Posts tonen met het label genetica. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genetica. Alle posts tonen

zondag 7 augustus 2011

Dag nonkel Toet

Onlangs hebben Mia en ik op Brussels Expo de tentoonstelling over het graf van  Toetankhamon bezocht.
Alhoewel er geen originele stukken getoond worden, laat de tentoonstelling op een zeer didactisch verantwoorde wijze zien wat de ploeg van Howard Carter bijna 90 jaar geleden in de Vallei der Koningen gevonden heeft en hóe ze dat gevonden heeft.


image

Een bezoekje zeker waard! En dat kan nog tot 6 november.

Je moest hem daar eens zien schitteren, nonkel Toet!
Nonkel Toet? Jaja!
Want volgens een groep Zwitserse genetici heeft de helft van de Europese mannen hetzelfde DNA-profiel als koning Toet!
Dat DNA-profiel behoort tot de zogenaamde R1b1a2-haplogroep.
En dat is weer biologielatijn dat een beetje uitleg vraagt.

Elke levende cel heeft in haar kern een aantal chromosomen.
Dat zijn minuscule worstvormige structuurtjes die het erfelijk materiaal, het DNA, bevatten.
Chromosomen komen steeds in paren voor: één chromosoom van zo’n paar komt van de moeder, het andere van de vader.
In menselijke lichaamscellen komen er 46 chromosomen voor in 23 paren.
In menselijke geslachtscellen komen er dan natuurlijk 23 chromosomen voor, zodat bij de versmelting van een eicel en een zaadcel opnieuw lichaamscellen met 46 chromosomen ontstaan.

image

Een haplogroep is een stukje DNA dat voorkomt op één helt van zo’n chromosoom.
image

Bij de R1b1a2-haplogroep gaat het over een stukje DNA op het mannelijk Y-chromosoom, het zogenaamde geslachtschromosoom.
De notatie R1b1a2 komt van de methode die genetici gebruiken om gebieden op het DNA aan te duiden.

Als 50% van de Europese mannen diezelfde haplogroep in hun DNA dragen, wijst dit in elk geval op een gemeenschappelijke voorouder.
Nonkel Toet dus.
En het strafste van al: minder dan 1% van de hedendaagse Egyptische mannen heeft het Toet-profiel!
Toet is dus (familie) van ons en niet van onze Noord-Afrikaanse broeders. Sorry…

dinsdag 12 april 2011

Trek in een bakje troost? Het zit in je genen!

Koffie en cafeïne: het zal me nooit loslaten.
Koffie is immers voor elke scheikundige een aards paradijs: een doorsnee kopje koffiebonenextract bevat niet minder dan 1500 (!) verschillende componenten: ruwweg 700 oplosbare en 800 vluchtige stoffen die aan koffie zijn bijzondere smaak en aroma geven.
Cafeïne is in die grote verzameling zonder twijfel de bekendste stof.

image

Ik herinner mij nog hoe ik tijdens mijn scheikundestudie aan de UGent (toen nog RUG) cafeïne mocht synthetiseren.
En hoe spannend het was om uiteindelijk die helderwitte kristallen zien te voorschijn komen.
En enkele jaren later liet ik mijn leerlingen uit het 4de jaar Techniek-Wetenschappen in het H.-Grafinstituut in Bilzen, cafeïne extraheren uit koffie en thee om zo het gehalte in beide te vergelijken.
Mooie tijden waren dat.

Cafeïne is een mild stimulerend middel.
De concentraties in koffie hebben bij veel mensen het effect van een verminderd vermoeidheidsgevoel en een grotere alertheid.
Niet voor niets dat veel mensen een kopje koffie als een opkikkertje gebruiken, een bakje troost.

Persoonlijk ben ik niet zo’n grote koffiedrinker.
Ik ben dus zeker geen cafeïne-verslaafde.
En blijkbaar heeft mijn geringe behoefte aan koffie en cafeïne iets met mijn genen te maken.
Een Amerikaans onderzoekteam onder leiding van Marilyn Cornelis heeft vorige week een artikel gepubliceerd in PLoS Genetics, waarin ze aantonen dat verslaving aan koffie beïnvloed wordt door 2 genen.
Een gen is een stukje van ons erfelijk materiaal, ons DNA:

image
Blijkbaar is er in ons DNA één gen aanwezig dat de afbraak van cafeïne in ons lichaam regelt.
En een ander gen regelt de activiteit van het eerste gen.
De onderzoekers zijn er van overtuigd dat de behoefte aan koffie en cafeïne bepaald wordt door varianten in beide genen.

Onze koffie- en cafeïnebehoefte is dus wellicht erfelijk bepaald.
Dankzij mijn (voor)ouders heb ik dus niet zoveel nood aan dat troostend sap.
En hoe zit het met jullie koffie-DNA?