Posts tonen met het label Twitter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Twitter. Alle posts tonen

zondag 18 maart 2012

Wat een getwitter!

Twitteren is onvoorstelbaar populair.
Onderstaande grafiek laat dit zeer duidelijk zien: we naderen de 50 miljoen tweets (=twitterberichtjes) per dag.
Dat is een gemiddelde van 600 tweets per seconde.
Er is warempel een nieuwe eenheid ontstaan: de tweet per seconde of de TPS
En Twitter groeit nog steeds: in februari zijn er gemiddeld per dag 460.000 nieuwe twitteraars per dag bijgekomen!


Een spectaculaire wijze om het intens getwitter duidelijk te maken is te zien op onderstaande Google-Maps-mashup die ontwikkeld werd door Tweereal.
Op de kaart worden in realtime alle tweets weergegeven die voorzien zijn van een geotag.
Bedenk dat dit er maar een deel van het geheel zijn.

De tweets worden op de kaart weergegeven door uitdijende gekleurde cirkels vanuit de locaties waar de tweets verstuurd zijn.
Met schuifregelaars kan de straal en de doorzichtigheid van de cirkels ingesteld worden.
Ook de duur van elke cirkelanimatie en de precisie van de locatie is te bepalen.

Klik maar eens op onderstaande kaart om al dat getwitter te aanschouwen.
Gelukkig is er geen geluid toegevoegd, want dan zou het getjilp oorverdovend zijn…

image

woensdag 8 februari 2012

Tweepsmap

Als je twittert (en wie doet dat niet tegenwoordig?) kan je het interessant vinden om eens te weten hoe en waar je volgers over onze aardbol verspreid zitten.
Dan komt Tweepsmap je ter hulp.
Op die site krijg je op een zoombare kaart een duidelijk beeld per land, per provincie of regio, of per stad waar die volgers wonen.
En via een knop “Tell a friend” kan je ook een conversatie met je volgers starten.

image

Of als je dat informatiever vind, kan je ook een lijst bekijken:

image


Bovenstaande kaart en lijst hoort bij mijn eigen getwitter.
En daaruit blijkt dat de grootste meerderheid van mijn volgers in de USA zitten.
Hello, how are you twitterfellows?
De wereld is dus echt erg klein geworden…

woensdag 18 januari 2012

Twittergeluk

Ik twitter elke dag.
Maar ik twitter eigenlijk passief.
Wat er gebeurt: de titel van mijn dagelijks blogberichtje wordt doorgestuurd naar mijn twitteraccount. En wie mijn dagelijkse tweet daar leest kan, als hij/zij dat wenst, doorklikken naar Mijmeringen.
Je mag dat gerust oneigenlijk twitteren noemen.
Echte twitteraars luchten in realtime hun mening of geven hun commentaar op een bepaald gebeuren in een kernachtige boodschap van maximum 140 tekens.

Ik ben nog op een andere wijze twitterpassief: ik lees dagelijks honderden twitterboodschappen die verschijnen in de 10 twitterlijsten waarin de 321 twitteraars die ik volg hun tweets “lossen”.
Maar ik doe dat zonder op de tweets te reageren. Ik ben dus een vege passieve lurker.
Zelf heb ik ocharme 89 volgers en zit ik in 3 lijsten…
Tot daar mijn twittercurriculum.


Nu zijn er wetenschappers van de University of Vermont, die het geluk van twitteraars hebben proberen af te leiden uit de inhoud van hun tweets.
Aan mij zullen ze dus niet veel gehad hebben.
Maar materiaal is er genoeg als je weet dat er dagelijks meer dan 65 miljoen tweets het net rondgestuurd worden.
Ze onderzochten over een periode van bijna 3 jaar 4,6 miljard (!) berichten met software die blijkbaar in staat is om op basis van de inhoud en het verwoorden van de tweets, een gelukscore toe te kennen aan de twitteraars.

En wat blijkt? Ik vat hier het voornaamste samen:
- het geluk van de twitteraars neemt toe van januari tot april. Nadien gaat het bergaf met vooral een diep dal in het midden van het jaar. Naar het einde van het jaar toe wordt er weer gelukkiger getweet, maar in januari zakt de gelukspudding weer helemaal in elkaar.
De onderzoekers stellen ook vast dat er algemeen in de loop van de bestudeerde 3 jaar een opvallende vermindering van het algemeen geluksgevoel waarneembaar is.
- twitteraars zijn gelukkigst in het weekend. Maar dat zal ook wel voor niet-twitteraars het geval zijn zeker?
- ‘s morgens zijn twitteraars gelukkiger dan ‘s avonds.

image

Als jullie zelf de volledige studie zouden willen lezen: die is te vinden in het wetenschappelijk online tijdschrift PLoS One.
Maar let op!
Het werk werd verricht door een natuurkundige, een informaticus en specialist in complexe systemen.
Zorg dus dat uitdrukkingen zoals
image
je niet ongelukkig maken. Ook niet als je niet twittert.

dinsdag 27 juli 2010

Prometheus is een kunstenaar

image
Saturnus, de zesde en na Jupiter de grootste planeet van ons zonnestelsel, is goed bekend omwille van zijn uitgebreid systeem van ringen:

image

Rond Saturnus draaien ook een massa manen. Tot nu toe zijn er 56 door de astronomen bevestigd in “hun maanschap”.
Eén van die 56 is de kleine ( grootste doormeter is 148 km)  herdermaan Prometheus.
Herdermanen worden zo genoemd omdat ze het ruimtestof uit hun omgeving aantrekken en bijhouden. Zoals een herder zijn schapen bijhoudt dus.
Op die wijze zorgen de herdermanen voor lege ruimten tussen de ringen.
Die lege ruimten staan bekend als scheidingen. Hierboven zie je er twee.

De aardappelvormige Prometheus houdt zich op in de F-ring.
En daar steelt hij de show.
NASA’s ruimtesonde Cassini liet recent zien hoe Prometheus, door zijn zwaartekracht, bij zijn passage door de ring, donkere kanalen doet ontstaan omdat hij ruimtestof wegzuigt.
Dit levert volgend schitterend beeld op:

imageCredit: NASA/JPL/Space Science Institute
Je ziet Prometheus, als een klein patatje, rechts boven de F-ring.
Als je op het beeld hierboven klikt kom je bij een prachtige vergroting terecht.
Je bent meteen op de site van de Cassini-missie waar je nog massa’s bijkomende informatie kan vinden.

En mocht je, zoals ik, alles van Cassini op de voet willen volgen: Carolyn Porco, die de leiding heeft van het beeldverwerkingsteam van de missie, Twittert je regelmatig de laatste berichten.
Te volgen dus.

dinsdag 20 april 2010

Getwitter over een historische wiskunderuzie

Ik ben op de ogenblik een erg boeiend boek aan het lezen over Isaac Newton.
Het gaat niet zozeer over zijn fundamentele bijdrage tot de mechanica, maar over de andere dingen die hij in zijn leven heeft gedaan.
Bij één van die taken heeft hij zich als een echte detective gedragen.
Ik blijf hier in raadsels spreken omdat ik het boek nog niet uit heb. Van zodra dit het geval zal zijn (binnen een paar dagen) kom ik zeker op dat waar gebeurd verhaal terug.

Maar in het boek wordt ook de vlammende wiskunderuzie aangehaald die er in de zestiger jaren van de 17de eeuw oplaaide tussen Newton en Leibniz


image
Die geweldige ruzie ging over wie de eigenlijke uitvinder was van de differentiaal- en integraalrekening, een tak van de wiskunde die het mogelijk maakt functies van reële en complexe getallen systematisch te bestuderen.
Misschien herinner je nog wel van in je schooltijd het berekenen van limieten en afgeleiden en de studie van het verloop van functies? Wel de wiskundetechnieken die je daar hebt leren toepassen zijn afkomstig van Newton. Of is het van Leibnitz? Of van beiden?

Toen ik naar aanleiding van mijn boek over Newton wat ging rondneuzen op het net om (nog) meer over Isaac te weten te komen, kwam ik op een blogsite én een twitteraccount van de Amerikaanse wiskundelerares Maria H. Andersen terecht.
Die mevrouw heeft er niet beter op gevonden dan de ruzie over de uitvinding van de calculus (de Engelse term voor differentiaal- en integraalrekening) op Twitter uit de doeken te doen.
En ze doet dat op een toch wel zeer originele wijze.
Ze laat namelijk Newton en Leibnitz en andere betrokkenen zelf twitteren over hun belevenissen, hun studies, hun discussies en meningsverschillen op weg naar die zo belangrijke wiskundetechniek.
Eigenlijk twittert Maria H. Andersen niet zelf. Ze heeft een paar van haar studenten de opdracht gegeven om in de huid van de hoofdrolspelers te kruipen en voor de tweets te zorgen. Het boek The Calculus Wars zorgt voor de nodige informatie over het gebeuren.

image
Wie dus interesse heeft en het verloop van gebakkelei wil volgen moet maar eens op bovenstaand beeld klikken. Je moet zelfs geen twitteraccount hebben om de discussie te volgen.
Maar zo’n (gratis) twitteraccount nemen is toch een aanrader (als je dat nog niet hebt).

image  
Want twitteren doe je nooit alleen.
We twitteren al met meer dan 100 miljoen twitteraars en dagelijks komen er meer dan 300.000 bij.
Wat een oorverdovend getsjilpt is me dat wel!

woensdag 26 augustus 2009

Het wordt stilaan tijd voor de Beagle

In mijn bericht van 12 februari dit jaar liet ik al weten dat de VPRO een uniek initiatief opstart in het kader van het Darwinjaar.
De VPRO organiseert een reconstructie van de zeereis die Darwin van 1831 tot 1836 met de HMS Beagle maakte naar de Galapagoseilanden.

Het moment van de afvaart komt nu echt dichtbij.
Op 28 augustus (overmorgen) vertrekt vanuit Oostende de clipper Stad Amsterdam die de reis van Darwin overdoet.


Het schip vaart dan naar Amsterdam, waar het op 1 september vertrekt naar Plymouth.
In deze Engelse havenstad, waar in 1831 ook Darwin van wal stak, start diezelfde dag nog de grote reis.


De reportage van die wetenschappelijke onderneming zal in 35 afleveringen op radio en TV worden uitgezonden.
Ook op Canvas.
Naar aanleiding van die televisieserie opent Canvas zelf ook een interactieve website (die nu nog niet actief is).

Midas Dekkers heeft zijn deelname als commentator bij het reisgebeuren afgezegd. Spijtig.
Maar hij is vervangen door Dirk Draulans en die kan er ook wat van, zoals ik hier al ooit liet horen.
De aparte Beagle 2009-blog waar de reis dag na dag zal kunnen gevolgd worden, draait intussen al op volle toeren.
En als je op die site eventjes alle open vensters dicht klikt, krijg je een mooi kaartoverzicht van hoe de reisweg loopt.

Wie het allemaal nog heter van de naald wil volgen (zoals ik), kan op elk moment de deelnemers volgen op Twitter.
Niet minder dan 16 bemanningsleden twitteren er nu al lustig op los.

Deze reconstructie wordt inderdaad een echt mediagebeuren.
Ik geef jullie hieronder een overzicht van alles wat er te doen is:

TV

  • de Beagle tv-serie start zondagavond 13 september op Nederland 2
  • Beagle-specials in diverse Teleac programma's waaronder SchoolTV en Nieuws uit de Natuur
  • Canvas zendt de Beagle tv-serie uit, op woensdagavonden vanaf 16 september

Internet

Brochure

Kaart van de reis

  • ik heb in Google Maps de reisweg van de Beagle - Stad Amsterdam eens uitgezet.
    Als je op de kaart klikt verhuis je naar een in alle richtingen scrollbare en zoombare kaart.
    Zo kan je alle aanlegplaatsen tot in de kleinste details verkennen.

Amaai, wie dan nog niet weet hoe het met Darwin, zijn evolutietheorie en zijn wereldreis in mekaar zat…
Als we er maar geen indigestie van krijgen…

maandag 13 april 2009

Kepler doet zijn blinddoek af

Dat ik een fan ben van de Kepler-missie moet ik niet meer verduidelijken hoop ik.
Het is dus niet zomaar dat ik, na het "Around the world in 80 telescopes"-festijn, mijn blogbericht van vrijdag 3 april zó heb aangepast, dat de videosessie over het Kepler-project daar permanent beschikbaar blijft.

Ik heb jullie ook al laten weten dat Kepler twittert. Regelmatig ontvang ik een tweet.
Zo meldde Kepler vorige woensdag dat de NASA-ingenieurs de stofkap verwijderd hebben die zijn fotometers afdekte.

artist concept of Kepler dust cover coming off

Animatie die het loskomen toont van de stofkap van de Kepler-ruimtetelescoop. Image credit: NASA/JPL
Ga naar de animatie

Daarmee is Kepler zijn blinddoek kwijt en kan hij binnenkort naar de sterren in zijn observatiegebied beginnen kijken.
Die blinddoek was nodig om beschadiging van de 42 zeer gevoelige CCD's bij het lanceren te beletten.
Nadien is de stofkap nog tot vorige week op gebleven, om de fotometers te kalibreren. Dit gebeurde in het donker, d.w.z. met de stofkap op, om de achtergrondruis, komende van de elektronica van de satelliet, precies te kunnen bepalen. Die achtergrondsignalen zullen later van de echte meetwaarden afgetrokken worden.

Vóór Kepler echt met zijn zoektocht naar aardachtige planeten in ons melkwegstelsel begint, moeten de NASA-ingenieurs nog verdere kalibraties uitvoeren, nu niet meer in het donker, maar met beelden van sterren.

En dan kan het echte werk beginnen: 3,5 jaar observatie van dipjes in de lichtsterkte van sterren. En eureka als die dipjes veroorzaakt worden door leefbare planeten.
Voor meer uitleg verwijs ik naar mijn blogbericht van 7 maart
En ik hou jullie op de hoogte.

Credit: NASA/JP

dinsdag 31 maart 2009

De 100 uren van de astronomie

Gisteren had ik het nog over donkere materie en donkere energie.
Daarmee zat ik volop te roeren in de hete brij van de moderne astronomie.
Vandaag borduur ik een beetje verder op hetzelfde thema.
We mogen immers niet vergeten dat 2009 niet alleen het jaar van Darwin is, maar ook het jaar van de astronomie.
Het is dit jaar immers 400 jaar geleden dat Galileo Galilei de allereerste telescopische waarnemingen deed.
Om dit te vieren organiseren de amateursterrenwachten over heel de wereld een rits aan activiteiten.
Het Europlanetarium in de Genkse Kattevennen doet daar ook aan mee.
Van donderdag 2 april tot zondag 5 april worden in de deelnemende observatoria de 100 uren van de astronomie (100 HA) georganiseerd.
Wat er in Genk geprogrammeerd wordt kan je in detail op de website nalezen. Het ziet er in elk geval veelbelovend uit: telescoopwaarnemingen, films rond het thema en zondag 5 april zelfs een regelrechte astronomische brunch! Een aanrader dus.

Als je op onderstaande kaart klikt kan je zien wat er in Genk, maar ook elders in de wereld in het kader van 100 HA gebeurt.

image

En van vrijdag 3 april om 11u. 's morgens tot zaterdag 4 april om 11u. 's morgens kan je gedurende 24 uur op internet een live webcast volgen waarbij je rechtstreeks meekijkt door de bekendste professionele telescopen ter wereld. Het tijdsschema vind je op de 100HA-site.
Om mee te kijken kan je surfen naar het Ustream TV Channel.
Maar in volgend filmpje krijg je al een voorsmaakje.

En mocht je al een kwetteraar (twitteraar) zijn, dan kan je ook de 100 HA op twitter volgen.
Keuze genoeg dus.
Ik hoop dat je een paar van die 100 HA-uren kan meebeleven en dat je kan meegenieten van het prachtig schouwspel dat het enorme heelal ons biedt.
En misschien lopen we elkaar de volgende dagen wel tegen het lijf op Kattevenia.

zondag 29 maart 2009

Hier sprak men Nederlands

Jullie zullen het ook wel gehoord of gelezen hebben: vorige woensdag is Fons Fraeters overleden.
Daarmee is weer een stukje uit onze jonge jaren weggeknipt.
"Hier spreekt men Nederlands". In de jaren 70, een paar keer per week, vijf vóór acht, juist vóór het TV-nieuws.
Joos Florquin, de professor, zijn trouwe hond, zijn hovenier en Fons en Annie.
Toen was keurig Nederlands nog een teken van beschaving.
Toen was ABN (kunnen) praten nog maat van je "gestudeerdheid".

De tijden zijn veranderd. Internet, SMS en Twitter domineren nu de communicatie, elk met hun eigen turbotaaltje en met afkortingen waar analfabeten zoals ik een vertaler-tolk voor nodig hebben.
En in de soaps, ook die van de VRT, zouden Fons en Annie zich ook niet Thuis gevoeld hebben. Als Nancy zegt "Kom-de-gij-ook? Da-wist-ekik-nie!" bijvoorbeeld.

En weet je wat achteruit bidden is? Nee? Dan vloek je blijkbaar nooit.
Gelukkig moet ik swaffelen hier niet meer verklaren (denk ik, hoop ik).
Maar als je me zegt dat je in je sleurhut gaat slieberen, dan weet ik (na wat Googelen) dat je in je caravan gaat slapen.

En als ik je een SMS-je stuur met "keb egt bkpn na d afchi. mr glfm, akg" dan weet je zonder twijfel dat ik echt buikpijn heb na de afhaalchinees, maar geloof me, alles komt goed.

Dan ben ik toch blij dat Fons er was.
Zie hem hier nog even aan het werk met de rest van de ploeg en ga ook eens kijken op de site van Klara waar je nog meer filmpjes van die vervlogen taalrubriek kan zien. Geniet van die zalige, rimpelloze taal en van de prachtige gedichten door Annie met de mooie stem. Bijna zo mooi als die van Mia...

Bedankt Fons!

woensdag 18 maart 2009

Vorige week KEPLER, deze week GOCE

Belangrijke ruimtevaartmissies volgen elkaar in een hoog tempo op.
Vorige week hadden we het hier over het Kepler-project van NASA, de zoektocht naar aarde-achtige planeten in ons melkwegstelsel.
Gisteren lanceerde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA haar GOCE-satelliet.


Bron: Wikipedia

GOCE is een letterwoord dat staat voor Gravity field and steady-state Ocean Circulation Explorer.
Meteen wordt al enigszins duidelijk wat de bedoeling is van die satelliet: onderzoek van het zwaartekrachtveld van onze aarde en van circulatiepatronen in oceanen.

Newton heeft ons in de 17de eeuw al geleerd dat alle massa’s elkaar aantrekken. Deze universele gravitatiewet, heeft als gevolg dat ook de aarde een aantrekkingskracht uitoefent op alle voorwerpen in haar omgeving. Die aantrekkingskracht noemen we de gravitatiekracht of de zwaartekracht. Maar aangezien onze aarde geen perfecte bol is en de massa van de aarde niet schoon gelijkmatig verdeeld is, zullen er plaatselijke verschillen in sterkte van de zwaartekracht optreden.
Het precies in kaart brengen van die verschillen in zwaartekracht
is een belangrijke factor om beter inzicht te verwerven in allerlei processen die zich op en rond onze planeet afspelen. Zo hangen circulaties in de enorme watermassa’s van de oceanen en de gevolgen daarvan voor het klimaat op aarde, in belangrijke mate af van de verschillen in zwaartekracht. Ook voor de verdere verfijning van GPS-systemen is die kennis belangrijk.

Foto: ESA

Wat je op het beeld hierboven ziet, is de zogenaamde geoide .
Hiermee stelt men berekende verschillen in zwaartekracht op aarde voor. Het oppervlak dat je ziet is niet het aardoppervlak zelf maar een wiskundig berekend oppervlak rond de aarde. Het oppervlak verbindt alle punten met gelijke zwaartekracht.
De hoger gelegen rode plekken liggen boven gebieden met een hoge massaconcentratie en dus grotere zwaartekracht. De lager gelegen blauwe plekken liggen boven gebieden waar de zwaartekracht kleiner is. Alle andere kleuren tussen rood en blauw liggen boven gebieden met zwaartekracht tussen de hoogste en de laagste in.

De GOCE-satelliet die gisteren gelanceerd werd, beweegt in een zogenaamde zonsynchrone baan op 260 km boven onze planeet.
Een zonsynchrone baan is een baan waarbij de satelliet steeds op hetzelfde uur dezelfde plaats overvliegt.
De Europese satelliet zal er 20 maanden lang waarnemingen doen die een zeer gedetailleerd driedimensionaal beeld van het aardse gravitatieveld moeten opleveren.
In deze YouTube-film kan je nog meer leren over dit belangrijk Europees ruimteproject

En ook op dit punt doet GOCE niet onder voor Kepler: GOCE twittert!

maandag 16 maart 2009

En er was nog een verjaardag!

We kunnen hier niet alles tegelijk vieren. Gisteren was het Mia’s verjaardag, zaterdag was het pi-dag.
Maar vrijdag 13 maart was het ook de 20ste verjaardag van het Wereld Wijde Web (WWW). En daar wil ik zeker ook aandacht aan besteden.
 
Ik mag zeggen dat ik die geboorte 20 jaar geleden van dichtbij meebeleefd heb.
Van 1989 af had ik thuis al een internettoegang via een telefoonmodem en abonnement bij Compuserve.
Compuserve was een Amerikaans bedrijf dat zijn computernetwerk tegen betaling beschikbaar stelde aan de hele wereld via het Internet.
Het Internet was een wereldwijd burgerlijk computernetwerk afgeleid van het Amerikaans militair netwerk Arpanet.
Toen ik bij Compuserve aansloot hadden ze ook in Brussel al een inbelpunt op hun netwerk, zodat je tegen een aanvaardbaar telefoontarief toegang kon krijgen.
Het-van-het waren in die tijd de zogenaamde forums, waarin mensen met gelijklopende interesses via het internet met elkaar konden corresponderen. Het was een boeiende internationale praatbarak.
Alles verliep nog via getypte tekst, maar er was wel al een mogelijkheid om kleine computerprogrammaatjes (shareware) uit te wisselen en te downloaden.
We voelden de wereld zienderogen kleiner worden.

Ter gelegenheid van het schoolfeest van 1990 gaf ik een demonstratie van wat internet was en van de potentiële mogelijkheden die het als enorme informatiebron zeker voor het onderwijs kon bieden. Ik had daarvoor 2 grote monitoren gehuurd en de bezoekers konden samen met mij, in een lokaaltje tegenover onze leraarskamer, kennismaken met het Net.
Het Heilig Graf had (weer eens) voor een primeur in het Bilzerse onderwijs gezorgd.

Toen kwam 1992 en het Wereld Wijde Web

Robert Cailliau, Jean-François Abramatic and T...
De Amerikaanse fysicus Tim Berners-Lee (rechts op de foto) en zijn Belgische collega, de in Tongeren geboren ingenieur Robert Cailliau (links op de foto), ontwikkelden een netwerk van knooppunten, een web met computers waarop, via een specifieke taal (HTML), hypertextdocumenten werden opgeslagen.
Hypertextdocumenten zijn documenten die elementen bevatten (hyperlinks genoemd), waardoor men via een eenvoudige muisklik naar een ander document wordt geleid. Om die hypertextdocumenten te kunnen zien en gebruiken is een zogenaamde browser nodig.
Ik herinner me dat Netscape de eerste browser was die toegang gaf tot dat wereldwijde web.
Het hek was de dam en het WWW kende op korte tijd een enorme explosie. Snel werden, naast tekst, ook beelden, klank en film op de hypertextpagina’s toegankelijk.
Een set van die pagina’s kreeg de naam website. En websites bezoeken via een browser werd surfen: het internettaaltje kreeg een snel groeiende woordenschat.
Er kwam programmatuur beschikbaar waarmee ook amateurs hun eigen websites konden in elkaar flansen. En al snel had ook het Heilig Graf zijn eigen website.

20 jaar na de geboorte van het Web is internet niet meer weg te denken uit ons leven. Surfen, e-mailen, chatten, skypen, twitteren, facebooken,… zijn voor velen een dagelijkse bezigheid.
Het Net en het Web zijn in die tijd ook enorm veranderd.
Van een passieve infomatiebron is het Web geëvolueerd naar een omgeving waar de gebruikers mee de informatiestroom bepalen via blogs en nu ook twittertweets.

Wat het Web in de toekomst wordt is koffiedik kijken.
Een verdere integratie in andere toestellen dan PC’s is voor de hand liggend. De koppeling van het Web met GSM en GPS is al een feit. Schoolborden worden digiborden waarop de kolossale informatie van het Web klassikaal voor het onderwijs in realtime bereikbaar is.
De klassieke informatiemedia zoals kranten, maar ook radio en TV zullen zich snel moeten aanpassen en zich meer op duiding moeten concentreren i.p.v. als eerste informatiebron te willen optreden. Ik heb over vrijwel elk nieuwsfeit al uren lang talloze twittertweets binnen vóór daar ‘s anderendaags iets van in de krant te lezen is.

Spijtig genoeg is er wellicht ook een grote kans op het ontstaan van een nieuwe soort armoede: de armoede van het gebrek aan geïnformeerd zijn omdat men de financiële draagkracht niet heeft om zich de nieuwe ICT-middelen aan te schaffen.

En het gaat toch allemaal zo geweldig snel. Of is dat soms ouder  worden?
Ik hoop dat ons oud koppeke dat allemaal kan blijven bijhouden. 
Ik sluit dit mijmeringske af met een YouTubeke (nog zo’n recent internetfenomeen) dat u een duidelijk overzicht geeft van de nog jonge ontstaansgeschiedenis van het Net. Het in nogal technisch, maar kijk maar eens rustig

dinsdag 10 maart 2009

Kepler laat mij nog lang niet los

APOD (Astronomy Pictures Of the Day) publiceerde gisteren een schitterende foto van het lichtspoor dat de Delta II-raket aan de hemel tekende bij de lancering van de Kepler-ruimtetelescoop.

Ik heb jullie in mijn blogje van 7 maart ook al iets verteld over het (beperkt) gebied van ons mekwegstelsel dat door Kepler zal geobserveerd worden om, als het lukt, sterren te vinden met planeten in de leefbare zone van die sterren.

Het te onderzoeken gebied ligt in de Orion-arm van onze Melkweg. In onderstaand beeld wordt die arm met Local Spur aangeduid. De gele bol is onze zon. De zwarte cirkel stelt de zonnebaan voor. D.w.z. de baan van onze zon rond het centrum (galactic core) van onze Melkweg. Je zal wel begrijpen dat het een tijdje duurt vóór de zon één rondje achter de rug heeft: 220 à 250 miljoen jaar. Men rekent dat onze Laura sedert haar geboorte al zo'n 20 à 25 rondjes gedraaid heeft. Maar sinds het verschijnen van de mens op aarde is ze slechts 1/1250 van een toertje gevorderd. Ze kruipt dan ook met een astronomisch slakkengangetje van 220 km/u. vooruit...



Op de NASA-Keplersite heb ik gisteren een interessante foto gevonden die het observatiegebied (FOV = Field of View) van Kepler in de Orion-arm verduidelijkt.
Dit FOV is zó gekozen dat er in een dicht sterrenveld gekeken wordt en dat de observaties op geen enkel tijdstip van het jaar gestoord worden door zonlicht.
Een gebied in een arm van het sterrenbeeld Zwaan (Cygnus) voldeed het best aan deze voorwaarden. De diagonale oplichtende band op de foto hieronder is de Orion-arm. Het raster stelt het FOV van Kepler voor.

Het is nu wachten op wat komen gaat.
Op dit ogenblik zijn er allerlei tests van de apparatuur aan de gang.
Ik hou jullie op de hoogte.
Men kan de hele missie vrijwel op de voet volgen, want geloof me of niet: NASA twittert over Kepler! 12 minuten geleden ontving ik de recentste tweet!

dinsdag 3 maart 2009

Verkiezingen voorspellen? Kinderspel!

In juni moeten we met zijn allen weer naar de stembus.
Je zal ook wel weten dat het stemgedrag de dag van vandaag door allerlei factoren wordt beïnvloed. Vooral de impact van de media is enorm. Voor de kandidaten komt het er vooral op aan dat ze in de periode rond de verkiezingen in de media een positief imago kunnen ophangen.
Het is dus voor de meeste kiezers eerder een kwestie van perceptie dan van inhoud van programma’s en ideeën. Programma’s en ideeën van kandidaten worden meestal niet bestudeerd.

Waarom heb ik het daar nú al over? Dat zijn toch echt wel vijgen vóór Pasen.
Omdat vandaag Scientific American mij gekwetterd (getwitterd dus) heeft over een onderzoek door John Antonakis en Olaf Dalgas van de universiteit van Lausanne in Zwitserland. De resultaten van dit onderzoek werden op 27 februari jl. gepubliceerd in Science.
Uit een vorig onderzoek door Todorov e.a. was al gebleken dat kiezers hun stemgedrag zeer dikwijls laten bepalen door het uitzicht van de kandidaten. Kandidaten met een face die vertrouwen inboezemt, scoren best.
Anotakis en Dalgas deden onderzoek met kinderen!
Ze lieten kinderen een spel spelen over de reis van Odysseus van Troje naar Itaca. De kinderen moesten in dat spel Odysseus vergezellen op een eigen boot en ze moesten voor hun boot een kapitein aanduiden. Toen liet men hen foto’s zien van kandidaten uit voorbije buitenlandse verkiezingen, totaal onbekend bij de kinderen. Uit die foto’s moesten de kinderen hun kapitein kiezen.
En wat bleek?
In zeven van de tien gevallen kozen de kinderen voor de foto van de kandidaat die ook de verkiezingen gewonnen had!
De kapitein van hun boot, iemand die je kan vertrouwen, was dus ook degene die voor de kiezers in de voorbije verkiezingen uiterlijk het meeste vertrouwen inboezemde.

Spindoctors van de verschillende partijen zullen dat al wel vermoed hebben, maar nu is het ook wetenschappelijk bewezen: verkiezingen gaan voor de grote meerderheid van de kiezers niet om de inhoud, maar om het gepaste imago op het gepaste moment.
En de uitslag van verkiezingen voorspellen is een koud kunstje: trek met de foto’s van de topkandidaten naar de kleuterklas: het is kinderspel!

zondag 1 maart 2009

Twitteren is kwetteren

Sedert begin deze week ben ik ook aan het Twitteren geslagen. Het is te zeggen: ik wilde eens weten waarover het gaat, maar een zeer actieve twitteraar ben ik (nog) niet.
Twitteren is de nieuwe hype op internet. Het is een snel communicatiemiddel tussen mensen die deel uit maken van een enorm netwerk.
Rond het twitteren is intussen al een specifieke terminologie ontwikkeld zoals je zal merken.
Wie inschrijft kan binnen dit netwerk mensen zoeken en hen volgen in hun dagelijkse bezigheden, tenminste als die bereid zijn om daarover iets mee te delen.
Mensen die met elkaar twitteren, noemt men followers.
De communicatie tussen twitteraars moet gebeuren via een berichtje, een Tweet, dat maximaal uit 140 lettertekens mag bestaan en dat altijd een antwoord is op de vraag "What are you doing?"
Een twitterboodschap is dus een soort klein blogberichtje. Twitteren wordt dan ook microbloggen genoemd.
De kracht van Twitter ligt in de zeer snelle verspreiding van de inhoud van de tweets.
Als je b.v. via een tweet een vraag stelt, kan die zich vliegensvlug over het netwerk verspreiden, zodat je snel antwoord kan krijgen. Immers uw followers, hebben zelf ook nog andere followers enz.
In Amerika zijn intussen ook alle grote nieuwsagentschappen op de twittercar gesprongen.
Elke grote krant, elk TV-station, heeft twitterende jounalisten, die via tweets, heet-van-de-naald-nieuws verspreiden.
Zelf ben ik follower van o.a. een aantal journalisten de New York Times, Scientific American, CNN,...


Bij de spectaculaire noodlanding van de Amerikaanse Boeing op de Hudson rivier een paar weken geleden, heeft het nieuws daarover zich via tweets vliegensvlug verspreid.
Dit heeft ook veel te maken met het feit dat de tweets daar ook via GSM (SMS-berichtjes) bij de followers kunnen terecht komen. Bij mijn weten is dit voor Belgische twitteraars nog niet mogelijk.

Zelf heb ik natuurlijk niet zoveel om over te twitteren.
Wie heeft er nu een boodschap aan het feit dat ik een mijn catalpa ga snoeien? Alhoewel mijn followers mij misschien snel zouden kunnen laten weten, wanneer ik dat best doe, mocht ik daar een vraag over hebben.
En telkens ik een nieuw blogberichtje plaats, worden al mijn followers daar automatisch over ingelicht. Maar dat is natuurlijk ook geen wereldschokkend nieuws.

En wil je weten hoe Evan Williams, een van de ontwikkelaars van Twitter, het fenomeen ziet, dan kan dat met dit filmpje:



Toch maar weer een voorbeeld van hoe internet de manier waarop mensen met elkaar communiceren razendsnel aan het beïnvloeden is.

En dat twitteren het Engels is voor kwetteren hadden jullie natuurlijk al lang door.