blinddoekte en ze over een uitgestrekte vlakte liet lopen, draaiden ze ook rondjes.
Soms zelfs rondjes van minder dan 20 meter diameter. En de afbuiging van de rechte lijn was volkomen willekeuring: soms naar rechts, soms naar links.
Dit laatste ontkracht de stelling dat mensen bij het wandelen de neiging de hebben een favoriete “beenkant” te kiezen, waardoor ze eerder naar die kant afdraaien dan naar de andere.
Souman denkt dat het geheel van indrukken (hij noemt het “sensory noise”) die op een bepaald moment bij de wandelaar binnenkomen (geluiden in de verte b.v., wind, hobbelige of minder hobbelige ondergrond,…) de beslissing om naar links of naar rechts af te wijken bepaalt.

Souman wil dit nu verder onderzoeken met een zogenaamde “omnidirectional treadmill”.
Dit is een soort loopband zoals je die wel kent van de fitnesscentra (of misschien zelfs van thuis!).
Maar dan wel eentje dat bewegingen in alle richtingen toelaat.
Als je daarbij de proefpersoon via een speciale bril naar virtuele omgevingsbeelden laat kijken, kan je hun wandelgedrag in een labo-omgeving direct en grondig bestuderen en ook de sensory noise variëren.
Het filmpje hieronder maakt dit duidelijk hoe zo'n treadmill werkt en hoe de speciale projectiebril eruit ziet.



Wat er ook van zij, wie zegt dat hij over een onfeilbaar richtingsgevoel beschikt, zou toch misschien best een toontje lager zingen.

donderdag 20 augustus 2009

Lamarck zal weer een beetje meer lachen

Ik heb het indertijd bij mijn leerlingen met alle middelen proberen in te pompen: overerving van verworven eigenschappen is larie en apenkool.
Een smid die dagelijks hamert op zijn aambeeld en daardoor dikke spieren ontwikkelt, krijgt geen kinderen die met dikke spieren geboren worden. Giraffen hebben geen lange nek omdat hun voorouders zich steeds moesten rekken om van de weinige blaadjes aan de hoge bomen te kunnen smullen.
Neen. Giraffen hebben lange nekken omdat dit een zoogdierensoort is die met zijn lange nek nog kan overleven in gebieden waar het voedsel hoog aan de bomen te verkrijgen is.
Survival of the fittest” is de drijfveer van de evolutie. Zoals Darwin zei.
Overerving van verworven eigenschappen is een verkeerd idee van Lamarck.
Wie dat indertijd niet door had, kon zich bij Tavernier aan een buis verwachten.

Maar.
Al in mijn blogbericht van 5 februari 2009 liet ik al horen dat Lamarck in sommige gevallen ook wel eens gelijk kon hebben.
En nu zijn er weer berichten over situaties waarbij verworven kenmerken worden doorgegeven aan het nageslacht.

Dit keer gaat het om een vaststelling bij de bijtjes.
Bijen uit onze contreien kunnen, als ze in hun doen en laten gestoord worden, agressief worden.
Wie dan in de buurt is, kan daar de gevolgen van dragen.
Professor Gene Robinson, een bekend bijendeskundige van de University of Illinois, heeft dit gedrag grondig bestudeerd.
Hij heeft vastgesteld dat bij agressieve Europese honingbijen bepaalde genen worden ingeschakeld, die anders inactief blijven.
In de genen van de Europese honingbijen is er dus een soort agressieschakelaartje ingebouwd, dat volgens de omstandigheden aan- en uitgezet wordt.
En nu komt het.
De Afrikaanse honingbij is uit de Europese honingbij geëvolueerd.
Maar de Afrikaanse is altijd agressief. De Afrikaanse honingbij staat dan ook bekend als de “killer bij”.

bijen
Het doet zich dus voor alsof de omgevingsfactor die bij de Europese bijen agressiviteit uitlokt, zich bij de Afrikaanse honingbij door overerving heeft vastgezet in de genen.
De verworven eigenschap is overgegaan.
De studie die dit uit de doeken doet is eergisteren gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS)

Zien jullie dat ook? Lamarck glimlacht weer een beetje meer op het beeld hierboven.

maandag 17 augustus 2009

Lachen ín en mét de wetenschap

Misschien weten jullie wel dat er jaarlijks, naast de echte ernstige Nobelprijzen, ook Ig-Nobelprijzen worden uitgereikt.
De Ig-Nobelprijzen lauweren wetenschappers die een ludieke ontdekking hebben gedaan of die voor een ludiek verschijnsel een een goede verklaring kunnen geven.
En de Ig-prijzen steken de echte Nobelprijzen de loef af, want ze worden een week eerder uitgereikt.

Ig staat voor ignobel
Lees dit maar als een woordgrapje: “Ig Nobel”. Onwaardig dus.
Dit is een knipoog naar sommige “serieuze geleerden” die dit “randonderzoek” wellicht ongepast vinden voor een wetenschapper .
Maar eigenlijk is het werk dat met zo’n Ig-Nobelprijs wordt beloond evengoed echte wetenschap. Want hoewel men er eerst moet mee lachen, zet het daarna toch aan het denken.
De lijst met de winnaars van de Ig-Nobelprijzen kan je o.a. vinden op de site het tijdschrift Improbable Research dat het initiatief met overtuiging steunt.

Sinds de eerste uitreiking in 1995 zijn al de gekste dingen beloond.
Een voorbeeld misschien dat je meteen zelf kan uittesten.
Als je een spaghettistokje langzaam breekt, dan krijg je meestal geen 2 stukjes, maar 3 of 4!



En geloof het of niet, maar de Franse natuurkundigen Basile Audoly en Sébastien Neukirch, van het Laboratoire de Modulisation en Mécanique te Parijs, hebben dat grondig bestudeerd en er een verklaring voor kunnen geven. In 2006 leverde dat hun een Ig-Nobelprijs op.
Ze hebben er zelfs een aparte website rond opgezet.

De aanleiding waarom ik het hier vandaag over die Ig-prijzen heb, is het interview dat ik gisterenvoormiddag zag in het onvolprezen VPRO-programmaBoeken”.
Presentator Wim Brands interviewde er bioloog Kees Moeliker over zijn boek “De eendenman


Moeliker is conservator van het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam. Hij beschrijft in zijn boek allerlei rare verschijnselen en gedragingen in de dierenwereld, vooral bij vogels.
Kees Moeliker heeft zelf in 2003 de Ig-Nobelprijs gewonnen voor zijn beschrijving van het gedrag van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend
Dat Moeliker zelf ook een beetje een rare vogel is, blijkt uit zijn, overigens zeer lezenswaardige, blog.

Uit het interview op de VPRO heb ik geleerd dat niets menselijks de dierenwereld vreemd is. En omgekeerd.
De moeite waard om dat boek eens grondig te gaan lezen.
Mijn exemplaar is al besteld.

zaterdag 15 augustus 2009

Korte slaapjes en mijn DNA

Ik ben een nachtraaf, maar geen nachtbraker.
Ik bedoel daarmee dat mijn avonden lang duren, maar dat ik ze niet in café’s of kroegen of elders buitenshuis doorbreng.
Neen ik zit “braafjes” achter mijn PC te Googelen of te bloggen of te Flight-Simulatoren of te Twitteren of te Facebooken of te Feedreaderen.

image
En dikwijls ook te lezen, maar steeds non-fictie.
Ik ben steeds met een paar boeken terzelfdertijd bezig.

Op aanraden van mijn oude Merelbeekse jeugdgabber Marc, ben ik eergisteren begonnen aan “De ontdekking van Frankrijk” van Graham Robb.
Het ziet er veelbelovend uit. Goed geschreven én goed vertaald.
En de ontdekkingsreis die de auteur door het land van onze zuiderburen beschrijft, ben ik helemaal aan het uitstippelen op Google Maps. Ongelooflijk plezierig én leerrijk vind ik dat.

Ik ben ook halfweg in “Sleutelbewaarders” van Roger Collins.
Een boek over de geschiedenis van het pausdom van Petrus tot heden.
In ben daar in de 13de –14de eeuw aanbeland. De tijd van Avignon als pauselijke residentie. En ook de tijd waarin “De Naam van de roos” van Umberto Eco speelt. Daarom heb ik dat boek ook nog eens uit de kast gehaald. Niet om het helemaal te herlezen, maar om nu juist die passages op te zoeken waarin de strijd om het pausdom en het conflict tussen paus(en) van toen en de Duitse keizer Lodewijk IV ter sprake komt. Het detectiveverhaal verhuist nu voor mij op de achtergrond. En het boek krijgt voor mij een nieuwe betekenis.

En in “Why does E=mc2” ben ik ook al halfweg.
Eén van de belangrijkste vergelijkingen die Einstein aan de mensheid geschonken heeft, wordt daarin op een meesterlijke wijze en zonder ingewikkelde wiskunde uit de doeken gedaan door de jonge fysicaprofessoren Brian Cox en Jeff Forshaw. Een schoolvoorbeeld van hoe je iets ingewikkelds pas helder kan uitleggen als je zelf goed weet waarover het gaat.

image
Het zal jullie dus niet verwonderen dat mijn nachten kort zijn. Want ik kom voor al dat computer- en leeswerk eigenlijk pas goed op dreef na 9 uur ‘s avonds.
Maar aan 6 uurtjes slaap heb ik meestal genoeg.
Dat is al altijd zo geweest.
En de reden ligt misschien wel in mijn DNA.
Dat zeggen tenminste een groep Amerikaanse neurowetenschappers onder leiding van Ying-Hui Fu van de University of California.
Ze hebben ontdekt dat mensen met een bepaalde variant van het zogenaamde DEC2-gen, gemiddeld twee uur slaap minder nodig hebben dan mensen die deze “geschikte” variant van dat gen niet in hun DNA zitten hebben.
De resultaten van hun studie werd gisteren (14 aug.) in het wetenschappelijk tijdschrift Science gepubliceerd.

Heb ik dan chance? Of vind je mijn DEC2-gen-variant absoluut niet zo geschikt? Slaapkoppen!

woensdag 12 augustus 2009

Wist jij dat ook al?

Optimistische vrouwen hebben een kans op een langer leven.
Heb jij ook het gevoel dat je dat al lang wist?
En dat chagrijnige, depressieve en pessimistische types het minder lang uithouden?

pessimist
Goed, maar wetenschap steunt niet op gevoel.
Wetenschap steunt op rationeel onderzoek.
Wat niet betekent dat gevoel, gevoeligheden en emoties wetenschappelijk werk niet beïnvloeden.
Je moet er maar eens de geschiedenis van de ontdekking van de structuur van DNA op nalezen b.v.
De gevoeligheden tussen enerzijds de ontdekkers James Watson en Francis Crick en anderzijds Rosalind Franklin heeft in het verloop van dat onderzoekswerk een belangrijke rol gespeeld.
Bij gelegenheid blog ik daar nog wel eens over.

Terug naar de optimistische vrouwen en het wetenschappelijk onderzoek daarover.
Een team van de universiteit van Pittsburgh, onder leiding van Hilary Tindle, heeft eergisteren in het tijdschrift Circulation de resultaten van een uitgebreide studie gepubliceerd over het verband tussen optimisme, hartziekten en levenskansen.

Ze hebben bijna 100.000 (!) vrouwen bij hun onderzoek betrokken.
En de resultaten liegen er niet om.
Pessimistische ladies hadden een hogere bloeddruk én een hoger cholesterolgehalte in het bloed.
Zelfs als men rekening hield met bepaalde risicofactoren aanwezig in de leef- en werkomgeving van de vrouwen, bleek uit het onderzoek dat een optimistische attitude risico verlagend werkt.
Optimistisch vrouwen bleken 9% minder kans op hartziekten te hebben en 14% minder kans op overlijden aan een kanker!
De pessimistische, cynische, negatief denkende en wantrouwende vrouwen, bleken over dezelfde tijdspanne 16% meer kans op overlijden te hebben.
De onderzoeksgroep kan geen sluitende verklaring geven voor het gevonden verband.
Het zou b.v. kunnen dat de optimisten onder de vrouwen er een gezondere levensstijl op na houden dan de negatievelingen: minder roken, meer sporten, gezonder eten.

image
Bij het lezen van zo’n onderzoek spoken onmiddellijk een aantal vragen door mijn koppeke.
Is pessimisme of optimisme je lot, je voorbestemdheid?
Kan je er iets aan doen als je een zwartkijker bent?
Of zit dat in je genen?
Zit pessimisme én optimisme bij iedereen in de genen, maar bepaalt het milieu waarin je opgroeit en leeft of de pessimisme-genen of de optimisme -genen tot uiting komen?
Kan onderwijs daar iets aan doen?
En wat is het verband tussen je levenshouding en de chemische fabriekjes in je cellen?
Maken optimisten andere stoffen aan dan pessimisten?
Maken pessimisten meer stoffen aan die schadelijke effecten hebben dan optimisten?
Over welke stoffen gaat het dan?
Ik hoop dat vervolgonderzoek daar op termijn antwoorden kan op geven.
Er is dus nog veel werk aan de winkel.

Even dit nog.
Het onderzoek van de groep rond Hilary Tindle ging alleen over vrouwen.
Maar geen nood mannen. Voor ons geldt precies het zelfde.
Daar had een Nederlandse groep in 2004 al een onderzoek over gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry.

image
Dus: optimist, wat later in de kist…
Of is dat optimistisch?

zaterdag 8 augustus 2009

Slimme roeken

De mooiste jaren in mijn onderwijswerk heb ik in het Sint-Janscollege te Meldert beleefd.
In het juvenaat (paterskweekschool) van de Aalmoezeniers van de Arbeid.
Een prachtige omgeving, goede leerlingen, fantastische collega's, vriendelijke mensen in het dorp.

image

Vic, één van de collega's daar, had een paar getemde kauwkes.
Familie van de raven, de kraaien en de roeken.

kraaien
Vic’s kauwkes volgden hem overal op de voet. Zelfs vanaf zijn huis in Tienen tot op de school in Meldert. Toch zo’n 7 km afstand.
Slimme vogels.
En dat roeken ook hun vogelverstand kunnen gebruiken is te zien in volgend filmpje.
Om aan het lekkere wormpje te kunnen geraken dat op het water drijft in een diep glas, maken ze erg handig gebruik van de middelen die voorhanden zijn.
En ze hebben hun fysicales goed geleerd in de roekenschool:
een voorwerp ondergedompeld in een vloeistof, verplaatst evenveel vloeistof als zijn eigen volume.
Archimedes zal blij zijn.
Prachtig!



En tussen haakjes: de oude Griekse dichter Aesopus heeft in de 6de eeuw vóór Christus, in één van zijn dierenfabels dat slimme gedrag van de roek ook al beschreven:



Dat was dus geen fabel, het was de realiteit...

zondag 12 juli 2009

Moleculen die het hem deden en dikwijls nog doen

De Chemical Heritage Foundation (CHF) in Philadelphia heeft specialisten een rangschikking laten opmaken van de 10 moleculen die een belangrijke invloed gehad hebben op de samenleving van de 20ste eeuw.
Ik geef jullie het rijtje met wat toelichting en eigen commentaar.
Denk eraan dat het rijtje geen rangschikking inhoudt.
Dus nummer 1 is niet noodzakelijk de bijzonderste molecule.

  1. Aspirine of acetylsalicylzuur.
    image
    Een overbekende pijnstiller en een koortswerend middel.
    Voor aspirine worden nog steeds nieuwe toepassingen ontdekt.
  2. Iso-octaan.
    image
    Het basisbestanddeel van benzine.
    Bedenk hoe de verplaatsing met de auto in de voorbije eeuw een ware explosie heeft gekend.
  3. Penicilline.
    image
    Een antibioticum dat de mensheid voor het eerst in staat stelde om bacteriële infecties doelmatig te bestrijden.
    De infectieziekten verloren de strijd, maar kanker stak meer en meer de kop op.
  4. Polyethyleen.
    image
    Een plastic gebruikt in plastic zakken en andere producten.
    Denk plastic maar eens weg uit ons leven. Kijk maar eens rond waar je nu zit terwijl je dit leest.
  5. Nylon.
    image
    Het eerste commercieel succesvolle synthetische polymeer, dat in van alles en nog wat gebruikt werd (en wordt): van nylonkousen (met of onder naad) tot tandenborstels en parachutes.
  6. Desoxyribonucleinezuur (DNA).
    DNA
    Een molecule (waarvan je hierboven een klein stukje ziet) die de genetische informatie bevat voor de ontwikkeling en het functioneren van elk levend wezen, maar… ook van een virus.
    De ontdekking van de structuur in 1953 veroorzaakte een ware revolutie in de moleculaire biologie.
  7. Progestine.
    image
    Een synthetische molecule gebruikt in de hormonale contraceptie (de pil) en in therapeutische toepassingen.
    De periodieke onthouding werd in de 20ste eeuw in de vergeethoek geduwd.
    Als medisch afgevaardigde voor Schering AG ben ik, in de vroege jaren ‘70 de dokters en doctoraatstudenten gaan “warm” maken voor de laag gedoseerde Schering-pil.
  8. Dichlorodiphenyltrichloroethane (DDT).
    image
    Een synthetisch pesticide dat enorm bijgedragen heeft tot het bestrijden van gevaarlijke ziekten zoals vlektyfus.
    Maar de zeer slechte afbreekbaarheid en de schadelijkheid voor de mens zijn de nadelige aspecten.
    Toch wordt het in lage concentraties nog altijd gebruikt in ontwikkelingslanden.
  9. Prozac.
    image
    Een vorm van fluoxetine hydrochloride.
    Een (te?)veel gebruikt en effectief antidepressivum.
  10. Buckminsterfullerene.
    image
    Ook gekend als buckyball.
    Een relatief recent (1985) ontdekte vorm van koolstof.
    Na die ontdekking kwam de ontwikkeling van nanobuisjes volop op gang en sindsdien ontstaan er steeds nieuwe supersterke composietmaterialen.

Wie in de eerste helft van vorige eeuw geboren werd, realiseert zich dikwijls te weinig dat hij de geboorte van al die chemische nieuwigheden heeft meegemaakt.
We zijn het allemaal zo snel gewoon.

zaterdag 13 juni 2009

Roddel je gezond

Het leven wordt met de dag plezieriger.
Wat vroeger zonde was en dus moest gebiecht worden om niet voor eeuwig in het helse vuur te moeten branden, wordt tegenwoordig een “must”.
Wat vroeger niet mocht, blijkt nu gezond te zijn.
Als je dus wat vroeger zonde was nu wél doet, kan je misschien wat langer leven.
En...dan kom je wat later in de hel. Aan u de keuze.


Neem nu roddelen.
Die ogenschijnlijk verfoeilijke bezigheid die voortdurend de kop opsteekt als een groepje (en 2 is soms genoeg) mensen samenzitten.
Stephanie Brown en haar collega's van de universiteit van Michigan (VS) publiceren in het juninummer van het tijdschrift Hormones and Behavior een onderzoek over de gunstige effecten van roddelen.
En het gaat volgens hen dan niet alleen om het feit dat lustig kwaadspreken een positieve emotionele band schept tussen roddelaars. Neen, er is ook een lichamelijk effect.
Ze hebben namelijk vastgesteld dat bij roddelende vrouwen de concentratie aan progesteron in het speeksel verhoogd was.
En dat is positief, want progesteron is een hormoon dat het gevoel van welbevinden verhoogt en stress en angstgevoelens verlaagt.
Progesteron is één van de voornaamste vrouwelijke geslachtshormonen. Tijdens de 2de helft van de vrouwelijke cyclus (dus na de eisprong) en vooral tijdens een zwangerschap wordt het door een vrouwenlichaam in vrij hoge concentraties geproduceerd.
Maar ook in het mannenlichaam wordt progesteron aangemaakt. In de bijnierschors namelijk.

Bijnier
Dus: ons roddel-je-gezond-verhaal kan ook voor mannen opgaan.
Roddel er dus maar op los, dames én heren.
Maar overdrijf niet.
Want met een “te” ervoor is nooit goed.
Dat wist mijn moederke al, zonder uitgebreide studies.
“Zelfs tevreden is niet goed” zei ze, want als je daar “te” voorzet wordt dat “te tevreden”.
En dat deugt natuurlijk ook niet.

dinsdag 19 mei 2009

Slaap je mager

Wie mij kent weet wel dat ik al sinds lang iets probeer te doen aan mijn overgewicht.
Met vallen en opstaan. Maar meer vallen dan opstaan moet ik zeggen.
Ik volg dus met belangstelling alle nieuws over methodes die tot een paar kilootjes minder zouden kunnen leiden.
Ik ben chemicus genoeg om mij niet te wagen aan pillenslikkerij.
Zo zal je me niet naar de apotheek zien rennen om daar zonder voorschrift de fameuze Alli-vermageringspil te halen.

Ik weet dat enige natuurlijk methode om te vermageren is: verbruik per dag meer energie dan je met je voeding opneemt.

Kies b.v. voor een uitgebalanceerd 1200 kcal-dieet en zorg dat je door bewegen en gezond sporten b.v 1400 kcal per dag verbruikt.
Meer is er niet nodig.
Tot zover de theorie. Voor de praktijk is er veel wilskracht en discipline nodig. En daar loopt het gemakkelijk mis. Ik kan er van meespreken.

Maar misschien moet ik nog een andere slechte gewoonte gaan bijwerken: ik slaap te weinig.
Ik ben er elke morgen rond 7.30u. uit.
Toch niet zó laat voor iemand met pensioenstatus.
Maar ‘s avonds kan ik er maar niet in.
Het is meestal al ‘s anderendaags vóór ik onder de dekens kruip: 1u à 2u ‘s nachts is mijn gewone doen.
En die te korte nachtrust van 5 à 6 uur per nacht zou wel eens mee aan de basis kunnen liggen van mijn kilootjes teveel.

Wetenschappers van het Amerikaanse Walter Reed Army Medical Center maakten zeer recent op de 105e International Conference of the American Thoracic Society in San Diego de resultaten bekend van hun onderzoek over het verband tussen zwaarlijvigheid en slaapgedrag.
De groep onder leiding van dr. Eliasson onderzocht 14 verpleegsters op hun slaapgewoonten, hun activiteiten en hun energieverbruik.
Tussen haakjes: dit is toch wel een erg kleine proefgroep vind ik.
Ze zagen dat de proefpersonen met de kortste nachtrust gemiddeld 12% zwaarder waren dan de langslapers. De kortslapers hadden gemiddeld een BMI (Body Mass Index) van 28,3. De langslapers hadden een BMI van 24,5.
Het rare van het geval was dat de zwaardere kortslapers over dag actiever waren en meer bewogen dan de langslapers. Ze verbruikten dus ook meer energie. Maar ze aten ook veel meer dan de langslapers zodat de balans uiteindelijk negatief overhelde en ze zwaarder werden.
Dr. Eliasson ziet een verklaring in de verhoogde stress die bij de kortslapers zou voorkomen. Die verhoogde stress zou ontstaan door het vaak minder georganiseerd zijn ten gevolge van het niet uitgeslapen zijn. De verhoogde stress kan dan volgens hem leiden tot ongezond gedrag. Teveel en ongezond eten b.v.

Dat mensen met een te korte nachtrust meer zouden eten klopt ook met onderzoek naar de concentratie aan de hormonen die bij mensen de eetlust beïnvloeden.
Het hormoon ghreline bevordert de eetlust. Het hormoon leptine remt de eetlust.
En ja hoor: bij kortslapers vond men 15% meer van het ghreline en 15% minder van het leptine. Niet te verwonderen dat die nachtuilen honger hadden.


Een slaapkuur als afslankmiddel ? Ik zie dat toch niet echt zitten.
Toch zal ik er vanavond of vannacht maar iets vroeger inkruipen.
Maar ik ga eerst nog een klein stukje chocolade sneukelen nu Mia het niet ziet.
Ik kan er echt niets aan doen: mijn ghreline-spiegel is nog te hoog van die vorige te korte nachten.
Hmm... lekker. Slaapwel!

donderdag 9 april 2009

Een kwestie van vertrouwen


Je kent dat mopke wel: " 4 pintjes voor de mannen van de zagerij".
Maar als we de uitvinder van SawStop, Steve Gass mogen geloven, kan er niets meer mis lopen als je met de cirkelzaag aan het werk gaat.
En als je zeker bent van je stuk, moet je ook durven demonstreren.
Wat Steve dan ook doet.
Het is allemaal een kwestie van vertrouwen.

zaterdag 21 maart 2009

Voel je dat ook? En wat hoor je dan?

We denken meestal dat we wel weten hoe de wereld in elkaar zit.
Zelfs over de bestaansreden van het enorme heelal hebben we een uitgesproken mening. Wij kleine ziertjes op dit minuscule aardbolletje in een massa van miljarden melkwegstelsels.
Ik heb altijd uit mijn humanioratijd onthouden hoe Blaise Pascal ons in de 17de eeuw al in zijn "Pensées" wees op die ongelooflijke overmoedigheid.

Wat we menen te weten en te kennen is voor het overgrote deel een gevolg van de interpretatie door onze hersenen van onze zintuigelijke waarnemingen. En zowel die zintuigelijke waarneming als die interpretatie is nogal krakkemikkig. We bedriegen dikwijls ons zelf zonder het te weten.
Ik wil jullie vandaag even confronteren onze eigen beperktheid.

Optische illusies zijn jullie wellicht goed bekend. Er bestaan talloze voorbeelden.
Een mooie is de contrastillusie:

svg2raster Ik zie (en jullie ook waarschijnlijk) een duidelijke gradatie van het grijs in de middelste strook. Maar die is er niet zoals je kan merken als je de rest van de figuur afdekt.

Minder bekend en daarom spectaculairder zijn de voelillusies.
Een mooie is de illusie die al door Aristoteles gekend was en daarom de Aristoteles illusie genoemd wordt.

Kruis je vingers en raak dan met beide vingertoppen een klein rond voorwerp (een knikker, een erwtje en ander bolleke) aan. Sluit bij voorkeur je ogen.
Hoeveel bollekes voel je? Raar hé!

Nog een voeltertje.
Plooi een paperclip volledig open en vouw hem dan in de lengte terug toe, zodat de uiteinden op ongeveer één centimeter van elkaar zijn.
Plaats die uiteinden nu op de top van een wijsvinger, sluit je ogen en glij met de paperclip langs je handpalm naar je pols toe. Voel je de uiteinden ook dichter bijeen komen?

En dit is er één die ik zelf nog niet uitgeprobeerd heb, maar die ook nogal akelig spectaculair lijkt.

Maar ook wat we horen is niet altijd realiteit.
Om van volgende hoorillusie volop te kunnen genieten moet je een koptelefoon op je PC aansluiten. Maar ook zonder lukt het redelijk.
Start het YouTube filmpje, sluit je ogen en geniet volop van wat je denkt dat er rond je hoofd gebeurt. Een prachtige stereo-illusie met bij mij zelfs nu en dan een voelillusie.


En in volgende audio-illusie hoor je een spookwoord. Dit is een woord dat in de klanken die uitgestuurd worden niet aanwezig is, maar dat door onze hersenen gecreëerd wordt in een poging om aan een zinloze opeenvolging van klanken een betekenisvolle interpretatie te geven.
Dit fenomeen werd uitgebreid bestudeerd door Diana Deutsch. van de University of California in San Diego. Ze stelde vast dat wat de testpersonen hoorden, afhing van dat waarmee die personen nogal bezig waren. Dus een beetje zeg me wat je hoort en ik zeg je wie je bent.
Dit moet je beluisteren met je PC-luidsprekertjes. En als dat losse zijn plaats je ze zover mogelijk uit elkaar en ga je zelf ook op enige afstand zitten.



Er zijn nog veel voorbeelden van voel- en hoorillusies te vinden op het net. New Scientist heeft er deze week een hele bijdrage over.
Ik laat het daar bij.
Eén voordeel van dit hersenbedrog: misschien zijn we wel lelijker dan dat anderen ons zien?

zondag 8 maart 2009

Lach je naar de 100 jaar… als je vrouw bent

Lachen is gezond. Dat hebben we al altijd gehoord. Maar we hebben al zoveel gehoord. Is dat wel waar?
Je kan op je beide oren slapen en verder lachen. Als je vrouw bent tenminste

Onderzoekers van de universiteit van Pittsburgh Medical Center onder leiding van Hilary Tindle, hebben in een studie aangetoond dat optimistische vrouwen echt gezonder zijn dan kniezers.
En ze zijn niet over één nacht ijs gegaan.
Hun onderzoek heeft 8 jaar geduurd en ze hebben maar liefst 97.253 vrouwen van 50 jaar en meer onderzocht.
De resultaten van dit wel zeer breed onderzoek hebben ze deze week op de conferentie van de American Psychosomatic Society in Chicago bekend gemaakt.
De lachebekken onder die grote groep vrouwen hadden 30% minder kans op hartziekten dan de kniesoren en 14% minder kans op ziekte in het algemeen. Bij zwarte vrouwen lagen die percentages zelfs nog hoger: respectievelijk 38% en 33%.
De onderzoekers wijzen er op dat er dus een verband bestaat tussen optimisme en gezondheid maar ze durven niet spreken van een oorzakelijk verband. Het zou kunnen dat optimisten gewoon gezonder leven. Dat ze minder zwaarlijvig zijn, meer bewegen en hun dieet beter volgen als ze moeten dieten.
Optimisten hebben meestal ook meer en beter sociaal contact en worden op die wijze gemakkelijker over stress-situaties heen geholpen.

 

De resultaten van dit onderzoek gelden dus voor vrouwen.
Zou het bij mannen anders zijn?
Ik voel me wel “ne redelijken optimist”, maar dat van dat minder zwaarlijvig en goed een dieet kunnen volgen… Dat zal dan maar alleen voor vrouwen gelden zeker?
Of ben ik pessimistischer dan ik denk?
Ik ga in elk geval alle vrouwen in mijn omgeving regelmatig aan het lachen blijven brengen.
Ze kunnen er maar baat bij hebben en voor mij en andere mannen zal het ook wel geen kwaad kunnen zeker?

ADHD