Posts tonen met het label voeding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voeding. Alle posts tonen

dinsdag 15 januari 2013

Beter brood op de plank?

image

Over smaken kan niet getwist worden, maar voor mijn part smaakt en ruikt een vers gebakken korstige baget veel beter dan een vers gebakken volkorenbrood.
Maar anderzijds weten we allemaal dat volkorenbrood gezonder is dan het witte brood van de “pain français”
En dat gezonder heeft te maken met het feit dat in volkorenbrood, zoals de naam het eigenlijk al zegt, meel gebruikt wordt dat bekomen wordt door de hele graankorrel te malen.
Door het behoud van de gehele korrel bevat het volkorenmeel componenten die het risico op bepaalde ziektes (kankers, hartziekten, suikerziekte,…) kunnen verminderen.

image

Wit brood, wordt gebakken met geraffineerd meel.
Dat is meel van graankorrels waarvan alleen de witte meelkern is overgehouden.
De beschermende componenten die in de zemelen, de baard en de kiem zitten, zijn niet meer aanwezig. Wit brood is daardoor minder gezond.
Het zou dus mooi zijn als men er zou kunnen voor zorgen dat het gezonde volkorenbrood even zinnenstrelend wordt als wit brood.
Wel, misschien is het “binnenkort” zover.

Want een groep scheikundigen van de University of Minnesota, onder leiding van prof. Devin G. Peterson, is er in geslaagd te achterhalen welke stof volkorenbrood minder appetijtelijk maakt dan wit brood.
Het lag voor de hand te zoeken naar een stof die voorkomt in de graandelen die niet meer in geraffineerd meel aanwezig zijn.
En inderdaad: in het korrelvlies, in de zemelen, vond men de boosdoener: ferulinezuur.
image
Het onderzoek wees uit dat ferulinezuur de vorming belet van stoffen die bij het bakken van brood voor de smaak en het aroma zorgen.
Voor de proef op de som voegde het Peterson-team ferulinezuur toe aan deeg voor wit brood.
En ja hoor, toen smaakte dat vers gebakken wit brood maar even smakelijk meer als suffig volkorenbrood…

Maar onze bakkers zullen wel nog even moeten wachten om hun vers volkorenbrood even lekker te doen ruiken als een ovenvers frans broodje.
Want nu moeten de chemisten er nog in slagen om het vermaledijde zuur op een veilige en gezonde manier uit de tarwezemelen te extraheren.
En dat kan misschien nog wel even duren.
Eet in afwachting maar gewoon verder je dagelijkse portie “grijs brood”.
En zo nu en dan eens een knapperige baget.
Smakelijk!

donderdag 24 mei 2012

Het ketchupprobleem opgelost

Je kent dat wel: de ketchup die maar niet uit de fles wil en er dan na veel schudden plots in één keer uitfloept.


image

Maar dat ketchupprobleem behoort wellicht binnenkort definitief tot het verleden.
Want een groep nanotechnologen van de Varanasi Research Group van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een coating op punt gesteld die ervoor zorgt dat de inhoud van de fles altijd zachtjes naar buiten glijdt.
Gedaan met het gepruts en de verspilling van half lege flessen die de vuilbak in gekieperd worden, omdat wat er in zit er niet meer uit wil.

Het technologisch wondermiddel heet LiquiGlide. En het is niet giftig.
Bekijk de filmpjes hieronder maar eens om te zien hoe efficiënt zo’n laagje, aangebracht op de binnenkant, wel werkt. En wat een miserie het geeft zonder die gladde coating.

Maar hou er rekening mee dat het nog wel even zal duren voor onze Heinz 57 met LiquiGlide behandeld is.
Wees dus nog even voorzichtig…



donderdag 10 mei 2012

Ideetje voor Moederdag?

Beste vaders, binnen een paar dagen is het weer zover: de tweede zondag van mei en dus vieren we in het grootste deel van Vlaanderen Moederkensdag.
Het is niet zo eenvoudig om bij die gelegenheid origineel uit de hoek te komen (als je dat zou willen).
Misschien is dit ideetje wel de moeite van het proberen waard, maar je moet wel zelf voor de gevolgen instaan: Het Insectenkookboek



Naar het schijnt een boek vol lekkere, knapperige recepten met voedzame en gezonde voeding.
En aan die voeding geen gebrek: op onze aarde komen er per mens 2 miljard insecten voor!
Volgens sommigen zijn insecten bijgevolg het voedsel van de toekomst. Want met ons klassiek dierlijk en plantaardig voedsel redden we het binnenkort niet meer voor de exponentieel groeiende wereldbevolking. We zullen er dus moeten aan wennen.
Trouwens zonder dat we het beseffen spelen we jaarlijks al meer van die zespotige diertjes naar binnen dan we denken. Naar het schijnt zo om en nabij de 500g per jaar, verstopt in fruit, koffie, muesli,…

Misschien wil moederke het wel eens proberen na 13 mei?
En als vaderke het lekker vindt, staat het binnenkort op zijn boodschappenlijstje als hij op pad gestuurd wordt: 200g gepelde garnalen sprinkhanen…

donderdag 1 december 2011

Kauwgom is goed voor u

Zolang ik het voor het zeggen had op het H.-Grafinstituut Bilzen (HGI) was kauwgom op school taboe.
Maar dat dit taboe voortdurend doorbroken werd is ook geen geheim.
De vieze plakkerige ploppen die regelmatig aan de onderkant van tafels en lessenaars te vinden waren maakten dat duidelijk.
Maar als er een onverlaat met een "chiclet" in de mond betrapt werd, was mijn straf onverbiddelijk: met een plamuurmes al die vieze resten van onder de tafels van een klaslokaal of de studiezaal verwijderen.
Dit onplezierig werkje had toch enige ontradend effect bij de daders (dat denk ik toch).


Maar misschien ben ik indertijd toch te streng geweest voor de kauwers.
Want volgens een studie die onlangs werd gepubliceerd in Appetite, een internationaal tijdschrift over voeding in al zijn aspecten, zou kauwgum knabbelen de intellectuele prestaties van de kauwers fors stimuleren.
En waar dient een school nu anders voor dan om er voor te zorgen dat leren gestimuleerd wordt?
Misschien had ik leerlingen die op mijn bureau op bezoek kwamen moeten belonen met een reepje suikervrije Stimorol in plaats met een ongezonde Leo-koek zoals ik altijd deed.
Te laat, ik krijg die kans niet meer...

Een team psychologen van de St. Lawrence University lieten 159 studenten een aantal aantal IQ-testen uitvoeren. De helft van die 159 mocht lustig knabbelen tijdens de testen, de andere helft niet.
En ja hoor: de knabbelaars presteerden opvallend beter!
Waarom weten ze nog altijd niet.
Nog iets: het positieve effect is ook beperkt in de tijd. Wie langer dan 20 minuten "sjiekt" heeft het beste gehad, want langer doorknabbelen levert geen betere resultaten meer op.

Ik zie het dus binnenkort al gebeuren bij een moeilijke chemieoverhoring in het HGI: "Neem allemaal een blaadje papier en een kauwgombal en bereken de pH van een 0,02 molaire ammoniumcarbonaatoplossing"...

zondag 30 januari 2011

Spinazie-les

Vorige donderdag was er weer kookles voor de mannen en vrouwen van de Romershovense Landelijke Gilden.
Zoals steeds: een plezierige, leerrijke én… lekkere avond.
Bij het overlopen van het menu kwam het “spinazie-probleem” ter sprake.

image

Waarover gaat het?
Spinazie is een groente rijk aan nitraten.
Als we verse spinazie eten verdwijnt de overgrote meerderheid van die nitraten met de urine naar buiten.
Maar bij kamertemperatuur worden nitraten door bacteriën omgezet in nitrieten.
En nitrieten kunnen in het lichaam omgezet worden in nitrosaminen:
image

En van die nitrosaminen bestaat het vermoeden dat ze kankerverwekkend zouden kunnen zijn. Een doorslaggevend bewijs daarvoor is (nog) niet geleverd.
Bijgevolg doe je er, voor alle zekerheid, best aan om een restje spinazie niet bij kamertemperatuur te bewaren om het dan bijvoorbeeld ‘s anderendaags zachtjes op te warmen en verder op te eten. Zo vermijd je teveel nitrieten te verorberen en ga je de vorming van die (misschien schadelijke) nitrosaminen in je lichaam tegen.

Of hoe chemie zelfs in de kooklessen van de Romershovense Landelijke Gilden binnensluipt…

zaterdag 24 oktober 2009

Wit of rood? Laat het ijzergehalte beslissen!

Ik drink graag een glas wijn.
Bij voorkeur rode wijn. Soms zelfs bij vis. Want die gewoonte van rood bij vlees en wit bij vis lijkt mij een beetje doorbroken.
Maar bij mosselen b.v. drink ik altijd wit.

mosselen
Rood smaakt daar volgens mij niet bij.
En ik ben niet alleen. De meeste mensen maken de keuze voor wit als ze mosselen, oesters, kreeft eten.
Rode wijn geeft bij zeevruchten naar het schijnt zelfs dikwijls een rare “visachtige” nasmaak.
Je kan je afvragen vanwaar die ongezellige (na)smaak van rode wijn bij die lekkere dingen dan wel komt?

Japanse scheikundigen, werkend voor Mercian Corporatiion, een grote producent van wijn en sterke dranken in Fujisawa , wilden dat ook wel eens weten.
Ze publiceerden zeer recent hun bevindingen in een artikel in de Journal of Agricultural and Food Chemistry (JAFC).
Ze lieten ervaren wijnproevers 38 soorten rode en 26 soorten witte wijn drinken bij Sint-Jacobsschelpen.
De proefpersonen moesten aanduiden bij welke wijnen de onaangename smaak en nasmaak het sterkst was.
Die wijnen werden dan uitgebreid chemisch onderzocht.
En daaruit bleek dat de oorzaak van het negatief effect te wijten is aan een te hoog ijzergehalte in de wijn.
En ja hoor: bij rode wijnen is dat ijzergehalte doorgaans een heel stuk hoger dan bij witte wijnen. Maar dit geldt niet voor alle rode wijnen. En niet alle witte wijnen scoren laag qua ijzerconcentratie.
Het ijzergehalte in wijn hangt samen met de samenstelling van de grond van de wijngaarden en de verdere behandeling van de druiven na de oogst.

Nu de dader gevonden is, kunnen de wijnboeren (en de chemisten die ze in dienst hebben) nadenken hoe ze iets kunnen doen aan die ijzercontaminatie.
Maar toch: een rood wijntje bij een portie Zeeuwse Jumbo’s?
Ik laat in dat geval toch liever mijn gehemelte strelen door een fluwelen Tokay Pinot Gris!

image
En voor de lekkerste mosselen moet je eens naar Phillippine gaan.
Je zal er geen spijt van hebben.

maandag 5 oktober 2009

Nu weet ik het zeker: ik slaap te weinig!

Overgewicht is al jarenlang één van mijn problemen.
Ik probeer er met vallen en opstaan wat aan te doen.
Maar met meer vallen dan opstaan. Het blijft me achtervolgen.
Mijn fietskuren hebben wel een positief effect, maar met de wintermaanden voor de deur ziet dat er niet al te haalbaar meer uit.
En fietsen op een hometrainer hou ik niet lang genoeg uit.

In het mei-nummer van Psychoneuroendocrinology hebben ze me nu duidelijk gemaakt dat er een (bijkomende) reden bestaat waarom er teveel kilootjes aan hangen: ik slaap ‘s nachts onvoldoende.
6 uur per nacht is ruim anderhalf uur te weinig!
7,5 uur is een minimum.
De groep wetenschappers van het Cousins Center for Psychoneuroimmunology van de University of California te Los Angeles, tonen in het artikel aan dat je kan vermageren door voldoende te slapen! Mijn moederke moest het eens horen!
 
image

woensdag 12 augustus 2009

Wist jij dat ook al?

Optimistische vrouwen hebben een kans op een langer leven.
Heb jij ook het gevoel dat je dat al lang wist?
En dat chagrijnige, depressieve en pessimistische types het minder lang uithouden?

pessimist
Goed, maar wetenschap steunt niet op gevoel.
Wetenschap steunt op rationeel onderzoek.
Wat niet betekent dat gevoel, gevoeligheden en emoties wetenschappelijk werk niet beïnvloeden.
Je moet er maar eens de geschiedenis van de ontdekking van de structuur van DNA op nalezen b.v.
De gevoeligheden tussen enerzijds de ontdekkers James Watson en Francis Crick en anderzijds Rosalind Franklin heeft in het verloop van dat onderzoekswerk een belangrijke rol gespeeld.
Bij gelegenheid blog ik daar nog wel eens over.

Terug naar de optimistische vrouwen en het wetenschappelijk onderzoek daarover.
Een team van de universiteit van Pittsburgh, onder leiding van Hilary Tindle, heeft eergisteren in het tijdschrift Circulation de resultaten van een uitgebreide studie gepubliceerd over het verband tussen optimisme, hartziekten en levenskansen.

Ze hebben bijna 100.000 (!) vrouwen bij hun onderzoek betrokken.
En de resultaten liegen er niet om.
Pessimistische ladies hadden een hogere bloeddruk én een hoger cholesterolgehalte in het bloed.
Zelfs als men rekening hield met bepaalde risicofactoren aanwezig in de leef- en werkomgeving van de vrouwen, bleek uit het onderzoek dat een optimistische attitude risico verlagend werkt.
Optimistisch vrouwen bleken 9% minder kans op hartziekten te hebben en 14% minder kans op overlijden aan een kanker!
De pessimistische, cynische, negatief denkende en wantrouwende vrouwen, bleken over dezelfde tijdspanne 16% meer kans op overlijden te hebben.
De onderzoeksgroep kan geen sluitende verklaring geven voor het gevonden verband.
Het zou b.v. kunnen dat de optimisten onder de vrouwen er een gezondere levensstijl op na houden dan de negatievelingen: minder roken, meer sporten, gezonder eten.

image
Bij het lezen van zo’n onderzoek spoken onmiddellijk een aantal vragen door mijn koppeke.
Is pessimisme of optimisme je lot, je voorbestemdheid?
Kan je er iets aan doen als je een zwartkijker bent?
Of zit dat in je genen?
Zit pessimisme én optimisme bij iedereen in de genen, maar bepaalt het milieu waarin je opgroeit en leeft of de pessimisme-genen of de optimisme -genen tot uiting komen?
Kan onderwijs daar iets aan doen?
En wat is het verband tussen je levenshouding en de chemische fabriekjes in je cellen?
Maken optimisten andere stoffen aan dan pessimisten?
Maken pessimisten meer stoffen aan die schadelijke effecten hebben dan optimisten?
Over welke stoffen gaat het dan?
Ik hoop dat vervolgonderzoek daar op termijn antwoorden kan op geven.
Er is dus nog veel werk aan de winkel.

Even dit nog.
Het onderzoek van de groep rond Hilary Tindle ging alleen over vrouwen.
Maar geen nood mannen. Voor ons geldt precies het zelfde.
Daar had een Nederlandse groep in 2004 al een onderzoek over gepubliceerd in de Archives of General Psychiatry.

image
Dus: optimist, wat later in de kist…
Of is dat optimistisch?

zaterdag 4 juli 2009

Over groenten, fruit en vitamine C

We hebben thuis geen groetentuintje.
Voor groenten zijn we aangewezen op de supermarkt.
Of… op onze buurman Romain.
Romain heeft een klein hofken én een serreke. Met lekkere sla en tomaten en boontjes.

We mogen regelmatig eens langs gaan. Voor een krop lekker verse krulsla b.v. vol vitamine C. Want van zijn serre naar ons bord gaat er weinig tijd verloren en dus verdwijnen er ook weinig vitamines.

Dat is het verschil met de sla uit de rekken van de supermarkt.
Hoeveel tijd zit er dan niet tussen de oogst en het bord?
Hoeveel vitamine C blijft er dan nog over?
Bij de hoge zomertemperaturen schat ik het verlies op ruim 50%.
Alles zal natuurlijk afhangen van de behandeling en de opslag.
En de tijd dat je slaatje in de hete auto moet liggen stoven.
Want vitamine C is geen van de stabielste vitamines.
Vitamine C is de gebruiksnaam voor ascorbinezuur.
En zelfs ascorbinezuur is nog een gebruiksnaam voor wat de scheikundigen
(2R)-2-[(1S)-1,2-dihydroxyethyl]-4,5-dihydroxyfuran-3-on
noemen. Amaai!
De moleculestructuur van ascorbinezuur wordt gemakkelijk geoxideerd, waardoor ze haar werkzaamheid verliest. Het (kleine) verschil tussen de structuur van ascorbinezuur en die van zijn niet werkzame geoxideerde vorm, zie je hieronder.

oxidatie ascorbinezuur
Maar als vitamine C zo gemakkelijk oxideert, is er dan kans dat we te maken krijgen met een vitamine-C-tekort?
Dit is vrijwel uitgesloten.
Vitamine C komt in voldoende hoge concentratie voor in groenten en fruit.
Ondanks de afbraak door oxidatie kom je via je eten toch nog gemakkelijk aan de nodige 100 mg per dag.
Als je voldoende groenten en fruit eet tenminste.
De hoogste gehaltes vind je bij de volgende soorten. Maar denk eraan dat die gehaltes in verse toestand bij de oogst bepaald zijn:

groentenenfruit
En zelfs zonder groenten en fruit krijgen we tegenwoordig nog extra porties vitamine C binnen.
Van het feit dat vitamine C zo gemakkelijk oxideert, maakt men immers handig gebruik om het als anti-oxidant E300 aan allerlei voedingsmiddelen toe te voegen. Kijk maar eens op de verpakkingen van salami, worst, ham, kaas, brood, yoghurt,…
Het toegevoegde ascorbinezuur in deze voedingsmiddelen wordt door de luchtzuurstof sneller geoxideerd dan het verpakte product zelf. Daardoor bederft het product niet vlug. Vitamine C verlengt dus de houdbaarheidsdatum.

Waarom is vitamine C nu zo belangrijk voor de mens?
Omdat ons lichaam er levensnoodzakelijke hormonen kan van maken. Daarom vinden we de hoogste concentraties in de bijnieren en de hypofyse, onze hormonenfabriekjes bij uitstek.
Maar de anti-oxiderende werking zorgt er ook voor dat ons lichaam verlost geraakt van schadelijke vrije radicalen. Die agressieve vrije radicalen ontstaan in onze cellen als niet te vermijden bijproduct van de stofwisseling.

Volgens sommigen hangt de concentratie aan vrije radicalen in onze cellen samen met een verhoogd risico op kanker.
Linus Pauling, de dubbele Amerikaanse nobelprijswinnaar (voor chemie in 1954 en voor de vrede in 1962) was een fervent voorstander van het dagelijks innemen van hoge dosissen vitamine C (tot 10 g per dag!) om kanker te voorkomen.
Ook de geriater Dr. Herman Le Compte was een aanhanger van het gebruik van grote hoeveelheden vitamine C.

In mijn jonge jaren (40 jaar geleden dus) heb ik daar ook aan meegedaan. Ik heb toen een paar jaar lang 2 tabletten van 500 mg vitamine C per dag geslikt (de minimumdosis die Pauling voorschreef).
Tot er in de literatuur berichten verschenen over de negatieve effecten van hoge dosissen. Die berichten werden in 2001 bevestigd door een onderzoek van prof. Ian Blair van het Center for Cancer Pharmacology van de Universiteit van Pennsylvania.

Wat er ook van zij: Linus Pauling is 93 jaar oud geworden en Herman Le Compte werd (slechts?) bijna 80.
Ik hoop op iets er tussenin, voorlopig zonder extra vitamine C…

vrijdag 19 juni 2009

La crème de glace nouvelle est arrivée

Vandaag was ik (enig!) lid van de externe jury bij de voorstelling en de verdediging van een eindwerk in een zesde jaar Techniek-Wetenschappen.
Het werd een aangename belevenis: de sfeer was goed, de presentaties waren meestal keurig verzorgd en de meeste studenten gaven blijk van een zeer degelijke basiskennis chemie.
Het was duidelijk dat hun begeleidende lerares (dag Els!) prima werk geleverd heeft. Chapeau!


Oei, met dat laatste woord moet ik opletten.
Ik begeef me op glad Frans ijs!
Want uit de gesprekken na het examen bleek dat ik een goede week geleden een serieuze Franse kemel geschoten heb.
Een Franse kemel op een Belgische verkiezingsdag nog wel.
Zonder schroom en mij van geen fout bewust, had ik het in mijn blogje van 7 juni over "le crème de glace nouveau est arrivé".
Niet te verwonderen dat één mijn jonge oud-collega's (dag Jean-Pierre!) de Schoonbeekse aarde onder zijn voeten voelde wegschuiven: dat was Frans met haar op.
Het is, hoe kon ik het vergeten, la crème en niet le crème.
Ik had (weer eens?) met de geslachten geprutst en dat loopt (meestal) slecht af.
Nog steeds een beetje onzeker verbeter ik dus mijn blunder: la crème de glace nouvelle est arrivée. Ik hoop dat alle "accords" in orde zijn...

In elk geval: la crème glacée aux fraises was lekker, echt lekker.



Je merkt het: meedoen in een examenjury kan aangenaam én leerrijk zijn.
En op de koop toe kreeg ik op het eind van de dag nog een fles lekkere wijn cadeau, want le Beaujolais nouveau etait arrivé!

dinsdag 2 juni 2009

Tomaten zijn goed voor u

Ik ben één van de velen die dagelijks zijn pilletje statines neem om het gehalte aan “slechte” cholesterol op peil te houden.


Statines zijn geneesmiddelen die geïsoleerd worden uit een schimmelstam Penicillium citrinum.
Statines zijn één van de farmacologische wondermiddelen van de laatste jaren.
Alhoewel hun werking nog niet helemaal duidelijk is, weet men dat ze op twee punten aangrijpen:

  1. ze remmen de synthese van cholesterol in de lever
  2. ze dragen bij tot de verwijdering van Lage Dichtheids Lipoproteïnen (LDL) uit de bloedstroom.

De LDL zorgen voor het transport van cholesterol uit de lever naar de bloedbaan.
Gebonden aan de LDL, komt cholesterol in de aders terecht waar het zich kan afzetten en zogenaamde “plaques” vormen. Die plaques kunnen op termijn voor (soms fatale) aderverstoppingen zorgen.

De binding tussen de LDL en cholesterol wordt met LDL-cholesterol aangeduid.
En het is die binding die bekend staat als “slechte cholesterol”.
Als je het voorgaande goed gelezen hebt, zal je begrijpen dat dit een onjuiste aanduiding is: er bestaat geen goede of slechte cholesterol. Het is het complex LDL-cholesterol dat een negatief effect heeft.

Als statines zorgen voor minder LDL in het bloed én ze zorgen voor minder cholesterol, moet er om die twee redenen minder cholesterol in de aders terechtkomen als je statines inneemt. Er is dus minder kans dat er nefaste “plaques” ontstaan.

Maar statines zijn niet het wonderbare middel zonder bijwerkingen.
Maagklachten, spierkrampen enz. worden dikwijls gesignaleerd.
Er moet dus naar verbetering van de moleculestructuur gezocht worden.
Of er moeten even krachtige middelen met minder bijwerkingen gevonden worden.

Lycopeen zou zo’n middel kunnen worden.

lycopeen
Lycopeen zou het LDL-cholesterol complex blokkeren en dus voorkomen dat er cholesterol naar de aders vervoerd wordt.
Lycopeen is een natuurlijk middel dat voorkomt in de schil van tomaten en dat daar voor de rode kleur zorgt.
Het is scheikundig gezien familie van caroteen dat zorgt voor de oranje kleur van wortelen.

Er moet nog veel moet opgehelderd worden omtrent de werking van lycopeen. Maar de klinische proeven zijn positief.
En in England wordt er al een "lycopeen-medicament" aangeboden.
Het is daar te koop onder de naam Ateronon en het werd op de markt gebracht door een bedrijfje ontstaan uit Cambridge University.
Het wordt door dat bedrijfje voorgesteld als een voedingssupplement met gunstig cholesterolverlagend effect.

Het natuurlijke lycopeen wordt niet gemakkelijk via het maagdarmkanaal in het bloed opgenomen. Daarom is het werkzame bestanddeel in Ateronon een licht gewijzigde molecule die een betere opname in het bloed verzekerd. Die gewijzigde molecule werd door Nestlé ontwikkeld.

De meeste cardiologen vinden Ateronon een veelbelovend middel, maar wachten nog verder onderzoek af.
Ze adviseren dan ook om de voorgeschreven statines zo maar niet aan de kant te schuiven en te vervangen door Ateronon.
Maar naast de statines ook veel groenten en fruit eten, vooral tomaten dan kan zeker geen kwaad zeggen ze.
Geen al te nieuwe raad natuurlijk.
Maar we weten weer eens, en met nog meer argumenten, wat ons te doen staat.

dinsdag 19 mei 2009

Slaap je mager

Wie mij kent weet wel dat ik al sinds lang iets probeer te doen aan mijn overgewicht.
Met vallen en opstaan. Maar meer vallen dan opstaan moet ik zeggen.
Ik volg dus met belangstelling alle nieuws over methodes die tot een paar kilootjes minder zouden kunnen leiden.
Ik ben chemicus genoeg om mij niet te wagen aan pillenslikkerij.
Zo zal je me niet naar de apotheek zien rennen om daar zonder voorschrift de fameuze Alli-vermageringspil te halen.

Ik weet dat enige natuurlijk methode om te vermageren is: verbruik per dag meer energie dan je met je voeding opneemt.

Kies b.v. voor een uitgebalanceerd 1200 kcal-dieet en zorg dat je door bewegen en gezond sporten b.v 1400 kcal per dag verbruikt.
Meer is er niet nodig.
Tot zover de theorie. Voor de praktijk is er veel wilskracht en discipline nodig. En daar loopt het gemakkelijk mis. Ik kan er van meespreken.

Maar misschien moet ik nog een andere slechte gewoonte gaan bijwerken: ik slaap te weinig.
Ik ben er elke morgen rond 7.30u. uit.
Toch niet zó laat voor iemand met pensioenstatus.
Maar ‘s avonds kan ik er maar niet in.
Het is meestal al ‘s anderendaags vóór ik onder de dekens kruip: 1u à 2u ‘s nachts is mijn gewone doen.
En die te korte nachtrust van 5 à 6 uur per nacht zou wel eens mee aan de basis kunnen liggen van mijn kilootjes teveel.

Wetenschappers van het Amerikaanse Walter Reed Army Medical Center maakten zeer recent op de 105e International Conference of the American Thoracic Society in San Diego de resultaten bekend van hun onderzoek over het verband tussen zwaarlijvigheid en slaapgedrag.
De groep onder leiding van dr. Eliasson onderzocht 14 verpleegsters op hun slaapgewoonten, hun activiteiten en hun energieverbruik.
Tussen haakjes: dit is toch wel een erg kleine proefgroep vind ik.
Ze zagen dat de proefpersonen met de kortste nachtrust gemiddeld 12% zwaarder waren dan de langslapers. De kortslapers hadden gemiddeld een BMI (Body Mass Index) van 28,3. De langslapers hadden een BMI van 24,5.
Het rare van het geval was dat de zwaardere kortslapers over dag actiever waren en meer bewogen dan de langslapers. Ze verbruikten dus ook meer energie. Maar ze aten ook veel meer dan de langslapers zodat de balans uiteindelijk negatief overhelde en ze zwaarder werden.
Dr. Eliasson ziet een verklaring in de verhoogde stress die bij de kortslapers zou voorkomen. Die verhoogde stress zou ontstaan door het vaak minder georganiseerd zijn ten gevolge van het niet uitgeslapen zijn. De verhoogde stress kan dan volgens hem leiden tot ongezond gedrag. Teveel en ongezond eten b.v.

Dat mensen met een te korte nachtrust meer zouden eten klopt ook met onderzoek naar de concentratie aan de hormonen die bij mensen de eetlust beïnvloeden.
Het hormoon ghreline bevordert de eetlust. Het hormoon leptine remt de eetlust.
En ja hoor: bij kortslapers vond men 15% meer van het ghreline en 15% minder van het leptine. Niet te verwonderen dat die nachtuilen honger hadden.


Een slaapkuur als afslankmiddel ? Ik zie dat toch niet echt zitten.
Toch zal ik er vanavond of vannacht maar iets vroeger inkruipen.
Maar ik ga eerst nog een klein stukje chocolade sneukelen nu Mia het niet ziet.
Ik kan er echt niets aan doen: mijn ghreline-spiegel is nog te hoog van die vorige te korte nachten.
Hmm... lekker. Slaapwel!

maandag 18 mei 2009

Muesli is good for you

Ik heb hier al eens verteld dat ik (bijna) iedere dag begin met een gezond ontbijt: muesli met fruit en magere yoghurt.
Dit is ontegensprekelijk een mengsel dat de nodige koolhydraten, eiwitten en vitamines levert om de dag goed mee te beginnen.

Maar nu blijkt dat zo’n mueslietje nog veel meer in petto heeft.
De sport- en fitnessfreaks zouden er dan ook goed aan doen om eens de studie van een groep wetenschappers van de universiteit van Texas –Austin te lezen.
Veel van die sportfanaten hebben tegenwoordig de gewoonte om zich na de inspanning aan dure sportdrinks te laven. Kwestie van het vochtverlies en de verbruikte bouwstenen bij te spijkeren.


Bij intensief aan sport doen aan een hoog hartritme, verbruik je immers veel suikers en worden eiwitten in het lichaam sneller afgebroken dan ze kunnen bijgemaakt worden.
Bijgevolg is er achteraf extra aanvulling nodig om de suiker- en eiwitbalans in de spieren te herstellen.
En daar kunnen goedgekozen sportdranken wel voor zorgen.
Maar dat kost een centje: een setje Extran of Aquarius kost al snel 17 à 20€ voor 24 flesjes van 33 cl.

Hetzelfde effect is nochtans veel goedkoper te bereiken.
Vorige week heeft een onderzoeksgroep onder leiding van Lynne Kammer hierover een studie gepubliceerd in het Journal of the International Society of Sports Nutrition.
Daarin tonen ze aan dat een portie muesli met magere melk hetzelfde herstelresultaat geeft als de veel duurdere drankjes.
Voor het eiwitherstel in de spieren is zo’n bakje mueslipap zelfs effectiever.
Het komt er dus nu alleen nog op aan de bodyfreaks ervan te overtuigen om hun trendy petflesjesgelurk te vervangen door een poosje papje-lepelen. Zou dat wel lukken?

En wat mezelf betreft: de muesli heb ik al.
Aan het sporten moet ik nu toch wel echt gaan beginnen…