Posts tonen met het label jeugdjaren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdjaren. Alle posts tonen

woensdag 6 maart 2013

Een nieuwe hightech “aansteker”?

Ik heb lange tijd tot het straffe rokersgilde behoord.
In mijn jonge jaren gold immers de leuze:“je bent geen man als je niet roken kan”.
En tijdens mijn legerdienst in Duitsland was één van de eerste dingen die ik kocht een met butaangas navulbare Ronson gasaansteker.
Want dat was Duitse kwaliteit en bovendien in de kazernewinkel tegen een spotprijs te krijgen vergeleken met wat je er in België voor betaalde.
Het bleef bijgevolg niet bij die ene aankoop voor mijzelf.
Ik heb er de halve mannelijke familie mee bevoorraad. De vrouwelijke helft niet, want deftige vrouwtjes rookten niet in die jaren.
Het kan verkeren zei Bredero…

image
Mijn oude Ronson…

Ik moest daaraan terugdenken toen ik onlangs in Popular Science las over een nieuw soort batterijlader op basis van… butaangas!
image
De nieuwe Nectar…

Dit hightech-ding, dat Nectar wordt genoemd, werd ontwikkeld door Lilliputian Systems, Inc. en speelt in op de inderdaad reële behoefte van vooral smartphonegebruikers om frequent een spanningsbron in de buurt te hebben waaraan de energieverslindende slimme telefoon kan bijtanken.
Want het dunne type Li-ion batterijen dat in die toestellen wordt gebruikt, heeft een onvoldoende energie-inhoud om ze langer dan één dag aan het werk te houden.
Het “battery empty”-signaal kan dus altijd en meestal op een ongelegen moment te voorschijn komen.
Geen nood als je de Nectar op zak hebt, want die energiebron laat je toe om via een USB-kabeltje je telefoon, tablet, mp3-speler, e-reader, wandel- of fiets-GPS,… weer helemaal bij te laden.
En voor een standaard smartphone zou dat tot 10 keer per vulling butaangas kunnen gebeuren .

De Nectar is dus geen gewone reserve-batterij.
Het is een brandstofcel van een zeer geavanceerd type: een solid oxide fuel cell (SOFC)
In dit soort brandstofcellen wordt brandstof (in dit geval butaangas) via geleidend keramisch materiaal (het elektrolyt) geoxideerd door zuurstof uit de lucht.
Bij dat oxidatieproces wordt een spanning opgebouwd tussen de anode en de kathode van de cel en het is die spanning die gebruikt wordt om de verbruikers te laden.
Het schema hieronder kan dat misschien wat verduidelijken.
Wie meer over die technologie wil weten vindt bijkomende informatie in een pdf-bestand van Lilliputian Systems.
Blijkbaar hebben ze bij Lilliputians Systems het probleem van de hoge temperatuur die ontstaat bij het oxidatieproces opgelost. Anders zou het wel een warm kunnen worden in onze vest- of broekzak!

image
Zouden we binnenkort met een Nectar op zak lopen om onze leeglopende smartphones via butaangas bij te vullen?
Of is dit een slag in het water?
We zullen zien.

dinsdag 5 maart 2013

Geel bloedloogzout

De menselijke geest is wonderbaar.
Gisterenavond, ik was net thuis uit het ziekenhuis na een kleine ingreep die het ademen door mijn neus gemakkelijker zou moeten maken.
Ik zat wat bij te lezen in de New Scientist van vorige vrijdag, toen plots het rare woord “geel bloedloogzout” door mijn hersenen fladderde.
”Geel bloedloogzout” zei ik ineens tegen Mia die naast mij zat.
”Wat vertel je nu” zei ze, "is de narcose misschien nog niet helemaal uitgewerkt?”.
”Ik weet ook niet hoe dat plots door mijn hoofd spookt” zei ik, “maar dat woord heb ik 50 jaar geleden voor het eerst gehoord in de scheikundelessen van mijnheer Verleyen”

De scheikundelessen van mijnheer Verleyen op het Sint-Gregoriusinstituut te Ledeberg.
Mijnheer Verleyen, onze eerste echte lekenleraar in dat toenmalige priesterbastion. Let wel, onze turnleraar, de heer Caufrier, was ook een leek, maar turnen heb ik eigenlijk nooit als een echt leervak gezien en die reken ik dus niet mee. Sorry mijnheer Caufrier daar boven...
”Geel bloedloogzout kan gebruikt worden om driewaardige ijzerionen aan te tonen, want daarmee vormt het de intens blauwe stof die men Pruisisch Blauw noemt” leerde ons de heer Verleyen.
Dat zou ik nooit onthouden hebben ware het niet dat ik het later ook talloze keren aan mijn eigen chemieleerlingen heb doorverteld.
Maar “geel bloedloogzout” en “Pruisisch Blauw” waren de mysterieuze namen waarmee de heer Verleyen mijn interesse voor de chemie heeft losgeweekt.

Geel bloedloogzout was is dat eigenlijk en hoe men aan zo’n naam?
Het komt uit Duitsland.
Van de alchemist Johann Konrad Dippel von Frankenstein.


Door het laatste deel van Dippel’s naam, én het feit dat hij op kasteel Frankenstein woonde én het feit dat hij de mysterieuze alchemie beoefende, moet het jullie niet verwonderen dat Johann Konrad Dippel volgens sommigen het prototype was van de beruchte Frankenstein-figuur.
En helemaal in die lugubere Frankenstein-sfeer: door bewerking van beenderen en (ossen)bloed (!) bekwam Dippel een stroperige vloeistof die bekend stond als Dippel’s olie.
Door die olie te laten reageren met potas (dat is een mengsel van kaliumzouten) bekwam hij een gele vloeistof die omwille van zijn oorsprong Blutlaugensalz genoemd werd: geel bloedloogzout dus!

Tot zover de geschiedenis. Nu even naar de moderne chemie van dat geel bloedloogzout.
We weten tegenwoordig dat het om een cyanide-verbinding gaat.
En dát kan al even de wenkbrauwen doen fronsen omdat cyanide ons wellicht doet denken aan het zeer giftige kaliumcyanide of cyaankali.
De hoge giftigheid daarvan is te wijten aan het vrijkomen van cyanide-ionen bij het oplossen ervan.
En die cyanide-ionen blokkeren de werking van hemoglobine, met een snelle dood tot gevolg.
Maar in geel bloedloogzout of kaliumhexacyanoferraat(II) zijn de cyanide-ionen zo sterk aan een centraal ijzer-ion gebonden dat ze niet vrijkomen bij oplossen.
Geel bloedloogzout is dus niet giftig.

image

En nu nog dat Pruisisch blauw. Wat is dat?
Dat is het werk van de Berlijnse kleurenmaker Diesbach, een tijdgenoot van Johann Konrad Dippel.
Bij zijn zoektocht naar een bereidingswijze van karmijnrood, gebruikte hij een oplossing van het gele bloedloogzout van Dippel. Toen hij er ijzersulfaat aan toevoegde, kreeg hij niet de gezochte rode, maar een diepblauwe kleurstof: Berlijns Blauw of Pruisisch Blauw.
Dat zie je hier gebeuren:


Het Pruisisch Blauw heeft veel toepassingen gekend: als pigment voor verven, in inkten, bij het maken van de blauwdrukken waarmee architecten vroeger hun plannen afdrukten.


En mijn moederke kende het als blauwsel in een zakje dat ze toevoegde aan het laatste spoelwater van de witte was om zo de geelverkleuring bij het bleken van het wasgoed met een truukje tegen te gaan.
Maar hoe dat truukje precies zat wist mijn moederke niet. Ze kende de chemie van het Pruisisch Blauw en de fysica van de kleurenmenging niet.
Maar ze wist wel dat haar blauwsel werkte...

zondag 24 februari 2013

Labiel evenwicht?

Ik veronderstel dat je dit ooit ook wel geprobeerd hebt: een borstelsteel balanceren op je vinger:
image
Dit is een geval van labiel evenwicht: je moet er alles aan doen om het zwaartepunt Z verticaal boven het steunpunt S te houden. Lukt dit niet dan veroorzaakt het krachtenkoppel (G,F) een draaiing die de steel naar beneden doet tuimelen.
Maar met een beetje oefening en voortdurend bijsturen lukt dat wel.
En dat geeft een fijn gevoel.
Ik herinner me nog goed hoe ik als kleine jongen dat kunstje aan mijn moederke toonde.
En hoe ze dan telkens zei: “Jaja manneke, maar pas maar op maar dat dienen borstel nergens tegen valt”.
Mijn moederke had niet zoveel vertrouwen in de wetten van de fysica en in mijn kunnen…

Dit gemijmer over mijn Merelbeke, anno de vijftigerjaren, kwam spontaan bij mij naar boven toen ik een paar dagen geleden op internet een demonstratie zag van dit labiel evenwicht (en nog veel straffere toeren!) uitgevoerd door een stel robotvliegtuigjes.
Wie die zogenaamde mini quadrocopters (kleine helikopters met 4 schroeven) aan het werk ziet, zou nooit geloven dat we hier met een labiel evenwicht te maken hebben. Alles ziet er ongelooflijk stabiel uit.
Bedenk evenwel dat het hier om een zeer knap staaltje technologie en programmeerkunde gaat, gerealiseerd door studenten van de Eidgenössische Technische Hochschule (EHT) Zürich.
Wie daar meer wil over weten kan een kijkje nemen op hun website Robohub.


Mijn moederke moest dat maar eens gezien hebben…

zondag 17 februari 2013

Hightech bij de kapper

Een paar dagen geleden zat ik bij mijn kapper Jan in de stoel.
Om 7u. 's morgens al. Da's vroeg, maar dat ben ik zo gewoon.
Voordeel van dat ontiegelijk vroege uur: het is dan nog niet druk en er is nog tijd voor een goede babbel.
Dat was dit keer niet anders.
Maar dit keer ging het niet over het weer of over de politiek of over de voetbal.
Dit keer hadden we het over zijn spiksplinternieuw haardroogmateriaal.

Het was mij al onmiddellijk opgevallen dat het ding waarmee hij warme lucht door mijn grijze haren blies voorzien was van een helder blauw LED-lichtje.
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en Jan vertelde mij dat het om een nieuw type “ionische haardroger” ging die het haar sneller droogt en die de statische lading van het haar wegneemt.
Hij toonde mij onmiddellijk ook zijn set keramische föhnborstels die ook een belangrijke rol spelen bij het in vorm leggen van vrouwen- en mannenlokken.

image

Ik zat versteld: al die hightech had ik bij de kapper niet verwacht
Neem nu die ionische haardroger, wat doet dat ding eigenlijk?
Een kleine zoektocht op het internet gaf snel meer duidelijkheid.
En het deed me zelfs mijmeren over mijn tijd als fysicaleraar.

Haar kan nogal gemakkelijk statisch geladen worden, zeker in droge warme lucht.
Ik herinner mij hoe ik indertijd met een gewreven plastic buis het haar van mijn leerlingen kon doen rechtop staan.
Vooral bij meisjes met van dat dun engelenhaar lukte dat goed.
Ook het kammen en brushen van je haar kan tot die statische lading aanleiding geven. Misschien heb je dat zelf al ervaren als je op een droge koude winterdag een kam of een borstel door je haar haalt.
Het is gemakkelijk te testen dat het statisch geladen haar een positieve lading heeft

image

En nu komt de ionische haardroger op de proppen.
Wanneer een hete luchtstroom door het haar gaat en het wordt daarenboven geborsteld (“gebrusht”) dan zal het gemakkelijk positief geladen worden.
Gevolg: door de onderlinge afstoting van de haartjes zijn die moeilijker in de juiste plooi te leggen.
De oplossing: een stroom van negatieve ionen op het haar loslaten om het te ontladen.
En dat is wat er gebeurt als kapper Jan op het knopje duwt en het blauwe LEDje brandt: er worden binnen in de föhn negatieve ionen geproduceerd door een elektrische ontlading.

En de keramische borstel dan?
Wel het keramisch materiaal is een goede warmtegeleider. Daardoor wordt de hete lucht van de föhn over een grote oppervlakte verspreid. Bijgevolg wordt het haar plaatselijk niet oververhit en droogt het sneller over een groter gebied.

Hightech, fysica en chemie bij de kapper.
Waar is de tijd van de oude tondeuse van mijn kinderjaren?
Ik voel ze nu nog in mijn nek bijten...


image

zaterdag 2 februari 2013

Wandelen door de Grand Canyon

Bijna 36 jaar geleden stonden Mia en ik in Arizona USA bovenaan de rand van één van de meest indrukwekkende steenkloven die de wereld rijk is: de Grand Canyon.
Ons druk reisprogramma liet ons spijtig genoeg niet toe om in de diepte af te dalen of met een klein vliegtuigje over de ruwe uitgeslepen wijde kloof te vliegen. We moesten ons tevreden stellen met een weliswaar majestueus vergezicht:

image

36 jaar later biedt Google Maps met zijn streetview ons alsnog de kans om virtueel toch te doen wat toen niet kon.
Onversaagde Google-medewerkers hebben met een 20kg zware camera op de rug, panoramische beelden over 360° gefilmd van een gebied van de canyon waarvan dit een deel is:

image

Klik op het beeld hieronder en je komt in één van de paradijselijk mooiste gebieden van onze planeet terecht.
Voor Mia en mij een mijmermoment over hoe het toen voor ons tweetjes pril begon.
Voor jullie een niet te missen spectaculaire virtuele wandeltocht door een 2 miljard jaar oude rotsvallei, terwijl het in Vlaanderen en elders misschien wel pijpenstelen giet…

image

zaterdag 18 augustus 2012

Vrouwen wees waakzaam!.

Ik heb meer dan 40 jaar geleden een klein jaar lang als medisch afgevaardigde gewerkt voor Schering AG.
Schering AG is een Duitse chemiereus die vooral bekendheid verworven heeft voor zijn hormoonpreparaten.

image

De laaggedoseerde contraceptieve pillen Neogynon en Microgynon waren toen Schering’s paradepaardjes.
Die lage dosering moest zorgen voor een beperking van de bijwerkingen die toch aan het dagelijks innemen van zo’n minieme hormonencoctail kunnen blijven vastzitten.
Onze enige echte concurrent was toen de Amerikaanse farmaceuticagigant Wyeth, die een even laaggedoseerde pil probeerde in de pen van de dokters te krijgen.
Op 40 jaar kan veel gebeuren. Schering is intussen een deel van Bayer en Wyeth zit nu bij Pfizer.

Maar de aanleiding voor dit blogberichtje was niet mijn gemijmer over een kort verblijf in de medische wereld.
De echte aanleiding was een bericht in Cell deze week over de “ontdekking” van  de contraceptieve pil voor de man.
Want zelfs zonder dat ik het hierboven al had aangehaald, zal iedereen wel verondersteld hebben dat ik het over de pil had die door de vrouw wordt ingenomen.
In de jaren 60-70, toen de orale contraceptiva op de markt verschenen, was de mentaliteit nog zó dat men er van uit ging dat geboorteregeling hoofdzakelijk vrouwenzaak was. De heren van de schepping vonden het niet erg belangrijk om ter zake veel verantwoordelijkheid op te nemen. Het onderzoek naar een contraceptieve pil voor de man stond toen bijgevolg op een laag pitje.

Ook bij Schering werd toen aan een mannenpil gewerkt, maar van resultaten heb ik nooit gehoord.
Volgens de dokter die ons team begeleide, zat het grote probleem in de onomkeerbaarheid van de gebruikte middelen: éénmaal de aanmaak van sperma onderbroken, was het amen en uit.
Daar schijnt nu verandering in gekomen te zijn.
Een team van het Amerikaanse Bradner Lab onder leiding van chemicus Jun Qi, heeft blijkbaar een molecule gesynthetiseerd die als pil voor de man zou kunnen dienen.
In feite werd het middel in eerste instantie gebruikt bij de behandeling van long- en bloedkankers en pas in een latere fase werd het uitgetest voor zijn invloed op de spermaproductie.
Het middel, dat de naam JQ1 mee kreeg (de eerste letters van de naam van de ontdekker!), zorgt blijkbaar voor een omkeerbare zeer sterke vermindering en zelfs onderbreking van de aanmaak van sperma, zonder dat de testosteronproductie daar onder leidt. Viagra zou dus niet direct nodig zijn als dat pilletje genomen wordt…

Als oude kleine rat in het vak heb ik toch een paar bedenkingen.
JQ1 is tot nu toe alleen maar uitgetest op muizen. We moeten dus niet te vroeg victorie kraaien.
En zullen we wel ooit victorie moeten kraaien?
Hoe weet madam ooit dat mijnheer zijn pil gepakt heeft? Vooral als hij door die pil geen Viagra nodig heeft om zijn hormonendepressie op te krikken...?
Jaja, de pil voor de man: vrouwen aller landen, wees waakzaam!

zaterdag 14 juli 2012

1958

1958. Ik was toen 13 jaar. Ik zat in de 5de Moderne.
In Brussel was Expo58 volop aan de gang en ik mocht er met mijn priester-klasleraar voor het eerst naar toe. Hij en ik per autostop (!) vanaf de oprit van de autostrade in Merelbeke.
Hij in zwarte soutane en met brede hoed.
Ik in korte broek, zenuwachtig en vol verwachting over wat er op mij af zou komen.
Een onvergetelijk avontuur.

image

1958: mijn tante Leine had al een TV.
En ‘s zondags mocht ik met ons Wies en onzen Toine (mijn zus en broer) bij tante gaan kijken.
Ook zo zondag 13 juli 1958, nu 54 jaar geleden.
Toen zag ik ze voor het eerst op de Vlaamse Televisie: Gust, Alex, Pol, en John: De Strangers.
En niet “in ‘t Antwaarps”, maar keurig in het ABN!

1958. Toen moest alles nog beginnen.
Voor De Strangers. En ook voor mij.
Waar is de tijd…


Mooi, niet?

woensdag 13 juni 2012

Het tweede werk van barmhartigheid

Ik stam nog uit de tijd van de Mechelse Catechismus.
Mijn dorpsgenoot Roger ook.
Wij hebben indertijd nog de zeven werken van barmhartigheid van buiten moeten leren:

De hongerigen spijzen
De dorstigen laven
De naakten kleden
De vreemdelingen herbergen
De zieken verzorgen
De gevangenen verlossen bezoeken
De doden begraven

Ik durf niet ontkennen dat het mij enig zoekwerk gekost heeft om ze weer alle zeven op een rijtje te krijgen.
Alleen met het tweede had ik geen last.
Roger ook niet.
Hij bezorgde me zelfs een filmpje dat aantoont hoe veel moeite het kan kosten om dat werk in praktijk te brengen. Maar de aanhouder wint…

Cheers!

dinsdag 8 mei 2012

Is de ADHD-cirkel nu rond?

Ik herinner me nog hoe het er indertijd (1951-1957) bij ons op de lagere school aan toe ging.
Je had brave kinderen, heel brave kinderen, stoute kinderen en heel stoute kinderen.
Met die laatste categorie kon de meester niet veel aanvangen.
Zelfs in die tijd konden die jongetjes niet stilzitten in de les. Ze waren er niet met hun gedachten bij en voortdurend waren ze met iets aan het prullen.
Al rap zette de meester ze apart, meestal op de laatste bank of die omgeving.
Het waren ambetante, moeilijke kinderen, met weinig schoolse toekomst.

image

Naargelang de 20ste eeuw vorderde werden die kereltjes (en ook de analoge juffertjes) meer en meer “au sérieux” genomen. Hun “probleem” werd erkend. En langzamerhand, ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd er zowaar een ziektebeeld opgeplakt: die moeilijke, drukke kinderen hadden een medisch probleem. Ze hadden een storing in de hersenen met een moeilijke naam: een Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Ze hadden ADHD!
In klassenraden en op oudercontacten werd het etiket snel geplakt. De moeilijken van vroeger werden de medisch-problematische ADHD-ers.
Er kwam op den duur ook een wondermiddeltje om die onrustigen kalm te krijgen: Relatine-pilletjes.
Het probleem was dus begin van de 21ste eeuw blijkbaar perfect omschreven en onder controle.

Dat dacht je maar!
Want onlangs heeft de Nederlandse psychologe Laura Batstra van de Rijksuniversiteit Groningen. een stok in het ADHD-hoenderhok gegooid.
Volgens haar is hyperactiviteit in de meeste gevallen een gedragsprobleem en geen medisch probleem. En die hyperactieve kinderen hebben geen afwijkende hersenen. De ADHD-diagnose moet niet gesteld worden. Die “wiebelgarens”  moeten niet naar de psychiater en ze kunnen best Relatine laten. Want dat middel zorgt slechts voor symptoombehandeling en het heeft allerlei nare bijwerkingen.
Balstra ziet veel meer heil in hulp en begeleiding van ouders en leerkrachten met moeilijke kinderen. Ze heeft daar zelfs een therapie voor ontwikkeld.

Als we dat met de visie van de schoolmeesters en –juffen van onze jonge jaren vergelijken is de cirkel bijna rond.
Op de therapie als behandelingsmethode na. Want therapeuten voor lastige kinderen moesten toen nog uitgevonden worden.
Maar de ADHD-ers van nu zijn weer de lastige kinderen van mijn schooltijd geworden.
Zou het u verbazen als de therapeuten er binnenkort zouden achter komen dat bij zo’n hyperactieveling een “tik op de poep” ook soms efficiënt kan werken?
Zoals onze meester Vervondel (“den Bol” was zijn bijnaam) in 1956 deed: hij lei de stouteriken eventjes over zijn knie voor een paar tikken…

En mocht u zich bij het (vermeende) ADHD-symptoom niet direct iets kunnen voorstellen, dan kan onderstaand filmpje u misschien helpen?

Een beetje te actief?

woensdag 29 februari 2012

Eet meer vis

Voor de katholieke gelovigen onder ons is vorige week de vastentijd begonnen.
Die vastenperiode is (natuurlijk?) ook al lang niet meer wat ze vroeger was.
Ik herinner me nog hoe we in onze kindertijd tijdens de 40-dagentijd vóór Pasen onze schaarse snoepjes in een bokaaltje bewaarden tot de paasklokken het sein gaven dat het dekseltje er weer af mocht.


image

En vanop de preekstoel liet de pastoor, via de vastenbrief van de Belgische bisschoppen weten, wanneer, hoeveel en hoe dikwijls “vlees derven” geboden was. Vis was voor velen het alternatief.

Niets meer van dat alles.
In de katholieke kerk toch niet.
Maar het ironische van de hele zaak is dat er in 2012 toch weer gepusht wordt om 40 dagen lang geen vlees te eten!
Niet in naam van het geloof (wat dacht je wel..), maar in naam van de “kleinere ecologische voetafdruk”.
Ik zie op de website Dagen Zonder Vlees (DZV), dat er gisteren al 7596 niet-vegetariërs meedoen om van 22 februari tot 7 april alle vlees uit hun voeding te bannen.
In hun verantwoording laten de initiatiefnemers natuurlijk weten dat (ik citeer):
Hoewel deze actie samenvalt met de christelijke vastenperiode, staat DAGEN ZONDER VLEES uiteraard volledig los van religie
Uiteraard! Je moest maar eens op verkeerde gedachten komen! Wat dacht je wel!

Maar alle gekheid op een stokje: zouden de bedenkers van de vastentijd bij de christenen indertijd niet intuïtief aangevoeld hebben, of door ervaring geweten hebben, dat een periode van weinig vlees eten na een winterperiode vol zware vettige kost, positieve effecten heeft op de gezondheid?
En dat vis eten als alternatief ook niet te onderschatten voordelen had?
Dus, met Rodenbach zeg ik: ‘DZV, ween van spijt en werp uw kroon naar Sneyssens

Wat vroeger een aanvoelen of een ervaring was, wordt de dag van vandaag ondersteund door
wetenschappelijk onderzoek.
In het medisch tijdschrift Neurology werd nog deze week een studie gepubliceerd waarin aangetoond wordt dat het eten van vis het verouderen van onze hersenen in belangrijke mate kan vertragen.
De belangrijkste reden is hoge concentratie aan omega-3 vetzuren in vis.



image

De onderzoekers werkten met een groep van 1575 gezonde proefpersonen met een gemiddelde leeftijd van 67 jaar.
Ze stelden vast dat proefpersonen met lage DHA-concentraties in hun bloed een kleiner hersenvolume hadden en lager scoorden op testen van het visueel geheugen, van multitasking en… van het oplossen van puzzels.

image

Trek uw conclusie: vast dus zoals in de goede oude tijd.
En eet meer vis.
Zeker op vrijdag, als je aan mijn wekelijks puzzeltje wil meedoen…

dinsdag 24 januari 2012

Yosemite forever

1977 is voor mij een jaar zoals geen ander.
Ik was toen op reis in de VS.
Mia ook.
En van het één is toen het ander gekomen.
Een goed jaar later was ik een Oost-Vlamingen in Limburg…
Ik heb er nog geen moment spijt van gehad.

Mia was natuurlijk het meest memorabele en het altijd blijvende aan die VS-reis.
Maar ook New York, Washington, Las Vegas, De Grand Canyon, Los Angelas, San Francisco,…
waren indrukwekkend.
En zeker Yosimite, het Californische nationaal park, dompelde ons onder in een ongerepte, overweldigende natuur. Een welgekomen en verkwikkend rustpunt op onze drukke rondreis.
We logeerden er in kleine houten paviljoentjes (lodges) omgeven door groen en stilte en rondhuppelende squirrels.

35 jaar geleden, maar toch nog bijna alsof het gisteren was.
Het kwam weer allemaal terug toen ik een paar dagen geleden op internet een schitterend time-lapse filmpje vond over één van de schitterendste stukjes natuur op aarde.
Geniet mee in HD en full-screen.
Kon ik de klok nog maar eens 35 jaar terugdraaien en het samen met Mia opnieuw eens in ‘t echt beleven…

zondag 8 januari 2012

RIP Kodak…

Donderdag 5 januari 2012 maakte de Wall Street Journal bekend dat het zo goed als vaststaat dat het 131 jaar oude Eastman Kodak Co. in februari het faillissement zal aanvragen.
Weer een oude glorie die teniet gaat, weer een stukje jeugd dat verdwijnt.

Ik herinner me nog zeer goed hoe ik als jonge snaak met het  “kodakske” van mijn tante Julienne mijn allereerste foto’s mocht maken. In het boxke pasten brede zwartwit fotorollen van Kodak of van Agfa.
Een paar jaar later heb ik met dat zelfde zwartwitmateriaal mijn allereerste stappen in het zelf ontwikkelen en afdrukken van foto’s gezet.
Het was een heel gepeuter om in het pikdonker van ons kelderke thuis, zo’n rolletje uit het toestel te halen en het dan op een spoel te rollen die in een ontwikkelbadje moest geplaatst worden.
Ik heb toen veel gevloekt maar het was heerlijk spannend.
Maar dit is voorbij. Dit is geschiedenis.
De digitale fotografie heeft heel die techniek naar het museum gejaagd.

image
Bijschrift toevoegen

Met de komst van de digitale fotografie moest Eastman Kodak andere accenten gaan leggen.
Het bedrijf heeft zijn best gedaan om zich op de markt te handhaven met digitale fototoestellen en digitale fotoprinters, maar de elektronicareuzen zoals Sony, Nikon, Fuji,… zijn met de hoofdprijzen gaan lopen.
In 2009 nog probeerde Chief Marketing Officer Jeffrey Hayzlett, het tij te doen keren en de wereld ervan te overtuigen dat Kodak ook in de digitale wereld toonaangevend zou blijven. Maar de straffe peptalk die hij in onderstaand filmpje demonstreert was boter aan de galg. De komst van de smartphones en de tablets, die aparte fototoestellen voor de gelegenheidsfotograaf overbodig maken, hebben Kodak blijkbaar de doodsteek gegeven.
Nooit geen kodakske meer. RIP Kodak.

Woorden in de wind, spijtig genoeg

donderdag 5 januari 2012

De Commodore 64 is jarig!

Leeftijdsgenoten én computeraars van het eerste uur zullen zich nog zonder twijfel de Commodore 64 herinneren.
Misschien hebben ze er zelfs nog eentje op zolder staan. Want in de jaren 80-90, toen de personal computer populair werd, was de Commodore 64, de C-64, een echte hit.

Bestand:Commodore64.jpg

Ikzelf heb er nooit één gehad. Ik zat in het Sinclair- en het BBC-B-kamp.
Maar op onze school werd de Commodore 64 de eerste computer waarmee de leerlingen konden kennismaken.
Internet was er toen nog niet en ook Word of Excel moesten nog geschreven worden.
Maar leerlingen en de geïnteresseerde leraren (vooral wiskundigen en wetenschappers) konden in een klein computerlokaal toch al met het nieuwe medium aan de slag en al snel konden ze fier hun eerste eigen brouwsels in de programmeertaal  BASIC (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code) demonstreren.
De nieuwe informatiemaatschappij ging van start.

Deze week wordt de Commodore 64 dertig jaar jong.
Hij zag inderdaad in januari 1982 het daglicht, met een intern geheugen van… 64 kilobyte. Vandaar die 64 in zijn naam.
In het reclamefilmpje hieronder dat ik op YouTube vond, wordt de Commodore in prijs en geheugen vergeleken met zijn voornaamste concurrenten van dat ogenblik: Tandy, Apple en Atari.
En blijkbaar was de C-64 een winnaar: 64K voor… 595 dollar, terwijl de anderen veel minder boden voor veel meer geld. Het wereldwijd succes loog er dan ook niet om.




30 jaar later is de C-64 nog altijd springlevend.
Van buiten ziet hij er nog altijd uit zoals vroeger, maar binnenin is er heelwat veranderd: een nieuw moederbord, een andere en veel snellere processor en een intern geheugen tot 8 gigabyte = 8.388.608 kilobyte = 131.072 keer meer intern geheugen dan zijn originele voorvader!
Als je over die gemoderniseerde telg meer wil weten, moet je maar even op het beeld hieronder klikken. Je kan je C-64x-exemplaar daar zelfs online bestellen

image


Maar misschien kan je heimwee naar vervlogen tijden al getemperd worden als je op je flitsend moderne Windows PC of je hippe Mac een C-64 emulator installeert. Zo’n emulator je kan downloaden via een van de sites in deze lijst. En dan kan je weer zoals vroeger Pacman en Frogger spelen.
Wie weet word je dan vanbinnen weer 30 jaar jonger…

donderdag 17 november 2011

Sinterklaasideetje?

Ik herinner me nog alsof het gisteren was de Sinterklaastijd bij ons thuis.
Weken vóór de grote dag ’s avonds gespannen en een beetje angstig wachten of er niet op de deur geklopt zou worden. Of geen gulle zwartepietenhand nicnacjes in het rond zou strooien. Met zus en broer dan grappelen om ter meest, maar achteraf alles mooi verdelen. Dat moest zo van ons maatje: evenveel voor alle drie.


image

En dan de grote dag.
’s Morgens gespannen naar beneden: wat zou er wel op dat bord te vinden zijn dat we ‘s avonds vol verwachting hadden klaargezet .
En nee hoor, de goede Sint heeft ging ons huisje nooit voorbij: marsepein, mandarijntjes, chocolaatjes, speculaas.
En heel beperkt wat speelgoed.
Zo weet ik nog hoe er ooit eens in het midden van de tafel een speelgoedvliegtuigje stond


image

“Voor alle drie” had de Sint er bij geschreven…

De tijden zijn veranderd.
”Voor alle drie” zal wel niet meer aan de orde zijn in onze welvarende Vlaamse gezinnetjes. En “drie” komt daar ook niet veel meer voor.
Heel dat gemijmer over onze Goede Sint van 60 jaar geleden, kwam in mij op toen ik op internet een merkwaardig filmpje vond.
Wat zouden kinderen van vandaag verwachten? Een speelgoedvliegtuigje? Een iPhone 4S? Een Kinect? Een Wii? Een iPad?
Of een fietsend robotje misschien?
Dat zou ik ook nog wel willen…

Sinterklaasideetje…

woensdag 2 november 2011

Over pekelen en andere goede zouteigenschappen

Gisterennamiddag waren Mia en ik op familiebezoek.
En als 60-plussers samen aan tafel zitten wordt er vooral over vroeger gepraat.
Over oude koetjes en kalfjes dus. De heimweefabriek op volle toeren.

Gisteren ging het er over hoe men vroeger zout en zoutoplossingen gebruikte om vlees te bewaren.
En hoe men keelontstekingen probeerde te lijf te gaan door te gorgelen met “zout water”.
Tandpasta was er toen ook nog niet, maar een licht pekeltje werkte blijkbaar even goed.

Wat voor een wondermiddel was en is dat zout dan wel?
Om dat uit te leggen moeten we er willens nillens toch een beetje chemie bijhalen.
Keukenzout is natriumchloride, NaCl.
NaCl is in vaste toestand opgebouwd uit kubusvormig gestapelde positieve natriumdeeltjes (Na+) en negatieve chloordeeltjes (Cl-)
Die kubische kristallen kan je, als je zoutkorreltjes eens deftig bekijkt, zelfs met het blote oog opmerken.

image

Watermoleculen, H2O, hebben een positieve kant en een negatieve kant.
En bijgevolg worden ze aangetrokken door de geladen deeltjes in de keukenzoutkristallen.
Keukenzout trekt dus water aan.
Keukenzout is dus een wateraantrekkende stof. Geleerd zegt men: keukenzout is hygroscopisch.

En nu zijn we er bijna.
De conserverende werking van zout bij het pekelen van vlees vroeger en de ontsmettende werking van zoutoplossingen bij keelontstekingen, steunen allemaal op de wateronttrekkende eigenschappen  van zout.
Doordat het zout het water wegtrekt, kunnen de bacteriën zich niet meer zo goed vermenigvuldigen. Zout werkt bijgevolg als een anti-bacteriële stof!
Voilà!


Denk nu maar niet dat we er gisterennamiddag alleen maar een droge chemielezing van gemaakt hebben.
Nee, hoor, we hebben ook lekkere Limburgse fruitvlaai gegeten.
En pistoleekes met confituur.
”En confituur en fruitvlaai kan je zijn mooie kleur laten bewaren, door er wat extra suiker aan toe te voegen” zei tante Maria.
Juist, want suiker is net als zout ook hygroscopisch en dus ook een anti-bacterieel conserveermiddel, waardoor de bruinverkleuring vertraagt.
Maar dat moet ik nu toch niet meer uitleggen zeker…

zaterdag 24 september 2011

Weet je nog oudje?

Ogen dicht!
Niet kijken naar dat schitterend Japannerke!
Gewoon luisteren!
Karen Carpenter is terug!
Waar is de tijd? Ik voel me opeens meer dan 40 jaar jonger!
En ik ben er zeker van dat de jongskes, die The Carpenters nooit gekend hebben, hiervan ook kunnen genieten op zaterdagmorgen.
De Japannerkes mogen dan wel  “imitatorkes” zijn, in dit geval mag dat gerust van mij.

Schitterend, vind ik!

woensdag 17 augustus 2011

De hemel te rijk!

Ik had er nog één in 1965.
En toen heb ik ze in een ondoordachte bui bij mijn studiekameraad en oud-collegemakker Roland Carchon geruild voor een handboek natuurkunde.
Weliswaar voor het fameuze standaardwerk “Leerboek der Natuurkunde onder redactie van Prof. dr. R. Kronig”, maar toch.

De Kronig” zoals we het boek noemden, staat nog altijd in mijn boekenkast.
Maar mijn rekenlat heb ik niet meer.
Die ligt nu normaal ergens in een lade bij
dr. Roland Carchon, kernfysicus, werkzaam (nog steeds?) aan het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) te Mol en bij het Internationaal Atoomagentschap (IAEA).
Mijn latje zal wel in goede handen zijn bij Roland hoop ik, maar achteraf heb ik toch altijd spijt gehad van die ruil.
Want zo’n Aristo rekenlineaal is een juweeltje van Duits precisiewerk!

We konden er in die tijd vóór de rekenmachine in onze labo’s al onze berekeningen mee maken. We waren daar verdraaid handig in, al zeg ik het zelf. Vermenigvuldigen, delen, sinussen, cosinussen, logaritmen: met wat snel schuifwerk kwam het resultaat probleemloos op tafel.
Waar is die tijd gebleven?

En nu, bijna 50 jaar later, ligt er weer één vóór mij op tafel: een schitterende Aristo – HyperboLog nr. 0971.
Ik ben de hemel te rijk!

image

Die Aristo kwam weer in mijn leven terecht dankzij Jeannine, een vriendin en oud-collega. Ze had er nog één van Frans, haar man zaliger.
Ik kreeg ze voor mijn opknapwerk aan een oude go-cart voor haar kleinkinderen.
Een fantastisch geschenk!

Ik voelde mij meteen weer een jonge twintiger.
Ik zag weer hoe prof. Grosjean ons op een kille herfstavond (dat denk ik toch), na het eerste fysicapracticum van de 1ste kandidatuur scheikunde, op een levensgroot model toonde hoe je met zo’n ding  tewerk moet gaan.
Ik zag ons weer in dat oude lokaal in de Gentse Jozef Plateaustraat met ons latje de valversnelling berekenen en de foutenrekening doen na een meting met de omkeerbare slinger.
Glorieuze en plezierige tijden, toen alles nog moest beginnen...

Mijn PC staat nu even op standby, internet kan mij nu een tijdje gestolen worden.
Ik moet eerst weer weten hoe je met dat wonderlijke ding de sinus van 26° berekent.
Hoe ging dat ook al weer?

zaterdag 9 juli 2011

Vliegerkes

Ik herinner me nog zeer goed hoe mijn vaderke mij al vliegerkes leerde maken van toen ik nog “hakkelde ongeriefd”.
Uit gazettenpapier.
Grote en kleine, brede en smalle. Langvliegers en snelvallers.
Ik amuseerde mij kostelijk. En mijn paatje ook.

Een paar jaar geleden moest ik voor een praktische proef bij de jaarlijkse dorpsquiz in de Romershovense Pastorij, weer een vliegerke maken.
Het was de bedoeling om het toestel een zo groot mogelijke afstand te laten zweven.
Ik was ervan overtuigd dat mijn jeugdervaring vruchten zou afwerpen.
Niets was minder waar: mijn vliegerke vloog de verkeerde kant op en landde tegen de muur achter mij.
Hilariteit alom en geen punten voor onze quizploeg…

Maar laat ze nu maar komen als ze bij een volgende quizbeurt ons weer aan het vliegeren zouden durven zetten.
Want ik ga oefenen en een supermachine fabriceren!
Op 9GAG vond ik de plannen om wel 12 flitse modellen ineen te flansen.
10 van die speren zie je hieronder afgebeeld.
Er is dus werk aan de winkel.

Doe ook maar mee.
Maak er een fijn knutselweekend van en mijmer met weemoed over die verre kinderjaren, die (bij mij toch) van binnen nooit echt zijn overgegaan…

image

zaterdag 25 juni 2011

Hoog in de Zwitserse Alpen

Zwitserland is voor mij geen al te bekend terrein.
Het is altijd een “passageland” geweest op weg naar Italië bijvoorbeeld.
Met één grote en belangrijke uitzondering: 1959.
Ik was toen 14 jaar en ik mocht mee op kamp met de Christelijke Mutualiteiten naar Melchtal in…Zwitserland.

Onvergetelijk, al is het intussen al 52 jaar geleden.
Ik zie ons daar nog staan wachten op de trein in station Gent-Sint-Pieters, met een kartonnen valieske en een benepen hart, maar ook vol blijde verwachting over wat komen zou.
En het was wonderbaar: de lange treinreis, de indrukwekkend hoge besneeuwde bergtoppen, de uitstappen naar Küssnacht waar koningin Astrid verongelukt is, de boottocht op het Vierwoudstedenmeer, de fantastische tocht naar de geitenboer hoog in de Alpen. En Edelweiss plukken, want dat mocht toen nog.

image

Het kwam weer allemaal boven, toen ik een paar dagen geleden op Vimeo bij een time-lapse film over de Zwitserse Alpen terecht kwam.
Fotografen Patryk Kizny en Mateusz Zdziebko hebben een montage gemaakt van 700 Gigabyte (!) aan fotomateriaal opgenomen in de Zwitsers Alpen.
Met een adembenemend resultaat als gevolg vind ik.
De moeite om er tijdens dit weekend eens wat tijd voor te nemen.
En bekijk dat uiteraard in full-screen én HD, want dan wordt het zoveel mooier.

Mijmeren over Melchtal 1959, doet je dingen schoner, idealer zien.
En het was uniek voor een ventje van den buiten die zijn eerste verre reis mocht maken.
Maar zó spectaculair als in deze film was het toen toch ook weer niet…

dinsdag 7 juni 2011

116 is nu officieel (h)erkend!

Voor elke scheikundige is de tabel van Mendelejev, het periodiek systeem der elementen, een onmisbaar instrument.
Ook ik heb er een groot deel van mijn leven mee geleefd. Nu nog.
Ik heb de tabel nog altijd binnen handbereik.
En op het bureaublad van mijn PC staat er dag in dag uit een snelkoppeling naar het periodiek systeem te wachten.

image

Ik stam nog uit de tijd dat er in het middelbaar onderwijs (te?) veel aandacht werd besteed aan geheugenwerk.
Zo moesten wij van de heer Verleyen, onze chemieleraar, het periodiek systeem grotendeels van buiten kennen.
Je kan dat een onnozel werk vinden, maar ik ben later altijd blij geweest met die parate kennis.
De leerlingen van tegenwoordig die ik nog regelmatig  over de vloer krijg, Googelen liever om te weten dat Scandium (Sc) tot de overgangselementen uit periode 4 behoort, dan dat ze dat in hun hoofdje zouden willen prenten.

Ik moet wel toegeven dat wie die tabel de dag van vandaag zou willen van buiten leren, wel meer werk zou hebben dan wij in 1963, in ons laatste jaar middelbaar.
Toen eindigde de tabel nog bij element 103, Lawrencium (Lr).

image

Ondertussen zijn we al bij element 116 aanbeland!
Onlangs heeft de International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC) officieel de elementen 114 en 116 aan het periodiek systeem toegevoegd.
114 is Ununquadium (Uuq) en 116 is Ununhexium (Uuh).
Dat is wat anders dan natrium of uranium of strontium!
Vanaf element 110 Darmstadtium (Ds) is men afgestapt van de gewoonte om elementen te noemen naar hun afkomst, hun vindplaats, hun ontdekker enz.
Men is overgeschakeld naar een soort systematische naamgeving.
Darmstadtium 110 werd dan Ununnilium (één één nul) (Uun)
En nu, juni 2011, is dus 116 Ununhexium (Uuh), officieel door UIPAC erkend.
Uuh: dat lijkt meer op Winnetou dan op chemie…