Milde reflecties van Hervé Tavernier op heden en verleden met ook wat tips, nieuwtjes, spelletjes en puzzelkes.
maandag 4 juni 2012
Kanaalpuzzel – oplossing
Je gaat evenwijdig met de oever recht naar de boom en telt je stappen (AB).
Je gaat op een rechte lijn evenveel stappen verder (BC).
Nu stap je “landinwaarts” loodrecht op de oever tot je de boom een de paal met het teken op één lijn ziet liggen (CD) en je telt weer je stappen.
Uit de figuur blijkt duidelijk dat dit laatste aantal stappen u een goede indicatie geeft van de breedte van het kanaal, want CD = AE.
Als je nu weet hoe groot je staplengte is, ken je de breedte ook snel in meter.
Tot vrijdag wellicht.
Is dit wel een ronddraaiend vierkant?
Het witte vierkant hierboven lijkt rondjes te draaien.
Maar dit is slechts een maandagillusie.
Want als het folie met de gele vierkantjes van het computerscherm weggenomen wordt zien we een totaal andere beweging.
De auteur van deze illusie is Michael Bach.
Volgens hem is “bewegingsbinding” (motion binding) de verklaring.
De gele vierkantje maken de beweging van de hoekpunten van het vierkant onzichtbaar.
We zien dus niet dat het eigenlijk om twee paar bewegende lijnen gaat die aan de hoekpunten niet verbonden zijn.
Van zodra de vierkantjes er zijn, veronderstellen onze hersenen een vierkant. Met verbonden lijnen dus. En ze interpreteren de visuele signalen als een beweging van dat geheel: bewegingsbinding.
Trouwens als je niet focust op het scherm, maar de beweging met je ooghoeken bekijkt, zie je de onbedekte lijnen ook als een vierkant ronddraaien. Want ook in die situatie zie je de uiteinden van de lijnen onscherp en veronderstellen onze hersenen een ronddraaiend geheel!
zondag 3 juni 2012
Een chemisch tuinkarweitje
Met enige vertraging t.o.v. vorige jaren hebben Mia en ik gisterennamiddag onze houten tuinzetels en -stoelen een schoonmaakbeurt gegeven.
Het was ook dringend nodig want na de lange winter en de natte lente waren ze goed voorzien van een vies plakkerig laagje groene wieren en algen. Niet geschikt dus op er met propere kleren op te gaan zitten.
Vorige jaren gingen we die meubelen altijd te lijf met een sopje van bruine zeep en een schuurborstel.
Een ambetante job, zeker als je al die fijne latjes schoon moet wrijven.
Maar op aanraden van vriend Julien zijn we dit jaar de chemische toer opgegaan.
We zijn bij “den Boerenbond” (= Aveve) een “bidonneke groenveter” gaan kopen.
Een verdunde oplossing met de drukspuit of een met een gieter grondig op het hout aanbrengen en klaar is Kees.
Geen gewrijf meer met de borstel, adieu pijnlijke handen.
Het ding gewoon zijn werk laten doen gedurende een paar dagen en alles wordt vanzelf proper. Dat wordt ons toch beloofd. En Julien zegt dat het echt werkt.
Na de zelfreinigende oven nu ook de (bijna) zelf reinigende tuinstoelen dus…
Als chemicus ben ik onmiddellijk benieuwd naar wat de werkzame stof is in die groenvreter.
Wel we hebben didecyldimethylammoniumchoride (DDAC) gebruikt!
Wat voor een raar beest is dat wel?
Zo raar is dit eigenlijk niet.
Didecyldimethylammoniumchloride is een beetje familie van ammoniak (NH3). Maar de waterstoffen (H) van NH3 zijn hier vervangen door twee decylgroepen en twee methylgroepen:
De schimmel-, bacterie- en algendodende werking van de stof heeft naar het schijnt te maken met de + lading op het N-atoom in de molecule.
Daardoor wordt de molecule aan de negatief geladen celwand van de micro-organismen gebonden.
De functie van de celwand wordt daardoor verstoord en de organismen sterven af.
Daarenboven verlaagt DDAC ook de oppervlaktespanning waardoor het een zeer goede bevochtiger is.
Zepen doen dat ook.
En als we de molecule van DDAC bekijken zien we ook een goede gelijkenis met een zeep: een geladen kop met daaraan een lange niet geladen (= a-polaire) staart:
En dat DDCA zeepeigenschappen heeft merk je bij gebruik onmiddellijk: de verdunde oplossing schuimt overvloedig.
Maar er zit nog een ander gunstig effect vast aan de goede bevochtigende werking van de stof: daardoor dringt ze goed in de poriën van het hout door, waardoor ze een verlengde werking krijgt.
De DDCA-molecule is dus weer een voorbeeld van een goed doordacht chemisch bouwwerkje.
Uiteraard moet je bij gebruik de nodige voorzorgen nemen.
En als je zo’n chemische stof niet wil gebruiken moet je maar weer naar de schuurborstel en naar de bruine zeep grijpen.
Maar weet dat bruine zeep ook een synthetisch chemische stof is, met óók een vervaarlijke naam: kaliumoctadecanoaat…
Het was ook dringend nodig want na de lange winter en de natte lente waren ze goed voorzien van een vies plakkerig laagje groene wieren en algen. Niet geschikt dus op er met propere kleren op te gaan zitten.
Vorige jaren gingen we die meubelen altijd te lijf met een sopje van bruine zeep en een schuurborstel.
Een ambetante job, zeker als je al die fijne latjes schoon moet wrijven.
Maar op aanraden van vriend Julien zijn we dit jaar de chemische toer opgegaan.
We zijn bij “den Boerenbond” (= Aveve) een “bidonneke groenveter” gaan kopen.
Een verdunde oplossing met de drukspuit of een met een gieter grondig op het hout aanbrengen en klaar is Kees.
Geen gewrijf meer met de borstel, adieu pijnlijke handen.
Het ding gewoon zijn werk laten doen gedurende een paar dagen en alles wordt vanzelf proper. Dat wordt ons toch beloofd. En Julien zegt dat het echt werkt.
Na de zelfreinigende oven nu ook de (bijna) zelf reinigende tuinstoelen dus…
Als chemicus ben ik onmiddellijk benieuwd naar wat de werkzame stof is in die groenvreter.
Wel we hebben didecyldimethylammoniumchoride (DDAC) gebruikt!
Wat voor een raar beest is dat wel?
Zo raar is dit eigenlijk niet.
Didecyldimethylammoniumchloride is een beetje familie van ammoniak (NH3). Maar de waterstoffen (H) van NH3 zijn hier vervangen door twee decylgroepen en twee methylgroepen:
De schimmel-, bacterie- en algendodende werking van de stof heeft naar het schijnt te maken met de + lading op het N-atoom in de molecule.
Daardoor wordt de molecule aan de negatief geladen celwand van de micro-organismen gebonden.
De functie van de celwand wordt daardoor verstoord en de organismen sterven af.
Daarenboven verlaagt DDAC ook de oppervlaktespanning waardoor het een zeer goede bevochtiger is.
Zepen doen dat ook.
En als we de molecule van DDAC bekijken zien we ook een goede gelijkenis met een zeep: een geladen kop met daaraan een lange niet geladen (= a-polaire) staart:
En dat DDCA zeepeigenschappen heeft merk je bij gebruik onmiddellijk: de verdunde oplossing schuimt overvloedig.
Maar er zit nog een ander gunstig effect vast aan de goede bevochtigende werking van de stof: daardoor dringt ze goed in de poriën van het hout door, waardoor ze een verlengde werking krijgt.
De DDCA-molecule is dus weer een voorbeeld van een goed doordacht chemisch bouwwerkje.
Uiteraard moet je bij gebruik de nodige voorzorgen nemen.
En als je zo’n chemische stof niet wil gebruiken moet je maar weer naar de schuurborstel en naar de bruine zeep grijpen.
Maar weet dat bruine zeep ook een synthetisch chemische stof is, met óók een vervaarlijke naam: kaliumoctadecanoaat…
zaterdag 2 juni 2012
Het Wereld Wonder Project van Google
Wat men ook over de veelvraterij van Google moge denken, zeggen en schrijven, de zoekgigant blijft ons interessante en boeiende dingen bieden.
Na het Google Art Project waar ik het hier een tijdje geleden (2 februari 2011) over had, komen ze nu met het World Wonder Project.
Hier maken ze weer gebruik van streetview om ons de gelegenheid te geven 132 werelderfgoedlocaties virtueel te bezoeken.
Zo kan je virtueel rondlopen door het historische centrum van Siena, in de straten van Pompeï, door de overweldigende natuur van het Yosemite National Park enz.
De moeite waard om daar eens een paar uren in te investeren.
En dit kan je alleen maar goesting doen krijgen om die plaatsen eens echt te gaan bezoeken…
Na het Google Art Project waar ik het hier een tijdje geleden (2 februari 2011) over had, komen ze nu met het World Wonder Project.
Hier maken ze weer gebruik van streetview om ons de gelegenheid te geven 132 werelderfgoedlocaties virtueel te bezoeken.
Zo kan je virtueel rondlopen door het historische centrum van Siena, in de straten van Pompeï, door de overweldigende natuur van het Yosemite National Park enz.
De moeite waard om daar eens een paar uren in te investeren.
En dit kan je alleen maar goesting doen krijgen om die plaatsen eens echt te gaan bezoeken…
vrijdag 1 juni 2012
Kanaalpuzzel
Veronderstel dat je langs de oever van een kanaal aan het wandelen bent.
Opeens zie je recht tegenover u, op de andere oever dus, een merkwaardig teken op een paal.
Een ster denk je, maar echt zeker ben je niet, want het teken is niet erg groot en het kanaal is erg breed.
Je zou zelfs eens willen weten hoe breed het kanaal eigenlijk wel is.
Maar je hebt geen meetinstrumenten ter beschikking, tenzij je je eigen lichaam ook als een meetinstrument beschouwt.
Plots zie je links van u een boom.
”Eureka” denk je, “nu kan ik vrij nauwkeurig de afstand tussen mij en het teken bepalen. En dan heb ik ook een goed idee van de breedte van het kanaal”.
Hoe ga dan wel te werk?
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier een mogelijke werkwijze.
donderdag 31 mei 2012
Venusovergang: 06-06-2012 – Volgende: 11-12-2117!
Volgende week woensdag is het zover: Venus schuift tussen de aarde en de zon in en werpt dus een klein schaduwvlekje op onze aardbol.
Ik wil het hier al een kleine week op voorhand over deze zogenaamde Venusovergang hebben opdat jullie tijdig de nodige voorbereidingen zouden kunnen treffen voor de waarneming.
Want het gaat hier om een niet te missen, uniek astronomisch gebeuren. Iets dat je normaal maar eenmaal in je leven kan meemaken.
De tijd tussen twee opeenvolgende overgangen verloopt immers volgens de volgende reeks: na 121,5 jaar, 8 jaar, 105,5 jaar, 8 jaar. Die cyclus herbegint dus om de 243 jaar!
Omwille van dat cyclusverloop konden mensen van onze generatie konden zo’n Venusovergang ook al in 2004 bekijken. De volgende zal dus pas in 2012 + 105 = in 2117 plaats vinden. Te laat voor ieder van ons.
Kijken dus!
En zó zal woensdag a.s. de tocht van Venus over de zonneschijf er uit zien:
In België en Nederland zullen we die overgang echter niet volledig kunnen meemaken.
Want bij zonsopgang is het schouwspel al aan de gang. Alleen het laatste gedeelte zal te bekijken zijn.
De zon komt woensdag 6 juni bij ons op om 5.25u. In bovenstaand beeld laat het klokje linksonder zien dat Venus dan al dicht de rechter zonnerand is genaderd. Om 6.55u. is alles achter de rug.
Wie dat alles live wil aanschouwen zal dus vroeg uit de veren moeten!
Een belangrijke waarschuwing: wie de overgang wil bekijken, moet net zoals bij een zonsverduistering zorgen dat hij zijn ogen perfect beschermt:
KIJK NOOIT RECHTSTREEKS NAAR DE ZON ZONDER BESCHERMING!
Het koppel Venusovergangen van de 18de eeuw (1761 en 1769) werd door de astronomen gebruikt om de astronomische eenheid (AE), dit is de afstand aarde-zon, te bepalen.
In onze tijden zijn er andere en nauwkeuriger middelen beschikbaar voor dergelijke metingen.
Het belang van de overgang ligt tegenwoordig meer in het meten van de hoeveelheid zonlicht die door de planeet bij zijn overgang wordt afgeschermd. Die kennis is nuttig bij de zoektocht naar aardachtige planeten elders in heelal. Mogelijke kandidaten worden immers ook geselecteerd op basis van de lichtabsorptie bij de passage vóór hun eigen ster.
Ik verwijs hiervoor naar de vroegere blogberichtjes hierover in het kader van de Kepler-missie.
Het beste kan je zo’n enig gebeuren live beleven samen met specialisten ter zake. Alle volkssterrenwachten organiseren bijeenkomsten waar in groep, met de nodige apparatuur én veilig naar de zon en Venus kan gekeken worden.
Ik zal er in elk geval woensdagmorgen bij zijn op de terril van Waterschei, om samen met de groep van de Genkse Cosmodrome het schouwspel te bewonderen.
Wie meewil kan nog inschrijven tot dinsdag 5 juni.
Misschien zien we mekaar daar wel?
Ik wil het hier al een kleine week op voorhand over deze zogenaamde Venusovergang hebben opdat jullie tijdig de nodige voorbereidingen zouden kunnen treffen voor de waarneming.
Want het gaat hier om een niet te missen, uniek astronomisch gebeuren. Iets dat je normaal maar eenmaal in je leven kan meemaken.
De tijd tussen twee opeenvolgende overgangen verloopt immers volgens de volgende reeks: na 121,5 jaar, 8 jaar, 105,5 jaar, 8 jaar. Die cyclus herbegint dus om de 243 jaar!
Omwille van dat cyclusverloop konden mensen van onze generatie konden zo’n Venusovergang ook al in 2004 bekijken. De volgende zal dus pas in 2012 + 105 = in 2117 plaats vinden. Te laat voor ieder van ons.
Kijken dus!
En zó zal woensdag a.s. de tocht van Venus over de zonneschijf er uit zien:
In België en Nederland zullen we die overgang echter niet volledig kunnen meemaken.
Want bij zonsopgang is het schouwspel al aan de gang. Alleen het laatste gedeelte zal te bekijken zijn.
De zon komt woensdag 6 juni bij ons op om 5.25u. In bovenstaand beeld laat het klokje linksonder zien dat Venus dan al dicht de rechter zonnerand is genaderd. Om 6.55u. is alles achter de rug.
Wie dat alles live wil aanschouwen zal dus vroeg uit de veren moeten!
Een belangrijke waarschuwing: wie de overgang wil bekijken, moet net zoals bij een zonsverduistering zorgen dat hij zijn ogen perfect beschermt:
KIJK NOOIT RECHTSTREEKS NAAR DE ZON ZONDER BESCHERMING!
Zorg dus voor een eclipsbril of een ander sterk zonnefilter!
Het koppel Venusovergangen van de 18de eeuw (1761 en 1769) werd door de astronomen gebruikt om de astronomische eenheid (AE), dit is de afstand aarde-zon, te bepalen.
In onze tijden zijn er andere en nauwkeuriger middelen beschikbaar voor dergelijke metingen.
Het belang van de overgang ligt tegenwoordig meer in het meten van de hoeveelheid zonlicht die door de planeet bij zijn overgang wordt afgeschermd. Die kennis is nuttig bij de zoektocht naar aardachtige planeten elders in heelal. Mogelijke kandidaten worden immers ook geselecteerd op basis van de lichtabsorptie bij de passage vóór hun eigen ster.
Ik verwijs hiervoor naar de vroegere blogberichtjes hierover in het kader van de Kepler-missie.
Het beste kan je zo’n enig gebeuren live beleven samen met specialisten ter zake. Alle volkssterrenwachten organiseren bijeenkomsten waar in groep, met de nodige apparatuur én veilig naar de zon en Venus kan gekeken worden.
Ik zal er in elk geval woensdagmorgen bij zijn op de terril van Waterschei, om samen met de groep van de Genkse Cosmodrome het schouwspel te bewonderen.
Wie meewil kan nog inschrijven tot dinsdag 5 juni.
Misschien zien we mekaar daar wel?
woensdag 30 mei 2012
Vliegt hij naar de maan?
Een paar weken geleden had ik het hier over een supermaan: een volle maan die in haar rondjes rond de aarde een zeer dichte afstand heeft bereikt. Ze kan daardoor wat groter lijken, maar dat is maar een illusie. De schijnbare grootte waaronder we de maan zien wordt immers bepaald door de omgevingsfactoren.
En dat wordt schitterend weergegeven in onderstaand YouTube-filmpje van de Japanse filmenthousiast Nyanta8355.
Je moet wat geduld hebben, want het beste komt op het einde als er in de verte een jet voorbijvliegt.
Dit fantastisch beeld produceert in onze hersenen een immense maan, want de grootte van zo’n luchtreus kennen we.
En dat wordt schitterend weergegeven in onderstaand YouTube-filmpje van de Japanse filmenthousiast Nyanta8355.
Je moet wat geduld hebben, want het beste komt op het einde als er in de verte een jet voorbijvliegt.
Dit fantastisch beeld produceert in onze hersenen een immense maan, want de grootte van zo’n luchtreus kennen we.
dinsdag 29 mei 2012
Olympiceen: een superklein olympisch logo!
Ruim 2,5 jaar geleden (op 10 september 2009) liet ik hier weten hoe scheikundigen van het IBM Research Laboratory in Zwitserland er met een atoomkrachtmicroscoop (Atomic Force Microscope - AFM) voor het eerst in geslaagd waren om een molecule echt te zien.
Het ging toen om pentaceen.
En de molecule zag er precies uit zoals de gangbare scheikundige theorieën voorspeld hadden: een triomf dus voor de theoretische chemie.
Dat was dus 33 maanden geleden.
Binnen 2 maanden (op 27 juli 2012) beginnen in Londen de Olympische Zomerspelen, de 27ste in de reeks sinds de eerste moderne spelen van 1896.
En de Britse chemici wilden iets speciaals doen om dit gebeuren te gedenken.
In opdracht van de Royal Society of Chemistry (RSC) werd daarom door Dr David Fox en Anish Mistry van de University of Warwick olympiceen gesynthetiseerd.
Olympiceen is een molecule waarin, zoals bij het olympisch symbool, zes ringen aan elkaar gekoppeld zijn. Maar dan wel ringen van koolstofatomen in dit geval.
Bedenk dat dit “moleculeke” maar iets groter is dan een miljardste van een meter! Er moest dus bewezen worden dat die chemici het echt klaargespeeld hadden. Daarom werd de atoomkrachtmicroscoop (AFM) van IBM er weer bijgehaald. En warempel de super-microscoop liet een olympische zesringmolecule zien:
Het hele verhaal wordt in het filmpje hieronder nog eens duidelijk uit de doeken gedaan:
Alles bij elkaar niets anders dan mooie chemische spielerei.
De RSC hoopt evenwel met dat huzarenstukje de belangstelling voor chemie bij de Britse jongeren aan te wakkeren.
Maar dát wordt misschien nog moeilijker dan een olympische medaille winnen…
Het ging toen om pentaceen.
En de molecule zag er precies uit zoals de gangbare scheikundige theorieën voorspeld hadden: een triomf dus voor de theoretische chemie.
Dat was dus 33 maanden geleden.
Binnen 2 maanden (op 27 juli 2012) beginnen in Londen de Olympische Zomerspelen, de 27ste in de reeks sinds de eerste moderne spelen van 1896.
En de Britse chemici wilden iets speciaals doen om dit gebeuren te gedenken.
In opdracht van de Royal Society of Chemistry (RSC) werd daarom door Dr David Fox en Anish Mistry van de University of Warwick olympiceen gesynthetiseerd.
Olympiceen is een molecule waarin, zoals bij het olympisch symbool, zes ringen aan elkaar gekoppeld zijn. Maar dan wel ringen van koolstofatomen in dit geval.
Bedenk dat dit “moleculeke” maar iets groter is dan een miljardste van een meter! Er moest dus bewezen worden dat die chemici het echt klaargespeeld hadden. Daarom werd de atoomkrachtmicroscoop (AFM) van IBM er weer bijgehaald. En warempel de super-microscoop liet een olympische zesringmolecule zien:
Alles bij elkaar niets anders dan mooie chemische spielerei.
De RSC hoopt evenwel met dat huzarenstukje de belangstelling voor chemie bij de Britse jongeren aan te wakkeren.
Maar dát wordt misschien nog moeilijker dan een olympische medaille winnen…
maandag 28 mei 2012
Vriendendienstpuzzel – oplossing
Clement was zo vriendelijk om zijn vriend Prosper, die precies halverwege tussen Romershoven en KRC Genk woont, een lift heen en terug aan te bieden. En Prosper wilde zijn deel van het brandstofverbruik betalen.
Op het “reisschema” hierboven is te zien dat Prosper in totaal de helft van de weg meerijdt.
Hij moet op dat stuk maar de helft betalen, want Clement rijdt natuurlijk dat stuk ook mee.
Proper moet dus 1/4 (of 25%) van totale brandstofprijs aan Clement betalen.
Tot de volgende!
Geen vierkant, of toch?
Een echt vierkant ziet dat zwarte ding hierboven er toch niet uit.
Maar als we de “storende” cirkels in de omgeving even weg halen, zien we dat onze hersenen ons weer parten gespeeld hebben. Weer een maandagillusie dus…
zondag 27 mei 2012
Kiekjeskunst
Even ontspannen op deze Pinksterzondag met een reeks schitterende foto’s gepubliceerd op Yahoo France.
Om dergelijke beelden te kunnen schieten moet je niet alleen op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Je moet “het” ook zien.
Klik op het beeld hieronder en geniet ervan.
Om dergelijke beelden te kunnen schieten moet je niet alleen op het juiste moment op de juiste plaats zijn. Je moet “het” ook zien.
Klik op het beeld hieronder en geniet ervan.
zaterdag 26 mei 2012
Over vitamine D, de zon en levertraan
Bij een recent bloedonderzoek bleek dat Mia een licht vitamine-D tekort had.
Dat is tegenwoordig snel opgelost: gedurende enige tijd wekelijks een ampulletje D-Cure innemen tot de voorraad weer aangevuld is.
”En veel in de zon lopen en regelmatig vis eten” zei de dokter nog.
Toen ik dat hoorde kwam het bij mij weer allemaal naar boven: mijn jaren ‘50 in Merelbeke…
Ik heb mijn moederke het verhaal dikwijls horen vertellen.
Mijn broer Toine, die vijf jaar jonger is dan ik, had last van O-benen.
Nu spreekt men van rachitis, maar dat woord heb ik toen nooit gehoord. Rachitis is meestal een gevolg van tekort aan vitamine D en calcium.
Onze huisdokter wist een afdoende remedie: “Laat hem maar veel in de zon spelen en geef hem dagelijks een lepel levertraan” zei hij.
In de zon spelen was geen probleem, maar die lepel levertraan, dat was een dagelijks drama.
Bah ! Ik zie “onzen Toine” zich nog wenend schudden telkens als hij het plakkerige goedje moest naar binnen slikken.
Was er dan geen andere bron voor vitamine D?
D-Cure bestond toen nog niet. En er zijn weinig voedingsmiddelen die vitamine D bevatten.
Je vindt het in vette vis zoals haring en makreel en in beperkte mate in eierdooiers.
Maar de bron bij uitstek was (en is) de olie gemaakt uit de lever van kabeljauw: levertraan.
En de zon!
Want de UV-B-stralen van het zonlicht zorgen in de huid voor de omzetting van cholesterol in vitamine D.
In feite is het wat ingewikkelder: in de huid wordt uit een cholesterolderivaat (7-dehydroxycholesterol) vitamine D3 (cholecalciferol) gevormd. En dat D3 wordt in de lever omgezet in de actieve vorm van vitamine D.
Deze actieve vorm van vitamine D is eigenlijk een hormoon, met een regelende invloed op o.a. het calcium- en fosfaatgehalte in ons lichaam en ons immuunsysteem.
De zon is dus essentieel om ons vitamine D-gehalte op peil te houden.
Als je dan weet dat zonnecrèmes met hoge beschermingsfactoren om huidkankers te voorkomen, vrijwel alle UV-B wegfilteren, dan zie je het dilemma!
Enfin: “onzen Toine” heeft al lang geen O-benen meer.
En Mia moet gelukkig geen levertraan slikken.
Ik zal haar wel regelmatig in de zon laten spelen, maar niet te lang…
Dat is tegenwoordig snel opgelost: gedurende enige tijd wekelijks een ampulletje D-Cure innemen tot de voorraad weer aangevuld is.
”En veel in de zon lopen en regelmatig vis eten” zei de dokter nog.
Toen ik dat hoorde kwam het bij mij weer allemaal naar boven: mijn jaren ‘50 in Merelbeke…
Ik heb mijn moederke het verhaal dikwijls horen vertellen.
Mijn broer Toine, die vijf jaar jonger is dan ik, had last van O-benen.
Nu spreekt men van rachitis, maar dat woord heb ik toen nooit gehoord. Rachitis is meestal een gevolg van tekort aan vitamine D en calcium.
Onze huisdokter wist een afdoende remedie: “Laat hem maar veel in de zon spelen en geef hem dagelijks een lepel levertraan” zei hij.
In de zon spelen was geen probleem, maar die lepel levertraan, dat was een dagelijks drama.
Bah ! Ik zie “onzen Toine” zich nog wenend schudden telkens als hij het plakkerige goedje moest naar binnen slikken.
Was er dan geen andere bron voor vitamine D?
D-Cure bestond toen nog niet. En er zijn weinig voedingsmiddelen die vitamine D bevatten.
Je vindt het in vette vis zoals haring en makreel en in beperkte mate in eierdooiers.
Maar de bron bij uitstek was (en is) de olie gemaakt uit de lever van kabeljauw: levertraan.
En de zon!
Want de UV-B-stralen van het zonlicht zorgen in de huid voor de omzetting van cholesterol in vitamine D.
In feite is het wat ingewikkelder: in de huid wordt uit een cholesterolderivaat (7-dehydroxycholesterol) vitamine D3 (cholecalciferol) gevormd. En dat D3 wordt in de lever omgezet in de actieve vorm van vitamine D.
Deze actieve vorm van vitamine D is eigenlijk een hormoon, met een regelende invloed op o.a. het calcium- en fosfaatgehalte in ons lichaam en ons immuunsysteem.
De zon is dus essentieel om ons vitamine D-gehalte op peil te houden.
Als je dan weet dat zonnecrèmes met hoge beschermingsfactoren om huidkankers te voorkomen, vrijwel alle UV-B wegfilteren, dan zie je het dilemma!
Enfin: “onzen Toine” heeft al lang geen O-benen meer.
En Mia moet gelukkig geen levertraan slikken.
Ik zal haar wel regelmatig in de zon laten spelen, maar niet te lang…
vrijdag 25 mei 2012
Vriendendienstpuzzel
Mijn dorpsgenoot Clement W. is een hevige supporter van KRC Genk.
Zijn vriend Prosper is een even gedreven KRC-er.
Prosper woont precies halverwege tussen Romershoven en de Cristal Arena ( het stadion van KRC Genk).
Bij de laatste thuismatch een paar weken geleden liet de auto van Prosper het afweten.
Geen nood, een telefoontje naar Clement volstond: Clement zou Prosper halverwege oppikken en hem daar na de match daar ook weer afzetten.
Prosper was blij dat hij zijn ploeg toch nog de laatste match van het seizoen aan het werk kon zien.
Hij bood Clement dan ook aan om zijn deel van het benzineverbruik (of was het diesel) te betalen.
Clement sputterde eerst wat tegen en zei dat dit niet nodig was, maar Prosper wilde kost wat kost betalen.
Uiteindelijk ging Clement akkoord.
Hij had snel berekend welk deel van het totale brandstofverbruik Prosper hem moest betalen.
Hoe groot was dat deel eigenlijk?
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier de (eenvoudige) berekening.
Zijn vriend Prosper is een even gedreven KRC-er.
Prosper woont precies halverwege tussen Romershoven en de Cristal Arena ( het stadion van KRC Genk).
Bij de laatste thuismatch een paar weken geleden liet de auto van Prosper het afweten.
Geen nood, een telefoontje naar Clement volstond: Clement zou Prosper halverwege oppikken en hem daar na de match daar ook weer afzetten.
Prosper was blij dat hij zijn ploeg toch nog de laatste match van het seizoen aan het werk kon zien.
Hij bood Clement dan ook aan om zijn deel van het benzineverbruik (of was het diesel) te betalen.
Clement sputterde eerst wat tegen en zei dat dit niet nodig was, maar Prosper wilde kost wat kost betalen.
Uiteindelijk ging Clement akkoord.
Hij had snel berekend welk deel van het totale brandstofverbruik Prosper hem moest betalen.
Hoe groot was dat deel eigenlijk?
Laat het me weten tegen zondagavond: herve.tavernier2@pandora.be
Maandagavond om 21.30u. vind je hier de (eenvoudige) berekening.
donderdag 24 mei 2012
Het ketchupprobleem opgelost
Je kent dat wel: de ketchup die maar niet uit de fles wil en er dan na veel schudden plots in één keer uitfloept.
Maar dat ketchupprobleem behoort wellicht binnenkort definitief tot het verleden.
Want een groep nanotechnologen van de Varanasi Research Group van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een coating op punt gesteld die ervoor zorgt dat de inhoud van de fles altijd zachtjes naar buiten glijdt.
Gedaan met het gepruts en de verspilling van half lege flessen die de vuilbak in gekieperd worden, omdat wat er in zit er niet meer uit wil.
Het technologisch wondermiddel heet LiquiGlide. En het is niet giftig.
Bekijk de filmpjes hieronder maar eens om te zien hoe efficiënt zo’n laagje, aangebracht op de binnenkant, wel werkt. En wat een miserie het geeft zonder die gladde coating.
Maar hou er rekening mee dat het nog wel even zal duren voor onze Heinz 57 met LiquiGlide behandeld is.
Wees dus nog even voorzichtig…
Maar dat ketchupprobleem behoort wellicht binnenkort definitief tot het verleden.
Want een groep nanotechnologen van de Varanasi Research Group van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een coating op punt gesteld die ervoor zorgt dat de inhoud van de fles altijd zachtjes naar buiten glijdt.
Gedaan met het gepruts en de verspilling van half lege flessen die de vuilbak in gekieperd worden, omdat wat er in zit er niet meer uit wil.
Het technologisch wondermiddel heet LiquiGlide. En het is niet giftig.
Bekijk de filmpjes hieronder maar eens om te zien hoe efficiënt zo’n laagje, aangebracht op de binnenkant, wel werkt. En wat een miserie het geeft zonder die gladde coating.
Maar hou er rekening mee dat het nog wel even zal duren voor onze Heinz 57 met LiquiGlide behandeld is.
Wees dus nog even voorzichtig…
woensdag 23 mei 2012
De zomerdriehoek komt er aan
De laatste dagen zit er wel beterschap in het weer, maar echt zomer is het nog niet.
Er is nochtans geen tegenhouden aan: de zomer is op komst. En wie regelmatig ‘s avonds zijn luie TV-stoel ruilt voor een avondlijke wandeling zal het kunnen vaststellen: de zomerdriehoek doet zijn intrede aan onze noordoostelijke sterrenhemel.
Voorlopig moet je nog tot ongeveer middernacht wachten tot Altair, de onderste tip van de driehoek zichtbaar wordt, maar daar komt beterschap in. Binnen een paar weken is de (bijna) gelijkbenige driehoek ook vroeger in de avond in zijn volle glorie te bewonderen. En hij blijft steeds hoger aan de hemel goed zichtbaar tot een stuk in de herfst.
De sterren van de zomerdriehoek zijn gemakkelijk met het blote oog waar te nemen in het noordoosten, omdat ze tot de helderste aan het firmament behoren.
Deneb lijkt de minst heldere van de drie, maar de helderheid die we waarnemen is de schijnbare helderheid.
In werkelijkheid heeft Deneb de grootste absolute helderheid van de drie hoeksterren (Wega, Deneb, Altair) van de zomerdriehoek Maar door haar grote afstand (meer dan 1000 lichtjaar van ons af en volgens sommige metingen zelfs meer dan 7000 lichtjaar) lijkt ze zwakker. Eigenlijk is Deneb zó helder dat ze één van de verst verwijderde sterren is die nog met het blote oog kan gezien worden!
Zoals je hierboven kan zien (dunne groene lijn) behoort Deneb niet alleen tot de zomerdriehoek, maar ze maakt ook deel uit van het sterrenbeeld Zwaan. Met een beetje verbeelding zie je de zwaan naar rechts vliegen, met haar vleugels verticaal.
Deneb is dus de staart van de zwaan. Vandaar komt ook haar naam: “Al Dhanab” betekent naar het schijnt staart in het Arabisch.
En dat men het sterrenbeeld Zwaan ook soms noorderkruis noemt is ook begrijpelijk: je kan er evengoed een kruis in zien als een zwaan. Maar Zwaan is een officieel erkend sterrenbeeld, terwijl zomerdriehoek en noorderkruis geen erkende sterrenbeelden zijn: het zijn zogenaamde asterismen.
Ga dus deze avond laat (of één van de volgende) eens naar buiten en kijk eens omhoog in het noordoosten. Neem desnoods je verrekijker mee en ontdek ze: Wega, Deneb, Altair, zomerdriehoek, Zwaan, noorderkruis.
En geniet ervan!
Er is nochtans geen tegenhouden aan: de zomer is op komst. En wie regelmatig ‘s avonds zijn luie TV-stoel ruilt voor een avondlijke wandeling zal het kunnen vaststellen: de zomerdriehoek doet zijn intrede aan onze noordoostelijke sterrenhemel.
Voorlopig moet je nog tot ongeveer middernacht wachten tot Altair, de onderste tip van de driehoek zichtbaar wordt, maar daar komt beterschap in. Binnen een paar weken is de (bijna) gelijkbenige driehoek ook vroeger in de avond in zijn volle glorie te bewonderen. En hij blijft steeds hoger aan de hemel goed zichtbaar tot een stuk in de herfst.
De sterren van de zomerdriehoek zijn gemakkelijk met het blote oog waar te nemen in het noordoosten, omdat ze tot de helderste aan het firmament behoren.
Deneb lijkt de minst heldere van de drie, maar de helderheid die we waarnemen is de schijnbare helderheid.
In werkelijkheid heeft Deneb de grootste absolute helderheid van de drie hoeksterren (Wega, Deneb, Altair) van de zomerdriehoek Maar door haar grote afstand (meer dan 1000 lichtjaar van ons af en volgens sommige metingen zelfs meer dan 7000 lichtjaar) lijkt ze zwakker. Eigenlijk is Deneb zó helder dat ze één van de verst verwijderde sterren is die nog met het blote oog kan gezien worden!
Zoals je hierboven kan zien (dunne groene lijn) behoort Deneb niet alleen tot de zomerdriehoek, maar ze maakt ook deel uit van het sterrenbeeld Zwaan. Met een beetje verbeelding zie je de zwaan naar rechts vliegen, met haar vleugels verticaal.
Deneb is dus de staart van de zwaan. Vandaar komt ook haar naam: “Al Dhanab” betekent naar het schijnt staart in het Arabisch.
En dat men het sterrenbeeld Zwaan ook soms noorderkruis noemt is ook begrijpelijk: je kan er evengoed een kruis in zien als een zwaan. Maar Zwaan is een officieel erkend sterrenbeeld, terwijl zomerdriehoek en noorderkruis geen erkende sterrenbeelden zijn: het zijn zogenaamde asterismen.
Ga dus deze avond laat (of één van de volgende) eens naar buiten en kijk eens omhoog in het noordoosten. Neem desnoods je verrekijker mee en ontdek ze: Wega, Deneb, Altair, zomerdriehoek, Zwaan, noorderkruis.
En geniet ervan!
dinsdag 22 mei 2012
En daar is Microsoft met So.cl
Het kon niet uitblijven: met Facebook, Google+, Twitter, Pinterest,… liet Microsoft zich de kaas van de sociale-netwerk-boterham snoepen. En wellicht is de kip met de gouden eieren al lang geslacht, maar uiteindelijk is Microsoft nu toch, en in alle stilte, op dat toneel verschenen: So.cl.is de naam. En spreek dat uit als "social".
Toch wel bijzonder is dat men zich bij So.cl.kan aanmelden via Facebook!
Het lijkt er dus op dat Facebook als lokmiddel gebruikt wordt: wie daar al rondtoert wil misschien ook wel eens elders een kijkje gaan nemen.
So.cl mikt op het delen van inhoud met anderen op basis van zoekresultaten.
Die inhoud kan tekst, beeld, video zijn.
Uiteraard is Bing hier de zoekmachine. En blijkbaar wordt het zoeken, delen en samen bekijken van video’s via zogenaamde video-parties, nogal centraal geplaatst in So.cl. Dat lijkt nogal sterk op de Hangouts van Google+
Onderstaand filmpje geeft een snel maar niet erg verhelderend overzicht.
Je zal dus zelf moeten ondervinden of je er meer aan hebt dan aan Facebook.
Of zit je nog niet op Facebook misschien?
Toch wel bijzonder is dat men zich bij So.cl.kan aanmelden via Facebook!
Het lijkt er dus op dat Facebook als lokmiddel gebruikt wordt: wie daar al rondtoert wil misschien ook wel eens elders een kijkje gaan nemen.
So.cl mikt op het delen van inhoud met anderen op basis van zoekresultaten.
Die inhoud kan tekst, beeld, video zijn.
Uiteraard is Bing hier de zoekmachine. En blijkbaar wordt het zoeken, delen en samen bekijken van video’s via zogenaamde video-parties, nogal centraal geplaatst in So.cl. Dat lijkt nogal sterk op de Hangouts van Google+
Onderstaand filmpje geeft een snel maar niet erg verhelderend overzicht.
Je zal dus zelf moeten ondervinden of je er meer aan hebt dan aan Facebook.
Of zit je nog niet op Facebook misschien?
maandag 21 mei 2012
Hoe schoonheden griezels worden
De fantastische maandagillusie van deze week is een illustratie van het zogenaamde “Flashed Face Distortion Effect” dat per toeval ontdekt werd door Sean Murphy, een doctoraatsstudent psychologie aan de Australische University of Queensland.
In het pdf-bestand “Flashed face distortion effect: Grotesque faces from relative spaces” kan je de volledige beschrijving van dit merkwaardig effect nalezen.
Ik vat het hier kort samen.
Bekijk perifeer (dus niet gefocust) en snel wisselend twee parallelle verzamelingen foto’s van personen waarvan de ogen horizontaal op dezelfde hoogte staan.
Je zal merken dat je na een tijdje de gezichten van de personen totaal vertekend ziet: schoonheden worden echte lelijkaards!
De psychologen veronderstellen dat het horizontaal uitlijnen van de ogen als gevolg heeft dat onze hersenen de foto’s gemakkelijker (sneller) kunnen vergelijken. Daardoor gaan de verschillen meer opvallen en door de nawerking zien onze hersenen de gezichten vertekend.
De onderzoekers geven toe dat ze de echte verklaring nog niet kennen. Er is dus nog verder onderzoek nodig.
Maar intussen kunnen we wel al lekker griezelen.
Start het filmpje en blijf naar het kruisje in het midden kijken.
Je zal dan in je ooghoeken o.a. Meryl Streep nog lelijker zien dan als zij ‘s morgens uit haar bed stapt…
In het pdf-bestand “Flashed face distortion effect: Grotesque faces from relative spaces” kan je de volledige beschrijving van dit merkwaardig effect nalezen.
Ik vat het hier kort samen.
Bekijk perifeer (dus niet gefocust) en snel wisselend twee parallelle verzamelingen foto’s van personen waarvan de ogen horizontaal op dezelfde hoogte staan.
Je zal merken dat je na een tijdje de gezichten van de personen totaal vertekend ziet: schoonheden worden echte lelijkaards!
De psychologen veronderstellen dat het horizontaal uitlijnen van de ogen als gevolg heeft dat onze hersenen de foto’s gemakkelijker (sneller) kunnen vergelijken. Daardoor gaan de verschillen meer opvallen en door de nawerking zien onze hersenen de gezichten vertekend.
De onderzoekers geven toe dat ze de echte verklaring nog niet kennen. Er is dus nog verder onderzoek nodig.
Maar intussen kunnen we wel al lekker griezelen.
Start het filmpje en blijf naar het kruisje in het midden kijken.
Je zal dan in je ooghoeken o.a. Meryl Streep nog lelijker zien dan als zij ‘s morgens uit haar bed stapt…
zondag 20 mei 2012
Waardoor smaken kunnen verschillen
Op een warme lentedag (hoe lang is dat geleden?) smaakt een fris pintje veel beter dan een lauw verschaald glas van hetzelfde bier. Dat weten we bij ondervinding.
Maar een groep wetenschappers onder leiding van Gary J. Pickering van de Canadese Brock University, heeft dat verschijnsel wetenschappelijk onderzocht en verder uitgeklaard ( Influence of Stimulus Temperature on Orosensory Perception and Variation with Taste Phenotype)
In die studie lieten de wetenschappers hun proefpersonen bittere, zure, zoete en wijnachtige (= een tannine-achtige smaak) oplossingen drinken bij verschillende temperaturen.
Ze kozen voor 5°C omdat dit de temperatuur is waarbij we meestal voedsel in de frigo bewaren.
Voor de andere testtemperatuur kozen ze 35°C, een paar graden onder onze normale lichaamstemperatuur. De proefpersonen moesten in beide gevallen de smaken beoordelen.
En wat bleek?
De zure en wijnachtige smaak werden als sterker ervaren bij de hogere temperatuur en de smaakgewaarwording bleef in die omstandigheden ook langer nawerken.
Bittere smaken werkten sterkst bij lage temperaturen, maar verdwenen vrij snel
En raar maar waar: op de ervaring van zoete smaken had de temperatuur helemaal geen invloed!
Daarenboven vonden ze dat sommige mensen al een smaakgewaarwording hebben gewoon door koud of warm water te drinken: een temperatuursverandering van de tong geeft dan al een smaak, zonder dat er voedsel of drank geproefd wordt! Blijkbaar zijn op de tong van deze “warmtesmakers” bijzondere papillen aanwezig. Dit zou volgens het onderzoek bij 30% van de mensen voorkomen.
Ik neem aan dat keukenpieten wel iets kunnen doen met die resultaten.
En dat ik blij mag zijn dat ik geen warmtesmaker ben.
En dat we onze wijn dus maar best blijven chambreren.
En dat we de soep dus maar niet koud moeten laten worden deze middag. Tenzij het om een lekkere gazpacho gaat natuurlijk…
Maar een groep wetenschappers onder leiding van Gary J. Pickering van de Canadese Brock University, heeft dat verschijnsel wetenschappelijk onderzocht en verder uitgeklaard ( Influence of Stimulus Temperature on Orosensory Perception and Variation with Taste Phenotype)
Ze kozen voor 5°C omdat dit de temperatuur is waarbij we meestal voedsel in de frigo bewaren.
Voor de andere testtemperatuur kozen ze 35°C, een paar graden onder onze normale lichaamstemperatuur. De proefpersonen moesten in beide gevallen de smaken beoordelen.
En wat bleek?
De zure en wijnachtige smaak werden als sterker ervaren bij de hogere temperatuur en de smaakgewaarwording bleef in die omstandigheden ook langer nawerken.
Bittere smaken werkten sterkst bij lage temperaturen, maar verdwenen vrij snel
En raar maar waar: op de ervaring van zoete smaken had de temperatuur helemaal geen invloed!
Daarenboven vonden ze dat sommige mensen al een smaakgewaarwording hebben gewoon door koud of warm water te drinken: een temperatuursverandering van de tong geeft dan al een smaak, zonder dat er voedsel of drank geproefd wordt! Blijkbaar zijn op de tong van deze “warmtesmakers” bijzondere papillen aanwezig. Dit zou volgens het onderzoek bij 30% van de mensen voorkomen.
Ik neem aan dat keukenpieten wel iets kunnen doen met die resultaten.
En dat ik blij mag zijn dat ik geen warmtesmaker ben.
En dat we onze wijn dus maar best blijven chambreren.
En dat we de soep dus maar niet koud moeten laten worden deze middag. Tenzij het om een lekkere gazpacho gaat natuurlijk…
zaterdag 19 mei 2012
Haarlakchemie
De eindexamens staan voor de deur.
Gisteren had ik een juffrouw uit Gellik op bezoek met een paar vraagjes over haar cursus chemie.
Op een zeker moment ging het over de aantasting van de ozonlaag en het ontstaan van het fameuze ozongat.
Ik gaf het gekende voorbeeld van de drijfgassen die tot voor een paar jaar in spuitbussen werden gebruikt. In spuitbussen met haarlak bijvoorbeeld.
De drijfgassen in die spuitbussen waren geen echte gassen, maar zeer vluchtige oplosmiddelen waarin de eigenlijke haarlak was opgelost.
Die oplosmiddelen waren ChloorFluorKoolwaterstoffen, CFK’s, zoals bijvoorbeeld CCl3F (trichloorfluormethaan).
Je merkt dat ik hier voortdurend in de verleden tijd spreek.
Inderdaad, de CFK’s zijn sinds 1996 in spuitbussen verboden omdat ze de ozon in de bovenste atmosfeerlagen vernietigen en aldus een nefast “ozongat” doen ontstaan.
Maar waarom had men dan indertijd precies voor die stoffen gekozen?
Omdat het onontvlambare en niet giftige en dus veilige stoffen zijn!
Hun vervangers van vandaag (vluchtige koolwaterstoffen en alcoholen) zijn zeer brandbaar en dus veel minder veilig. Maar ze laten de ozonlaag intact, zodat de schadelijke energierijkste UV-straling van de zon wordt tegengehouden. Zoals zo vaak: “ieder nadeel heb weer zijn voordeel”.
”Oké, maar die haarlak zelf, wat is dat dan voor iets?” vroeg de juffrouw. Want daarover stond er niets in haar cursus, en ze was toch wel benieuwd.
”Dat is weer andere chemie” zei ik.
Die haarlak bestaat eigenlijk uit lange ketenmoleculen, zogenaamde polymeren (plastics) die in de vluchtige oplosmiddelen opgelost zijn. Spuit je zo’n oplossing op je haar, dan verdampt het oplosmiddel en er vormt zich een dun stijf laagje dat je coupe in de (laat ons hopen) juiste plooi houdt.
In het begin was was polyvinylpyrrolidine (PVP) het meest gebruikte haarlakpolymeer omdat het een uitstekende bevochtiger is die zich daarenboven goed in een dunne film laat aanbrengen.
Maar PVP is wateroplosbaar en dat heeft zo zijn gevolgen voor de houdbaarheid van je kapsel als je in de motregen loopt…
Tegenwoordig wordt PVP daarom dikwijls vervangen door polydimethylsiloxaan,
Dat is niet oplosbaar in water. Het houdt dus langer. En het laat zich even goed in een dunne laag aanbrengen. Het ei van Columbus dus.
”Zo zie je maar weer dat chemie overal is” zei ik tegen de juffrouw.
”Ja” zei ze, “binnenkort ook op mijn examen”…
Gisteren had ik een juffrouw uit Gellik op bezoek met een paar vraagjes over haar cursus chemie.
Op een zeker moment ging het over de aantasting van de ozonlaag en het ontstaan van het fameuze ozongat.
Ik gaf het gekende voorbeeld van de drijfgassen die tot voor een paar jaar in spuitbussen werden gebruikt. In spuitbussen met haarlak bijvoorbeeld.
De drijfgassen in die spuitbussen waren geen echte gassen, maar zeer vluchtige oplosmiddelen waarin de eigenlijke haarlak was opgelost.
Die oplosmiddelen waren ChloorFluorKoolwaterstoffen, CFK’s, zoals bijvoorbeeld CCl3F (trichloorfluormethaan).
Je merkt dat ik hier voortdurend in de verleden tijd spreek.
Inderdaad, de CFK’s zijn sinds 1996 in spuitbussen verboden omdat ze de ozon in de bovenste atmosfeerlagen vernietigen en aldus een nefast “ozongat” doen ontstaan.
Maar waarom had men dan indertijd precies voor die stoffen gekozen?
Omdat het onontvlambare en niet giftige en dus veilige stoffen zijn!
Hun vervangers van vandaag (vluchtige koolwaterstoffen en alcoholen) zijn zeer brandbaar en dus veel minder veilig. Maar ze laten de ozonlaag intact, zodat de schadelijke energierijkste UV-straling van de zon wordt tegengehouden. Zoals zo vaak: “ieder nadeel heb weer zijn voordeel”.
”Oké, maar die haarlak zelf, wat is dat dan voor iets?” vroeg de juffrouw. Want daarover stond er niets in haar cursus, en ze was toch wel benieuwd.
”Dat is weer andere chemie” zei ik.
Die haarlak bestaat eigenlijk uit lange ketenmoleculen, zogenaamde polymeren (plastics) die in de vluchtige oplosmiddelen opgelost zijn. Spuit je zo’n oplossing op je haar, dan verdampt het oplosmiddel en er vormt zich een dun stijf laagje dat je coupe in de (laat ons hopen) juiste plooi houdt.
In het begin was was polyvinylpyrrolidine (PVP) het meest gebruikte haarlakpolymeer omdat het een uitstekende bevochtiger is die zich daarenboven goed in een dunne film laat aanbrengen.
Maar PVP is wateroplosbaar en dat heeft zo zijn gevolgen voor de houdbaarheid van je kapsel als je in de motregen loopt…
Tegenwoordig wordt PVP daarom dikwijls vervangen door polydimethylsiloxaan,
Dat is niet oplosbaar in water. Het houdt dus langer. En het laat zich even goed in een dunne laag aanbrengen. Het ei van Columbus dus.
”Zo zie je maar weer dat chemie overal is” zei ik tegen de juffrouw.
”Ja” zei ze, “binnenkort ook op mijn examen”…
Abonneren op:
Posts (Atom)
