Posts tonen met het label chemie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label chemie. Alle posts tonen

zaterdag 30 maart 2013

Nog lichter dan licht

Half juli vorig jaar had ik het hier over aerografiet, een superlicht materiaal, 6 keer lichter dan lucht, met een dichtheid van 200 g/m3. Welnu dat lichtheidsrecord is alweer gebroken.

Het nieuwe super-superlicht materiaal heeft een dichtheid van slechts 160 g/m3.
Nog lichter dus.
Daardoor is het lichter dan heliumgas en slechts 2 keer zo zwaar als waterstofgas, het allerlichtste gas.

image
En weerom is het een materiaal op basis van grafeen, het geleidend materiaal dat bestaat uit een ééndimensionale laag koolstofatomen gerangschikt in een zesringpatroon:

image


Met dergelijke grafeenlagen en tot buisjes opgerolde grafeen nanocilinders, werd door een team onder leiding van prof. Gao Chao van de Chinese Zhejang universiteit, een uiterste lichte, poreuze, sponsachtige, driedimensionale structuur opgebouwd.
Men noemt zo’n structuur een aerogel.
Hun vinding werd onlangs gepubliceerd in Nature.
De gebruikte synthesemethode laat toe om het materiaal in allerlei vormen te gieten en in allerlei dikten.

Het materiaal is niet alleen licht, maar ook super-elastisch waardoor het na samendrukken steeds terug zijn oude vorm aanneemt.
Daarenboven kan het bijvoorbeeld zeer snel tot 900 keer zijn eigen gewicht aan olie absorberen.
1 gram van het materiaal kan per seconde 68,8 gram olie opslorpen. Het gebruik bij opruimen van olievervuiling op zee ligt dan ook voor de hand.
Door de elasticiteit zouden zowel het sponsachtig materiaal als de olie recupereerbaar zijn.

En er zijn nog andere toepassingen mogelijk.
Zo heeft NASA b.v. in zijn Stardust-programma een (weliswaar wat zwaarder) aerogel gebruikt om ruimtestof uit de staart van de komeet Wild 2 te vangen!

Over toepassingen van grafeen is bijlange na het laatste woord nog niet gezegd.

zaterdag 23 maart 2013

Toeval speelt mee: het LCD van Gray is 40 jaar oud.

Nog niet zolang geleden werden onze huiskamers gevuld met dikke, logge TV-toestellen.
En onze PC-monitoren waren ook geen slanke dingen.
Maar dat is grotendeels verleden tijd:

image

Die hele omwenteling naar die veel slankere modellen heeft alles te maken met de technologische evolutie die precies 40 jaar geleden (1973) begon, toen de Engelse chemicus prof. Georges Gray de vloeibaar kristallijne stof 5CB synthetiseerde:

image
Deze stof en analoge CB’s, maakten het mogelijk om schermen op basis van vloeibare kristallen ( = liquid crystal displays = LCDs) te ontwikkelen.

Aan die ontwikkeling van de cyano-bisfenylen tot bruikbare stoffen om er LCD-schermen van te maken, zit een mooi verhaal vast.
Een mooi voorbeeld van hoe een toevallige gelukkige samenloop van omstandigheden. een belangrijke rol kan spelen.

Voor het werk van Gray rond vloeibare kristallen bestond niet veel belangstelling.
Maar In de jaren 70 wilde het Britse ministerie van defensie een alternatief laten ontwikkelen voor de toenmalige beeldbuizen omdat er zeer veel rechten moesten voor betaald worden aan de Amerikaanse fabrikanten.
Er werd een werkgroep opgestart en daarbij kwam het werken met vloeibare kristallen als basis voor beeldschermen ter sprake.
Op een vergadering van die werkgroep liet George Gray zich opmerken door zijn kennis terzake. Hij kreeg een contract.
De vondst van de cyano-bisfenylen en de ontwikkeling van bruikbare LCD-schermen waren het gevolg. En met 100 miljoen pond opbrengst aan rechten als lucratief effect, maar… voor de Britse schatkist dit keer!

Hieronder kan je de Britse fysicus, Cyril Hilsum, toen voorzitter van die werkgroep, dat verhaal horen doen:


Zo hebben de financiële noden van het Britse leger er wellicht voor gezorgd dat onze dikke TV-toestellen sneller dan verwacht het huis uit zijn.

dinsdag 19 maart 2013

Geen aangevroren én aangedampte ruiten meer

Het laatste winteroffensief ligt nog vers in ons geheugen. Met naast de moeilijk berijdbare wegen ook de ellende van aangevroren autoruiten en het verplicht krabben vóór je kan vertrekken als je auto een tijdje in dat flutweer heeft gestaan.


Maar veronderstel eens dat dit winters ongemak weldra voor ons allen tot het verleden zou behoren.
En niet alleen dat. Ook gedaan met aangedampte ruiten, aangedampte brillenglazen en aangedampte cameralenzen.
Dat is wat een groep scheikundigen van het gerenommeerde Massaschusetts Institute of Technology (MIT) ons beloven als al die glazen oppervlakken bedekt worden met de nieuwe coating die ze ontwikkeld hebben.
Robert E. Cohen en collega’s hebben met de samenstelling van hun coating een verbetering aangebracht aan de al bestaande anti-damp lagen.
Die anti-damp lagen waren echter niet bestand tegen aanvriezen.

De nieuwe coating absorbeert watermoleculen afkomstig uit vochtige lucht. Die geabsorbeerde watermoleculen kunnen bij lage temperaturen in de coating niet associëren tot ijskristalken. Ze kunnen dus niet bevriezen. Maar tezelfdertijd heeft de coating een waterafstotend effect voor grote waterdruppels.

Laat het nu maar weer winter worden, maar wacht nog maar een beetje…

zaterdag 16 maart 2013

Habemus papam chemicus

Onze nieuwe paus Franciscus I, blijkt een echte chemicus te zijn met een universitair mastersdiploma.
Hij is dus niet alleen een unicum door zijn Zuid-Amerikaanse afkomst en zijn bijzondere symbolische naamkeuze, maar ook door een deel van zijn voorafgaande vorming.
En aangezien hij ook het vorige conclaaf in 2005 al intern heeft meegemaakt, zal hij er als scheikundige misschien zelf wel toe bijgedragen hebben om de rooksignalen die uit schouwtje boven de Sixtijnse kapel kwamen duidelijk zwart of wit te maken.
Want in 2005 was daar nogal twijfel over.
Dit keer niet:
image
MC

Wat “walmende dampen” betreft heb ik zelf ook een zeker verleden.
Zo ben ik ooit door Romershovense en Hasseltse toneelverenigingen gevraagd om voor wolken en rookpluimen op de scène te zorgen.
Ik kan me dus iets voorstellen bij de chemische samenstelling van het mengsel dat men in Rome aan de stembriefjes heeft toegevoegd om voor een zwart of een wit signaal te zorgen.

Wie ooit roetende kaarsen gezien heeft, zal onmiddellijk begrijpen dat roet rook zwart maakt.
En roet is niets anders dan een massa zeer fijn verdeelde koolstofdeeltjes.
Om zwarte rook te maken moet je dus een brandbare en koolstofrijke verbinding hebben en een zogenaamde oxidator die de nodige zuurstof voor de verbranding levert.
Naar het schijnt hebben ze in het Vaticaan antraceen C14H10 als brandbare koolstofrijke verbinding gebruikt (14 koolstofatomen per molecule) en kaliumperchloraat als oxidator.
Tussen haakjes: antraceen zit in antraciet en koolteer en dat die roetend kunnen branden weten we wel.

Voor witte rook zouden we we naar de rookbommetjes kunnen gaan kijken die soms door de politie bij relletjes en betogingen worden gebruikt.
Dat is fijnverdeeld zinkpoeder, zinkoxide en hexachloorethaan C2Cl6. Als dat mengsel ontstoken wordt ontstaat door de reactie fijnverdeeld vast ZnCl2 dat waterdamp in de lucht aantrekt en een echt mistgordijn vormt.
Maar de chemici van het Vaticaan vonden blijkbaar het hexachloorethaan te giftig en voor hun witte rook gebruikten ze lactose en pijnboomhars als brandstof en weer kaliumperchloraat als oxidator.
Ook hier treedt door waterabsorptie (witte) mistvorming op.

Voilà, zo zie je het nog maar eens: chemie is overal.
Nu ook al in het Vaticaan…

dinsdag 12 maart 2013

Menthol en capsaïcine, koel en heet

‘s Maandags heb ik het hier altijd over illusies.
Meestal gaat het dan over visuele illusies waarbij onze hersenen de signalen die ze van ons netvlies ontvangen op een rare manier interpreteren.
Maar ook chemische verbindingen kunnen onze hersenen “voor het lapje” houden.
Twee voorbeelden vandaag: menthol in muntblaadjes geeft ons een fris, koel gevoel en de capsaïcine in rode chilipepers veroorzaakt een heet gevoel.

image

Maar als je munt of chilipepers eet bij kamertemperatuur verlaagt of verhoogt je lichaamstemperatuur niet. Je krijgt alleen het gevoel van koel of heet.
En dat heeft alles te maken met het feit dat de moleculen van L-menthol en capsacaïne op receptoren binden die ook reageren op echte temperatuursveranderingen.
Voor L-menthol is dat de TRPM8-sensor. Die receptor zendt signalen naar de hersenen van zodra de temperatuur beneden de 20°C daalt.
Voor capsaïcine is dat de TRPV1-sensor. Die receptor zendt signalen naar de hersenen van zodra de temperatuur boven de 43°C stijgt.
Door het binden op die specifieke temperatuurreceptoren veroorzaken die moleculen dezelfde signalen en dus een fictief koude- of warmtegevoel.
Een temperatuursillusie dus veroorzaakt door de bouw van moleculen.

Maar wat voor een gevoel zou goed gekoelde chilipeper geven?
Of een slaatje van munt en chilipepertjes?
Proberen?

woensdag 6 maart 2013

Een nieuwe hightech “aansteker”?

Ik heb lange tijd tot het straffe rokersgilde behoord.
In mijn jonge jaren gold immers de leuze:“je bent geen man als je niet roken kan”.
En tijdens mijn legerdienst in Duitsland was één van de eerste dingen die ik kocht een met butaangas navulbare Ronson gasaansteker.
Want dat was Duitse kwaliteit en bovendien in de kazernewinkel tegen een spotprijs te krijgen vergeleken met wat je er in België voor betaalde.
Het bleef bijgevolg niet bij die ene aankoop voor mijzelf.
Ik heb er de halve mannelijke familie mee bevoorraad. De vrouwelijke helft niet, want deftige vrouwtjes rookten niet in die jaren.
Het kan verkeren zei Bredero…

image
Mijn oude Ronson…

Ik moest daaraan terugdenken toen ik onlangs in Popular Science las over een nieuw soort batterijlader op basis van… butaangas!
image
De nieuwe Nectar…

Dit hightech-ding, dat Nectar wordt genoemd, werd ontwikkeld door Lilliputian Systems, Inc. en speelt in op de inderdaad reële behoefte van vooral smartphonegebruikers om frequent een spanningsbron in de buurt te hebben waaraan de energieverslindende slimme telefoon kan bijtanken.
Want het dunne type Li-ion batterijen dat in die toestellen wordt gebruikt, heeft een onvoldoende energie-inhoud om ze langer dan één dag aan het werk te houden.
Het “battery empty”-signaal kan dus altijd en meestal op een ongelegen moment te voorschijn komen.
Geen nood als je de Nectar op zak hebt, want die energiebron laat je toe om via een USB-kabeltje je telefoon, tablet, mp3-speler, e-reader, wandel- of fiets-GPS,… weer helemaal bij te laden.
En voor een standaard smartphone zou dat tot 10 keer per vulling butaangas kunnen gebeuren .

De Nectar is dus geen gewone reserve-batterij.
Het is een brandstofcel van een zeer geavanceerd type: een solid oxide fuel cell (SOFC)
In dit soort brandstofcellen wordt brandstof (in dit geval butaangas) via geleidend keramisch materiaal (het elektrolyt) geoxideerd door zuurstof uit de lucht.
Bij dat oxidatieproces wordt een spanning opgebouwd tussen de anode en de kathode van de cel en het is die spanning die gebruikt wordt om de verbruikers te laden.
Het schema hieronder kan dat misschien wat verduidelijken.
Wie meer over die technologie wil weten vindt bijkomende informatie in een pdf-bestand van Lilliputian Systems.
Blijkbaar hebben ze bij Lilliputians Systems het probleem van de hoge temperatuur die ontstaat bij het oxidatieproces opgelost. Anders zou het wel een warm kunnen worden in onze vest- of broekzak!

image
Zouden we binnenkort met een Nectar op zak lopen om onze leeglopende smartphones via butaangas bij te vullen?
Of is dit een slag in het water?
We zullen zien.

dinsdag 5 maart 2013

Geel bloedloogzout

De menselijke geest is wonderbaar.
Gisterenavond, ik was net thuis uit het ziekenhuis na een kleine ingreep die het ademen door mijn neus gemakkelijker zou moeten maken.
Ik zat wat bij te lezen in de New Scientist van vorige vrijdag, toen plots het rare woord “geel bloedloogzout” door mijn hersenen fladderde.
”Geel bloedloogzout” zei ik ineens tegen Mia die naast mij zat.
”Wat vertel je nu” zei ze, "is de narcose misschien nog niet helemaal uitgewerkt?”.
”Ik weet ook niet hoe dat plots door mijn hoofd spookt” zei ik, “maar dat woord heb ik 50 jaar geleden voor het eerst gehoord in de scheikundelessen van mijnheer Verleyen”

De scheikundelessen van mijnheer Verleyen op het Sint-Gregoriusinstituut te Ledeberg.
Mijnheer Verleyen, onze eerste echte lekenleraar in dat toenmalige priesterbastion. Let wel, onze turnleraar, de heer Caufrier, was ook een leek, maar turnen heb ik eigenlijk nooit als een echt leervak gezien en die reken ik dus niet mee. Sorry mijnheer Caufrier daar boven...
”Geel bloedloogzout kan gebruikt worden om driewaardige ijzerionen aan te tonen, want daarmee vormt het de intens blauwe stof die men Pruisisch Blauw noemt” leerde ons de heer Verleyen.
Dat zou ik nooit onthouden hebben ware het niet dat ik het later ook talloze keren aan mijn eigen chemieleerlingen heb doorverteld.
Maar “geel bloedloogzout” en “Pruisisch Blauw” waren de mysterieuze namen waarmee de heer Verleyen mijn interesse voor de chemie heeft losgeweekt.

Geel bloedloogzout was is dat eigenlijk en hoe men aan zo’n naam?
Het komt uit Duitsland.
Van de alchemist Johann Konrad Dippel von Frankenstein.


Door het laatste deel van Dippel’s naam, én het feit dat hij op kasteel Frankenstein woonde én het feit dat hij de mysterieuze alchemie beoefende, moet het jullie niet verwonderen dat Johann Konrad Dippel volgens sommigen het prototype was van de beruchte Frankenstein-figuur.
En helemaal in die lugubere Frankenstein-sfeer: door bewerking van beenderen en (ossen)bloed (!) bekwam Dippel een stroperige vloeistof die bekend stond als Dippel’s olie.
Door die olie te laten reageren met potas (dat is een mengsel van kaliumzouten) bekwam hij een gele vloeistof die omwille van zijn oorsprong Blutlaugensalz genoemd werd: geel bloedloogzout dus!

Tot zover de geschiedenis. Nu even naar de moderne chemie van dat geel bloedloogzout.
We weten tegenwoordig dat het om een cyanide-verbinding gaat.
En dát kan al even de wenkbrauwen doen fronsen omdat cyanide ons wellicht doet denken aan het zeer giftige kaliumcyanide of cyaankali.
De hoge giftigheid daarvan is te wijten aan het vrijkomen van cyanide-ionen bij het oplossen ervan.
En die cyanide-ionen blokkeren de werking van hemoglobine, met een snelle dood tot gevolg.
Maar in geel bloedloogzout of kaliumhexacyanoferraat(II) zijn de cyanide-ionen zo sterk aan een centraal ijzer-ion gebonden dat ze niet vrijkomen bij oplossen.
Geel bloedloogzout is dus niet giftig.

image

En nu nog dat Pruisisch blauw. Wat is dat?
Dat is het werk van de Berlijnse kleurenmaker Diesbach, een tijdgenoot van Johann Konrad Dippel.
Bij zijn zoektocht naar een bereidingswijze van karmijnrood, gebruikte hij een oplossing van het gele bloedloogzout van Dippel. Toen hij er ijzersulfaat aan toevoegde, kreeg hij niet de gezochte rode, maar een diepblauwe kleurstof: Berlijns Blauw of Pruisisch Blauw.
Dat zie je hier gebeuren:


Het Pruisisch Blauw heeft veel toepassingen gekend: als pigment voor verven, in inkten, bij het maken van de blauwdrukken waarmee architecten vroeger hun plannen afdrukten.


En mijn moederke kende het als blauwsel in een zakje dat ze toevoegde aan het laatste spoelwater van de witte was om zo de geelverkleuring bij het bleken van het wasgoed met een truukje tegen te gaan.
Maar hoe dat truukje precies zat wist mijn moederke niet. Ze kende de chemie van het Pruisisch Blauw en de fysica van de kleurenmenging niet.
Maar ze wist wel dat haar blauwsel werkte...

zondag 17 februari 2013

Hightech bij de kapper

Een paar dagen geleden zat ik bij mijn kapper Jan in de stoel.
Om 7u. 's morgens al. Da's vroeg, maar dat ben ik zo gewoon.
Voordeel van dat ontiegelijk vroege uur: het is dan nog niet druk en er is nog tijd voor een goede babbel.
Dat was dit keer niet anders.
Maar dit keer ging het niet over het weer of over de politiek of over de voetbal.
Dit keer hadden we het over zijn spiksplinternieuw haardroogmateriaal.

Het was mij al onmiddellijk opgevallen dat het ding waarmee hij warme lucht door mijn grijze haren blies voorzien was van een helder blauw LED-lichtje.
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en Jan vertelde mij dat het om een nieuw type “ionische haardroger” ging die het haar sneller droogt en die de statische lading van het haar wegneemt.
Hij toonde mij onmiddellijk ook zijn set keramische föhnborstels die ook een belangrijke rol spelen bij het in vorm leggen van vrouwen- en mannenlokken.

image

Ik zat versteld: al die hightech had ik bij de kapper niet verwacht
Neem nu die ionische haardroger, wat doet dat ding eigenlijk?
Een kleine zoektocht op het internet gaf snel meer duidelijkheid.
En het deed me zelfs mijmeren over mijn tijd als fysicaleraar.

Haar kan nogal gemakkelijk statisch geladen worden, zeker in droge warme lucht.
Ik herinner mij hoe ik indertijd met een gewreven plastic buis het haar van mijn leerlingen kon doen rechtop staan.
Vooral bij meisjes met van dat dun engelenhaar lukte dat goed.
Ook het kammen en brushen van je haar kan tot die statische lading aanleiding geven. Misschien heb je dat zelf al ervaren als je op een droge koude winterdag een kam of een borstel door je haar haalt.
Het is gemakkelijk te testen dat het statisch geladen haar een positieve lading heeft

image

En nu komt de ionische haardroger op de proppen.
Wanneer een hete luchtstroom door het haar gaat en het wordt daarenboven geborsteld (“gebrusht”) dan zal het gemakkelijk positief geladen worden.
Gevolg: door de onderlinge afstoting van de haartjes zijn die moeilijker in de juiste plooi te leggen.
De oplossing: een stroom van negatieve ionen op het haar loslaten om het te ontladen.
En dat is wat er gebeurt als kapper Jan op het knopje duwt en het blauwe LEDje brandt: er worden binnen in de föhn negatieve ionen geproduceerd door een elektrische ontlading.

En de keramische borstel dan?
Wel het keramisch materiaal is een goede warmtegeleider. Daardoor wordt de hete lucht van de föhn over een grote oppervlakte verspreid. Bijgevolg wordt het haar plaatselijk niet oververhit en droogt het sneller over een groter gebied.

Hightech, fysica en chemie bij de kapper.
Waar is de tijd van de oude tondeuse van mijn kinderjaren?
Ik voel ze nu nog in mijn nek bijten...


image

donderdag 14 februari 2013

Valentijnchemie

Wie door commercie opgeklopte Valentijnromantiek wenst, verwijs ik naar de winkelstraten, de gazetten, de radio en de tv.
Ik wil hier op deze heuglijke dag wel iets kwijt over de molecuultjes die vandaag, 14 februari, misschien meer dan op andere dagen, uw en mijn zintuigen strelen.
image
Neem nu rozen bijvoorbeeld, de Valentijnsbloemen bij uitstek.
Van zodra we een ruiker van die prachtbloemen in handen krijgen, hebben we de neiging om onze neus in de blaadjes te duwen (let op voor de doornen!) en te snuiven.
Meteen worden onze reukorganen gebombardeerd door een 300-tal vluchtige geurmoleculen, waarvan ik hierboven de belangrijkste vijf heb weergegeven.
Want die vijf, die uiteindelijk maar (5/300).100% = 1,7% van het totaal aantal uitmaken, zijn verantwoordelijk voor 90% van de geur die we ervaren.
Het zijn dan ook deze stoffen, en vooral het goedkoop te fabriceren 2-phenylethanol, die we terugvinden in minderwaardige rozenparfums en in huishoudproducten die men een rozengeurtje wil meegeven (WC-verfrissers bijvoorbeeld...).

De geur die we bij rozen opsnuiven is eigenlijk voortdurend aan het veranderen, want al die moleculen die op ons afstormen zijn niet allemaal even vluchtig.
Uiteraard zijn het de vluchtigste die het eerst in onze neusgaten binnendringen. Nadien komen “de tragere” moleculen aangevlogen en door het voortdurend mengen van al die geurstoffen ervaren we steeds een andere geursensatie.
Je zal onmiddellijk begrijpen dat de geur die we opsnuiven ook zal afhangen van de temperatuur, want de temperatuur beïnvloedt de bewegingssnelheid van de moleculen: hoe warmer hoe sneller ze bewegen en dus hoe rapper ze bij onze geurreceptoren terecht komen.
En de kleur van de rozen bepaalt natuurlijk ook hoe ze ruiken, want gele rozen bijvoorbeeld produceren meer nerol dan rode rozen.

image
Maar vers geoogste donkerrode rozen met dikke zachte blaadjes ruiken het heerlijkst (vind ik).
Ik hoop dat je ze vandaag mag geven of mag krijgen.
En vergeet dan maar de rozenchemie.
Vergeet de rhodinol, de geraniol, de nerol en de eugenol en geniet, met wie u lief is, van een intens Valentijnmoment!

zondag 3 februari 2013

Wat trilt daar in ons neusgat?

De chemie heeft bij mij letterlijk haar sporen nagelaten.
Door de jarenlange confrontatie met allerlei chemische stoffen heeft mijn neus zijn fijngevoeligheid verloren. Ik kan moeilijker en moeilijker geuren detecteren.
Mijn geurreceptoren functioneren niet meer zoals het hoort.

image
Het zijn inderdaad de geurreceptoren in onze neus die signalen naar de hersenen sturen en ons een (al dan niet aangename) geurgewaarwording opleveren.
Maar hoe kunnen die receptoren verschillende geurstoffen van elkaar onderscheiden?

Tot voor enige tijd dacht men dat geurreceptoren, zoals zoveel andere soorten receptoren, werken volgens het sleutel-slot principe. Dit wil zeggen dat de vorm van de molecule van de geurstof (de sleutel) past bij een bepaalde receptor van een aansluitende vorm (het slot):
image
Reeds in 2004 hadden Griekse onderzoekers aangetoond dat vormcombinatie niet de enige wijze kon zijn waarop receptoren geurstoffen identificeren. Ze vonden dat de trillingsfrequentie van de geurmoleculen ook een fundamentele rol speelt.
Bij fruitvliegjes in elk geval…
Bij mensen was dit toen niet goed aantoonbaar met de geurstoffen waarmee ze de experimenten uitvoerden.
Maar vorige week publiceerden ze in PloS One een nieuw artikel waarbij ze de invloed van de trillingsfrequentie ook bij mensen konden bevestigen.
Voor hun onderzoek kozen ze dit keer cyclopentadecanon, een stof met een opvallende muskusgeur
En het spitsvondige in hun opzet bestond erin om van die stof een variant maken, waarbij ze in de molecule de 28 waterstofatomen vervingen door hun zwaarder broertje deuterium.
image
Deuterium is scheikundig gezien identiek aan waterstof, maar het is zwaarder omdat in de kern van deuterium een proton en een neutron aanwezig zijn, terwijl die van waterstof alleen maar een proton bevat.
Qua vorm zijn cyclopentadecanon en zijn gedeutereerde vorm dus volkomen identiek.
Als geurreceptoren alleen op basis van vorm geurstoffen zouden herkennen, zou hier geen verschil waar te nemen zijn.
Maar als de trillingsfrequentie ook een rol speelt, dan moeten beide stoffen wel een andere geurgewaarwording veroorzaken.
Want door de zwaardere D-atomen in te brengen verandert de trillingsfrequentie van de molecule.
Wie zich nog iets van zijn fysica uit het middelbaar onderwijs herinnert weet de trillingsfrequentie van een oscillator omgekeerd evenredig is met de massa:
image
Volgende animaties illustreren dit ook duidelijk: de lichtgroene massa is groter dan de donkergroene en hoe groter de massa van één van de trillende delen, hoe lager de trillingsfrequentie:
HFHCl
En inderdaad toen de Griekse onderzoekers hun proefpersonen gewoon cyclopentadecanon én de gedeutereerde vorm te ruiken gaven, namen die een duidelijk verschillende geur waar.
De trillingsfrequentie speelt dus zeker een rol.
Denk er dus maar aan als je binnenkort (Valentijn!) je geliefde een ruiker heerlijk geurende rode rozen offreert: je doet daar wel iets trillen in haar neusgat…

donderdag 31 januari 2013

Lang leve het roest

Het vangen van zonne-energie met fotovoltaïsche cellen is, als we productieproces van de zonnecellen even buiten beschouwing laten, een ecologisch zuivere vorm van energie-omzetting: geen afvalstoffen, geen CO2 uitstoot.
Maar ze werken enkel als er voldoende zonlicht is. ‘s Nachts slapen ze. Ze zijn ook nog altijd duur.
En daarenboven is het rendement van de energie-omzetting niet denderend: gewone zonnecellen kunnen nauwelijks 15 à 20% van de zonne-energie in elektrische energie omzetten..
En dat terwijl de zon dagelijks meer energie op onze aarde straalt dan we jaarlijks nodig hebben.

MP900443414[1]

Uiteraard probeert men koortsachtig om efficiëntere zonne-energie-omzetters te vinden.
En zo is men onlangs terug terecht gekomen bij een ontdekking uit 1975.
Toen vonden de scheikundigen Kenneth Hardee en Allen Bard dat gewoon roest, ijzeroxide, Fe2O3, een zwakke elektrische stroom produceert als je het met daglicht bestraalt. Ze publiceerden hun vondst in 1976 in het Journal of The Electrochemical Society.
Maar net in die tijd stonden de halfgeleiders op basis van silicium volop in de belangstelling.
De "roestvondst" van Hardee en Bard verdween daardoor in het vergeethoekje.
Tot een paar geleden.

In de New Scientist las ik vorige vrijdag dat het roestonderzoek sinds kort weer volop op gang is gekomen.
Men is er al in geslaagd om met zonlicht en zeer dunne laagjes roest (orde nanometers = miljardsten van een meter), water om te zetten in waterstofgas en zuurstofgas.
En het gevormde waterstofgas wordt dan de nieuwe brandstof die bij verbranding weer water oplevert, maar ook energie.
Niet dat op dit moment het rendement zo denderend is (10%), maar roest is een supergoedkoop afvalproduct. En dat zorgt ervoor dat roest, zelfs met dat laag rendement, de tegenwoordige dure fotovoltaïsche cellen in economische efficiëntie grandioos klopt.

Er zal nog wel heel wat onderzoek- en ontwikkelingswerk nodig zijn vóór dit in een goed bruikbare vorm is gegoten. Maar het ziet er veelbelovend uit.
Wie weet: misschien beleven in de nabije toekomst wel een nieuw ijzertijdperk

zaterdag 26 januari 2013

1 dag te laat: gelukkige verjaardag Robert Boyle!

Ik hoop dat jullie niet denken dat Robert Boyle een oude schoolmakker van mij is, die vandaag jarig is en die ik via dit berichtje wil feliciteren.
Neen Robert Boyle, is allang niet meer.
Robert Boyle zou gisteren 386 jaar oud geworden zijn…
En ik kan hem hier pas vandaag gedenken omdat hij gisteren moest wijken voor mijn onverplaatsbaar vrijdagpuzzeltje.
Nu ja, na 386 jaar zal het wel niet op één dagje aankomen neem ik aan?


Maar Robert Boyle is in zekere zin wel een oude schoolmakker van mij.
Want toen ik bijna 50 jaar geleden chemie ging studeren aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent, zag ik hem dagelijks symbolisch in koeien van letters prijken boven het grote zwarte schrijfbord in het scheikunde-auditorium van wijlen prof. Zoël Eeckhout: de wet van Robert Boyle: bij een bepaalde temperatuur is, voor een bepaalde hoeveelheid gas, de druk van dat gas omgekeerd evenredig met volume dat het inneemt:

image

En die omgekeerd evenredigheid van druk en volume (dus hoe groter de druk, hoe kleiner het volume) is, beter dan in bovenstaande formule, te zien in volgende animatie, waarin bovenaan met “frozen” is aangegeven dat die wet van Boyle slechts geldt als men de hoeveelheid stof (“Mass”) en de temperatuur (“Temp”) constant houdt.

Boyles_Law_animated

Maar Robert Boyle is niet alleen belangrijk om die fameuze wet die hij in 1658 op 31-jarige leeftijd uit experimenten afleidde.
In 1660 was hij medestichter van één van de belangrijkste wetenschappelijke organisaties die tot op heden de meest eminente wetenschappers tot zijn leden telt: de Royal Society.
Maar nog veel meer dan dat is hij eigenlijk de grondlegger van mijn vak, de scheikunde, als aparte echte wetenschap.
En dat heeft hij vooral gedaan door de publicatie in 1661 van zijn boek “The sceptical chymist” waarin hij ten aanval ging tegen de occulte alchemie en een pleidooi hield voor een chemie gesteund op het experiment.

image
Gelukkige (386ste + 1dag)-verjaardag dus Robert Boyle, wetenschappelijke voedstervader aller chemisten!

donderdag 17 januari 2013

Een ramp voor de waspoederfabrikanten?

Mia en ik gaan regelmatig eens winkelen naar de Makro in Luik. Wat dan steevast op ons boodschappenlijstje staat zijn wasmiddelen van allerlei aard: poeders, oplossingen, gels, tabletten van Dash, Silan, Ariel,…
En die dingen nemen dan steeds een flinke hap uit ons budget, want goedkoop zijn ze niet.
Maar ja: kan je ze missen?
Wel, binnenkort hebben we er toch misschien minder van nodig!

Scheikundigen van de University of Michigan, onder leiding van prof. Tuteja, hebben een super-vloeistof-afstotend materiaal ontwikkeld. Een “superomniofobisch” materiaal zoals ze het geleerd noemen.
En dat “omnio” is nu precies het speciale aan die vinding: het wijst erop dat het materiaal alle soorten vloeistoffen afstoot: zowel de gewone zoals water, koffie, alcohol, azijnzuur,zwavelzuur…als de niet-Newtoniaanse vloeistoffen (daar zijn ze weer!) zoals ketchup, sojasaus, verven, bloed, printer inkten,…
De efficiëntie waarmee het materiaal allerlei vloeistoffen afstoot is duidelijk te zien in onderstaand filmpje, waarin van links vloeistofstralen van verschillende aard op het materiaal gespoten worden. De stralen worden gewoon teruggekaatst zonder het materiaal te bevochtigen!



En in dit filmpje krijg je van prof. Tuteja nog wat extra-uitleg:



Er zijn natuurlijk allerlei toepassingen denkbaar: beschermende kledij in de chemische industrie, verven die de waterweerstand van schepen drastisch verminderen enz.
Maar ook “superomniofobische hemden en T-shirts” voor jullie en voor ondergetekende zodat we onze uitgaven aan waspoeders aanzienlijk kunnen doen slinken…

woensdag 16 januari 2013

Brengt Tech21 redding bij de val?

Maarten (van ons Leen) is er een beetje het hart van in.
Een paar dagen geleden heeft zijn smartphone het begeven. Een val op een harde ondergrond en het aanraakscherm is gebarsten. En dan werkt zo’n ding niet meer.
Smartphone fabrikanten (Apple, Samsung,…) zijn daar misschien niet rauwig om, want wie zo’n speeltje éénmaal gewoon geworden is kan nog moeilijk zonder.
Maar anderzijds wordt toch druk gezocht naar een efficiënt omhulsel dat zo’n duur ding afdoend beschermt tegen moeilijk te vermijden valpartijen, maar terzelfdertijd het vlot gebruik niet hindert.
Misschien brengt Tech21-Impactology de redding.

Tech21-Impactology gebruikt daarvoor de niet-Newtoniaanse vloeistof D3O.
Wat een niet-Newtoniaanse vloeistof is kan je nalezen in mijn blogberichtje van lang geleden.
Het komt er op neer dat de stroperigheid van die vloeistoffen verandert als men er krachten op uitoefent.
D3O heeft die eigenschappen ook.
Het is een rubberige, nog enigszins vloeibare massa, die uit lange ketenmoleculen bestaat die nog over elkaar heen rollen.
Maar als je er krachten op uitoefent verstrengelen de moleculen tot een netwerk dat een vaste massa vormt die de krachtstoot absorbeert.
Dit bijzondere gedrag wordt in het filmpje hieronder duidelijk.
Maar het filmpje laat ook zien hoe Tech21-Impactology erin geslaagd is om van D3O geschikte beschermende omhulsels te maken voor smartphones en tablets.


Voor Maarten en alle andere smartphone-breukelingen komt dit natuurlijk te laat.
Het kalf is al verdronken.
Maar met Tech21 ziet de toekomst er stralend uit.
En die beschermdoosjes zijn zelfs al in België te verkrijgen!

dinsdag 15 januari 2013

Beter brood op de plank?

image

Over smaken kan niet getwist worden, maar voor mijn part smaakt en ruikt een vers gebakken korstige baget veel beter dan een vers gebakken volkorenbrood.
Maar anderzijds weten we allemaal dat volkorenbrood gezonder is dan het witte brood van de “pain français”
En dat gezonder heeft te maken met het feit dat in volkorenbrood, zoals de naam het eigenlijk al zegt, meel gebruikt wordt dat bekomen wordt door de hele graankorrel te malen.
Door het behoud van de gehele korrel bevat het volkorenmeel componenten die het risico op bepaalde ziektes (kankers, hartziekten, suikerziekte,…) kunnen verminderen.

image

Wit brood, wordt gebakken met geraffineerd meel.
Dat is meel van graankorrels waarvan alleen de witte meelkern is overgehouden.
De beschermende componenten die in de zemelen, de baard en de kiem zitten, zijn niet meer aanwezig. Wit brood is daardoor minder gezond.
Het zou dus mooi zijn als men er zou kunnen voor zorgen dat het gezonde volkorenbrood even zinnenstrelend wordt als wit brood.
Wel, misschien is het “binnenkort” zover.

Want een groep scheikundigen van de University of Minnesota, onder leiding van prof. Devin G. Peterson, is er in geslaagd te achterhalen welke stof volkorenbrood minder appetijtelijk maakt dan wit brood.
Het lag voor de hand te zoeken naar een stof die voorkomt in de graandelen die niet meer in geraffineerd meel aanwezig zijn.
En inderdaad: in het korrelvlies, in de zemelen, vond men de boosdoener: ferulinezuur.
image
Het onderzoek wees uit dat ferulinezuur de vorming belet van stoffen die bij het bakken van brood voor de smaak en het aroma zorgen.
Voor de proef op de som voegde het Peterson-team ferulinezuur toe aan deeg voor wit brood.
En ja hoor, toen smaakte dat vers gebakken wit brood maar even smakelijk meer als suffig volkorenbrood…

Maar onze bakkers zullen wel nog even moeten wachten om hun vers volkorenbrood even lekker te doen ruiken als een ovenvers frans broodje.
Want nu moeten de chemisten er nog in slagen om het vermaledijde zuur op een veilige en gezonde manier uit de tarwezemelen te extraheren.
En dat kan misschien nog wel even duren.
Eet in afwachting maar gewoon verder je dagelijkse portie “grijs brood”.
En zo nu en dan eens een knapperige baget.
Smakelijk!

woensdag 22 augustus 2012

Over duur ultramarijn

Kleurstoffen dat is pure chemie.
Het heeft me steeds geboeid om te zien hoe de bouw van moleculen er voor zorgt dat een deel van het zichtbaar licht wordt geabsorbeerd, terwijl de rest van het zichtbaar spectrum wordt gereflecteerd of doorgelaten en bijgevolg de kleur veroorzaakt die we zien.

Van in de oudheid testte de mens allerlei pigmenten uit om textiel en steen te kleuren of om muurschilderingen en later schilderijen op hout en doek te maken.
Denk maar aan de primitieve maar wondermooie taferelen op de wanden van de grotten van Lascaux.
Die kunstenaars van meer dan 10.000 jaar geleden gebruikten de middelen die ze in de omgeving vonden: geel, rood en bruin gekleurde ijzerhoudende gesteenten, krijt en houtskool.
Het kleurenpallet was beperkt tot wat de natuur hen bood: rood, geel, zwart en wit.

image

In de loop van de geschiedenis is dat kleurenpalet steeds verder uitgebreid.
En we kunnen ons afvragen waar de kunstenaars hun kleuren vandaan haalden?

Wie daarover vrijwel alles wil te weten komen moet “Bright Earth – The invention of colour” lezen.

De Engelse scheikundige Philip Ball schets in dit boek op een meesterlijke en zeer gedocumenteerde wijze de geschiedenis van de kleurstoffen.
Ball schetst chronologisch hoe de kunstenaars steeds meer en betere pigmenten ter beschikking kregen.
En hoe hun kunst beïnvloed werd niet alleen door wat beschikbaar was, maar ook door de kostprijs van het kleurmateriaal.

Een mooi voorbeeld daarvan is het verhaal van ultramarijn.
Deze prachtige blauwe kleurstof deed zijn intrede in de late middeleeuwen.
Het kwam van “over zee”, van “ultra mare”, van Afghanistan.
Daar vond men een blauw gesteente, het lapis lazuli, de basis van het ultramarijn.

image

De verre afkomst van dit gesteente zorgde ervoor dat ultramarijn in het middeleeuwse Westen een dure kleurstof was.
Maar die verre afkomst was bijlange niet de enige reden voor de hoge kostprijs.
Veel belangrijker was dat het zeer veel werk en kunde vroeg om het pigment uit het gesteente te halen.
Bij het gewoon fijnmalen van lapis lazuli, bleek immers dat de intens blauwe kleur een onaantrekkelijke grijze tint kreeg ten gevolge van de aanwezige onzuiverheden.
De alchemisten dokterden daarom een methode uit om de blauwe kleurstof uit het gesteente te isoleren. Daarvoor moest het fijngemalen materiaal intens gekneed worden met gesmolten was en harsen en gewassen worden met een zeepoplossing.

Het volledige recept om ultramarijn uit lapis lazuli te isoleren, kan je ook buiten het boek van Ball terugvinden op Google Books.
Op blz 37 van “The Craftman’s Handbook”, een vertaling van “Il libro del Arte”, een handboek voor kunstschilders dat in 1437 uitgegeven werd door de Italiaanse schilder Cennino Cennini, vind je beschreven hoe je moet tewerk gaan.

Door het bewerkelijke van de isolatie en de verre vindplaats van het blauwe gesteente, was ultramarijn een uiterste precieus pigment, meer waard dan zijn eigen gewicht in goud.
Volgens Ball lag het in de devote middeleeuwen dan ook voor de hand om dit kostbaar blauw tot grotere glorie van God te gebruiken bij het afbeelden religieuze taferelen.
Vermogende mecenassen wilden bijvoorbeeld uitdrukkelijk dat Maria in dit superduur blauw werd geschilderd, omrand door vermiljoen en bladgoud.
Ball ontkracht hiermee de stelling dat het blauw op die schilderijen een symbolische betekenis had en stond voor zuiverheid, nederigheid en deugd! Het was het prijskaartje waarmee de rijke sponsors hun hemel probeerden te verdienen dat dit schitterend donkerblauw op de schilderijen deed verschijnen!
Een mooi voorbeeld van hoe de kostprijs van een pigment de kunst mee bepaalt.

image

zaterdag 18 augustus 2012

Vrouwen wees waakzaam!.

Ik heb meer dan 40 jaar geleden een klein jaar lang als medisch afgevaardigde gewerkt voor Schering AG.
Schering AG is een Duitse chemiereus die vooral bekendheid verworven heeft voor zijn hormoonpreparaten.

image

De laaggedoseerde contraceptieve pillen Neogynon en Microgynon waren toen Schering’s paradepaardjes.
Die lage dosering moest zorgen voor een beperking van de bijwerkingen die toch aan het dagelijks innemen van zo’n minieme hormonencoctail kunnen blijven vastzitten.
Onze enige echte concurrent was toen de Amerikaanse farmaceuticagigant Wyeth, die een even laaggedoseerde pil probeerde in de pen van de dokters te krijgen.
Op 40 jaar kan veel gebeuren. Schering is intussen een deel van Bayer en Wyeth zit nu bij Pfizer.

Maar de aanleiding voor dit blogberichtje was niet mijn gemijmer over een kort verblijf in de medische wereld.
De echte aanleiding was een bericht in Cell deze week over de “ontdekking” van  de contraceptieve pil voor de man.
Want zelfs zonder dat ik het hierboven al had aangehaald, zal iedereen wel verondersteld hebben dat ik het over de pil had die door de vrouw wordt ingenomen.
In de jaren 60-70, toen de orale contraceptiva op de markt verschenen, was de mentaliteit nog zó dat men er van uit ging dat geboorteregeling hoofdzakelijk vrouwenzaak was. De heren van de schepping vonden het niet erg belangrijk om ter zake veel verantwoordelijkheid op te nemen. Het onderzoek naar een contraceptieve pil voor de man stond toen bijgevolg op een laag pitje.

Ook bij Schering werd toen aan een mannenpil gewerkt, maar van resultaten heb ik nooit gehoord.
Volgens de dokter die ons team begeleide, zat het grote probleem in de onomkeerbaarheid van de gebruikte middelen: éénmaal de aanmaak van sperma onderbroken, was het amen en uit.
Daar schijnt nu verandering in gekomen te zijn.
Een team van het Amerikaanse Bradner Lab onder leiding van chemicus Jun Qi, heeft blijkbaar een molecule gesynthetiseerd die als pil voor de man zou kunnen dienen.
In feite werd het middel in eerste instantie gebruikt bij de behandeling van long- en bloedkankers en pas in een latere fase werd het uitgetest voor zijn invloed op de spermaproductie.
Het middel, dat de naam JQ1 mee kreeg (de eerste letters van de naam van de ontdekker!), zorgt blijkbaar voor een omkeerbare zeer sterke vermindering en zelfs onderbreking van de aanmaak van sperma, zonder dat de testosteronproductie daar onder leidt. Viagra zou dus niet direct nodig zijn als dat pilletje genomen wordt…

Als oude kleine rat in het vak heb ik toch een paar bedenkingen.
JQ1 is tot nu toe alleen maar uitgetest op muizen. We moeten dus niet te vroeg victorie kraaien.
En zullen we wel ooit victorie moeten kraaien?
Hoe weet madam ooit dat mijnheer zijn pil gepakt heeft? Vooral als hij door die pil geen Viagra nodig heeft om zijn hormonendepressie op te krikken...?
Jaja, de pil voor de man: vrouwen aller landen, wees waakzaam!

woensdag 8 augustus 2012

De chemie van het perfecte zandkasteel

image

Volgens onze succesrijke Limburgse weerman Ruben Weytjens is er een zonnig weekend op komst. En als het in Limburg goed weer is, zal het aan onze kust ook wel niet slecht zijn denk ik.
Misschien een ideetje om eens een dagje naar zee te trekken.
Met je kleinkind(eren) bijvoorbeeld.
En dan een prachtig zandkasteel te bouwen op ons brede Noordzeestrand.
Maar dan wel een sterk kasteel. Eentje dat niet snel als een kaartenhuisje in mekaar zakt.
Hoe doe je dat?

Het is kwestie van het zand op de perfecte manier nat te maken. Niet teveel, niet te weinig.
Het zand dat de stevigste resultaten oplevert bevat welgeteld 1% water!
Ik heb dat niet zelf experimenteel onderzocht.
Dit werd voor jullie en voor mij gedaan door een groep scheikundigen van het Van der Waals - Zeeman Institute (WZI) onder leiding van prof. dr. Daniel Bonn.
Met een publicatie in de Scientific Reports van het top wetenschappelijk tijdschrift Nature, waar iedereen het online kan nalezen.

1% water in het zand is volgens de onderzoekers juist voldoende om capillaire bruggetjes tussen de zandkorrels te doen ontstaan waardoor die aan elkaar gaan kleven. Meer water maakt de mix te vloeibaar en dus onstabiel.
De natuurkundigen hebben zelfs kunnen berekenen dat als je een zandcilinder bouwt met de goede zand-water-mix, de kritische hoogte die je kan bereiken recht evenredig is met de straal R van de cilinder tot de tweederde macht:
hmaxR2/3
Een zandkasteeltoren met een straal van 20cm zou dan tot 2,5m hoog kunnen worden vóór hij in mekaar zakt.

Dat wil ik in het weekend wel eens proberen.
Maar hoe zorg ik voor die 1% water in het zand?
100 emmertjes zand met 1 emmertje water misschien? En dan maar mengen met het schopje?
Dat kan leuk worden Jesse!*

emmers,schep,schepje,scheppen,strandemmertjes,strandscheppen,vrije tijd,zomer
*zie mijn profiel...

donderdag 26 juli 2012

Van vrouwenkorsetten tot gladde atleten

De olympische zomerspelen Londen 2012 komen er aan.
Binnen enkele dagen zal je ze weer zien aandraven in hun nauw aansluitende competitiepakken, de lopers, de speerwerpers, de zwemmers, de weg- en baanwielrenners, de zeilers, de roeiers…
Minimale wrijvingsweerstand voor maximale prestaties.
En de stof die in die blitse, gladde pakken centraal staat is Lycra.

image


Lycra is de merknaam voor een elastomeer dat reeds in 1958 door de Amerikaanse chemiemultinational DuPont werd ontwikkeld ter vervanging van latex (natuurrubber).
Alhoewel lycra niet zo stevig is als latex heeft het als bijzonder voordeel dat het, in tegenstelling tot rubber, kan gesponnen of geperst worden tot draden.
Daardoor kan het verweven worden tot stoffen die luchtdoorlatend zijn.
De kledingstukken die men er mee maakt voelen bijgevolg aangenaam aan, terwijl ze toch nauw aansluiten op het lichaam en dus een minimale luchtweerstand veroorzaken.

Nochtans was het gebruik van lycra in sportkledij niet de eerste bedoeling van de chemici C.L. Sandquist en Joseph Shivers toen ze dit polyurethaan (PUR) in 1958 synthetiseerden: ze wilden in eerste instantie vrouwen aan comfortabelere korsetten helpen!
Zou Usain Bolt dat wel weten?

image

Naast de luchtdoorlaatbaarheid is de grote elasticiteit de belangrijkste reden waarom lycra uiteindelijk niet alleen in korsetten verweven werd.
Op de olympische winterspelen van 1968 in Grenoble pakten de Franse skiërs voor het eerste uit met nauw aansluitende skipakken.
En in München 1972 zag men de lycrapakken al bij alle zwemmers.
Van toen af deed het zijn intrede in vrijwel alle sporten waar geringe lucht- of waterweerstand een rol speelt bij het verbeteren van de prestaties.
De sportpakken zijn evenwel nooit puur lycra. Ze zijn steeds gemaakt uit combinatievezels met slechts een bepaald percentage aan lycra afhankelijk van de sporttak. In zwempakken kan het lycrapercentage tot 60% bedragen.

Intussen is lycra ook in allerlei andere kledij verwerkt, van bh’s tot jeans en allerlei andere vrouwen- en mannenkleren die bij voorkeur strak moeten zitten…
En ook in lippenstiften en nagelpolish doet het zijn werk als flexibel polymeer dat tegen een stootje kan.

Of hoe chemie de prestaties op olympische spelen kan beïnvloeden.
En vrouwen (en mannen) langer mooi kan houden.

woensdag 25 juli 2012

Een klein fragiel wonder in je tasje koffie

Waarschijnlijk heb je deze morgen al van een slok heerlijk verkwikkend koffiebonenextract geproefd?
Maar waar je waarschijnlijk niet hebt bij stil gestaan is hoe schitterend de kristallen van de belangrijkste stof in dit mengsel van meer dan 700 verschillende componenten er uit zien, cafeïnekristallen:

image

Cafeïne is een opwekkende stof, die de meesten van ons in staat stelt om het ochtendhumeur te verdrijven en de nieuwe dag met frisse energie te beginnen.
Sommigen onder ons hebben de gewoonte om in de loop van de dag regelmatig nog wat cafeïne bij te tanken. Dit kan zelfs tot een cafeïneverslaving leiden met nare dervingsverschijnselen (hoofdpijn) als gevolg op het moment dat de voorraad om één of andere reden niet tijdig kan worden aangevuld.

Dankzij de schitterende opname van Annie Cavanagh en David McCarthy hierboven, kunnen we zien hoe prachtig de kristallen van C8H10N4Owel zijn.
Cavanagh en McCarthy behoorden daarmee tot de laureaten van de wedstrijd voor het maken van foto’s van microscopische objecten.
Die wedstrijd wordt jaarlijks door het Britse farmaceutisch bedrijf Welcome georganiseerd: de Welcome Image Award 2012.

De kristallen op de elektronenmicrografie hierboven zijn amper 40 micrometer lang ( = 0,04mm) lang.
De kleuren zijn wel niet echt: cafeïne is een kleurloze stof.

image

Maar de beelden gemaakt met scanning electron microscopy – SEM, worden meestal ingekleurd (ze zijn zogenaamd “false coloured”) om de details voor leken beter zichtbaar te maken.

Een wonder van fragiliteit die kristalletjes. Je zou het bijna zonde kunnen vinden om zoveel schoonheid door te slikken…